ID.nl logo
Welke soorten fietsendragers zijn er?
© Reshift Digital
Mobiliteit

Welke soorten fietsendragers zijn er?

Met een fietsendrager kun je je fiets heel eenvoudig met auto, caravan of aanhangwagen vervoeren. Je bevestigt de fietsendrager aan je voertuig en plaatst je fiets(en) erin. Een fietsendrager wordt daarom ook wel eens heel simpel beschreven als een auto-fietsenrek. Met een fietsendrager heb je dus geen aanhanger om fietsen te vervoeren meer nodig. Er zijn verschillende soorten fietsendragers. Je kunt een fietsendrager op de trekhaak van je auto bevestigen, maar ook als je geen trekhaak hebt, zijn er verschillende opties om toch je fiets mee te kunnen nemen. Maar wat is de beste fietsendrager voor jouw situatie? Om je op weg te helpen, kijken we in dit artikel naar de voor- en nadelen van de verschillende soorten fietsendragers. Ook geven we je tips over de bevestiging. Op die manier kun jij goed voorbereid alle modellen fietsendragers vergelijken en uiteindelijk de beste fietsendrager voor jouw situatie kopen.

Soorten fietsendragers

Je fiets vastzetten op de fietsendrager is vrijwel altijd heel eenvoudig. Een fietsdrager kopen, dát vraagt echter eerst om het maken van een aantal belangrijke keuzes. Om te beginnen bepaal je de soort fietsendrager. Een fietsendrager kun je namelijk op een aantal verschillende manieren aan je voertuig bevestigen. In het vervolg van dit artikel bespreken we vier manieren: een fietsendrager achter op de trekhaak, een fietsendrager achter op de auto (zonder trekhaak), een fietsendrager op het dak van je auto en een fietsendrager op de caravan of aanhangwagen. Zo vind je altijd die ene goedkope fietsendrager, die natuurlijk ook nog eens als beste beoordeeld werd.

Achter op de trekhaak

De populairste manier om fietsen te vervoeren is met een fietsendrager die je monteert op de trekhaak van je auto. We noemen dit ook wel trekhaakdragers. Als je auto is uitgerust met een trekhaak, dan is dit voor velen dé aangewezen plaats voor een fietsendrager. Je gebruikt in dit geval dus je trekhaak voor fietsendrager.

Fiets, trekhaak, fietsendrager; maar hoe bevestig je ‘m dan? De meeste fietsendragers zijn heel eenvoudig te monteren. Ook het plaatsen en het afnemen van de fiets in de trekhaakdrager is erg gemakkelijk. Nadat je de drager hebt bevestigd, til je de fietsen in de wielgoten of maak je gebruik van een oprijgootje. Vervolgens zet je het frame en de wielen vast.

Naast het eenvoudige gebruik kent een fietsendrager op de trekhaak nog een aantal voordelen. Zo kun je met dit type drager bijvoorbeeld vaak meerdere fietsen tegelijk meenemen en kun je de drager in veel gevallen opvouwen. Nadeel is dat de kofferbak soms niet meer open kan. 

©PXimport

In de meeste gevallen zijn de trekhaakdragers echter kantelbaar, zodat je de fietsen kunt wegklappen en de kofferbak kunt openen. Dankzij deze functie hoef je dus niet eerst de fietsen van de drager af te halen voordat je bij de kofferbak kunt.

Dit model fietsendrager heeft veel voordelen en relatief weinig nadelen. Veel mensen kiezen er zodoende voor om een trekhaakdrager te kopen. De fietsendragers uit de categorie ‘Fiets trekhaak’ zijn natuurlijk wel alleen geschikt als je auto een trekhaak heeft. Mocht jouw auto geen trekhaak hebben, dan kun je de fietshouder op de auto bevestigen. In dat geval kun je voor een achterklepdrager of een dakdrager kiezen. Deze manieren om een fietsenrek op de auto te plaatsen, worden in de volgende alinea’s besproken.

Achterop de auto zonder trekhaak

Het aanbod fietsendragers beperkt zich allang niet meer tot alleen trekhaakdragers. Misschien heeft jouw auto geen trekhaak of misschien heb je wel een trekhaak, maar wil je naast je fietsen ook je caravan meenemen. In deze gevallen biedt een achterklepdrager uitkomst. In deze alinea bespreken we deze achterklepdrager, die ook wel eens fietsdrager op de 5e deur (of 3e deur) genoemd wordt.

©PXimport

Er is een aantal praktische systemen voor achterklepdragers bedacht die je eenvoudig achterop de auto kunt bevestigen. De dragers zien eruit als een soort rek met houders. Een achterklepdrager wordt vaak met behulp van haken of klemmen aan de achterklep vastgemaakt. Deze haken hebben een rubber coating of beschermstrip om je auto te beschermen tegen het schuren van het fietsenrek. 

In sommige gevallen zit een fietsdrager op de 5e deur hoger op de auto, zodat je kentekenplaat zichtbaar blijft. Mochten je kentekenplaat en achterlichten echter niet goed zichtbaar blijven, dan zul je deze op de achterklepdrager moeten bevestigen.

Een voordeel van achterklepdragers is dat het vaak mogelijk is om je fietsen te vergrendelen op de drager. Hierdoor ben je beveiligd tegen diefstal. 

Ook zijn dit soort dragers over het algemeen goedkoper en lichter in gewicht dan trekhaakdragers. Het is bij deze fietsendragers wel zaak goed te kijken of de achterklep en de auto geschikt zijn. Aangezien er verschillende soorten achterkleppen zijn, zal niet iedere achterklepdrager op elke auto passen. Ook moet je er rekening mee houden dat de draagcapaciteit van deze dragers lager is dan die van trekhaakdragers.

Fietsen op het dak

Zoals gezegd is er nog een manier om een fietshouder rechtstreeks op de auto te bevestigen. Hierboven beschreven we de achterklepdrager, deze alinea is gewijd aan het vervoeren van fietsen in een dakdrager. Dit zijn fietsendragers die je op het dak van je auto plaatst.

In het kader van dakdragers wordt ook vaak gesproken over een dakrail. Veel auto’s zijn standaard uitgevoerd met een dakrail. Op deze rail kun je vervolgens de dakdrager bevestigen. Heb je geen dakrail op je auto, dan zijn er speciale dakdragers die je op de dakrand bevestigt. De fietsendrager zet je vervolgens vast aan de dakdrager.

Voordat je een dak- en fietsendrager koopt, is het dus zaak goed te kijken of beide systemen samen te gebruiken zijn én of ze geschikt zijn voor jouw auto. 

De bevestiging van een dakdrager is vaak wel wat lastiger dan de bevestiging van een fietsdrager op de trekhaak of op de kofferbak. Er zijn meer handelingen nodig en de fietsen zijn moeilijker te plaatsen. Lichtere fietsen kun je vaak nog wel gemakkelijk het dak op tillen, maar voor zwaardere fietsen heb je wellicht een fietslift nodig. Sommige dakdragers zetten je fiets vast aan het frame, andere modellen gebruiken daarvoor de voorvork.

Je koopt voor iedere fiets een eigen dakdrager. Het grote voordeel is dat elk van deze fietsdakdragers dus precies geschikt is voor de fiets die je wilt meenemen. Het maakt zodoende niet uit of je een stadsfiets, een kinderfiets of een elektrische fiets wilt meenemen. Een ander voordeel is dat je met een dakdrager altijd toegang hebt tot je kofferbak. 

©PXimport

Een dakdrager is vooral erg handig als je met een caravan rijdt, ook is het een vrij goedkope oplossing. Een nadeel van de fietsendrager op het dak is dat de fietsen veel wind vangen, waardoor je auto meer brandstof verbruikt. Ook ontstaat er geluidshinder en moet je altijd rekening houden met de totale hoogte van je auto, bijvoorbeeld bij het inrijden van een tunnel. Hoeveel fietsen op het dak van de auto geplaatst kunnen worden, staat bij een dakdrager vast: dat zijn er maximaal drie.

Fietsen op de caravan of aanhangwagen

De laatste soorten fietsendragers die we bespreken hebben alles te maken met caravans, campers en aanhangwagens. Een fietsendrager voor de caravan of camper, fietsenrek voor aanhangwagen of zelfs een vouwwagen-fietsendrager; je hoeft fietsendragers niet per se óp je auto te monteren.

We nemen hier het fietsenrek op de caravan als voorbeeld. Er zijn voor deze situatie meerdere opties: zo kun je een fietsendrager op de dissel (de buis of stang waarmee je de caravan aan de auto koppelt) of achterop de caravan plaatsen, maar er bestaan ook indoordragers waarmee je je fietsen in de caravan kunt plaatsen.

De eerste caravan-fietsendrager die we bespreken, is de fietsendrager op de dissel. Dit model is in verschillende uitvoeringen verkrijgbaar. Over het algemeen kun je heel eenvoudig een fietsenrek op de dissel monteren. Disselfietsendragers worden vastgezet met beugels die om de chassisbalk geklemd worden.

©PXimport

Mocht je caravan disselafdekking hebben, dan raden we je aan deze te verwijderen voor de montage of er voorzichtig doorheen te boren. Daarnaast kun je ervoor kiezen om te werken met een trekhaakkogel op de dissel. Let echter wel op dat niet alle fietsendragers voor op de dissel op elke caravan passen. Dit heeft onder meer te maken met de kogeldruk, de ruimte die nodig is om de fietsdrager te monteren, en de afstand tussen de fietsendrager en de auto. Een nadeel van disselfietsendragers is dat de maximale (schaar)hoek die de auto en caravan kunnen maken nadelig wordt beïnvloed.

Een andere optie is je fietsendrager achterop de caravan monteren. Er zijn in deze categorie diverse modellen beschikbaar; zo zijn er bijvoorbeeld modellen waarbij je de fietsendrager aan de bovenzijde bij de caravanrail vastschroeft. De onderzijde van de fietsendrager zet je dan aan de wand of aan de bodem van de caravan vast.

Er zijn ook modellen waarbij je de steunen onder het caravanraam bevestigt. Een nadeel van dit soort fietsendragers is dat de concentratie van gewicht tegen de achterwand de disseldruk verlaagt, waardoor de kans op instabiel weggedrag groter wordt. Zodoende is het ook bij deze optie zaak te zorgen voor voldoende kogeldruk.

Als je je fiets mee wilt nemen tijdens je trip met de caravan, kun je ook nog voor twee andere oplossingen kiezen. Denk bijvoorbeeld aan een tussenoplossing, waarbij je één fiets op de dissel plaatst en een andere fiets op de caravan plaatst.

Meer artikelen over e-bikesMeer artikelen over fietsendragers

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.