ID.nl logo
De beste smartphones tot 200 euro
© Reshift Digital
Huis

De beste smartphones tot 200 euro

Niet iedereen wil of kan 700 euro uitgeven aan een high-end smartphone, zeker niet als je iedere paar jaar een nieuwe wil. Voor minder dan 200 euro heb je echter ook al veel keuze. Wij zoeken uit welk vlees je dan in de kuip hebt, ook als je een zogeheten ‘Chinaphone’ koopt.

Tot enkele jaren geleden was het aanschaffen van een smartphone van 200 euro of minder niet bepaald aan te raden. Je kreeg dan vrijwel zonder uitzondering een toestel met een slecht scherm, heel erg weinig opslagcapaciteit en regelmatig een tergend langzame processor. Om eens te kijken wat je op dit moment voor om en nabij de 200 euro op de kop kunt tikken, hebben we tien toestellen getest. Lees ook: De 15 beste smartphones die je in 2016 kunt kopen.

Negen hiervan zijn smartphones die je op dit moment ‘gewoon’ in Nederland op de kop kunt tikken. De Samsung Galaxy J5 is op het moment van schrijven net uit en kost 230 euro. De kans is echter groot dat hij tegen de tijd dat je dit leest al behoorlijk is gezakt in prijs. Aangezien we regelmatig te horen krijgen dat je voor zo’n 200 euro een Chinees toestel kunt kopen dat beter is, hebben we via een webshop een Xiaomi Redmi Note 3 aangeschaft. Inclusief verzendkosten hebben we daar net iets meer dan 200 euro voor afgerekend.

Uiterlijk en bouwkwaliteit

Een goedkoop toestel hoeft er echt niet meer goedkoop uit te zien en dito aan te voelen. Het is wel nog altijd duidelijk dat je niet te maken hebt met een toestel van 700 euro, maar de bouwkwaliteit is zonder uitzondering dik in orde. Het enige wat ons is opgevallen bij het uitgebreid betasten van de toestellen, is dat de achterkant van Pop 4S van Alcatel net iets te ver in te drukken is. De fraaiste afwerking hebben wat ons betreft de LG K10 en de Samsung Galaxy J5. De Huawei P8 Lite, Wiko U Feel Lite en de Xiaomi Redmi Note 3 zijn de enige modellen met een aluminium achterkant. Qua knoppen is het LG die het meest opvalt, omdat op de K10 de knoppen allemaal achterop zitten. De Alcatel Pop 4S, Huawei P8 Lite, Wiko U Feel Lite en de Xiaomi Redmi Note 3 beschikken over een vingerafdrukscanner. Bij de Huawei en de Xiaomi is deze achterop aangebracht, bij de andere twee zit deze in de startknop. Op het gebied van knoppen is het ten slotte nog opvallend dat Alcatel de powerknop helemaal bovenaan aan de rechterkant heeft zitten. Zeker bij een smartphone met een diagonaal van 5,5 inch is dat behoorlijk rekken met de duim of vinger.

©PXimport

Geen TN meer

Je hoeft niet langer bang te zijn dat je wordt afgescheept met inferieure TN-panelen en/of met iets onbruikbaars als 840 x 480 pixels als resolutie. Alle toestellen in deze test hebben minimaal 1280 x 720 pixels en maken gebruik van IPS- of amoled-technologie. Qua resolutie springen twee telefoons in deze test erbovenuit, namelijk de Alcatel Pop 4S en de Xiaomi Redmi Note 3. Die hebben namelijk een Full-HD-resolutie (1920 x 1080 pixels). Met name op een diagonaal van 5,5 inch is dat echt een goed zichtbare upgrade.

Een punt waarop met name is ingeleverd is de maximale helderheid. Geen enkel toestel in deze test komt op dit punt boven de 500 candela per vierkante meter uit. De Alcatel lijkt de helderheid van het scherm zeer agressief te regelen en krijg je soms handmatig niet boven de 200 candela per vierkante meter. De amoled-panelen in de telefoons van Microsoft en Samsung hebben een zwartwaarde van nul, wat voor die apparaten een nagenoeg oneindig contrast oplevert. Technisch is het paneel in de Samsung Galaxy J5 de beste uit deze test als je kijkt naar de accuraatheid van de weergave. Let wel, hiervoor moet je hem wel in de Basis-instelling zetten.

©PXimport

Intern

Intern is het – in tegenstelling tot wat het geval is in het duurdere segment – niet alleen Qualcomm dat de klok slaat. Het op de budgettoestellen gerichte MediaTek is ook sterk vertegenwoordigd. De opvallendste is die in de Xiaomi: de MT6795. Er zijn drie octacores in deze test, waarvan deze MT3795 beduidend sneller is dan de MediaTek MT6755M die we zien in de Alcatel en de HiSilicon Kirin 620 in de Huawei. De Xiaomi Redmi Note 3 heeft ook als enige 3 GB werkgeheugen aan boord. De minst geavanceerde SoC van het stel is de Qualcomm Snapdragon 212 in de Microsoft Lumia 650.

De interne opslag van toestellen in dit segment was lange tijd om te huilen. Inmiddels lijkt 16 GB de standaard te zijn geworden. Alleen de Moto G blijft met 8 GB wat achter, maar daarvan is voor een paar tientjes meer ook een versie met 16 GB te koop. Xiaomi is de positieve uitschieter, met een capaciteit van 32 GB. Mocht je extra opslag willen toevoegen, dan kan dat dankzij microSD bij alle toestellen in deze test. Zoek je een dualsim-telefoon, dan heb je in deze prijsklasse meer keuze dan in het duurdere segment. Op het gebied van draadloze aansluitingsmogelijkheden zien we alleen bij de Xiaomi dualband-wifi met ondersteuning voor 802.11ac, de rest moet het doen met singleband 802.11n. Bluetooth is in alle apparaten van de partij, allemaal varianten van bluetooth 4. Alle toestellen ondersteunen ten slotte 4G LTE, maar houd er rekening mee dat de Xiaomi alleen overweg kan met 1800 en 2600 MHz, niet met 800 MHz.

©CIDimport

Camera

Een van voornaamste verschillen tussen het high-end-segment en de instapmodellen die we hier bespreken, is te vinden in de prestaties van de camera. De meeste hebben een camera met een sensorresolutie van 13 megapixel. De prestaties van een camera worden echter door veel meer bepaald dan de resolutie. Verwacht in deze prijsklasse geen extreem lichtgevoelige lenzen met een diafragma van minder dan f/2.0 of optische beeldstabilisatie. Dat betekent dat je bij minder goede lichtomstandigheden sneller een onscherp plaatje te zien krijgt. Bij slechte lichtomstandigheden en in het donker weet geen enkel toestel te overtuigen. De meest bruikbare foto’s worden geschoten door de LG en de Xiaomi, maar dat is met name omdat ze de belichting fors opschroeven. Laat je deze foto’s buiten beschouwing, dan doen de Motorola en de Wileyfox het van de rest het minst slecht in het donker. Bij daglicht is het zeker niet zo dat ze allemaal wel goed presteren. De enige toestellen die ons kunnen bekoren in de betere omstandigheden zijn de Acer, Microsoft, Motorola en de Xiaomi. De rest maakt er een beetje een potje van qua belichting of weet niet het volledige plaatje enigszins scherp te reproduceren.

©CIDimport

Accuduur

Kijken we naar de accuduur, dan is er in de vorm van de Acer Liquid Zest Plus een overduidelijke winnaar. Die heeft namelijk een capaciteit van 5000 mAh. Bij onze accutest waarbij we een film in een loop afspelen tot de accu helemaal leeg is, houdt dit toestel het liefst 1237 minuten (meer dan 20 uur) vol. Daar komt geen van de andere deelnemers ook maar in de buurt. De toch ook zeer goede prestaties van de Alcatel, Motorola, Samsung, Wiko en de Xiaomi komen hierbij vergeleken een beetje gewoontjes over. In het algemeen is het zo dat je behoorlijk goed zit in dit segment als je op zoek bent naar een smartphone met een bovengemiddelde accuduur.

©PXimport

Software

De laatste jaren is er een trend gaande waarbij fabrikanten de skin die over Android heen wordt gebouwd, zo licht mogelijk maken. Motorola gebruikt al jaren vrijwel stock Android, maar nu zijn ook fabrikanten zoals Acer en Alcatel vrijwel volledig van hun eigen skin afgestapt. Een eigen skin is ook minder noodzakelijk dan voorheen, want veel functionaliteit die voorheen werd toegevoegd (zoals een zaklamp-functie) is inmiddels een standaardonderdeel van Android geworden.

De enige fabrikanten in deze test die nog een duidelijke signatuur aan Android geven zijn Huawei, LG, Samsung en Xiaomi. De opvallendste Android-implementatie is Cyanogen OS op de Wileyfox Swift. Cyanogen OS biedt je veel mogelijkheden om Android aan te passen. De vreemde eend in de bijt is uiteraard de Microsoft Lumia 650, die op Windows 10 Mobile draait. De beschikbaarheid van apps is nog altijd verre van optimaal en de interface toont iets te veel animaties om het gebrek aan snelheid te verdoezelen wat ons betreft. Toch is het besturingssysteem zeker niet vervelend om mee te werken. De live-tiles blijven een uniek kenmerk van dit besturingssysteem en werken in de praktijk ook prettig. Tot slot is het ook altijd goed om te kijken hoe up-to-date de besturingssystemen zijn. Daar valt LG toch wel een beetje door de mand, want de K10 draait nog op Android 5.1. Xiaomi maakt het nog wat bonter, die doet het nog met versie 5.0.

©PXimport

Conclusie

We zijn blij verrast over de kwaliteit van betaalbare smartphones tegenwoordig. Er zit simpelweg geen enkel echt slecht toestel tussen. Dat betekent uiteraard niet dat er geen uitschieters te noteren zijn, te beginnen bij de Chinese deelnemer aan deze test. Die is op vrijwel alle vlakken de andere deelnemers de baas. Wij zien alleen niet echt wat de zware MIUI-skin toevoegt, zeker als je bedenkt dat dit betekent dat hij onderliggend op Android 5.0 draait. Houd er ook rekening mee dat hij de meest voorkomende 4G LTE-band niet ondersteunt. Naast de Xiaomi Redmi Note 3 zijn de overige uitschieters wat ons betreft de Acer Liquid Zest Plus, de Motorola Moto G (2015) en de Wileyfox Swift. De Acer presteert over de gehele linie goed en springt eruit door z’n uitmuntende accuduur. De Motorola en Wileyfox zijn de toestellen waar je voor moet gaan als je in de markt bent voor de beste verhouding tussen prijs en prestaties. Hierbij lijkt de Wileyfox het puur op specificaties te winnen, zeker gezien zijn lagere prijs, maar in de praktijk is de Moto G wat ons betreft toch het betere toestel. De accuduur is beter en ook de camera is merkbaar beter. Al met al komt de Acer Liquid Zest Plus uit de bus als Best getest en de Motorola Moto G als Redactietip.

©PXimport

Een Chinese telefoon kopen: aandachtspunten

Een Chinese smartphone is in de regel relatief goedkoper dan eentje die je in Nederland koopt. Er zijn echter wel wat zaken waar je op moet letten. Allereerst heb je te maken met invoerrechten. Dit is iets wat je vooraf kunt inschatten, dus een enorm probleem is dit niet. Wil je hier echt geen last van hebben, dan zijn er ook webshops die werken met een distributiecentrum in Europa zodat je geen invoerrechten hoeft te betalen. Wij hebben ons toestel gekocht via www.honorbuy.com. Een fundamenteler probleem is dat Chinese smartphones niet altijd compatibel zijn met de Nederlandse netwerkinfrastructuur. Allereerst is het vrijwel zonder uitzondering zo dat de in Nederland populaire LTE Band 20 (800 MHz) niet wordt ondersteund. Je bent dan dus aangewezen op de hogere frequenties (1800 en 2600 MHz). Kort door de bocht gesteld betekent dit dat je in de Randstad goed uit de voeten kunt op 4G LTE, daarbuiten val je terug op 3G. De tweede manier waarop een Chinees toestel voor een vervelende verrassing kan zorgen, is vervelender. In Europa wordt gebruikgemaakt van FDD, wat staat voor Frequency Division Duplex. Dit houdt in dat er tegelijkertijd verzonden en ontvangen kan worden. In China wordt gebruikgemaakt van het minder geavanceerde TDD, wat staat voor Time Division Duplex. Een TDD-smartphone werkt niet op een FDD-netwerk. Let hier dus goed op als je besluit om een Chinees toestel te kopen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.