ID.nl logo
Review Google Pixel 8a – Het langste updatebeleid in zijn klasse
© ID.nl
Huis

Review Google Pixel 8a – Het langste updatebeleid in zijn klasse

De Google Pixel 8a breekt met het cliché dat je geen enigszins betaalbare Android-smartphone kunt kopen die écht updates krijgt. Deze 549 euro kostende telefoon kan rekenen op zeven jaar updates. Ongekend in zijn prijsklasse, maar is de Pixel 8a los van dit pluspunt ook een goede telefoon? Je leest het in deze uitgebreide Google Pixel 8a review.

Uitstekend
Conclusie

De Google Pixel 8a is voor zijn 549 euro een uitstekende smartphone. Degelijk, compleet in functies en met liefst zeven jaar updates. Deze telefoon kunnen we veel mensen aanraden.

Plus- en minpunten
  • Compleet in functies
  • Uitstekende camera's
  • Schone software krijgt 7 jaar updates
  • Opladen gaat langzaam
  • Betere Pixel 8 is slechts iets duurder

Google verkoopt de Pixel 8a als opvolger van de Pixel 7a, die vijf jaar updates krijgt, wat minder goede specificatie heeft krijgt en zo’n 150 euro goedkoper is. Alsof één concurrent niet voldoende is, biedt Google ook de Pixel 8 aan. Die is een half jaar oud, krijgt zeven jaar updates en is technisch juist iets beter dan de Pixel 8a. Op moment van schrijven haal je de Pixel 8 in huis voor zo’n 620 euro, een meerprijs van zeventig euro ten opzichte van de Pixel 8a.

Ontwerp en scherm

De Pixel 8a lijkt qua ontwerp veel op de Pixel 8 (Pro), maar heeft een behuizing van metaal en kunststof in plaats van metaal en glas. Desalniettemin voelt de telefoon degelijk aan. Met zijn 6,1 inch-scherm is het toestel best goed met één hand te gebruiken. Fijn is dat de smartphone water- en stofdicht is.

©Rens Blom

Het scherm is 'gewoon goed'

Het 6,1 inch-oled-scherm met Full-HD-resolutie komt erg goed over en kan lekker fel op een zonnige dag. Dankzij de 120Hz-verversingssnelheid ziet het beeld er soepel uit. We vinden het leuk dat de telefoon in vier te kleuren te koop is, waaronder een fraaie matte blauwtint.

©Rens Blom

Wij zijn fan van de matte blauwe editie

Complete specificaties

De specificaties van de smartphone zijn lekker compleet. Onder de motorkap draait dezelfde snelle Google Tensor G3-processor als in de duurdere Pixel 8 en 8 Pro, aangevuld met een ruime 8 GB werkgeheugen. Je koopt de Pixel 8a met 128 GB of 256 GB opslagcapaciteit. Als je lang met de telefoon wilt doen, raden we de duurdere 256 GB-versie aan. Beide uitvoeringen kunnen overweg met functies als e-sim (digitale simkaart), 5G en wifi 6E.

©Rens Blom

De Pixel 8a kan draadloos en via usb-c opladen

De accuduur van de Pixel 8a is goed, maar niet bovengemiddeld. Bij wat wij normaal gebruik noemen moet je de telefoon elke nacht of dag opladen. Dat kan bedraad en duurt dan twee uur, wat we lang vinden. Je moet zelf een adapter regelen. Draadloos opladen kan ook (prettig!) ,maar duurt nóg langer, en is zo vooral bedoeld voor ’s nachts.

Goede camera's

In de Pixel 8a zitten dezelfde camera’s als in de Pixel 7a. Het gebrek aan vernieuwing is jammer, maar gelukkig zijn de camera’s – nog steeds – erg goed. Met de hoofdcamera en groothoekcamera schiet je hele realistische foto’s en video’s die lekker scherp overkomen en waarbij niet gerommeld wordt met kleuren. Dat doen veel andere telefoons in deze prijsklasse overigens ook.

©Rens Blom

De Pixel 8a heeft twee camera's op de achterkant

De Pixel 8a onderscheidt zich met name in het donker, door ook dan hele duidelijke foto’s te schieten. Veel concurrenten hebben daar moeite mee.

Hieronder zie je twee normale foto’s en een selfie.

©Rens Blom

©Rens Blom

©Rens Blom

Om het verschil in beeldhoek tussen de hoofdcamera en groothoekcamera duidelijk te maken, hebben we vanaf dezelfde positie op de weg een rij bomen gefotografeerd met beide camera’s. Zoals je ziet, legt de groothoekcamera een veel groter deel van de omgeving vast en is de beeldkwaliteit nog steeds prima. In de hoeken treedt wel een lichte bolling op, maar storend willen we die niet noemen.

©Rens Blom

Hoofdcamera

©Rens Blom

Groothoekcamera

Zeven jaar updates

We noemden het al in het begin: de Pixel 8a krijgt zeven jaar updates. Dat zijn Android-updates (die nieuwe functies introduceren), maar ook beveiligingsupdates (die je toestel veilig houden). Met de Pixel 8a kun je dus tot 2031 vooruit. Grote kans dat je tegen die tijd al een andere smartphone hebt. Google ervaart in dit prijssegment geen serieuze concurrentie op updatevlak. Apple’s goedkoopste iPhone krijgt zes jaar updates en is duurder dan de Pixel 8a en Fairphone belooft weliswaar langer updates, maar heeft steevast érg lang nodig om die updates beschikbaar te stellen. Google daarentegen rolt updates als eerste uit, want het bedrijf ontwikkelt Android zelf.

©Rens Blom

Google geeft de Pixel 8a zeven jaar updates

Google’s dubbelrol heeft ook een ander voordeel: de software op de Pixel 8a is vrij van overbodige apps, games en visuele elementen die veel andere merken graag toevoegen. Je gebruikt Android zoals Google het voor ogen heeft en die versie bevalt ons het beste.

Conclusie: Google Pixel 8a kopen?

De Google Pixel 8a is voor zijn 549 euro een uitstekende smartphone. Degelijk, compleet in functies en met liefst zeven jaar updates. Dit is een telefoon die we heel veel mensen kunnen aanraden, maar op dit moment nog niet van harte. Dat komt omdat de Pixel 8 slechts zeventig euro duurder is en een luxer ontwerp, betere camera’s en snellere oplaadmogelijkheden biedt. Die voordelen ervaar je elke dag, waardoor wij voor de Pixel 8 zouden gaan. Die keuze verandert als het prijsverschil groter wordt, of je simpelweg nu niet meer dan 549 euro wilt uitgeven. In zijn prijsklasse is de Google Pixel 8a namelijk onze nieuwe favoriete smartphone.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.