ID.nl logo
Consumenten testen: de Tenways CGO800s
Mobiliteit

Consumenten testen: de Tenways CGO800s

De e-bike van het Chinese merk Tenways valt op vanwege zijn luxe eigenschappen, lage gewicht en aantrekkelijke prijs. Hoe de fiets in praktijk ervaren wordt, lees je in deze Tenways CGO800s-review.

In samenwerking met Tenways.

Als onderdeel van de Kieskeurig.nl E-bike Duurtest is deze Tenways CGO800s uitgebreid getest door drie verschillende testrijders, die allen de fiets een paar weken in gebruik hebben gehad. Wil je meer weten over de testprocedure en hoe de testers gematcht zijn met de e-bikes? Of wil je weten welke elektrische fietsen uiteindelijk met een predicaat uit de procedure zijn gekomen? Klik dan op onderstaande knop.

De Kieskeurig.nl E-bike Duurtest 2023

Meer dan 40 elektrische fietsen getest

De Tenways CGO800s is een opvallende fiets: qua herkomst van de fabrikant, qua functies, qua specificaties, messcherpe prijs en zelfs qua ontwerp. Tenways doet met deze e-bike een beetje denken aan een soort Chinese variant van het fietsmerk Cowboy.

Luxe features

Het ontwerp van de fiets is tot in de puntjes afgewerkt. Lasnaden en kabels zijn goed verwerkt en het display is zelfs in het stuur geplaatst. Desgewenst koppel je je smartphone hiermee. En heeft deze e-bike nou een richtingaanwijzer in het achterlicht? Jazeker! Via een knopje op het stuur laat je andere weggebruikers weten dat je afslaat. Dat geeft een wat veiliger gevoel. Althans, als je zelf de richtingaanwijzer niet weer vergeet uit te zetten na de bocht. Coen Oeij merkt hierbij op dat de richtingaanwijzers voor in het donker erg handig zijn.

Een andere opvallende feature is het traploos automatisch schakelen. De fiets past hierbij automatisch aan op de trapkracht. Zo hoef je zelf niet na te denken over schakelen, bijvoorbeeld het terugschakelen voordat je wegrijdt. Maar het ontneemt ook controle. Yvonne Groen is daar minder over te spreken: “Fiets heeft geen versnellingen. Dat mis ik persoonlijk, omdat ik vaak in zwaarste versnelling fiets.”

Voor een fiets in deze prijsklasse is de riemaandrijving ook een luxe eigenschap. Een riem heeft minder onderhoud nodig dan een ketting. Ook de hydraulische schijfremmen zijn een fraaie eigenschap, Over het algemeen werken deze goed, alleen merkt Yvonne Groen wel op dat ze bij het maken van een noodstop wat tekortschieten.

Een achterlicht met richtingaanwijzer ...
... Een display in het stuur verwerkt ...
... En riemaandrijving op de Tenways CGO800s.

Specificaties

Pakken we de specificaties erbij, dan valt op dat de motor in het achterwiel is geplaatst. De meeste e-bikes hebben deze in de trapas verwerkt voor de meest natuurlijke rij-ervaring. Alle testers zijn tevreden over de motorkracht en responsesnelheid van de Mivice M070-motor. Dat is opvallend, want de motor heeft op papier minder trekkracht: maximaal 40 Nm, terwijl er e-bikes in deze test voorbij zijn gekomen met meer dan 80 Nm. Toch zoefden onze testers er met gemak op weg. Ook de plaatsing in het achterwiel bracht de testers een natuurlijke rij-ervaring zonder het gevoel ‘geduwd’ te worden.

De motor is opvallend compact en licht. En dat gewicht, daar zou wel eens het geheim in kunnen zitten van de opvallende trekkracht. De fiets is, inclusief accu, slechts 23 kilo. Peter Hamstra (75): “Het gewicht van de fiets is zelfs op mijn leeftijd goed te hanteren.” De fiets is niet alleen makkelijk uit de schuur of in een rek getild, maar het geeft ook een prettige wendbaarheid in het verkeer. Bovendien is de Tenways-fiets uitgerust met dikke banden, waardoor je wendbaarheid combineert met een prettig wegligging. Het maakt de Tenways CGO800s een uitstekende stadfiets.

Buiten de stad is vooral de actieradius een zorgenkindje. De specificaties omschrijven de accu als goed voor ongeveer 100 kilometer. Dat is al een rode vlag. Netto kom je, aldus Peter Hamstra, uit op zo’n 65 kilometer. Naarmate weers- en omgevingsomstandigheden zwaarder worden, wordt het bereik nog een stuk lager. Er zijn helaas geen uitvoeringen verkrijgbaar met een grotere accu.

Wanneer het tijd is om op te laden, kan de accu eenvoudig uit het frame worden gehaald. Ook kan de e-bike direct aan het stopcontact worden opgeladen.

Zithouding

De Tenways e-bike heeft een zithouding waarbij je ietsje voorovergebogen op het zadel zit en wat voorover leunt op het steur. Yvonne Groen en Coen Oeij vonden dit een prettige houding, Peter Hamstra geeft toch de voorkeur aan een iets rechtere zithouding. Het zadel is makkelijk verstelbaar, maar het stuur is dat niet.

Het rijcomfort wordt over het algemeen als prettig ervaren, maar Yvonne merkt wel op dat iets meer vering geen kwaad had gekund.

Conclusie: Tenways CGO800s kopen?

De Tenways CGO800s is een van de meest opvallende e-bikes uit de E-bike Duurtest. Er valt dan ook veel te vertellen over de elektrische fiets. De afwerking, motor, riemaandrijving, display, achterlicht met richtingaanwijzer, gewicht, wegligging en bijbehorend prijskaartje vallen alle testers positief op: genoeg voor drie aanbevelingen. De e-bike is een ideale stadsfiets. Toch zijn er enkele aandachtspunten. De versnellingsset die voor jou bepaalt hoe zwaar er getrapt wordt is erg wennen en niet voor iedereen ideaal. De actieradius die de accu biedt is behoorlijk ondergemiddeld en hoewel de remmen over het algemeen goed werken, merkte een tester op dat noodstops ze wat minder goed afgaan.

Pluspunten

  • Luxe betaalbare fiets

  • Trekkracht en reactiesnelheid motor

  • Wendbaar en stabiele rijervaring

Minpunten

  • Geen versnellingen: is niet voor iedereen

  • Remkracht bij noodstops

  • Bereik niet indrukwekkend

Meer informatie over deze e-bike?

Bekijk de Tenways CGO800s op Kieskeurig.nl
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.