ID.nl logo
De Tesla Cybertruck: indrukwekkend, maar ook té Amerikaans
© Irwin Versteegh - Duijnstee
Mobiliteit

De Tesla Cybertruck: indrukwekkend, maar ook té Amerikaans

Je moet het Elon Musk nageven: van alle zijn creaties (denk: een vlammenwerper, een Roadster en in de ogen van velen zelfs de Model 3) leek een uit RVS vervaardigde sci-fi pick-up truck het meest onrijp voor productie. Maar niets is minder waar. De Tesla Cybertruck ís er – en Irwin van InstaAutoVlog heeft Tesla's interpretatie van de American pick-up truck inmiddels uitgebreid bekeken.

Watch on YouTube

Grappig genoeg is de Tesla Cybertruck niet de eerste volledig elektrische pick-up truck. In Amerika is het merk Rivian zeer succesvol met de R1T en zelfs Ford heeft de F-150 Lightning. Daarnaast komt Dodge later dit jaar met een elektrische RAM 1500 , heeft Chevrolet een Silverado EV op de planning staan en gaat GMC met de Sierra EV komen. En o ja, vergeet ook de Hummer EV niet! Ja, pick-up trucks zijn in het land dat meer fastfoodrestaurants dan stenen huizen heeft razend populair en in die goedlopende business wil ook Tesla zich mengen. 

De gemene deler van alle bovenstaande trucks? Het zijn 'gewoon trucks'. De Hummer en Rivian zijn weliswaar iets futuristischer, maar voor de rest zijn alle EV-trucks vrij traditioneel gevormd en gebouwd. Dat kunnen wij beter! moeten ze bij Tesla hebben gedacht en het resultaat was in 2019 – toen de Cybertruck als concept vehicle gepresenteerd werd – inderdaad op zijn zachtst gezegd opzienbarend. En dat is niet vreemd, want Musk en zijn team hebben zich voor het design laten inspireren door de film Blade Runner. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Roestvrijstaal meets biljartlaken

Het meest opvallende aan de Cybertruck, uiteraard afgezien van het hoekige design (zelfs de achteruitrijspiegel heeft geen afgeronde hoeken ☝🏼), is toch wel het materiaal waaruit de Cybertruck is vervaardigd. Het is een door Tesla gepatenteerd roestvrijstaal dat ook voor de SpaceX-raketten wordt gebruikt. '30X Cold Rolled Stainless steel' noemt Tesla het zelf: het staal is minimaal 30 keer 'gerold' waardoor elke oneffenheid verdwijnt en het staal echt ijzersterk is (daarover verderop meer). Het is geen gemakkelijk proces, maar het resultaat mag er zijn: kaarsrechte panelen met een oppervlak zo glad als een biljartlaken.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Scherp en gloeiendheet

Het lastige proces is waarschijnlijk ook de reden dat diverse panelen her en der niet mooi aansluiten en dat de vele hoeken en scherpe randen een eventuele homologatie (👇🏼) in Europa onmogelijk kunnen maken. Kom je een voetganger tegen? Je snijdt hem bij wijze van spreken zo in tweeën. En pas op zomerse dagen ook op met tegen de auto aan leunen: ons eerste halfuurtje met de Cybertruck maakte direct duidelijk dat het ruwe RVS-jasje de warmte van de zomerzon goed vasthoudt.

Mooi woord, homologatie, maar wat betekent het? In de autowereld verwijst homologatie naar de officiële keuring die een nieuw automodel moet ondergaan voordat het op de markt mag komen. Tijdens dit proces controleren de bevoegde instanties of de auto aan alle geldende regels voldoet. Dit omvat onder meer tests voor veiligheid, uitstoot en andere wettelijk vastgelegde normen. Pas na een succesvolle homologatie mag een automodel legaal op de openbare weg rijden.

Exoskelet en pantser

De Cybertruck beschikt over een exoskelet. Diverse exterieurpanelen maken samen met de accu onderdeel uit van het complete chassis. Uniek, zeer sterk, maar wellicht ook kostbaar en lastig in het geval van schade. Over schade gesproken: Tesla claimt dat het RVS-jasje bestand is tegen 9mm-kogels. Bovendien zijn de ramen gemaakt van zogenaamd Tesla Armor Glass. Dankzij een extra laag polycarbonaat is het raamwerk niet alleen idioot sterk, maar scoort het ook nog eens extra punten voor wat betreft geluidsisolatie.

Zo groot is de Tesla Cybertruck De Cybertruck is e5,68 m lang, 2,20 m breed (dat is zonder de buitenspiegels!) en 1,79 m hoog. De wielbasis meet 3,80 m en met een gewicht van 3.000 kg is het ook geen lichtgewicht. Maar eerlijk is eerlijk: een 'normale' V8 Dodge RAM 1500 weegt ook al snel zo'n 3 ton. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Laadruimte en trekgewicht

Zeg pick-up truck en je zegt natuurlijk: laadruimte! Die is hier riant: er past maximaal 1700 liter aan bagage, boomstammen of mountainbikes in. Onder de laadvloer zit nog een extra opbergruimte. Het laadvermogen bedraagt dik 1100 kg. Ook zien we een stopcontact en daarmee kan de Cybertruck tot maar liefst 11,5 kW afgeven aan andere apparaten (waaronder andere EV's). Een flinke powerbank dus! Mooi is ook dat hij standaard over een zogenaamde tonneau-cover beschikt, een soort rolluik. Als deze cover eenmaal elektrisch is gesloten, kan het tot maximaal 135 kg aan gewicht (ver)dragen.

Zoals het een echte pick-up truck betaamt, mag er tot 5 ton achter worden gehangen. Al is dat voor de Nederlandse markt minder relevant, aangezien we hier – in combinatie met een BE-rijbewijs – maximaal 3,5 ton hanteren. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Ook binnen heel veel opbergruimte

Gaan we aan boord van de Cybertruck, dan valt direct op dat de instap een stuk lager is dan bij al zijn concurrenten. En dat ondanks de 20 cm vrije bodemspeling die dankzij de slimme luchtvering tot maximaal 40 centimeter op te rekken is. Je stapt dan ook comfortabel – als in een Model Y - in en neemt plaats in een typisch (maar enorm!) Tesla-interieur. Met name voorin heb je behoorlijk veel zit- en opbergruimte en dat terwijl een Model X of Y op dat vlak al bepaald niet teleurstelt. Om dat even te illustreren: zo zijn de opbergvakken in de deurpanelen bij wijze van spreken net zo breed als de middentunnel in een Model 3 en is de ruimte onder de middenarmsteun groot en diep genoeg om een reisvoorraad frisdrank voor een compleet Amerikaans gezin in kwijt te kunnen.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Tesla-interieur

Wat er nog meer opvalt? Allereerst het immense 18 inch grote infotainment systeem, dat verder qua bediening en snufjes gelijk is aan dat van andere Tesla's. Daarnaast springt meteen het vrij compacte Yoke-stuurwiel in het oog. Dit stuur kenden we al uit de Model S en de Model X, maar het is in de Cybertruck meer dan ooit op zijn plek. Verderop lees je daar mee over.

Nemen we plaats op de tweede zitrij, dan gaat het er ook daar uiterst riant aan toe. Je zit comfortabel, verzuipt in de been- en hoofdruimte en hebt de beschikking over een eigen 8 inch infotainmentsysteem. Het gaafste is toch echter de mogelijkheid om de zitting van de achterbank omhoog te klappen. Dan krijg je een complete vlakke vloer waar je bijvoorbeeld gemakkelijk een paar grote honden kwijt kunt. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Steer By Wire en vierwielsturing

Maar dan terug naar dat Yoke-stuur, want daarmee is iets bijzonders aan de hand. Zo beschikt de Cybertruck om te beginnen over steer-by-wire-technologie. Een fysieke verbinding tussen de wielen en het stuurwiel ontbreekt, en dat maakt het mogelijk dat er met de overbrenging gevarieerd kan worden. Rijd je bijvoorbeeld langzaam, ben je aan het manoeuvreren of sta je wellicht stil, dan is slechts één omwenteling – met beide handen aan de uiteindes – voldoende voor een maximale stuuruitslag. Overigens beschikt de Cybertruck voor extra wendbaarheid standaard over vierwielsturing. 

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Optioneel met extra accu

De aandrijving is ook standaard op alle vier de wielen. Deze Dual Motor-instapper beschikt dan over 600 pk waarmee de 3 ton zware en immense kolos in 4,5 seconden naar de 100 km/u sprint. De power krijgt hij dan van een 120 kWh-accu waarmee een range van circa 450 kilometer mogelijk moet zijn. Het opladen gaat met een 3-Fase 11 kW boordlader – vrij magertjes als je het ons vraagt – en snelladen kan hij met maximaal 250 kW, al leert de praktijk dat er soms zelfs boven de 300 kW wordt gepiekt. 450 km niet genoeg? Dan kun je in de States opteren voor een range extender in de vorm van een extra batterij (à 16.000 dollar). Deze voegt dan ongeveer 200 km range toe, maar dat kost je dan wel laadruimte en laadvermogen.  

🤯 Is 600 pk niet voldoende? Dan is-ie er ook als TriMotor Cyberbeast met drie in plaats van twee motoren en een totaal vermogen van 816 pk en 1400 Nm trekkracht. Krankzinnige cijfers voor een dan ook echt totaal ridicule auto... die wel slechts 3 seconden nodig heeft om de 100 km/u te bereiken.

Leuk voor in de USA. Maar hier?

Ja, het net geen halfuurtje dat we aan de Cybertruck mochten snuffelen heeft absoluut duidelijk gemaakt dat Tesla de pick-up truck opnieuw heeft uitgevonden. Vooral leuk voor de mensen in de USA, want ondanks het revolutionaire ontwerp en productieproces is het voor ons in Europa eigenlijk een onhaalbare en onnodige machine. Te groot, lomp, zwaar en bovendien grof afgewerkt. We beschikken hier niet over drive thru's met een breedte van 3, 65 meter (geen grapje) bij een van onze 200.000 fastfoodrestaurants. En dan vergeten we voor het gemak nog maar de haast onmogelijke regelgeving waar deze auto door het gewicht en de ronduit scherpe en puntige hoeken van het plaatwerk tegenaan zal lopen. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.