ID.nl logo
Dit is de beste bakfiets voor jouw (gezins)situatie
© JdV | ID.nl
Mobiliteit

Dit is de beste bakfiets voor jouw (gezins)situatie

Nu het nieuwe schooljaar voor de deur staat, overweeg je misschien wel een bakfiets om je kinderen veilig naar school of de opvang te brengen. Ga je voor een elektrisch exemplaar of zet je liever je benen volop aan het werk? Bakfietsen zijn er in allerlei soorten en maten. We zetten de voornaamste types op een rij en bespreken de belangrijkste verschillen.

Dit artikel in het kort: We bespreken de voor- en nadelen van tweewielers en driewielers, inclusief hun wendbaarheid en stabiliteit. We helpen je bij de keuze van de transportbak, met aandacht voor materialen en waterdichtheid.

Lees ook: Hoeveel kinderen passen er in een bakfiets?

Met een bakfiets ervaar je voortaan geen gedoe met voor- en achterzitjes. Bovendien nemen de meeste kinderen maar al te graag in de transportbak plaats. Besluit je eenmaal om een nieuwe bakfiets te kopen, dan valt er heel wat te kiezen.

Een tweewieler als bakfiets

Een slanke bakfiets met twee wielen is erg wendbaar. Zeker in een drukke stad ben je daarmee in het voordeel. Je kunt namelijk gemakkelijker door bochten manoeuvreren en vlot op onvoorspelbare situaties reageren. Denk aan een voetganger die plotseling oversteekt of een roekeloze flitsbezorger die de weg afsnijdt. Verder is dit vervoersmiddel relatief licht. Zo kun je bij een stoplicht bijvoorbeeld gemakkelijk wegfietsen.

Daarentegen is een bakfiets met twee wielen logischerwijs onstabieler dan een driewieler. Zeker bij een zware belasting is dat wel een aandachtspuntje. Moet je stoppen, dan zet je minimaal één voet aan de grond. Bedenk ook dat een tweewieler altijd een fietsstandaard vereist. Het kost redelijk wat kracht om de bakfiets op de standaard te zetten.

Een driewieler als bakfiets

Er bestaan ook bakfietsen met drie wielen. Hierbij bevinden zich twee wielen aan de voorzijde. Het voordeel hiervan is dat je heel eenvoudig kunt parkeren. Zet de bakfiets stil bij het schoolplein en laat de kinderen direct uitstappen. Een fietsstandaard is niet nodig. Zeker bij een hoog gewicht is dat erg comfortabel. Verder heeft een driewieler veelal meer ruimte in de transportbak. Neem hierdoor gemakkelijker meerdere kinderen of extra spullen mee. In de grootste modellen passen wel zes kinderen!

Een brede driewieler stuurt wel een stuk logger dan een bakfiets met twee wielen. Dat ervaar je met name in de bochten. Bovendien reageert een driewieler heftiger op oneffenheden van het wegdek. Dat merken de jonge passagiers vooral op hobbelige wegen. Een driewieler vergt iets meer trapkracht om voldoende snelheid te ontwikkelen. De drie wielen zorgen tenslotte voor meer weerstand.

Leestip: Bakfiets kopen? Hier moet je op letten

Neem je kind(eren) veilig mee op de fiets

Een goed passende fietshelm beschermt ze mocht er iets misgaan

Elektrische bakfietsen

Er bestaan ook elektrische bakfietsen. In dat geval levert de ingebouwde aandrijfmotor trapondersteuning. Voor de energievoorziening bevat elke elektrische bakfiets een accu. De aanwezige elektronica maakt de bakfiets zo’n zeven à tien kilo zwaarder. Dat merk je onder meer bij het stallen van de fiets. De betere modellen hebben een loophulp. Hierbij houdt de motor rekening met je wandeltempo. Hierdoor loop je met het stuur in de hand moeiteloos naar de fietsenstalling, de garage of het tuinhuis.

De ondersteuningsmotor zit bij de trapas, in het achterwiel of in het voorwiel. Vanwege een ‘onzichtbaar duwtje’ in de rug trek je soepel op. Dat kost nauwelijks inspanning. Kom hierdoor niet-bezweet bij het schoolplein of de kinderopvang aan. Je houdt de bakfiets bovendien moeiteloos op de gewenste snelheid. Met name in open gebieden met veel tegenwind is een elektrische bakfiets geen overbodige luxe. Daarnaast is het fijn wanneer je bij lange afstanden, viaducten en heuvels trapondersteuning kunt aanspreken.

Een elektrisch exemplaar is vanzelfsprekend een stuk duurder dan een gewone bakfiets. De goedkoopste modellen beginnen bij zo’n 2200 euro. Zijn je kinderen groot en ziet het vervoersmiddel er nog goed uit? De elektrische bakfiets heeft dan nog een redelijke restwaarde.   

Meld je aan voor de E-bakfiets Duurtest-resultaten

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl E-bakfiets Duurtest resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

De motor van je elektrische bakfiets

Een elektrische bakfiets heeft een aantal elektrische componenten, zoals de motor, de accu en het display. Net als bij reguliere elektrische fietsen is in de regel één merk verantwoordelijk voor al deze onderdelen. Zo voorzien populaire fietsmerken als Batavus, Urban Arrow en Cube hun elektrische bakfietsen van Bosch-middenmotoren. Bij de wat goedkopere producten is het vervoersmiddel veelal afgemonteerd met componenten van Bafang. Dit Chinese merk staat bekend om zijn uitstekende prijs-kwaliteitverhouding. Verder produceren GWA Energy, Shimano en Yamaha geschikte elektromotoren voor bakfietsen.

Watch on YouTube

De beste transportbak kiezen

Weet je precies welk type (elektrische) bakfiets je wilt kopen? Verdiep je dan goed in de transportbak. Sommige modellen zijn waterdicht, zodat kinderen en spullen droog op de bestemming aankomen. Verder speelt de bakgrootte een belangrijke rol. In de specificaties van de bakfiets staat meestal hoeveel liter inhoud de transportbak bevat, zodat je bakfietsen op dit aspect kunt vergelijken.

Houd ten slotte rekening met het materiaal van de transportbak. Veel modellen hebben er een van kunststof. Een goede keuze, want dat materiaal kan wel tegen een stootje. Wil je een lichtgewicht bakfiets, dan kun je een exemplaar met een bak van industrieel piepschuim overwegen. Dat materiaal is immers sterk én licht. Daarnaast bestaan er ook zeer robuuste transportbakken van hout.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos