ID.nl logo
Hoeveel kinderen passen er in een bakfiets?
© pikselstock - stock.adobe.com
Mobiliteit

Hoeveel kinderen passen er in een bakfiets?

Bakfietsen worden veel gebruikt voor het vervoeren van kinderen. Wil jij een bakfiets kopen? Omdat niet in elke bakfiets evenveel kinderen passen, doe je er goed aan om eerst te bedenken hoeveel ruimte jij in de bak nodig hebt. In dit artikel leggen we uit waar je allemaal op moet letten.

In dit artikel vertellen we je: **👧👦🏼 Hoeveel kinderen er in een bakfiets passen 👧🏼👦 Hoe groot kinderen mogen zijn als je ze (nog) in een bakfiets wilt vervoeren 👧👦🏽 Welke accessoires je kunt aanschaffen om het vervoer van kinderen makkelijker en veiliger te maken. **

Lees ook: Veilig fietsen op een bakfiets doe je zo

Meld je aan voor de E-bakfiets Duurtest-resultaten

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl E-bakfiets Duurtest resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Hoeveel kinderen kunnen er in een bakfiets?

Er zijn twee bakfietsvarianten: de tweewieler en de driewieler. De bakfiets met twee wielen biedt standaard plaats aan twee kinderen. In een tweewieler heb je in de meeste gevallen (als de bak diep genoeg is) de mogelijkheid om voor de twee kinderen op het bankje ook een Maxi-Cosi te plaatsen, zodat je ook een baby kunt vervoeren. In sommige tweewielers is het ook mogelijk om een extra bankje te plaatsen, waardoor er drie, of soms zelfs vier kinderen op een bankje kunnen zitten. Let op: niet álle bakfietsen met twee wielen hebben hiervoor een bak die diep en breed genoeg is.  

In bakfietsen met drie wielen passen in de meeste gevallen vier kinderen. Dit komt doordat de bak van een bakfiets met drie wielen groter en breder is dan die van een tweewieler. In de meeste gevallen zitten er in de bak van een driewieler twee bankjes die tegenover elkaar geplaatst zijn. In een driewieler kun je ook een Maxi-Cosi plaatsen om veilig een baby te vervoeren. Daarover lees je verderop in dit artikel meer.

Lees ook: 10 accessoires om je (elektrische) bakfiets nóg veiliger te maken

Bakfietsen met extra grote bak

Er bestaan ook bakfietsen met een extra grote bak waar meer dan vier kinderen in passen. Deze bakfietsen zijn altijd driewielers, zodat het gewicht van de bak goed verdeeld kan worden over de wielen. Er bestaan bakfietsen waar tot wel tien kinderen in passen! Vaak worden deze fietsen gebruikt door kinderdagverblijven of BSO’s, omdat zij veel kinderen tegelijk moeten kunnen vervoeren. Voor zeer grote gezinnen is dit type bakfiets natuurlijk ook een uitkomst. Deze fietsen zijn altijd elektrisch, omdat het anders een te grote klus wordt om zo veel gewicht voort te duwen.

©pikselstock

Bakfiets proberen?

Hier zit er vast wel eentje voor je tussen!

Welk gewicht kan een bakfiets aan?

Het aantal kilo's dat een bakfiets kan dragen, hangt af van de spaken en de velgen van de fiets. De wielen moeten al het gewicht van de bak dragen. Des te steviger de wielen (en de spaken en velgen die daarin verwerkt zitten), des te meer gewicht de fiets aankan.

Omdat het gewicht bij een bakfiets met drie wielen verdeeld kan worden over drie wielen, kan dit type bakfiets meer gewicht dragen dan de gemiddelde tweewieler. Bij een bakfiets met twee wielen moet je rekening houden met een gemiddeld laadvermogen van 100 kilo (exclusief bestuurder). Als we uitgaan van een gemiddeld gewicht van 20 kilo bij een kind van vijf jaar oud, zou je dus zeker vier kinderen moeten kunnen vervoeren.

De gemiddelde bakfiets met drie wielen kan tot ongeveer 150 kilo aan gewicht dragen (exclusief bestuurder). Hier kunnen dus met gemak vier kleuters en nog wat extra bagage in vervoerd worden. Vaak heb je aan 150 kilo laadvermogen genoeg. Grotere kinderen wegen natuurlijk meer, maar vanaf een bepaalde leeftijd gaan de meeste kinderen zelf fietsen, en zitten zij niet meer in de bakfiets.

Grote bakfietsen die geschikt zijn voor meer dan vier kinderen kunnen natuurlijk meer kilo's dragen. Zo zijn er bakfietsen die tot 350 kilo in de bak kunnen dragen. Hier kunnen qua gewicht dus prima tien kinderen van 20 kilo in.

Zet je kind een fietshelm op

Bij aanrijdingen kunnen ze levens redden!

Gewicht verdelen in de bakfiets

Wanneer je veel kinderen, en dus ook veel gewicht vervoert in een bakfiets, is het wel belangrijk om dit gewicht goed te verdelen. Plaats niet alle kinderen aan dezelfde kant en maak kinderen altijd goed vast met een driepuntsgordel die niet te los zit. Plaats kinderen daarnaast zo dicht mogelijk bij het stuur.

Ook interessant: Elektrische bakfiets kopen? Lees eerst deze tips!

Hoe vervoer ik een baby/jong kind in een bakfiets?

Een baby kan al vanaf drie maanden veilig vervoerd worden in een bakfiets. Dit kan in de Maxi-Cosi, maar het kan ook in een babyschaal. Dit is een soort autostoeltje voor in de bakfiets. Baby’s mogen in een babyschaal als zij hun nekje goed omhoog kunnen houden. Het verschilt per baby wanneer dit ongeveer is.

In de meeste tweewielers passen twee babyschalen naast elkaar (ideaal voor gezinnen met een tweeling). In bakfietsen met drie wielen passen eigenlijk altijd twee babyschalen, ofwel naast elkaar, of tegenover elkaar.

Wanneer je kindje uit de babyschaal is gegroeid, is een peuterschaal een mooie opvolger. Deze schaal zorgt ervoor dat je kindje iets minder ligt en meer rechtop zit. Je kunt de peuterschaal gebruiken vanaf een leeftijd van acht maanden. Met anderhalf jaar zijn de meeste kindjes sterk genoeg om zelfstandig en zonder schaal te kunnen zitten in de bakfiets. Het is dan wel essentieel dat je hen goed vastmaakt met een driepuntsgordel.  

©hadrian

Kinderen vervoeren in een bakfiets

Ben je dus op zoek naar een bakfiets om kinderen in te vervoeren? Bepaal allereerst hoeveel kinderen je wil vervoeren en hoeveel kilo's aan gewicht je wilt dat de bakfiets kan dragen. Afhankelijk daarvan kun je kijken welke bakfiets bij die wensen past. Wel is het in de meeste gevallen verstandig om te kiezen voor een elektrische bakfiets, zodat het goed haalbaar is om al dat gewicht te kunnen vervoeren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.