ID.nl logo
5 reddende Microsoft-investeringen
© Reshift Digital
Huis

5 reddende Microsoft-investeringen

Ophef over Microsofts miljardenlening aan Dell om de beurs te verlaten op zoek naar strategische groei. Maar Microsoft heeft vaker strategisch zijn chequeboek getrokken. 5 verrassende investeringen.

Formeel valt de strategische lening van 2 miljard dollar aan Dell buiten de lange, lange lijst investeringen die Microsoft sinds 1994 heeft gepleegd. Het bedrijf van ceo Steve Ballmer krijgt hiermee namelijk niet een direct belang in die computermaker, die nu van de beurs af wil gaan. Toch hoort de Dell-deal in het rijtje sluwe, toekomstgerichte investeringen van Microsoft. Naast de minder goede.

Desktopvijand Apple

Een van de oudste en vooral bekendste geldschietacties van Microsoft is de deal die het in 1997 sloot met Apple. Een investering van maar liefst 150 miljoen dollar, toen een enorm bedrag. Door sommigen is deze geldinjectie, plus bijbehorende software-afspraken, gezien als redding van het toen kwakkelende Apple. De maker van Mac-computers kampte al geruime tijd met krimpend marktaandeel, versus de overmacht van de (Windows-)pc. Michael Dell heeft toen Apple nog het advies gegeven de zaak op te doeken en aandeelhouders uit te betalen.

Naast de 150 miljoen dollar van de Windows-maker kreeg Apple ook de belofte dat Office voor de Mac nog zeker vijf jaar voort zou blijven bestaan. Dat heeft de zakelijke validiteit van het Mac-platform geholpen. Verder kreeg het Mac OS (nog van vóór Mac OS X) standaard de Internet Explorer-webbrowser van Microsoft meegeleverd. Dat heeft Microsofts positie in de eerste browseroorlog tegen Netscape geholpen (en in de Java-oorlog tegen Sun Microsystems).

Maar wat deze investering vooral sluw maakte, is het feit dat Microsoft daarmee juridische problemen over intellectueel eigendom wist weg te nemen. Dit roken van de vredespijp door toenmalig Microsoft-ceo Bill Gates en de net bij Apple teruggekeerde grondlegger Steve Jobs was namelijk mede ingegeven door codediefstal. Van multimediasoftware Quicktime door een Microsoft- en Intel-partner om Video for Windows te verbeteren. Sluw: investeren in de gevallen vijand tegen nieuwe bedreigingen.

“Betekenisvolle partners", begint de net teruggekeerde Apple-leider Steve Jobs zijn aankondiging van Microsofts miljoeneninvestering:

[youtube]WxOp5mBY9IY[/youtube]

Social start-upje Facebook

Wie dacht er bijna vijfenhalf jaar geleden dat MySpace-uitdagertje Facebook ooit nog eens groot zou worden? Of zelfs onvermijdbaar groot? Microsoft had er misschien wel een idee van. Het had in ieder geval eind 2007 al 240 miljoen dollar over voor de gok dat dat sociale netwerkje van een Harvard drop-out zou groeien.

De goedgevulde geldkoffers van de Windows- en Office-maker konden die 240 miljoen dollar waarschijnlijk wel missen. Maar geld investeer je niet zomaar, in zaken die je leuk of potentievol lijken. Dat doe je in ideeën en bedrijven waar je later wat aan kunt hebben. Zoals een afnemer voor je eigen ads-systeem, of een gebruiker voor je nieuwste zoekmachinepoging en voor je nieuwe online-kantoorapps.

Kortom, een tegenstander in de strijd tegen internetreus Google. Want terwijl Microsoft zich met Hotmail (straks vervangen door Outlook.com) en clouddiensten als SkyDrive zich wel steeds verder op online-vlak begeeft, begint het niet aan social. Sterker nog: het sluit zijn applicaties (zoals Outlook) en besturingssysteem aan op diverse social media. Google daarentegen zit wél direct in het vaarwater van Facebook. Sluw: investeren in de vijand van je vijand.

Zoekmachineknecht Yahoo

De aanvankelijk door ceo Steve Ballmer gewenste overname van Yahoo is weliswaar afgeketst, maar de omarming is wel degelijk geslaagd. Microsoft en oerzoekmachine Yahoo hebben een vergaande deal gesloten. De op enorme afstand staande nummer twee in de zoekmarkt is daarvoor afgestapt van zijn eigen zoektechnologie, ten gunste van Microsofts Bing. Die daarmee in één klap van miniscule nummer drie de superkleine nummer twee is geworden.

Het lijkt een klassieke Microsoft-move: koop of knecht de nummer twee in een markt om de eigen achterstand op de nummer één in te halen. Zo ver is het nu nog (lang?) niet. Maar geleidelijk - of langzaam - aan weet zoekmachine Bing terrein te winnen. Met als nieuwste wapenfeit dat het de ondergrond is voor de Graph Search-functie van Facebook, voor diens meer dan een miljard gebruikers. Sluw: investeren in een grotere concurrent die zelf een kleintje is op zijn eigen markt.

Mobiele macht Nokia

De Finse gsm-reus Nokia is gevallen, maar dat sluit overeind krabbelen niet uit. Microsoft helpt daarbij een handje: door een vergaande strategische deal te sluiten voor zijn smartphoneplatform Windows Phone. Nokia dumpt in ruil daarvoor zijn eigen Symbian, wat nogal een woelige geschiedenis heeft gehad.

Niet alleen heeft Microsoft hiermee een belangrijk zieltje gewonnen voor Windows Phone, maar het krijgt ook letterlijk inkomsten uit deze overeenkomst. Bovendien voorkomt het hiermee een aanwinst voor de Android-concurrentie. Want naast Microsoft zat ook Google aan de onderhandelingstafel, die dus eigenlijk een pokertafel was. Met hoge inzet en een vette pot.

Daarnaast scoort Microsoft met Nokia nog patentwinst, in de strijd tegen mobiele grootmachten Android en Apple. Vergeet niet dat de Finse fabrikant één van de oerspelers is in de markt voor mobiele telefonie. Sluw: investeren in een gsm-pionier voor de strijd om de moderne smartphonemarkt.

Android-voorvechter Barnes & Noble

Een minder vergaand lijkende investering is de 300 miljoen dollar die Microsoft kwijt is aan de Amerikaanse boekhandel Barnes & Noble. Een schijnbaar bescheiden bedrag anno mei 2012, maar wél een zeer strategische zet. De noodlijdende boekhandel was namelijk een van de laatste partijen (naast het door Google opgekochte Motorola) die zich met hand en tand verzette tegen de Android-patentclaims van Microsoft.

Pardon? Een boekhandel in patentoorlog tegen Microsoft over een smartphonebesturingssysteem? Jawel, want Barnes & Noble beseft dat boekwinkels verdwijnen, dat e-books oprukken en dat een eigen e-readerplatform daarvoor noodzakelijk is. Niet alleen om te overleven, maar voor uitzicht op uitbreiding naar andere (media)markten. Een strategisch doel dat ook online-boekenreus Amazon zich ter dege bewust is en wat het met zijn Kindle-readers en -tablets nastreeft.

Net als Amazon gebruikt Barnes & Noble voor zijn e-reader (Nook) een eigen uitvoering van het op Linux gebaseerde open source Android-platform. Het is daarbij tegen Microsoft opgelopen, net als Amazon (voor Linux in bredere zin overigens). In tegenstelling tot vele andere Android-partijen die Microsoft aanpakte, zette de boekwinkelketen gelijk de hakken in het zand.

Een fel verzet tekende zich af, inclusief ondermijningen van Microsofts patentammunitie tegen Android. Tot de plotse schikking die vergezeld gaat van een strategische investering. Daarbij krijgt Microsoft een vinger in de pap voor de apart opgezette B&N-dochter waar e-bookplatform Nook voortaan onder valt. Én de e-bookwinkel haakt aan op Windows 8. Sluw: investeren in een vijand om die tot vazal te maken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.