ID.nl logo
Pockethernet – Zwitsers zakmes voor je netwerk
© Reshift Digital
Huis

Pockethernet – Zwitsers zakmes voor je netwerk

De Pockethernet is een uitgebreide netwerktester die gebruik maakt van je smartphone. Hierdoor geeft de Pockethernet veel meer informatie dan een simpele kabeltester die vergelijkbaar is met geavanceerde modellen die honderden euro's kosten. Wij hebben hem getest.

De Pockethernet wordt geleverd in een handige hoes waarin je naast de Pockethernet een terminator, een korte ethernetkabel, een usb-kabel en een kabelbinder vindt. De behuizing is van aluminium gemaakt en komt solide over. De boven- en onderkant zijn afgewerkt met doorzichtig kunststof waardoor je de printplaat met componenten en de accu kunt zien. Je laadt de ingebouwde accu op via usb. Om de Pockethernet te gebruiken, installeer je een app op een iPhone of Android-smartphone. Via bluetooth wordt vervolgens verbinding gemaakt. Ook zonder app is de Pockethernet beperkt bruikbaar. Dankzij gekleurde lampjes kun je een snelle kabeltest uitvoeren en kun je de Pockethernet inzetten als zaklamp. De echte functionaliteit zit in de app.

©PXimport

Uitgebreide mogelijkheden

De app bestaat uit vier grote knoppen die toegang geven tot drie tabbladen, met de vierde knop maak je verbinding. Via het tabblad tools heb je onder andere toegang tot de instellingen waar je kunt instellen welke bekabelingsstandaard je gebruikt (doorgaans 568B) en of je de resultaten uitgedrukt wil zien in meters of voet. Handig is de Blinker, die het lampje op een switch laat knipperen zodat je snel kunt zien met welke poort op de switch een aansluiting verbonden is. De Pockethernet kan ook een geluidssignaal op de draden zetten, maar de benodigde tone probe om dit signaal te ontvangen zul je los moeten aanschaffen.

©PXimport

Op het tabblad test vind je elf verschillende tests waarmee je onder andere kunt testen of de netwerkkabels goed zijn aangesloten, wat de lengte van een kabel is, of er PoE ondersteund wordt, welke snelheden ondersteund worden, informatie over je netwerk(apparatuur) en een kwaliteitstest van de kabel. Ieder van de testen kun je selecteren en vervolgens uitvoeren. In eerste instantie lijkt de Pockethernet het grote voordeel van een app, namelijk uitleg gegeven, niet uit te buiten. Er staat bijvoorbeeld niet in beeld of en hoe je de terminator moet gebruiken bij een test. Bij de wiremap-test moet je die bijvoorbeeld aansluiten met de aanduiding wiremap terwijl je voor de kwalitatieve ber-test juist de aanduiding loopback moet aansluiten. Bij andere tests die je informatie geven over bijvoorbeeld de ondersteunde standaarden op je netwerk heb je de terminator logischerwijs juist weer niet nodig. Het blijkt dat als je de naam van een test even ingedrukt houdt, dat je dan uitleg in beeld krijgt.

©PXimport

De resultaten van een test worden weergegeven in de app. Voer je de testen voor iemand anders uit, dan wil je deze resultaten vermoedelijk delen en voor jezelf is het wellicht ook handig om de resultaten later terug te zien. Daar heeft Pockethernet aan gedacht, want via het tabblad report kun je een rapport maken van je meest recente testen en invullen waar je de tests heb uitgevoerd. Vervolgens genereert de app een nette pdf die je kunt bekijken, opslaan of e-mailen.

©PXimport

Updates

Er verschijnen regelmatig updates die problemen oplossen. Zo hadden wij aanvankelijk problemen met de ber-test die de kwaliteit van de verbinding meet. Tijdens de meest uitgebreide test liep het geheel vast. Een firmware-update loste dit probleem gedurende de testperiode op. We zijn nog wel één ander vreemd probleem tegengekomen met de tdr-test die de lengte van een kabel meet. Op iOS wordt vrijwel altijd een lengte van 1 meter weergegeven terwijl op Android bij dezelfde kabel wel een realistische lengte wordt getoond. Bij de tdr-grafiek gaat het op beide varianten van de app overigens wel goed en ook het onderdeel waarmee de meting gekalibreerd kan worden, geven beide apps een kloppende waarde weer. Het lijkt dus om een softwarematig probleem te gaan.

Conclusie

De Pockethernet is een handig apparaat waarmee je de werking van je netwerk uitgebreid kunt controleren. Daarbij gaat de functionaliteit een stuk verder dan goedkope kabeltesters die enkel laten zien of de kabel goed is aangesloten. Dat kan de Pockethernet natuurlijk ook, maar je krijgt ook uitgebreide informatie over de werking van je netwerk. Voor 199 euro mag je natuurlijk wel flink meer functionaliteit verwachten dan een simpele meter van twee tientjes. Hoewel de Pockethernet voor thuisgebruik prijzig is, is hij vergeleken met vergelijkbare meters van bijvoorbeeld het merk Fluke juist vriendelijk geprijsd. Je krijgt een hoop functionaliteit voor wat je betaald en kunt de resultaten van deze tests omzetten in een net pdf-document. Wel heeft de Pockethernet af en toe softwarematige nukken. Een probleem met de ber-test die de kwaliteit van de kabel meet is opgelost, maar op iOS werkt de tdr-test die de kabellengte meet niet goed. Al met al is de Pockethernet een handig apparaat om je (thuis)netwerk eens goed door te meten.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs:** € 199,- **Aansluitingen:** 10/100/1000-netwerkaansluiting, mico-usb, 3,5mm-aansluiting **Draadloos:** Bluetooth 2.1 **App:** iOS (iPhone 4S of nieuwer), Android 4.3 of nieuwer **Accuduur:** 8 uur **Afmetingen:** 90x65x25 mm **Gewicht:** 200 gram **Website:** [www.pockethetnet.com](http://www.pockethernet.com)

Plus- en minpunten
  • Veel informatie
  • Eenvoudig te gebruiken
  • Pdf-rapport
  • Tdr-test onder iOS
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.