ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 (spot)goedkope fietsendragers van max 200 euro
© Kirill Gorlov - stock.adobe.com
Mobiliteit

Waar voor je geld: 5 (spot)goedkope fietsendragers van max 200 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een betrouwbare fietsendrager om één, twee of misschien wel vier fietsen te vervoeren? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

Disclaimer: Op het moment van schrijven zijn de besproken fietsendragers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 200 euro. De prijzen kunnen schommelen.

Pro-User Amber II

De Pro-User Amber II is een van de goedkoopste traditionele fietsendragers die je momenteel kunt kopen. Je kunt er twee fietsen met een totaalgewicht van maximaal 50 kilo op kwijt. Houd hierbij rekening met de maximale bandbreedte van 6 centimeter. Elke wielgoot bevat drie gespen. Zet daarmee de wielen stevig vast. Verder hebben de framehouders een stevige spanband, zodat beide fietsen geen kant op kunnen. Ondanks zijn lage prijskaartje heeft de Amber II een slim kantelmechanisme. Daardoor kun je zelfs als de fietsen al vaststaan nog iets in de kofferbak leggen.

Deze fietsendrager is geschikt voor vrijwel elke auto met een trekhaak. Voor aansluiting van elektra levert de fabrikant namelijk een gecombineerde 7- en 13-polige stekker mee. Overigens verdient laatstgenoemde aansluiting wel de voorkeur. Je beschikt daarmee over een mistachterlicht en achteruitrijverlichting. Je kunt de Amber II relatief eenvoudig verplaatsen, want dit hulpstuk weegt maar 15 kilo. Neem je liever drie of zelfs vier fietsen mee? De Pro-User Amber III en Amber IV kosten momenteel minder dan 300 euro. Tot slot is deze betaalbare oprijgoot een nuttig hulpmiddel.

Thule Xpress

Voor lichtgewicht tweewielers is deze goedkope fietsendrager van Thule ideaal. In tegenstelling tot traditionele fietsendragers ondersteunt dit model een laadvermogen van 30 kilo. Er geldt per vervoersmiddel een maximum van 15 kilo, zodat je bijvoorbeeld twee racefietsen, mountainbikes of lichte stadsfietsen kunt meenemen. De inklapbare behuizing past makkelijk in de kofferbak. Bovendien weegt dit hulpstuk slechts 4,3 kilo. Bedenk wel dat de Xpress geen kantelfunctie heeft. Daarnaast zijn er geïntegreerde sloten.

De montage is zo gepiept. Je zet de Xpress op de trekhaak, waarna je het fietsframe op twee aluminium houders plaatst. Gebruik daarna de rubber riemen om de boel goed vast te maken. Voor het meenemen van een damesfiets en andere modellen zonder standaardframe heb je deze los verkrijgbare adapter nodig. Volgens de Zweedse fabrikant kun je elke lichte fiets met een maat vanaf 20 inch moeiteloos meenemen. Kieskeurig.nl-bezoekers zijn in elk geval overtuigd van dit product. Zij komen tot een gemiddelde beoordeling van een 9,2.

Twinny Load Easy

Wil je zo goedkoop mogelijk twee fietsen meenemen, dan is de Twinny Load Easy een uitstekende kandidaat. Met behulp van een zogeheten schaarkoppeling bevestig je deze fietsendrager simpel op de trekhaak. Klap de constructie vervolgens open en hijs twee fietsen op de drager. De framesteunen zijn voorzien van een zachte schuimlaag. Op die manier ontstaat er onderweg geen schade. Gebruik de geïntegreerde spanbanden om de fietsframes goed vast te zetten.

De Twinny Load Easy heeft een maximale belastbaarheid van 30 kilo. Dit product is dus niet geschikt om twee e-bikes te vervoeren. Je kunt bijvoorbeeld wel racefietsen, mountainbikes, kinderfietsen en lichte stadsfietsen meenemen. Mogelijk heb je voor een damesfiets dit hulpstuk nodig. Deze zéér goedkope fietsendrager weegt slechts 5,5 kilo, zodat je hem makkelijk in de schuur, garage of kofferbak kunt opbergen.

Peruzzo Padova Alu

Heeft jouw auto geen trekhaak? Geen probleem, want met deze slim ontworpen fietsendrager van Peruzzo neem je alsnog twee fietsen mee. Je bevestigt dit hulpstuk rechtstreeks op de achterklep. Handig voor wie af en toe eens tweewielers wil vervoeren. Reserveer voor de montage voldoende tijd, want vergeleken met een reguliere fietsendrager kost de installatie iets meer werk. Aan de hand van diverse haken en spanbanden maak je de Padova Alu vast. Wordt de fietsendrager onderweg niet gebruikt? Je kunt de aluminium constructie dan opklappen.

De Peruzzo Padova Alu ondersteunt een draagvermogen tot 30 kilo. Je kunt dus helaas geen e-bikes meenemen. Verder is het product geschikt voor elke lichte fiets met een framemaat tot 28 inch. Voor het vastzetten van de wielen heeft elke wielgoot twee gespen. Deze fietsendrager weegt 7,7 kilo. Wie liever drie fietsen meeneemt, schaft als alternatief deze uitvoering van de Peruzzo Padova Alu aan. Het maximaal toegestane totaalgewicht van dit model bedraagt 45 kilo. Bestaat de achterklep van jouw auto volledig uit glas? In dat geval zijn beide versies van de Padova Alu niet geschikt.

Pro-User Alustar

Heeft jouw auto dakdragers, dan is de Pro-User Alustar een prijsvriendelijke keuze. Deze aluminium fietsendrager monteer je aan de hand van kunststof vleugelmoeren op het dak. Vervolgens zet je één fiets van maximaal 15 kilo vast. Met behulp van de knelschroef kun je het frame bevestigen. Vanwege de hoogte heb je vermoedelijk een trap nodig om een fiets op de brede wielgoot te hijsen. Houd verder rekening met een maximale diameter van 8 centimeter voor het frame.

Ga je onderweg ergens koffiedrinken? Wees niet bang dat iemand jouw duurbetaalde racefiets of mountainbike steelt. De Alustar heeft namelijk een geïntegreerd slot. Dankzij het compacte ontwerp en lage gewicht van 3,6 kilo berg je deze fietsendrager makkelijk op. Voor een veilige montage zijn dakdragers met een maximaal buisprofiel van 5 × 4,5 centimeter geschikt. Hoewel de fabrikant zelf een adviesprijs van 79,95 euro hanteert, zijn er webwinkels die (veel) minder voor dit product vragen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.