ID.nl logo
De 6 beste goedkope smartphones met 4G
© Reshift Digital
Huis

De 6 beste goedkope smartphones met 4G

Niet iedereen die een nieuwe smartphone nodig heeft, wil daarvoor honderden euro's uitgeven. Gelukkig zijn er anno 2015 slimme telefoons in alle soorten, maten en prijsklassen. Hier 6 toestellen voor minder dan 200 euro die zeker het overwegen waard zijn.

6. Samsung Galaxy Ace 4

Prijs: 150 euro

Samsung heeft een groot aantal toestellen in het budgetsegment en daarvan is de Galaxy Ace 4 met afstand de populairste. Let wel op als je overweegt het toestel te kopen: er zijn namelijk twee versies (met 3G of 4G) in omloop die vrijwel evenveel kosten.

Wat overige specs betreft zijn ze identiek. Er is een 4 inch-scherm (800 bij 480 pixels), 4GB aan uitbreidbare opslag en een bescheiden 1,2GHz dualcore-processor aan boord. De Ace 4 is een flinke slag kleiner dan andere telefoons in dit lijstje, en helaas ook de minst krachtige. De hardware is voldoende om Android KitKat vloeiend te draaien, maar aan ingewikkelde 3D-games heeft de smartphone geen boodschap.

©PXimport

5. Huawei Ascend G6

Prijs: 136 euro

De Ascend G6 is sinds de introductie in april 2014 flink in prijs gezakt. Toch biedt dit compacte en lichte (115 gram) toestel veel waar voor zijn geld. De G6 wordt aangedreven door een 1,2GHz quadcore-processor en heeft 1GB aan werkgeheugen, ruim voldoende dus om Android 4.3 (Jelly Bean) zonder problemen te draaien. Voor de opslag van apps en media is 4GB beschikbaar; dat is wat weinig, maar je hebt de optie om het geheugen uit te breiden met een microSD-kaartje.

Het scherm van de Ascend G6 meet 4,5 inch en heeft een redelijke resolutie van 960 bij 540 pixels. Verder zijn er twee goede camera's met 8 en 5 megapixels aan boord en een 2000 mAh-accu. De versie met 4G-ondersteuning is enkele tientjes duurder, maar het overwegen waard.

©PXimport

4. Nokia Lumia 635

Prijs: 130 euro

De Nokia Lumia 635 is een echte instaptelefoon, maar wel eentje die over 4G-ondersteuning en de laatste versie van Windows Phone beschikt. Qua specs is hij vergelijkbaar met de Android-telefoons die je in deze prijsklasse vindt. Het 4,5 inch-scherm heeft bijvoorbeeld een resolutie van 854 bij 480 pixels en voldoet daarmee net. Wel maakt het toestel gelukkig gebruik van een ips-paneel, waardoor het een goede kleurreproductie heeft en prima kijkhoeken.

©PXimport

De Snapdragon 400-chip en 512MB aan werkgeheugen zorgen ervoor dat de Lumia 635 niet hapert als je door de interface scrolt en veelgebruikte apps als de browser en camera start. Ook is er met 8GB opslag voldoende ruimte om eigen content op het toestel te zetten. Van de 5 megapixel-camera moet je niet te veel verwachten, maar de accuduur is met gemiddeld anderhalve dag prima.

3. LG G2 Mini

Prijs: 155 euro

Dit kleine broertje van de LG G2 is al een jaar op de markt, maar nog steeds een interessante optie voor wie een goedkope smartphone met 4G zoekt. Dat is met name te danken aan de prijs van de LG G2 Mini, die inmiddels is gehalveerd. Voor circa 150 euro krijg je een stevige en compacte smartphone met een uitstekende accuduur en een prima 8 megapixel-camera.

Net als de reguliere G2 heeft de telefoon zijn knoppen aan de achterzijde, waardoor de bezels rond het scherm lekker dun zijn. Enig nadeel is het 4,7 inch-scherm, dat weliswaar goede kijkhoeken heeft, maar ook een relatief lage schermresolutie van 960 bij 540 pixels. Uit de doos draait de LG G2 Mini op Android 4.4 (KitKat). Voor de opslag van apps en media is 8GB aanwezig; ruim voldoende voor de gemiddelde gebruiker.

©PXimport

2. Huawei Ascend Y550

Prijs: 119 euro

Huawei heeft een groot aantal smartphones in zijn portfolio die je voor een prikkie in huis haalt. De Huawei Ascend Y550 is er zo eentje en biedt verrassend veel waar voor zijn geld. Het toestel draait op Android 4.4 (KitKat) en wordt aangedreven door een moderne 64-bit Snapdragon 400-chip. Verder is er 1GB aan werkgeheugen en 4GB opslag aanwezig, die uitbreidbaar is tot maximaal 32GB. Prettig zijn ook de twee capabele camera's met 5 en 2 megapixels en de 2000 mAh-accu, die vervangbaar is.

©PXimport

Het 4,5 inch-scherm van de Ascend Y550 heeft een lage resolutie (854 bij 480), maar het toestel heeft wat ons betreft een ongekende prijs-kwaliteitverhouding. Dat is vooral handig als je al een sim only-abonnement hebt en het toestel apart erbij wil kopen.

1. Motorola Moto G

Prijs: vanaf 170 euro

De Motorola Moto G is in een aantal varianten verkrijgbaar. Zo heb je het model uit 2013 met zijn 4,5 inch-scherm (1280 bij 720), 1,2GHz quadcore-processor en ondersteuning voor 3G. Voor een paar tientjes meer haal je dezelfde smartphone in huis, maar dan met 4G én een sleuf voor microSD, zodat je de 8GB opslag kunt uitbreiden.

Dit model werd in 2014 opgevolgd door een nieuwe versie die grotendeels hetzelfde is, maar de beschikking heeft over een groter 5 inch-scherm, een betere camera en twee speakers aan de voorzijde. Alle modellen hebben echter gemeen dat ze een stockversie van Android 5.0 Lollipop draaien en ontzettend veel waar voor hun geld bieden. Ze zijn vlot en gebruiksvriendelijk en interessante voor zowel beginners als gevorderde smartphonegebruikers.

©PXimport

Voor welk budgettoestel zou jij gaan? Laat het ons weten in de comments!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.