ID.nl logo
Ring Alarm: compleet beveiligingssysteem
© Reshift Digital
Huis

Ring Alarm: compleet beveiligingssysteem

Ring Alarm is een alarmsysteem voor je thuis of kantoor, met een app en uitbreidingsmogelijkheden. Een maandelijks abonnement is vereist om alles uit het systeem te halen. Computer!Totaal vertelt in je deze Ring Alarm review of de 299 euro kostende set een kooptip is.

Het merk Ring maakt onderdeel uit van Amazon en is al langer actief met slimme videodeurbellen en beveiligingscamera’s. Onlangs bracht het merk Ring Alarm in Nederland uit, een alarmsysteem dat qua prijs en mogelijkheden concurreert met sets van merken als Gigaset, Eufy en Somfy.

De starterskit

De goedkoopste starterskit kost 299 euro. Voor dat geld krijg je een basisstation, een signaalversterker, een bedieningspaneel, een setje contactsensoren en een bewegingssensor. Die eerste drie onderdelen horen echt bij het basispakket. Met het setje contactsensoren kun je één raam of deur beveiligen. De bewegingssensor is bedoeld om één kamer in de gaten te houden. Je bepaalt zelf waar je de sensoren ophangt. Doe dit in ieder geval binnen, en buiten handbereik van een inbreker. Ik heb mijn thuiskantoor beveiligd door het bedieningspaneel in de kamer bij de deur op te hangen, de bewegingssensor in een hoek op te hangen en de contactsensor op mijn raam te bevestigen. Je kan er ook voor kiezen om de bewegingssensor bijvoorbeeld in de woonkamer op te hangen en de contactsensor aan de binnenkant van de voor- of achterdeur te bevestigen. Als je – logischerwijs – meer ramen, deuren of ruimtes wil beveiligen, moet je extra sensoren kopen. Die vind ik stevig aan de prijs. Een setje contactsensoren kost 35 euro en voor een bewegingssensor betaal je 50 euro. Je hele appartement of huis beveiligen kan zo een dure grap worden. Ring verkoopt meer starterskits via zijn website, die naar verhouding voordeliger zijn dan veel sensoren los kopen.

©PXimport

Zo werkt Ring Alarm

Je installeert Ring Alarm door de gratis Ring-app te installeren en de instructies te volgen. Verbind het bassistation met je wifi en zet ‘m het liefst in je woonkamer. In het basisstation zit namelijk een 85 decibel sirene die afgaat bij ongenodigd bezoek. Die sirene wil je niet wegmoffelen in je meterkast, want dan hoort niemand ‘m.

Na de installatie van het basisstation hang of plak je de sensoren op de gewenste plekken en verbind je ze – eenvoudig – met het basisstation. Koppel eventueel de signaalversterker – iets wat ik niet gedaan heb omdat mijn thuiskantoor geen grote ruimte is. Het bedieningspaneel heeft een accu maar kan het beste aan het stopcontact gehangen worden, zodat ‘ie nooit leeg raakt. Op dit paneel voer je je eigen pincode in als je het alarm in- of uitschakelt. Als Ring Alarm ingeschakeld is en je thuiskomt, heb je een minuut om je code in te vullen – daarna gaat de sirene loeien. Hetzelfde geldt wanneer je weggaat. Leg of hang het bedieningspaneel daarom op een logische plek waar je snel bij kunt. Je kunt het systeem ook in- en uitschakelen via de Ring-app.

©PXimport

Je schakelt tussen drie modi: uitgeschakeld, thuis en weg. Bij uitgeschakeld doet het systeem niets, zodat je geen onnodige meldingen krijgt. Bij thuis registreert hij bewegingen maar ontvang je alleen nuttige meldingen, bijvoorbeeld van je gekoppelde Ring-videodeurbel of -beveiligingscamera. Bij weg staat het alarm ‘op scherp’ en houdt hij alles in de gaten.

Na een maand gebruik heb ik niets noemenswaardigs aan te merken op de werking van Ring Alarm. Het systeem werkt naar behoren, is betrouwbaar, heeft duidelijke modi en geeft geen valse meldingen. Ik vind het prettig dat ik mijn kantoor beveiligd is als ik wegga. Gelukkig voor mij maar jammer genoeg voor deze review is er geen poging tot inbraak gedaan. Ik heb het daarom zelf maar gedaan, door simpelweg niet mijn code in te vullen en te wachten tot de minuut om was. De sirene is dusdanig hard dat je echt schrikt en buren en/of mensen op straat ‘m ook horen. Ik kan me voorstellen dat een inbreker ervandoor gaat.

©PXimport

Ring Protect

Het Ring Alarm-systeem is natuurlijk meer dan een sirene met afschrikeffect. Bij ongenodigd bezoek ontvang je meldingen op je telefoon en kun je actie ondernemen, variërend van handmatig de sirene bedienen tot 112 bellen. Als je een Ring Protect-abonnement hebt, kan het alarmsysteem automatisch de Ring-alarmcentrale en/of vooraf ingestelde contactpersonen bellen. Dit abonnement krijg je een maand op proef en kost daarna een tientje per maan of honderd euro per jaar (wat je twintig euro bespaart). Met Ring Protect schakelt het basisstation ook zijn eigen accu en hotspotfunctie in als je internet en/of stroom uitvalt. Je alarmsysteem blijft dan dus gewoon werken. Zonder Ring Protect activeert het bassistation bij stroomuitval alleen zijn noodaccu. Leuk, maar minder nuttig omdat je router stroom vereist, en je dus geen internet hebt bij een stroomstoring. Het alarmsysteem kan je dus geen melding sturen. Ik heb na het verlopen van de proefmaand geen Ring Protect-abonnement afgesloten omdat ik honderd euro per jaar teveel geld vind voor de geboden functies. Misschien denk jij daar anders over, en neem je wél een abonnement. Het is in ieder geval fijn dat Ring deze extra’s aanbiedt.

©PXimport

Extra's

Prettig is dat de Ring Alarm goed samenwerkt met andere Ring-apparatuur als de videodeurbel en beveiligingscamera. Die kun je koppelen voor een nog omvangrijker systeem. Minder enthousiast ben ik over het feit dat Ring Alarm niet goed werkt met de smart home-platformen van Google (Assistent) en Apple (HomeKit). Ik voel me met dit systeem erg gevangen in Amazons ecosysteem, en prefereer producten die meer integraties bieden met (concurrerende) platforms. Mogelijk volgt dit nog, want Apple, Google en Amazon brengen in 2021 een open domoticastandaard uit die door allen ondersteund wordt.

©PXimport

Conclusie: Ring Alarm kopen?

Ring Alarm is een compleet en gebruiksvriendelijk alarmsysteem dat accuraat werkt en alles kan wat ik persoonlijk nodig heb. Aandachtspunten zijn de prijzige extra sensoren, de beperkte integratie met andere smart home-platformen en het feit dat je tien euro per maand moet betalen om alles uit het systeem te halen. Vanwege deze punten is Ring Alarm niet voor iedereen het beste alarmsysteem, maar voor een groot deel van de gebruikers wel een hele goede keuze.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 299,- **Sensoren** 1x contactsensor, 1x bewegingssensor **Geluid** 90 dB sirene **Overig** Signaalversterker, bedieningspaneel, basisstation **Extra's** Ring Protect-proefmaand, daarna optioneel 10 euro per maand **Website** [ring.com](https://nl-nl.ring.com/products/alarm-security-5-piece-kit)

Plus- en minpunten
  • Gebruiksgemak en betrouwbaarheid
  • Mogelijkheden (zeker met Ring Protect)
  • Past perfect in het Ring-ecosysteem
  • Abonnement nodig voor alle functies
  • Extra accessoires zijn prijzig
  • Weinig integratie met andere smart home-platformen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.