ID.nl logo
Zo bespaar je energie in de tuin!
© lovelyday12 - stock.adobe.com
Huis

Zo bespaar je energie in de tuin!

In de tuin kom je lekker tot rust, zeker nu de avonden lekker lang duren. Of je nu een flinke lap hebt of een klein stadstuintje, er zijn genoeg mogelijkheden om je buitenruimte energie-efficiënt te maken. Dus steek de groene vingers lekker in je tuinhandschoenen en lees verder om te ontdekken hoe je jouw tuin kunt transformeren tot een duurzaam paradijs.

Je kunt van alles zelf doen: van het slim omgaan met elektrische apparaten tot het gebruik van natuurlijke isolatie; er valt veel te winnen. Dit lees je hier:

  • Grootverbruikers in de tuin zijn meestal de vijverpomp (of een waterval of fontein), terrasverwarmers en tuinverlichting.
  • Om precies te weten hoeveel energie elk apparaat gebruikt, kun je een energiemeter inzetten.
  • Let ook op apparaten die stand-by staan. Dit sluipverbruik kan flink oplopen.

Interesse in energie besparen? Lees dan ook: 15 gadgets die je helpen energie besparen

Dit zijn de grootverbruikers in de tuin

Wat grootverbruikers zijn, ligt natuurlijk voor een groot deel aan de leeftijd van het betreffende apparaat. De kwaliteit speelt ook mee.

Vijverpompen die 24 uur per dag aan staan kunnen best veel verbruiken. Ook elektrische terrasverwarmers hebben veel stroom nodig. Heb je veel verlichting, dan bespaar je ook door te kiezen voor ledlampen. Deze drie zijn meestal de grootste verbruikers in de tuin.

Je kunt ook besparen op sluipverbruikers. Lampen met een bewegingssensor gebruiken stroom, ook als ze niet branden. Je beveiligingscamera’s kun je misschien helemaal uitzetten als je ze niet gebruikt, bijvoorbeeld als je overdag thuis bent.

Tips om energie te besparen in de tuin

Net als in huis, kun je ook in de tuin gelukkig best wat energie besparen. Kijk maar eens hoeveel elektrische apparaten je hebt, zelfs in een kleine tuin. Hieronder lees je tips om energie te besparen. Dat kan al snel oplopen tot enkele honderden euro's per jaar. Én natuurlijk een fijne bijdrage aan het milieu. Als tuinliefhebber ook niet gek.

Hoe weet je welke apparaten in jouw tuin veel energie gebruiken? Om dat nauwkeurig te onderzoeken, kun je een energiemeter gebruiken. Dit is een apparaatje dat je tussen het stopcontact en het apparaat zelf klikt. Het meet hoeveel energie er gebruikt wordt. Je hoeft op zich geen aparte energiemeter voor ieder apparaat te kopen, want als je een week gemeten hebt, heb je een goed idee van het verbruik. Dan kun je door naar het volgende apparaat.

Vergeet ook niet dat apparaten in de stand-bystand ook nog energie gebruiken. Haal de stekker er bij voorkeur helemaal uit als je een apparaat even niet gebruikt.

Huishoudelijke apparaten hebben ook een energielabel. Controleer deze bij aanschaf.

Laat je apparaten niet onnodig aanstaan

Met een schakelklokje gaan ze automatisch uit

Bereken je stroomverbruik Heb je geen energiemeter, dan kun je nog steeds berekenen wat je verbruikt, bijvoorbeeld voor je buitenlampen. Stel je hebt verschillende lampen met een totaal vermogen van 300 Watt en je wilt deze gedurende 30 dagen ongeveer 4 uur per dag laten branden. Laten we uitgaan van een stroomprijs van 40 cent per kilowattuur.

Om te berekenen hoeveel stroom de lampen verbruiken, vermenigvuldig je het totale vermogen (300 Watt) met het aantal uren dat de lampen branden. In dit geval is dat 4 uur per dag gedurende 30 dagen, wat neerkomt op een totaal van 120 uur.

Het energieverbruik is dan 120 uur vermenigvuldigd met het totale vermogen in kilowatt (300:1000 = 0,3 kilowatt). Je komt dan op een totaal energieverbruik van 36 kilowattuur (kWh).

Met een stroomprijs van 40 cent per kilowattuur, kun je de totale kosten berekenen door het energieverbruik te vermenigvuldigen met de stroomprijs. In dit geval betaal je dus 36 kWh x 0,40 = 14,40 euro voor het laten branden van de lampen gedurende die 30 dagen.

Oude koelkast in de schuur? Energieslurper!

Heb je een oude koelkast in de schuur staan voor een beetje extra ruimte en om een koud drankje bij de hand te hebben. Goed idee, zou je denken. Maar het is een enorme energieslurper. Vooral tijdens de zomermaanden kan het energieverbruik flink oplopen. De zon warmte de schuur immers ook nog op. De koelkast, die ouder en dus niet zuinig is, heeft nog meer energie nodig om de inhoud koel te houden.

Simpele oplossing: zet ‘m uit of doe ‘m weg. Bedenk eens hoe vaak je daadwerkelijk iets uit die koelkast nodig hebt. Vaak kun je flessen en andere gekoelde items ook in een koel badje met water leggen, dat je in de schaduw zet. Op deze manier blijven je drankjes en etenswaren lekker koel, zonder dat je daarvoor de energieverslindende koelkast hoeft te gebruiken.

Het water uit het koel badje gebruik je later weer voor je planten. Zo bespaar je energie én geeft je planten een verfrissende boost. Zonder daar de sproeier voor te pakken.

©Robert Kneschke

Gebruik tuinverlichting op zonne-energie

Ook op tuinverlichting kun je flink besparen. Het hoeft zelfs helemaal niets te kosten, door gebruik te maken van zonne-energie. Deze lampen laden overdag op met behulp van kleine zonnepanelen en gaan 's avonds automatisch aan, waardoor je tuin sfeervol verlicht is. Als je toch elektrische tuinverlichting hebt, kun je een timer instellen om ervoor te zorgen dat de lampen automatisch uitgaan en niet onnodig de hele nacht blijven branden.

Om zowel energiezuinig als sfeervol te zijn, is het raadzaam om ledverlichting te gebruiken. Wil je nog een stap verder gaan in energiebesparing? Overweeg dan het gebruik van kaarsen of lantaarns als alternatief voor elektrische verlichting wanneer je 's avonds in de tuin wilt genieten. Ook nog hartstikke gezellig.

©Ryhor Bruyeu (Grisha Bruev)

Heb je pompen, bijvoorbeeld voor de vijver of waterval? Zet ze ‘s nachts uit

Als je pompen, zoals een vijverpomp of pomp voor een waterval, in je tuin hebt, dan kun je energie besparen door ze slim te gebruiken. Overweeg om de pomp van de vijver af en toe uit te schakelen, aangezien het water niet constant in beweging hoeft te zijn. Daarnaast kun je de fontein of waterval 's nachts uitzetten met behulp van een tijdschakelaar (ook handig voor buitenverlichting).

Een vijverpomp is enorm handig om je vijver schoon te houden en algen en ziekten tegen te gaan. Maar het is een behoorlijke energievreter, zocht Milieu Centraal uit. Het vermogen is gemiddeld 200 watt, maar kan ook meer zijn (bijvoorbeeld bij een grote of diepe vijver). Als deze pomp continu aan blijft staan zit je al snel aan een stroomverbruik van 1750 kWh per jaar, wat neerkomt op een kostenpost van 440 tot 1230 euro.

Verzamel en hergebruik regenwater

Bespaar water in je tuin door regenwater te verzamelen en te hergebruiken. Een eenvoudige manier om dit te doen is door een regenton in je tuin te installeren. De regenton vangt het regenwater op, zodat je het kunt gebruiken om je tuin te besproeien in plaats van kostbaar drinkwater.

Daarnaast kun je ook het water uit een kinderbadje hergebruiken om je planten water te geven. Als je een zwembadje in je tuin hebt, is het handig om het goed af te dekken wanneer je ‘m niet gebruikt. Dit helpt om het water schoon te houden, waardoor je het minder vaak hoeft te vervangen. Als het toch tijd is om het water te verversen en je geen chloortabletten hebt gebruikt, kun je het oude water gebruiken om je planten water te geven.

Zelfs als je geen ruimte hebt voor een regenton in je tuin, kun je regenwater opvangen door gewoon een emmer buiten te zetten tijdens een regenbui. Dat kan zelfs op een balkon.

Overigens kun je ook water besparen door ‘s ochtends vroeg en ‘s avonds pas de planten water te geven. Er verdampt dan minder water. Ook water uit een sproeier verdampt sneller dan uit een gieter (of zet de sproeier op een smalle stand).

Lees ook: Zo overleeft je tuin je vakantie: 10 tips

©Thijs de Graaf - stock.adobe.com

Richt je tuin slim in om energie te besparen

Tegels zijn lekker makkelijk en onderhoudsvrij, dus veel tuinen in Nederland zijn bestraat. Maar ‘onderhoudsvrij’, dat valt best tegen. Ze moeten toch elk jaar wel een keer goed worden schoongespoten, meestal met een hogedrukreiniger. Ze laten water ook niet goed door, waardoor het blijft staan of niet hergebruikt wordt. Gras of lage begroeiing, zoals bodemkruipers, zijn in veel gevallen makkelijker. Zeker wanneer ze goed tegen droogte kunnen. Bovendien hebben insecten, vogels en egeltjes er ook nog wat aan.

Gebruik je handen, bijvoorbeeld voor snoeien

Natuurlijk is een heggenschaar reuze handig. Net als een bladblazer. Voor mensen met een grote tuin bespaart het heel veel tijd. Maar is het voor jouw tuin echt nodig? Wat ouderwets handwerk kan zo nu en dan geen kwaad, het is ook nog goed voor de conditie.

De vijverpomp kwam eerder al aan bod. Het is een fijn apparaat om je vijver schoon te houden, maar er bestaan ook zuiverende planten. Door deze in te zetten, hoef je de pomp veel minder vaak (of zelfs helemaal niet) aan te zetten.

Creëer schaduwplekken met planten (en ter isolatie)

Maak je tuin niet alleen mooi, maar gebruik planten ook slim om schaduwplekken te creëren en je huis te isoleren. Hier zijn een paar creatieve ideeën:

  • Plant een heg of klimplant langs je muren. Behalve dat het er leuk uitziet, zorgen deze groene vrienden ervoor dat je in de zomer de hitte buiten houdt. En omdat ze in de winter hun bladeren behouden, houden ze ook de kou buiten.

  • Leg een groen dak aan. Dit helpt niet alleen om je huis koel te houden in de zomer, maar biedt ook isolatie tegen de kou in de winter.

  • Creëer een natuurlijke zonwering voor je ramen door een boom te planten of druiven tegen de gevel te laten groeien. Een heg aan de zonkant, op enige afstand van je huis, kan ook. Ze geven schaduw, maar planten en bomen geven ook koelte af. Kies voor een plant die in de winter zijn bladeren verliest, zodat je in de koudere maanden kunt genieten van de warme zonnestralen.

Zo geniet je in de zomer van schaduwrijke plekken in je tuin, maar bespaar je ook op energie door natuurlijke isolatie toe te passen.


Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.