ID.nl logo
Eerste kennismaking | De compacte Hyundai Inster is krankzinnig ruim
Mobiliteit

Eerste kennismaking | De compacte Hyundai Inster is krankzinnig ruim

Het moet de auto worden die volledig elektrisch rijden voor iedereen toegankelijk maakt: de Hyundai Inster. Deze nieuwkomer strijdt met auto's als de Dacia Spring en Citroën ë-C3, maar dan wel op geheel eigen wijze. Hyundai zet in op innovatie, technologie en vooral een slim en opvallend ruim interieur. Irwin van InstaAutoVlog mocht alvast even kennismaken.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Compacte buitenmaten, veelbelovend interieur

Hyundais langverwachte junior is met een lengte van 3,82 meter en een breedte én hoogte van 1,61 meter een auto die qua lengte korter is dan de Citroën ë-C3. Dankzij een 4 centimeter langere wielbasis is de Inster echter veelbelovend wat betreft het interieur. In vergelijking met de Dacia is hij wel 10 cm langer, zo'n 3 cm breder en net geen 10 centimeter hoger. De Inster lijkt hiermee in het A+-segment te opereren en zit qua formaat tussen een Hyundai i10 en i20 in.

Bekijk onderaan dit artikel een video van de Hyundai Inster.

Zelfverzekerd en stoer design

Bij onze eerste kennismaking met het model merken we dat het inderdaad een mooi formaat auto is die dankzij zijn hoogte en sterke design zelfverzekerd en stoer oogt. De Inster lijkt qua karakter op de Suzuki Ignis, wat mede door de dakrails wordt versterkt. We vinden vooral de koplampen en dagrijverlichting mooi, evenals Hyundais consistentie in het design middels de pixelverlichting, zowel voor als achter. Maar let op: dergelijke details behoren helaas niet tot standaarduitrusting.

Flexibele bagageruimte

De Inster beschikt over vijf deuren. De achterklep verschaft toegang tot minimaal 258 en maximaal 352 liter bagageruimte. Let wel: een aanzienlijk gedeelte hiervan vind je onder de vloer. Een sterke troef is echter de in lengte verschuifbare achterbank die de flexibele inhoud mogelijk maakt. Klap je deze in een verhouding van 50:50 neer, dan kun je maximaal een kuub aan spullen meenemen. En er is meer: als je ook beide voorstoelen neerklapt, past er zelfs een compleet eenpersoonsmatras in!

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Riante vierzitter

En ook op de tweede zitrij is het goed toeven. We merken dat iemand met een lengte van 1,84 meter hier prima 'achter zichzelf' kan zitten. Zelfs met de achterbank helemaal naar voren is er voldoende ruimte, al is het met de achterbank helemaal naar achter uiteraard een stuk comfortabeler. Dan kunnen de benen bij wijze van spreken zelfs gestrekt worden. De hoek van de rugleuning kan voor extra comfort of ondersteuning worden aangepast en er is zelfs aan een usb-aansluiting gedacht. Een bijzonder feit is wel dat de Inster er alleen als vierzitter komt. Dat is een bewuste keuze van het merk en maakt onder andere de flexibiliteit en de 50:50-opstelling van de achterbank mogelijk.

Uiterst volwassen interieur

Voorin in de INSTER zien we een volwassen interieur. Het dashboard is degelijk gebouwd en opvallend fraai vormgegeven. Standaard zijn er twee displays: een digitaal instrumentarium en een 10,25-inch infotainmentsysteem. Dit systeem is standaard voorzien van navigatie, inclusief EV-routeplanning en Apple CarPlay/Android Auto-connectiviteit. Er heerst dus een digitaal sfeertje, maar voor tal van andere zaken – zoals de klimaatregeling, stoelverwarming en multimedia – zijn er hardwareschakelaars.

Comfortabele rijpositie

Het zitcomfort is daarnaast dik in orde. Het stuurwiel is – vrij uniek voor dit segment – zowel verticaal als axiaal verstelbaar, en dankzij een vlakke vloer is er genoeg been- en voetenruimte. Aan opbergvakken en zelfs tassenhaakjes is daarnaast ook geen gebrek. Het draadloos opladen van je telefoon is eveneens een optie.

Uitvoeringen en aandrijflijnen

De Inster komt in drie uitvoeringen:

E-Motion (instapper)PulseEvolve (topuitvoering)
42kWh-batterijStandaard grote batterij17-inch lichtmetalen wielen
97 pk en 147 Nm sterke elektromotor15-inch lichtmetalen wielenLED-koplampen en LED-pixeldetails
305 km bereikPrivacy glass vanaf de B-stijlDakdragers
Optioneel: 49kWh-batterij (355 km bereik) en 115 pk sterke motorParkeersensoren rondomV2L-aansluiting
Ledverlichting aan de achterkantOptioneel Winter Pack
Optioneel Winter Pack (warmtepomp met actieve batterijverwarming, stoel- en stuurwielverwarming)Optioneel Tech Pack (360-graden camerafunctie, 220V-aansluiting in het interieur, digitale sleutel, dode/blindehoekdetectie inclusief cameraweergave op het bestuurdersdisplay)
Verschuifbare achterbank

Alle modellen hebben standaard een 11kW-boordlader en kunnen in 30 minuten van 10 naar 80 procent laden met een DC-lader.

Prijzen en conclusie

De opbouw van deze pakketten laat zien dat het leuke uiterlijk van de Inster, evenals de technologie, zeker niet standaard zijn. De prijzen zijn nog niet bekend, maar we rekenen op een instapprijs van onder de 25.000 euro. Het is te hopen dat een goed afgeladen Evolve-uitvoering niet boven de 30.000 euro uitkomt.

Hoe dan ook koop of lease je met de Hyundai Inster een mooi en modern totaalpakket dat volledig elektrisch rijden voor meerdere doelgroepen mogelijk moet maken. De combinatie van compacte buitenmaten, een verrassend ruim en flexibel interieur, en moderne technologie zorgen voor een interessante nieuwkomer in het elektrische A+ segment. 

Meer over de nieuwe Hyundai Inster weten en zien? Bekijk dan de video hieronder!

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.