ID.nl logo
De beste smartphones tot 200 euro
© Reshift Digital
Huis

De beste smartphones tot 200 euro

Niet iedereen wil of kan 700 euro uitgeven aan een high-end smartphone, zeker niet als je iedere paar jaar een nieuwe wil. Voor minder dan 200 euro heb je echter ook al veel keuze. Wij zoeken uit welk vlees je dan in de kuip hebt, ook als je een zogeheten ‘Chinaphone’ koopt.

Tot enkele jaren geleden was het aanschaffen van een smartphone van 200 euro of minder niet bepaald aan te raden. Je kreeg dan vrijwel zonder uitzondering een toestel met een slecht scherm, heel erg weinig opslagcapaciteit en regelmatig een tergend langzame processor. Om eens te kijken wat je op dit moment voor om en nabij de 200 euro op de kop kunt tikken, hebben we tien toestellen getest. Lees ook: De 15 beste smartphones die je in 2016 kunt kopen.

Negen hiervan zijn smartphones die je op dit moment ‘gewoon’ in Nederland op de kop kunt tikken. De Samsung Galaxy J5 is op het moment van schrijven net uit en kost 230 euro. De kans is echter groot dat hij tegen de tijd dat je dit leest al behoorlijk is gezakt in prijs. Aangezien we regelmatig te horen krijgen dat je voor zo’n 200 euro een Chinees toestel kunt kopen dat beter is, hebben we via een webshop een Xiaomi Redmi Note 3 aangeschaft. Inclusief verzendkosten hebben we daar net iets meer dan 200 euro voor afgerekend.

Uiterlijk en bouwkwaliteit

Een goedkoop toestel hoeft er echt niet meer goedkoop uit te zien en dito aan te voelen. Het is wel nog altijd duidelijk dat je niet te maken hebt met een toestel van 700 euro, maar de bouwkwaliteit is zonder uitzondering dik in orde. Het enige wat ons is opgevallen bij het uitgebreid betasten van de toestellen, is dat de achterkant van Pop 4S van Alcatel net iets te ver in te drukken is. De fraaiste afwerking hebben wat ons betreft de LG K10 en de Samsung Galaxy J5. De Huawei P8 Lite, Wiko U Feel Lite en de Xiaomi Redmi Note 3 zijn de enige modellen met een aluminium achterkant. Qua knoppen is het LG die het meest opvalt, omdat op de K10 de knoppen allemaal achterop zitten. De Alcatel Pop 4S, Huawei P8 Lite, Wiko U Feel Lite en de Xiaomi Redmi Note 3 beschikken over een vingerafdrukscanner. Bij de Huawei en de Xiaomi is deze achterop aangebracht, bij de andere twee zit deze in de startknop. Op het gebied van knoppen is het ten slotte nog opvallend dat Alcatel de powerknop helemaal bovenaan aan de rechterkant heeft zitten. Zeker bij een smartphone met een diagonaal van 5,5 inch is dat behoorlijk rekken met de duim of vinger.

©PXimport

Geen TN meer

Je hoeft niet langer bang te zijn dat je wordt afgescheept met inferieure TN-panelen en/of met iets onbruikbaars als 840 x 480 pixels als resolutie. Alle toestellen in deze test hebben minimaal 1280 x 720 pixels en maken gebruik van IPS- of amoled-technologie. Qua resolutie springen twee telefoons in deze test erbovenuit, namelijk de Alcatel Pop 4S en de Xiaomi Redmi Note 3. Die hebben namelijk een Full-HD-resolutie (1920 x 1080 pixels). Met name op een diagonaal van 5,5 inch is dat echt een goed zichtbare upgrade.

Een punt waarop met name is ingeleverd is de maximale helderheid. Geen enkel toestel in deze test komt op dit punt boven de 500 candela per vierkante meter uit. De Alcatel lijkt de helderheid van het scherm zeer agressief te regelen en krijg je soms handmatig niet boven de 200 candela per vierkante meter. De amoled-panelen in de telefoons van Microsoft en Samsung hebben een zwartwaarde van nul, wat voor die apparaten een nagenoeg oneindig contrast oplevert. Technisch is het paneel in de Samsung Galaxy J5 de beste uit deze test als je kijkt naar de accuraatheid van de weergave. Let wel, hiervoor moet je hem wel in de Basis-instelling zetten.

©PXimport

Intern

Intern is het – in tegenstelling tot wat het geval is in het duurdere segment – niet alleen Qualcomm dat de klok slaat. Het op de budgettoestellen gerichte MediaTek is ook sterk vertegenwoordigd. De opvallendste is die in de Xiaomi: de MT6795. Er zijn drie octacores in deze test, waarvan deze MT3795 beduidend sneller is dan de MediaTek MT6755M die we zien in de Alcatel en de HiSilicon Kirin 620 in de Huawei. De Xiaomi Redmi Note 3 heeft ook als enige 3 GB werkgeheugen aan boord. De minst geavanceerde SoC van het stel is de Qualcomm Snapdragon 212 in de Microsoft Lumia 650.

De interne opslag van toestellen in dit segment was lange tijd om te huilen. Inmiddels lijkt 16 GB de standaard te zijn geworden. Alleen de Moto G blijft met 8 GB wat achter, maar daarvan is voor een paar tientjes meer ook een versie met 16 GB te koop. Xiaomi is de positieve uitschieter, met een capaciteit van 32 GB. Mocht je extra opslag willen toevoegen, dan kan dat dankzij microSD bij alle toestellen in deze test. Zoek je een dualsim-telefoon, dan heb je in deze prijsklasse meer keuze dan in het duurdere segment. Op het gebied van draadloze aansluitingsmogelijkheden zien we alleen bij de Xiaomi dualband-wifi met ondersteuning voor 802.11ac, de rest moet het doen met singleband 802.11n. Bluetooth is in alle apparaten van de partij, allemaal varianten van bluetooth 4. Alle toestellen ondersteunen ten slotte 4G LTE, maar houd er rekening mee dat de Xiaomi alleen overweg kan met 1800 en 2600 MHz, niet met 800 MHz.

©CIDimport

Camera

Een van voornaamste verschillen tussen het high-end-segment en de instapmodellen die we hier bespreken, is te vinden in de prestaties van de camera. De meeste hebben een camera met een sensorresolutie van 13 megapixel. De prestaties van een camera worden echter door veel meer bepaald dan de resolutie. Verwacht in deze prijsklasse geen extreem lichtgevoelige lenzen met een diafragma van minder dan f/2.0 of optische beeldstabilisatie. Dat betekent dat je bij minder goede lichtomstandigheden sneller een onscherp plaatje te zien krijgt. Bij slechte lichtomstandigheden en in het donker weet geen enkel toestel te overtuigen. De meest bruikbare foto’s worden geschoten door de LG en de Xiaomi, maar dat is met name omdat ze de belichting fors opschroeven. Laat je deze foto’s buiten beschouwing, dan doen de Motorola en de Wileyfox het van de rest het minst slecht in het donker. Bij daglicht is het zeker niet zo dat ze allemaal wel goed presteren. De enige toestellen die ons kunnen bekoren in de betere omstandigheden zijn de Acer, Microsoft, Motorola en de Xiaomi. De rest maakt er een beetje een potje van qua belichting of weet niet het volledige plaatje enigszins scherp te reproduceren.

©CIDimport

Accuduur

Kijken we naar de accuduur, dan is er in de vorm van de Acer Liquid Zest Plus een overduidelijke winnaar. Die heeft namelijk een capaciteit van 5000 mAh. Bij onze accutest waarbij we een film in een loop afspelen tot de accu helemaal leeg is, houdt dit toestel het liefst 1237 minuten (meer dan 20 uur) vol. Daar komt geen van de andere deelnemers ook maar in de buurt. De toch ook zeer goede prestaties van de Alcatel, Motorola, Samsung, Wiko en de Xiaomi komen hierbij vergeleken een beetje gewoontjes over. In het algemeen is het zo dat je behoorlijk goed zit in dit segment als je op zoek bent naar een smartphone met een bovengemiddelde accuduur.

©PXimport

Software

De laatste jaren is er een trend gaande waarbij fabrikanten de skin die over Android heen wordt gebouwd, zo licht mogelijk maken. Motorola gebruikt al jaren vrijwel stock Android, maar nu zijn ook fabrikanten zoals Acer en Alcatel vrijwel volledig van hun eigen skin afgestapt. Een eigen skin is ook minder noodzakelijk dan voorheen, want veel functionaliteit die voorheen werd toegevoegd (zoals een zaklamp-functie) is inmiddels een standaardonderdeel van Android geworden.

De enige fabrikanten in deze test die nog een duidelijke signatuur aan Android geven zijn Huawei, LG, Samsung en Xiaomi. De opvallendste Android-implementatie is Cyanogen OS op de Wileyfox Swift. Cyanogen OS biedt je veel mogelijkheden om Android aan te passen. De vreemde eend in de bijt is uiteraard de Microsoft Lumia 650, die op Windows 10 Mobile draait. De beschikbaarheid van apps is nog altijd verre van optimaal en de interface toont iets te veel animaties om het gebrek aan snelheid te verdoezelen wat ons betreft. Toch is het besturingssysteem zeker niet vervelend om mee te werken. De live-tiles blijven een uniek kenmerk van dit besturingssysteem en werken in de praktijk ook prettig. Tot slot is het ook altijd goed om te kijken hoe up-to-date de besturingssystemen zijn. Daar valt LG toch wel een beetje door de mand, want de K10 draait nog op Android 5.1. Xiaomi maakt het nog wat bonter, die doet het nog met versie 5.0.

©PXimport

Conclusie

We zijn blij verrast over de kwaliteit van betaalbare smartphones tegenwoordig. Er zit simpelweg geen enkel echt slecht toestel tussen. Dat betekent uiteraard niet dat er geen uitschieters te noteren zijn, te beginnen bij de Chinese deelnemer aan deze test. Die is op vrijwel alle vlakken de andere deelnemers de baas. Wij zien alleen niet echt wat de zware MIUI-skin toevoegt, zeker als je bedenkt dat dit betekent dat hij onderliggend op Android 5.0 draait. Houd er ook rekening mee dat hij de meest voorkomende 4G LTE-band niet ondersteunt. Naast de Xiaomi Redmi Note 3 zijn de overige uitschieters wat ons betreft de Acer Liquid Zest Plus, de Motorola Moto G (2015) en de Wileyfox Swift. De Acer presteert over de gehele linie goed en springt eruit door z’n uitmuntende accuduur. De Motorola en Wileyfox zijn de toestellen waar je voor moet gaan als je in de markt bent voor de beste verhouding tussen prijs en prestaties. Hierbij lijkt de Wileyfox het puur op specificaties te winnen, zeker gezien zijn lagere prijs, maar in de praktijk is de Moto G wat ons betreft toch het betere toestel. De accuduur is beter en ook de camera is merkbaar beter. Al met al komt de Acer Liquid Zest Plus uit de bus als Best getest en de Motorola Moto G als Redactietip.

©PXimport

Een Chinese telefoon kopen: aandachtspunten

Een Chinese smartphone is in de regel relatief goedkoper dan eentje die je in Nederland koopt. Er zijn echter wel wat zaken waar je op moet letten. Allereerst heb je te maken met invoerrechten. Dit is iets wat je vooraf kunt inschatten, dus een enorm probleem is dit niet. Wil je hier echt geen last van hebben, dan zijn er ook webshops die werken met een distributiecentrum in Europa zodat je geen invoerrechten hoeft te betalen. Wij hebben ons toestel gekocht via www.honorbuy.com. Een fundamenteler probleem is dat Chinese smartphones niet altijd compatibel zijn met de Nederlandse netwerkinfrastructuur. Allereerst is het vrijwel zonder uitzondering zo dat de in Nederland populaire LTE Band 20 (800 MHz) niet wordt ondersteund. Je bent dan dus aangewezen op de hogere frequenties (1800 en 2600 MHz). Kort door de bocht gesteld betekent dit dat je in de Randstad goed uit de voeten kunt op 4G LTE, daarbuiten val je terug op 3G. De tweede manier waarop een Chinees toestel voor een vervelende verrassing kan zorgen, is vervelender. In Europa wordt gebruikgemaakt van FDD, wat staat voor Frequency Division Duplex. Dit houdt in dat er tegelijkertijd verzonden en ontvangen kan worden. In China wordt gebruikgemaakt van het minder geavanceerde TDD, wat staat voor Time Division Duplex. Een TDD-smartphone werkt niet op een FDD-netwerk. Let hier dus goed op als je besluit om een Chinees toestel te kopen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.