ID.nl logo
Huis

Intel NUC reviews van onze panelleden

Intel NUC reviews van onze panelleden

De panelleden die de NUC thuis hebben getest:

Haddo Vervest -Robke Geenen -Ettie Moed-de Lange

Wat was je eerste indruk?

H. Vervest: “Keurig, klein doosje, alle onderdelen netjes verpakt. Bevat VESA bracket, NUC board in NUC chassis en een voeding, geschikt voor verschillende landen.”

R. Geenen: “De NUC is verpakt in een kaal kartonnen doosje van ongeveer 10x10x10 cm. Met aan één zijde een grote stikker met productinformatie. Als we het doosje openmaken vinden we apparaat zelf met daaronder een compacte gebruiksaanwijzing in 12 talen, waaronder Nederlands en Engels. Hierin wordt netjes uitgelegd wat de features van het apparaatje zijn, en hoe alle onderdelen gemonteerd dienen te worden. Ook is er in het doosje een stroomadapter met vier verschillende opzetstukjes te vinden (Europees, Engels, Amerikaans en Australisch.) De kabel aan de adapter is zo'n twee en een halve meter lang en heeft een stukje klittenband om de overgebleven kabel netjes weg te werken. Ook is er een VESA Mount plaatje met schroeven bijgevoegd. Dit plaatje ondersteunt VESA Mounts met 100x100 mm en 75x75 mm. Het apparaatje zelf heeft een mooie glimmend zwarte bovenkant die helaas wel vingerafdruk- en krasgevoelig is. De zijkanten zijn van blank aluminium gemaakt dat een ruwe oppervlakteafwerking heeft ondergaan, dat ziet er netjes uit. De onderkant is van stevig staal met een mat zwarte afwerking. Het apparaatje is in zijn geheel erg stevig maar niet overdadig zwaar. Ook de accessoires zijn netjes uitgedacht.”

E. Moed de-lange: " Het is een mooi klein apparaat, mooie combinatie van aluminiumkleurig metaal en zwart kunststof. Ziet er degelijk uit.  

Hoe verliep de aansluiting?

H. Vervest: “Het aansluiten verloopt soepel, handleiding (had ik) niet nodig.”

R. Geenen: “Als je een kleine kruiskop schroevendraaier hebt, kun je het systeempje al in elkaar zetten. Ook al heb je twee linkerhanden, met de gebruiksaanwijzing erbij komt iedereen er wel uit. Het enige waar je erg goed op moet letten is wat voor aansluitingen elke versie van de NUC heeft, het verschilt bijvoorbeeld tussen verschillende versies of ze een HDMI uitgang hebben, of dat ze alleen een Mini DisplayPort uitgang hebben. Ook ontbreken op sommige uitvoeringen USB 2.0 poorten. Na de hardware komt uiteraard de software, iets waar je op moet letten bij deze apparaatjes is dat ze geen optisch schijfstation hebben, dus het besturingssysteem dient via een USB stick of een USB schijfstation geïnstalleerd te worden. Gelukkig zijn er op internet genoeg programmaatjes hiervoor te vinden, maar Intel had hier wel een kleine hint kunnen geven, bijvoorbeeld wat links naar dit soort programma's.”

E. Moed de-lange: " Het installeren van de SSD-harde schijf, het geheugen en de sata-harde schijf ging heel soepel. De Windows-installatie duurde slechts 6 minuten. De bijgeleverde instructies waren duidelijk. De wifi-kaart kwam later, maar het aan de praat krijgen daarvan (intel dualband wireless-AC7265) is tot nu toe niet gelukt..... In de instructies stond dat er twee antennes op moesten, bij online opzoeken stond dat de behuizing de antenne was....?"

Hoe beoordeel je de prestaties van het apparaat?

H. Vervest: “ Inmiddels heb ik het kastje voorzien van een M.2 120 GB SSD, een 250 G B HDD en 8GB 1,6 GHz Kingston geheugen (Low voltage) en een nieuwe windows 10 home edition installatie. De NUC draait als een zonnetje de alledaagse kantoor applicaties. Voldoet dus zonder meer aan mijn verwachtingen”

R. Geenen: “De versie van de NUC waar we het hier over hebben is er een met een Core i5 processor, eentje uit het wat hogere segment. Dat betekent dat het een bloedsnel apparaat is, zeker als het gebruikt wordt met een M.2 SSD die erin te plaatsen valt. Een schone Windows 8.1 installatie is binnen luttele seconden opgestart. Uiteraard hebben we het over een apparaatje van zo'n 500 euro (inclusief SSD en geheugen dat een beetje bij de specificaties past) dus dan mag snelheid ook wel een groot punt zijn.”

E. Moed de-lange: "  Het apparaat is heel snel, maakt erg weinig geluid; soms bij het lezen van een usb-stick bromt hij een beetje; mogelijk is dat dan de sata-schijf...."

Voordelen:

H. Vervest: - klein – stil – snel

R. Geenen: De voordelen van een kleine maar krachtige PC zijn natuurlijk niet moeilijk te vinden: - Het kleine formaat zorgt ervoor dat het apparaatje overal weg te werken valt, met de bijgeleverde VESA Mount zelfs achter een TV of monitor. Hoewel wegwerken vanuit het oogpunt van zijn looks niet eens nodig is, het is een netjes uitziend en niet al te opvallen apparaatje. - Het ding is extreem snel, voor niet al te intensieve toepassingen (denk aan extreme CAD of videobewerking) kan het apparaat een gewoon werkstation compleet vervangen. - Het apparaat maakt amper geluid, er zit wel een ventilatortje in, maar zelfs al wordt hij zwaar belast is het geluid op een meter nihil te noemen. - Een stroomverbruik van 15 watt of minder voor een complete PC is eigenlijk te gek voor woorden, maar deze NUC maakt het waar. - Intel AMT

E. Moed- de lange:

1. De aansluiting van de koptelefoon/microfoon/boxen aan de voorkant is handig
2. Zeer geluidsarm
3. Start zeer snel op
4.Energiezuinig(15W)
5. Onderdelen simpel te plaatsen/vervangen

Nadelen:

H. Vervest: “Geen”       

R. Geenen: “Daarnaast zijn er natuurlijk ook een paar verbeterpuntjes te noemen:

 - De bovenkant van het apparaatje had van mij ook van aluminium mogen zijn (wel zwart dan) of in ieder geval een ander afwerking mogen hebben zodat vingerafdrukken en kleine krasjes niet meer zo opvallen.

 - Het verschil in aansluitingen tussen de verschillende versies vereist wat zoekwerk om het helemaal duidelijk te maken.

 - Het zou fijn zijn als bijvoorbeeld in de gebruikshandleiding wat informatie te vinden zou zijn over het installeren van een besturingssysteem, zodat mensen die wat minder handig zijn met computers ook dat nog zelf kunnen doen."

E. Moed- de lange:

1.Werkt met Efi; daar moet je wel mee bekend zijn hoe je dat moet instellen, anders mislukt je installatie

2. Voor de monitor aansluiting alleen een minidisplayport-aansluiting, geen hdmi.

3. Drivers moeten apart worden gedownload en geinstalleerd. Ingeprikte hardware wordt niet vanzelf herkend.

4.Site waar drivers gedownload moeten worden, is zeer onoverzichtelijk. Niet duidelijk welke driver je nu precies moet hebben. Bij sommige drivers heb ik gezocht op 5i5MYHE en kreeg ik de 5i5MYBE drivers te zien. Nu heeft 5i5MYBE hetzelfde moederbord als 5i5MYHE maar dat moet je maar net weten...

5. Bios is erg verschillend van de "gebruikelijke" bios

Ben je tijdens het gebruik problemen tegen gekomen?

H. Vervest: “Geen problemen tegen gekomen”

R.Geenen: “Tijdens de installatie ben ik geen problemen tegen gekomen. Alles ging vlekkeloos.”

E. Moed - de lange: "Tijdens het installeren van een tweede besturingssysteem op een andere partitie was ik even vergeten dat NUC met EFI werkte, dus ik had een verkeerde usb-opstartstick gemaakt. Bij rufus moet je dat duidelijk aangeven; en in de bios dus ook. Tot nu toe heb ik niet voor elkaar kunnen krijgen dan de wifikaart mijn netwerkconnecties ziet. De kaart wordt bij apparaatbeheer gewoon vermeld als werkend, maar het programma waarmee je de netwerkconnecties zou moeten vinden, vindt de netwerkconnecties niet. Of ik heb mogelijk niet het goede programma geinstalleerd; ik was het op een gegeven moment zo zat, dat ik het heb opgegeven. Bij het zoeken naar de goede drivers staat een verwijzing: "welke drivers moet ik hebben?" en vervolgens wordt het een "kastje-muur" gebeuren. Ik heb uiteraard ook de intel update-utility geprobeerd, maar daar mislukte de installatie van sommige gedownloade drivers, dus die moest ik toch gewoon weer zelf zoeken..."

Wat vind je van de prijs/kwaliteitsverhouding?

H. Vervest: “Prijs/ kwaliteit is goed, met name  de remote controll optie (Intel AMT) maakt dat het product de investering waard is.”

R. Geenen: “Zoals eerder vermeld is het qua volume een vrij prijzig apparaatje, maar de prestaties die eruit komen zijn zo goed als ongelooflijk te noemen. Dit apparaat geeft zeker waar voor zijn geld.”       

E Moed de-lange: "  Als je er erg op gebrand bent op een geluidsarme omgeving (wat bijv. bij het maken van zangopnames heel fijn is), dan heb je aan deze NUC een goede mini-pc voor een redelijke prijs. Deze NUC is niet echt goedkoop (500 euro) maar ik heb zelf een duurdere laptop met een SSD-opstartschijf die toch regelmatig veel meer lawaai maakt o.a. wanneer hij aan het koelen slaat."

Welk cijfer geef je de NUC?

H. Vervest: 8

R. Geenen: 9      

E Moed de-lange: 7            

Eigenlijk had ik wel een 8 willen geven, maar het gedoe met de wifi-kaart heeft er een hele punt afgehaald....                                                                                                                                                                     

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.