ID.nl logo
Zo voorkom je een koolstofmonoxide-vergiftiging
© Ralf Geithe - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Zo voorkom je een koolstofmonoxide-vergiftiging

Koolstofmonoxide of CO is een stille killer, omdat het reukloos, smaakloos en kleurloos is. Je kunt het gas dus niet herkennen en je voelt het gevaar ook niet aankomen. Jaarlijks sterven er in Nederland zo'n 5 tot 10 mensen aan, terwijl honderden mensen met een CO-vergiftiging naar het ziekenhuis moeten. Wat kun jij doen om een CO-vergiftiging te voorkomen?


In dit artikel: Leggen we het gevaar van koolstofmonoxide uit en wat de oorzaken zijn van CO | We geven praktische tips van hoe je koolstofmonoxidevergiftiging kunt vermijden. | Vertellen we waarom een gesloten verwarmingstoestel veel veiliger dan een open toestel- (het onderscheid tussen beide toestellen zit hem in de manier waar ze verse lucht vandaan halen en hoe ze verbrandingsgassen afvoeren) | Lees je waarom een CO-meter een must is.

Lees ook: Zo kies je de beste plek voor jouw koolmonoxidemelder


Er is niet eens veel CO in de omgevingslucht nodig om gevaarlijk te zijn. 0,1% CO in de lucht is al dodelijk binnen 1 tot 3 uur en 1% is dodelijk binnen het kwartier. We nemen de koolstofmonoxide op in ons bloed waar het zich vasthecht aan de rode bloedcellen. Daar verdringt het de zuurstof, want het vermogen van CO om zich vast te hechten aan rode bloedcellen is vele malen groter dan dat van zuurstof. Daardoor hebben we al genoeg aan een kleine concentratie van CO om vergiftigd te worden.

Acuut gevaarlijk en chronisch ziek

Door het in te ademen raken slachtoffers nietsvermoedend bewusteloos en kunnen ze overlijden. Jaarlijks belanden er in Nederland honderden mensen in het ziekenhuis door zo’n vergiftiging en overlijden er een tiental mensen aan de gevolgen van CO-intoxicatie. De ernst van de intoxicatie is afhankelijk van de hoeveelheid CO, de hoeveelheid bloedcellen die met koolstofmonoxide zijn verzadigd en de duur van de blootstelling. Bovendien is de CO-vergiftiging vaak chronisch in plaats van acuut. Je voelt je dan niet lekker, je hebt hoofdpijn of last van duizeligheid en vermoeidheid. In dergelijke gevallen is de diagnose moeilijk vast te stellen door arts. Het begint meestal pas te dagen als verschillende personen in dezelfde omgeving over deze symptomen klagen.  

©Warning signs - stock.adobe.com

Koolstofmonoxide maakt je ook chronisch ziek

Oorzaken

De verbranding van 1m³ gas verbruikt 10 m³ lucht. Die verse lucht moet dus constant beschikbaar blijven. CO ontstaat wanneer brandstoffen onvolledige verbranden als gevolg van een slechte installatie, slecht onderhoud of een slecht werkende brander. Maar ook ventilatieproblemen of een schoorsteen die onvoldoende trekt, kunnen de oorzaak zijn. Bovendien zuigen bepaalde toestellen de lucht naar buiten. Denk maar aan een afzuigkap, een ventilator, of een droogautomaat met afvoer naar buiten. Al deze toestellen veroorzaken onderdruk in de kamer waardoor rookgassen in de schoorsteen terug naar binnen worden gezogen. Gasgeisers die de lucht uit de kamer verbranden zijn al jaren de koploper onder de boosdoeners. Toch bestaat risico op CO bij alle verwarmings- en warmwatertoestellen die werken op fossiele brandstoffen, dus ook bij verbranding van stookolie, hout, butaan, propaan, pellets en petroleum.  

©Ermishin Dmitrii

Gasgeisers die de lucht uit de kamer verbranden, zijn al jaren de koploper onder de boosdoeners.

Opgepast bij mistig en windstil weer

De meeste ongevallen gebeuren uiteraard tijdens het verwarmingsseizoen. Maar ook de weersomstandigheden spelen een rol. Er is een verhoogd risico op CO-vergiftiging bij zogenaamde temperatuursinversie. Als de weerman (of -vrouw) van dienst die term laat vallen, dan heeft hij of zij het over een warme luchtlaag die boven een laag koude lucht schuift. Normaal neemt de temperatuur af met de hoogte. Bij temperatuursinversie gebeurt het omgekeerde. Onder deze bedekkende warmere luchtlagen hopen de uitgestoten gassen, waaronder koolstofmonoxide, zich op. Bovendien is er dan meestal te weinig wind om deze gassen af te voeren. Wees extra voorzichtig bij mistig weer en bij windstilte. 

RISICO OOK BIJ RECENTE VERWARMINGSTOESTELLEN Het beeld dat de ongevallen voornamelijk gebeuren met oude geisers die teveel koolmonoxide produceren klopt niet. Uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar koolmonoxide-ongevallen (https://www.onderzoeksraad.nl) blijkt dat 46% van de ongevallen gebeurt met een cv-installatie; het merendeel modern en goed onderhouden. Verbrandingsinstallaties zijn nu eenmaal niet failsafe, de installatie slaat niet af als er teveel koolmonoxide wordt geproduceerd. En de installaties zijn evenmin foolproof, ze zijn niet beveiligd tegen foute handelingen van de bewoners of de installateurs. 

Praktische tips

• Controleer jaarlijks of de schoorsteen of rookgasafvoer voldoende goed trek heeft waardoor de verbrandingsgassen vlot kunnen verdwijnen.
• Er moet genoeg aanvoer zijn van verse lucht in de ruimte waar het toestel staat. Zeker in de wintermaanden wanneer deze toestellen intensief worden gebruikt is dit van cruciaal belang. Verlucht je huis dus regelmatig en zorg voor een constante ventilatie. Hangt er een boiler of ketel in de badkamer dan is dat uitermate belangrijk.
• Neem een erkende installateur in de arm voor het plaatsen en onderhouden van het toestel. Dat wil zeggen: een jaarlijkse controle geldt voor toestellen op stookolie, steenkool en hout. Voor aardgastoestellen is een tweejaarlijkse controle verplicht.
• Als je in de winter een bijverwarmingstoestel op een van deze brandstoffen plaatst, dan gebruik je die nooit permanent. Bij zulke kleine toestellen is er vaak helemaal geen afvoer van verbrandingsgassen. Trouwens verwarmingsgeisers zonder afvoer naar een schoorsteen zijn uit den boze.
• Let op de vlammen bij gastoestellen. Een geel-oranje vlam wijst op een slechte verbranding. Een goede verbranding herken je aan een blauwe vlam.
• Plaats CO-melders.

Lees ook: Dit zijn de voordelen en nadelen van slimme rookmelders

Verwarmingstoestellen op stookolie, steenkool en hout moet je elk jaar laten controleren. Voor aardgastoestellen is een tweejaarlijkse controle verplicht.

- Dirk, verwarmings-expert van ID.nl

Open en gesloten toestellen

Bij verbrandingstoestellen zijn twee dingen belangrijk. Waar halen ze de zuurstof vandaan die nodig is voor hun verbranding en hoe worden de verbrandingsgassen afgevoerd? Een open verbrandingstoestel is de term voor verbrandingstoestellen die de lucht verbruiken uit de ruimte waar het toestel is opgesteld. Als zo’n toestel in een niet goed geventileerde ruimte staat, zal het door gebrek aan lucht koolmonoxide produceren. Iedere installateur zal je vertellen dat een gesloten toestel veel veiliger is. Het heeft een eigen toevoer van buitenlucht en afvoer naar buiten. De lucht nodig voor de verbranding wordt dus van buiten via een buis aangevoerd en de rookgassen gaan ook via een buis naar buiten. Bij een moderne condenserende ketel is de aan- en afvoerbuis in één buis verwerkt door middel van een speciale concentrische dubbelwandige buis. De buitenste ring zuigt lucht aan, de binnenste buis voert de rookgassen af. 

CO-melder

Plaats twee CO-melders. Zo’n apparaat heb je al voor 30 euro. De eerste melder plaats je in de nabijheid van de slaapkamers, de tweede in de buurt van het verwarmingstoestel. Verwar een CO-melder niet met een CO₂-melder. CO₂ is geen koolstofmonoxide maar koolstofdioxide. Mensen ademen zuurstof in en ademen CO₂ uit. Wanneer er veel mensen in dezelfde ruimte zijn, is er steeds minder zuurstof in de ruimte en meer CO₂. Een CO₂-meter detecteert wanneer je een ruimte moet ventileren omdat de verhouding CO₂ in de lucht ongezond wordt.

Voor koolstofmonoxide gebruik je dus een CO-melder. Plaats hem niet tegen het plafond, maar op ooghoogte. CO stijgt niet op en blijft op ooghoogte hangen. Ten slotte zijn er ook gecombineerde rook- en CO-melders. Op die manier ben je tegelijk beveiligd tegen brand.

Lees ook: 5 onderhoudtips voor je rookmelders

©Leena Robinson | leekris - stock.adobe.com

Een CO-melder werkt meestal op batterijen.

Toch maar professioneel laten doen?

Vraag een offerte aan voor brandbeveiliging :

▼ Volgende artikel
Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels
© ID.nl | Dit is een mock-up
Huis

Windows 11 wordt veiliger: dit ga je merken van de nieuwe beveiligingsregels

Microsoft heeft een flinke aanscherping van de beveiliging in Windows 11 aangekondigd. Onder de noemer Windows Baseline Security Mode en User Transparency and Consent krijgen gebruikers meer grip op wat apps precies uitspoken op hun computer. Voor de gemiddelde thuisgebruiker betekent dit vooral dat Windows meer gaat lijken op de overzichtelijke beveiliging die we al kennen van onze smartphones.

In dit artikel

Je leest wat de nieuwe beveiligingsregels in Windows 11 betekenen voor jou, met extra nadruk op toestemming en inzicht in wat apps doen. Je ziet hoe je per app toegang tot camera, microfoon en bestanden kunt beheren en later weer intrekken. Ook leggen we uit wat Windows Baseline Security Mode doet en wat je daarvan merkt tijdens de gefaseerde uitrol.

Lees ook: De verborgen parels van Windows 11: deze apps moet je hebben

De aanleiding voor deze verandering is de toenemende irritatie over apps die ongevraagd instellingen aanpassen, extra software installeren of zonder duidelijke toestemming toegang krijgen tot persoonlijke gegevens. Microsoft wil met deze update de regie teruggeven aan de gebruiker, waarbij transparantie en toestemming de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Meer grip op je privacy

Een van de meest zichtbare veranderingen is de manier waarop apps om toestemming vragen. Waar programma's in Windows voorheen vaak automatisch toegang hadden tot bepaalde mappen of functies, gaat Windows 11 nu actiever om bevestiging vragen. Wil een app je camera, microfoon of specifieke bestanden gebruiken? Dan verschijnt er een duidelijke melding in beeld, vergelijkbaar met de pop-ups op een iPhone of Android-toestel.

Het mooie van dit systeem is dat je deze keuzes altijd weer kunt terugdraaien. In de instellingen van Windows komt een overzicht waar je precies ziet welke app waarvoor toestemming heeft. Vertrouw je een programma niet langer, dan trek je met één handeling de toegang tot je bestanden of hardware weer in.

©Garun Studios - stock.adobe.com

Alleen veilige software door Baseline Security

Verder introduceert Microsoft de Windows Baseline Security Mode. Dit is een technische beveiligingslaag die ervoor zorgt dat het systeem continu controleert of de software die draait wel integer is. In de praktijk betekent dit dat Windows alleen nog apps, stuurprogramma's en diensten toestaat die officieel zijn ondertekend en als veilig bekendstaan.

Dit voorkomt dat schadelijke software op de achtergrond wijzigingen aanbrengt in je systeem zonder dat je het doorhebt. Voor de meeste mensen verandert er weinig in het dagelijks gebruik; bekende software van grote ontwikkelaars blijft gewoon werken. Mocht je toch een specifiek programma willen gebruiken dat niet aan de strengste eisen voldoet, dan behoud je als gebruiker (of systeembeheerder) de mogelijkheid om handmatig een uitzondering te maken.

Wat merk je in de praktijk?

De uitrol van deze functies gebeurt stap voor stap. Microsoft neemt hier de tijd voor, zodat alles goed blijft werken op de miljarden computers waar Windows op draait. Om dit soepel te laten verlopen, zijn ze op dit moment vooral in overleg met bekende softwaremakers zoals Adobe en 1Password. Zo weet je zeker dat hun programma's gewoon blijven werken onder de nieuwe regels, nog voordat jij de update krijgt. Ook voor de opkomst van slimme AI-hulpjes zijn deze aanpassingen belangrijk. Omdat deze assistenten steeds vaker zelfstandig klusjes voor je opknappen, is het fijn dat je precies kunt zien en bepalen wat zo'n hulpje wel en niet mag doen op jouw pc. 

Kortom: Windows 11 wordt een stukje strenger, maar daardoor ook een stuk transparanter. Je zult iets vaker een vraag krijgen of een app ergens bij mag, maar je krijgt daar een veiliger gevoel en meer controle voor terug.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch.