ID.nl logo
Ferrite: professionele audiorecorder voor iPhone / iPad
© Reshift Digital
Huis

Ferrite: professionele audiorecorder voor iPhone / iPad

Wil je echt serieus aan de slag met geluidsopnamen op je iPhone of iPad, dan is een professionele audiorecorder noodzakelijk. Zoals Ferrite. Niet de goedkoopste (in de betaalversie), maar onmisbaar voor wie voor werk of studie hoogwaardige opnamen én montages wil maken. Draai er o.a. je eigen documentaire of podcast mee in elkaar.

Voor de allerbeste geluidskwaliteit als het gaat om interviews en dergelijke is in elk geval een goede microfoon nodig. Hoe goed de microfoons in de huidige generaties iPad en iPhone ook zijn, ze halen het niet bij (bijvoorbeeld) een goede handmicrofoon. Er zijn verschillende oplossingen, Bluetooth of – altijd beter – bekabeld en geschikt voor de Lightning-poort van je telefoon. Gebruikers van de recentere iPad (Pro’s) hebben meer keuze dankzij USB-C. 

Plan B is gebruik maken van een externe analoog-digitaal-converter (ofwel een USB audio-interface; mogelijk heb je een USB-C naar USB of Lightning-naar-USB-verloopje nodig). Die zijn er in verschillende soorten en maten, van bijvoorbeeld Behringer of Roland. 

Ze zijn vooral handig voor stationair gebruik (vanwege de afmetingen), maar bieden als extra dat ingangsvolume eenvoudig regelbaar is op het apparaat zelf, terwijl ook professionele XLR-microfoons ondersteund worden. Perfect voor studio (op locatie)-gesprekken bijvoorbeeld.

Ferrite gratis of Pro

Ferrite is een voor dit soort doeleinden gemaakte app. In de volledige versie betaal je er wel een bedrag van net geen €30 voor, maar de mogelijkheden maken die prijs snel goed. Het is niet alleen een geluidsrecorder, maar ook een uitgebreide (multitrack) editor. 

Wil je geen geld betalen, dan kan dat ook. In de gratis versie zijn opnamen tot een lengte van 1 uur mogelijk, waarbij verder meer geavanceerde bewerkingsmogelijkheden ontbreken. Maar voor bijvoorbeeld studiedoeleinden kan ook de kosteloze variant zonder meer genoeg zijn, kwestie van gewoon eens uitproberen!

©PXimport

Opnamevolume aanpassen

In dit voorbeeld gaan we simpelweg aan de slag met de in een iPad ingebouwde microfoons, om even een snelle indruk van de mogelijkheden te geven. Voordeeltje daarvan: je kunt nu stereo-opnamen maken. Centrale spil is de opname-volumeregelaar in de vorm van een cirkeltje. Dat vind je rechtsonder het centraal geplaatste microfoonknopje.

Tik erop en veeg naar links of rechts om het niveau aan te passen. Het opnamevolume regel je zo, dat het net onder ’t rode gebied van de VU-meters qua uitslag blijft. Voor de oude rotten: digitale opnames werken niet als cassettes of tapes, waarbij je – afhankelijk van soort tape, recorder en fingerspitzengefühl – vaak beter net wat in het rood kon uitsturen. 

Rood in de digitale wereld betekent simpelweg oversturing en daardoor ontstane vervelende en ‘harde’ vervorming. Klik vervolgens op de microfoon om een opname te starten. Klaar? Tik dan op de stop-knop.

©PXimport

Audio bewerken

Om een opname direct te bewerken tik op klik je op de bewerkingsknop (meest linkse) op de knoppenbalk. Je ziet nu de opname als (in elkaar gedrukte) golfvorm. Een opname inkorten doe je door het begin- of eindpunt naar de gewenste plek(ken) te slepen. 

Met de kleine driehoekjes bovenaan de golfvorm kun je een fade-in en fade-oud van het betreffende blok instellen. Handig, want daarmee voorkom je tikken in gesneden fragmenten. Inzoomen op de golfvorm kan via een horizontale spreidbeweging met twee vingers.

Een krachtige optie is Split. Veeg simpelweg van boven naar beneden op het gewenste splitspunt, net alsof je een plak worst afsnijdt. Zoom eventueel in om het precieze punt te vinden.

©PXimport

Wil je een fragment in een opname verwijderen, dan splits je op het begin- en eindpunt van het ongewenste deel. Tik dan op het geïsoleerde blokje en dan in het verschenen menu op Delete. Aansluitend verwijder je desgewenst het nu ontstane ‘gat’ door op Ripple Delete te tikken. Of je sleept de overgebleven blokken naar een andere positie. 

Je kunt eventueel ook gebruik maken van meerdere tracks; een nieuwe, lege, track maak je door op de +-knop rechtsonder de golfvorm te tikken. Voordeel van de multitrack-werkwijze is dat je overzicht kunt houden door bijvoorbeeld de interviewer en geïnterviewde elk een eigen spoor te geven.

Bestandsformaten en codecs

Als je klaar bent met bewerken, klik je op de knop linksonder in beeld. Je keert dan terug in de overgangsweergave. Om een opname te delen, tik je op de deelknop bij een opname in de opnamenlijst. De gebruikelijke opties verschijnen nu, zo behoort bewaren als bestand tot de mogelijkheden. 

In welk bestandsformaat – gecomprimeerd of ongecomprimeerd en volgens welke codec – wordt opgenomen en (of) geëxporteerd bepaal je door in het hoofdpaneel van de app op de moersleutel rechtsboven in beeld te tikken. Tik op Settings en dan Recording

Lossless levert altijd de beste geluidskwaliteit en het beste uitgangspunt voor bewerken op, maar het kost wel (beduidend) meer opslagruimte. Voor professioneel gebruik en (of) verdere bewerking is dit toch echt de enige juiste keuze.

©PXimport

Qua exporteerformaat tref je de benodigde formaten aan onder de moersleutel, Settings en de kop SHARING FORMAT. Ook hier geldt weer dat lossless natuurlijk het beste is. Maar als je onderweg bent en snel via een mobiele dataverbinding je werk moet doorzenden is comprimeren ook een praktische optie. 

Per formaat zijn kwaliteitsinstellingen beschikbaar; kies in principe voor de hoogst mogelijke bitrates om kwaliteitsverlies zoveel mogelijk te voorkomen. Ben je een pro die werkt in opdracht van bijvoorbeeld een radiostudio dan is en blijft verliesvrij de beste optie. Bovendien geef je dan de ontvanger nog de kans om eventueel nog wat te editen indien de wens daartoe bestaat.

Veel mogelijkheden

Ferrite beschikt over nog veel meer opties en mogelijkheden, waaronder filteren via in- en externe filters (en filter-apps). Het is een zeer compleet geheel waarmee je kant-en-klare producties kunt maken zonder ooit achter een ‘echte’ computer te hoeven zitten. Waarbij vanzelfsprekend geldt dat het ruimer bemeten scherm van een iPad een stuk prettiger werkt.

Niets staat je echter in de weg om een opname op je iPhone te maken en die later te bewerken op de iPad. De app gaat bovendien beduidend verder dan de standaard dictafoon van iOS en iPad. Hoewel tegenwoordig ook behoorlijk uitgebreid is en blijft dat een dictafoon.  Perfect voor interviews die niet voor uitzendingen op podcasts bedoeld zijn, zoals bijvoorbeeld een interview voor een werkstuk dat je later uittikt. 

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos