ID.nl logo
Fietsendragers: trekhaak, dak of achterklep? Dit moet je weten
© AlexGo - stock.adobe.com
Mobiliteit

Fietsendragers: trekhaak, dak of achterklep? Dit moet je weten

Voor wie zijn fiets graag meeneemt op vakantie of regelmatig nieuwe fietsroutes rijdt, is een fietsdrager onmisbaar. Er zijn verschillende manieren om je fiets te vervoeren, maar welke is voor jou het beste? We zetten de voor- en nadelen van trekhaakdragers, dakdragers en achterklepdragers voor je op een rij. Zo ben je er zeker van dat je je fietsen veilig vervoert, zonder in te leveren op rijcomfort en gemak.

In dit artikel vertellen we je: 🚗🚲 Wat de voor- en nadelen zijn van de drie soorten fietsendragers. 🚗🚲 Welke fietsen je met welk type fietsendrager kunt vervoeren. 🚗🚲 Op welke kosten je ongeveer kunt rekenen.

Ook interessant: Dit zijn vijf stevige fietsendragers voor hooguit 700 euro

Een fietsendrager maakt het eenvoudig om je fiets(en) zonder al te veel inspanning over lange afstanden te vervoeren. Of je nu naar een fietsvakantiebestemming rijdt of een route wilt fietsen die zich wat verder weg bevindt: een fietsendrager biedt flexibiliteit en vrijheid. De dragers zijn doorgaans zó ontworpen dat je de fiets(en) veilig kunt vervoeren, zonder bang te zijn dat je ze onderweg verliest of dat het schade toebrengt aan je auto of fiets(en). We bespreken de voor- en nadelen van de verschillende opties, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken.

Trekhaakdragers

Een trekhaakdrager is makkelijk in gebruik en bovendien eenvoudig te bevestigen aan je auto. Sommige van dit soort fietsendragers hebben een kantelfunctie, waardoor de kofferbak toegankelijk blijft zonder dat je de drager hoeft te verwijderen. Een trekhaakdrager biedt doorgaans plek voor meerdere fietsen. De trekhaakdrager is dan ook geschikt voor wie graag met het hele gezin op (fiets)vakantie gaat, omdat je – afhankelijk van het model – tot wel vier fietsen kunt meenemen. Ook zijn trekhaakdragers tegenwoordig steeds vaker geschikt voor e-bikes, maar het is belangrijk dat het maximale draagvermogen van de trekhaak het hoge gewicht aankan. 

Hoewel een trekhaakdrager als een erg aantrekkelijke optie klinkt, heb je uiteraard wel een auto mét een trekhaak nodig. Lang niet alle auto's hebben er standaard een. Een andere auto kopen is overigens ook niet nodig. Vaak kun je achteraf nog een trekhaak op je auto laten bevestigen. Dit kost je ongeveer tussen de 800 en 1.100 euro. Het is dan wel handig om een auto te hebben die ook daadwerkelijk extra gewicht kan dragen. Dan heb je nog de kosten voor de drager zelf. Voor een fietsendrager voor twee e-bikes ben je al snel minstens 450 euro kwijt.

Ook is het goed om te weten dat een trekhaakdrager het zicht naar achteren kan beperken. De fietsen staan immers pal achter de achterklep. Het verminderde zicht kan het lastiger maken om bijzondere verrichtingen uit te voeren, zoals parkeren of achteruit rijden. Je bent ook verplicht om een witte kentekenplaat te gebruiken zolang de fietsendrager aan je auto bevestigd zit. Door het formaat en het gewicht van een trekhaakdrager kan het daarnaast een uitdaging zijn om hem op te bergen in periodes dat je hem niet gebruikt. 

Lees ook: Fietsendrager monteren op de trekhaak je auto? Dit is de beste manier

©Alena

Dakdragers

Een dakdrager lost een paar nadelen van de trekhaakdrager op. De kofferbak blijft namelijk goed toegankelijk en doordat er geen fietsen achterop staan, wordt ook je zicht niet beperkt. Dit zijn de voornaamste redenen om een dakdrager te verkiezen boven een trekhaakdrager. Ook is de prijs te overzien; dakdragers zijn al verkrijgbaar voor enkele tientjes per drager, al kan de prijs oplopen tot boven de 100 euro. Je auto moet echter wel over een dakrails beschikken. Dit kan afhankelijk van het automodel op een later moment worden aangebracht.

Tegelijkertijd zorgt de locatie van de fietsen op het dak voor een aantal nieuwe uitdagingen. Je moet nu namelijk rekening houden met de doorrijhoogte in onder meer parkeergarages, tunnels en tolpoorten. Mogelijk moet je op reis voor een andere, minder snelle route kiezen. Ook moeten de fietsen ook op een of andere manier op het dak worden bevestigd. Het hoog moeten tillen van de fietsen kan bovendien fysiek uitdagend zijn. Daardoor zijn zwaardere fietsen zoals e-bikes geen goede match. Daarnaast vangen de fietsen tijdens het rijden een hoop wind, wat niet alleen je brandstofverbruik omhoog brengt, maar ook voor geruis kan zorgen. Het verschilt per persoon of je dat laatste als storend ervaart. Verder is er plek voor maximaal drie fietsen.

Achterklepdragers

Achterklepdragers zijn erg interessant voor mensen die slechts zo nu en dan hun fiets willen vervoeren. De drager is makkelijk te bevestigen en weer te verwijderen. Vaak heb je niet eens gereedschap nodig. Dit type fietsdrager is bovendien ideaal als je een auto zonder trekhaak en dakrails hebt. Een achterklepdrager neemt daardoor minder extra kosten met zich mee en is goedkoper in aanschaf dan de andere opties die al in dit artikel zijn genoemd. Je hebt er al een voor rond de 100 euro. 

De voordelen van een achterklepdrager zijn echter niet eindeloos, want deze fietsdrager is doorgaans minder stabiel en stevig. Dit merk je vooral bij hogere snelheden en hobbelige wegen. Ook is er doorgaans iets minder ruimte voor de fietsen. Reken op maximaal twee en soms drie fietsen. Daarnaast is het niet mogelijk om er een e-bike mee te vervoeren, vanwege het lage draagvermogen dat een achterklepdrager aankan. 

Een van de nadelen van trekhaakdragers blijft bovendien in stand, want het zicht naar achteren wordt ook hier beperkt. Doordat de drager aan de achterklep wordt bevestigd, loop je ook iets meer risico op schade aan de lak van de auto of de fietsen wanneer de drager niet op de juiste manier wordt gebruikt. Ook niet onbelangrijk: het openen van je kofferbak kan afhankelijk van het model vrij lastig zijn als de drager is bevestigd. 

Lees ook: Zo weet je of een fietsendrager geschikt is voor je auto én je fiets(en)

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.