ID.nl logo
Huis

Linux Xandros (Asus EEE PC)

De ASUS Eee PC is klein, goedkoop en verkrijgbaar in een Windows XP- en Linux-versie. Kiest u voor het vertrouwde Windows of is Linux eigenlijk net zo gebruiksvriendelijk en makkelijk in gebruik? Wij lieten iemand die nog nooit Linux heeft gebruikt los op beide varianten van de Eee 900.

We kijken nu alleen naar de software die op de ASUS Eee PC draait: de aangepaste versie van de Linux-distributie Xandros. Op de hardware-aspecten van het kleine notebookje zijn we al eerder ingegaan: zie testcenter-ID 2951.

De ASUS Eee PC heeft zich inmiddels bewezen als verkoopsucces. Mensen kochten massaal het handzame notebookje waarvan er inmiddels al een aantal varianten zijn verschenen: na de Eee 700/701 met 7-inch scherm verscheen de 900/901 met 8,9 inch scherm. Inmiddels is er ook een 10-inch versie aangekondigd en komt er een desktop variant. Leuk om te hebben en de prijs past in ieders budget. Maar bij aankoop staat u voor een lastige keuze: de Linuxversie heeft voor dezelfde prijs veel meer opslagruimte: bij de Eee 900 krijgt u een 20 GB SSD (Solid State Disk), terwijl de Windows versie maar 12 GB heeft. Kiest u voor het vertrouwde Windows XP, of gaat u het Linux avontuur aan? U kunt er later immers zelf nog XP op zetten. ASUS levert de instructies daarvoor zelfs mee. Hoe Windows XP eruit ziet weten we; ze zijn eigenlijk nieuwsgieriger of er met de Linux-versie te werken valt.

Gemak

ASUS heeft het voor kopers van de Eee PC met Linux erg gemakkelijk gemaakt: er is een mooie grafische schil aanwezig die alle mogelijkheden presenteert in vier tabbladen: Internet, Work, Learn en Play. Op het tabblad Internet gaat u met een klik op het pictogram Web naar de webbrowser (Firefox), met de pictogrammen Skype en Messenger kunt u chatten en met Network gaat u naar de netwerkinstellingen. Voor sommige applicaties, zoals Google Docs, is een internetverbinding nodig die u met een klik op Wireless Networks kunt instellen. Wij kochten de Eee in Engeland, maar koopt u bij een Nederlandse winkelier dan is deze voorzien van de Nederlandse taal.
Tot zover eigenlijk niets nieuws: de vensters zien er verdacht veel uit zoals u ze van Windows gewend bent. Het is even zoeken naar de juiste instellingen, maar het toevoegen van printers, het gebruik van usb-sticks of toegang krijgen tot het netwerk is een fluitje van een cent. Xandros, de Linux-variant die ASUS voor de Eee PC heeft gekozen heeft een opmerkelijke overeenkomst met Windows XP. Exact dezelfde look-and-feel, dezelfde toetscombinaties om bijvoorbeeld een nieuw tabblad in Firefox te openen of een stuk tekst te kopiëren.

Afgeschermd

De Eee is op het eerste gezicht in alle opzichten easy. Zo heeft ASUS het ook bedoeld: kinderen en onervaren computergebruikers moeten er meteen mee aan de slag kunnen. De ervaren computergebruiker ziet na een paar uur gebruik wel wat beperkingen: het bekende startmenu uit Windows is niet aanwezig en ook het installeren van extra software is door ASUS sterk ingeperkt. Via Add/Remove Software kunt u aanvullende software toevoegen, maar veel keuze is er niet. Wie op onderzoek uitgaat ontdekt al snel de SynapticPackage Manager waarmee u aanvullende software zou kunnen installeren, maar op onze Eee 900 levert elk pakket een foutmelding op. In de meegeleverde handleiding vindt u geen uitleg hoe de beperkingen te omzeilen, maar op internet zijn er wel instructies om naar Full Desktop Mode te gaan. Dit houdt in dat de eenvoudige interface met vier tabbladen wordt vervangen door een volledige interface die meer aan Windows XP doet denken. Wilt u aanpassingen in de software doen, dan zult u niet moeten terugschrikken voor wat commandoregel-opdrachten: het openen van de terminal met Ctrl+Alt+T wordt al snel een gewoonte en commando's zoals 'sudobash' hebt u nodig om überhaupt iets voor elkaar te krijgen.

Obstakels

Tot zover de theorie. De instructies zijn voor de doorgewinterde computeraar niet ingewikkeld: u hoeft alleen maar een paar commando's nauwgezet in te tikken. Maar in de praktijk blijkt dat het toch niet zo simpel is: instructies voor de Eee 700 blijken op de Eee 900 niet meer te werken. Bovendien heeft onze Eee 900 problemen met een zogenaamd libqt3c102-mt-conflict. Veel software blijkt een ander librarybestand (libqt3) te vereisen dan op de Eee is meegeleverd. Zomaar vervangen blijkt door onderlinge afhankelijkheden niet mogelijk. Voor u het weet hebt u uzelf ongewild opgewerkt tot Linux-expert. We hadden niet gedacht dat we het onderdeel 'Learn' zo letterlijk moesten nemen. Waarom heeft ASUS de Linux-versie van de Eee PC eigenlijk zo dichtgetimmerd? We vragen het Milan Rado, PR-verantwoordelijke bij ASUS: "Je bekijkt het vanuit het oogpunt van een power user. Dit is geen notebook, het is ook nooit op de markt gezet als een vervanger van een notebook. Voor de computerleek is het absoluut onnodig om dit makkelijker te maken. Mijn maandenlange feedback van eindgebruikers is dat het systeem meer dan voldoende is met de Xandros-distributie. Mochten mensen Windows XP willen, dan wordt die kant-en-klaar op die manier verkocht in de winkel. Het feit dat juist de tweakers graag aan de slag gaan met de Eee PC vinden wij een geweldige ontwikkeling. Maar met het besturingssysteem hadden we een heel andere gebruikersgroep in gedachten." Blijkbaar verwacht ASUS dat tweakers die extra uitdagingen en de noodzaak om in UNIX-commando's te duiken zien als onderdeel van het avontuur.

Windows of Linux?

Terugkomend op de vraag die we aan het begin van dit artikel hebben gesteld: kunt u als doorgewinterde Windows-gebruiker maar beter voor de technisch iets mindere Windows-versie van de ASUS Eee PC kiezen?
Wilt u de ASUS Eee PC gebruiken voor veelvoorkomende activiteiten onderweg, zoals het beantwoorden van e-mail, opzoeken van informatie op internet en het werken met tekstdocumenten of spreadsheets, dan bent u inderdaad prima af met de Linux-versie. Alle dagelijks benodigde software is aanwezig en daarnaast is het een interessante ontdekkingstocht om een nieuw besturingssysteem te leren kennen en te achterhalen hoe u meer mogelijkheden uit het kleine apparaatje haalt. Bent u door werk of hobby gebonden aan heel specifieke software die uitsluitend onder Windows draait, dan zou dat een reden kunnen zijn om de Windows-versie te kopen. In dat geval zou u ook de Linux-versie kunnen kiezen om er zelf XP op te installeren.PluspuntenMinpuntenConclusie

  • eenvoudig in gebruik als u zich tot standaardtaken beperkt

  • software lijkt sterk op Windows XP, makkelijk aan te wennen

  • besturingssysteem behoorlijk dichtgetimmerd door ASUS

  • mocht iets niet werken, dan komt u in een behoorlijk oerwoud van commando's en Linux-eigenaardigheden terecht

De Linux-versie van de ASUS Eee PC is ook zonder Linux-kennis prima te gebruiken. Als u de kleine notebook voornamelijk wilt gebruiken voor e-mail, internet en tekstverwerking hebt u aan de meegeleverde applicaties meer dan genoeg.Downloadversie beschikbaarneeDemoversie beschikbaarneeHoeveelheid RAM (minimaal benodigd)512

Oké
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.