ID.nl logo
De beste zakelijke accesspoints voor thuis
© Reshift Digital
Huis

De beste zakelijke accesspoints voor thuis

Vergelijk het thuisnetwerk van vijf jaar geleden met dat van nu en je ziet twee totaal verschillende werelden. Pc en tablet hebben hun koppositie verloren aan de smartphone en daarmee zijn we zelfs thuis altijd online. Een snel en veilig netwerk is dan ook geen optie meer, het is een must. Een kleine, maar gestaag groeiende groep gebruikers wil meer dan een standaard draadloze router biedt en kijkt steeds nadrukkelijker naar semiprofessionele netwerkapparatuur. Dit zijn de beste zakelijke accesspoints voor thuis.

Hoewel het gebruik van het thuisnetwerk de laatste jaren ingrijpend is veranderd, is het thuisnetwerk dat zelf niet. Het bestaat onveranderd uit een router die tegelijkertijd ook switch en accesspoint is, en waarmee alle apparaten, snel én langzaam, maar moeten verbinden. Gaten in de dekking nemen we voor lief of dichten we zo goed als het gaat met een wifi-extender of powerline-verbinding. En ook het roaminggedrag valt tegen, inherent aan netwerken die uit meerdere oplossingen van verschillende merken bestaan. Dat we al deze ellende voor lief nemen, komt doordat we weten dat zelfs de nieuwste draadloze router in een huis met meerdere verdiepingen en vloeren van gewapend beton geen volledige dekking geeft. Wat valt de (oude) router die bij het internetabonnement hoort, dan te verwijten?

©PXimport

Het netwerkgebruik is radicaal veranderd, ons thuisnetwerk niet.

-

Betere wifi is nodig

Er is wel een oplossing voor het wifi-probleem en dat is werken met meerdere accesspoints. De oplossing die momenteel het meest in de belangstelling staat én toegespitst is op gebruik door consumenten, zijn de mesh-systemen. Deze bestaan uit twee of meer accesspoints die samen één draadloos netwerk vormen en die zo een grotere ruimte van een beter signaal kunnen voorzien. Roaminggebruik gaat ineens ook beter en de configuratie gebeurt vaak zeer vriendelijk via een app. Technische kennis is er niet voor nodig. Toch lost ook een mesh-systeem niet alle problemen op. Doordat de communicatie tussen de accesspoints bij de meeste mesh-systemen draadloos is, zullen de prestaties altijd lager zijn dan technisch mogelijk is. Ook is – om het beheer makkelijk te houden – het aantal configureerbare opties vaak erg beperkt.

©PXimport

Prosumer

Omdat ze de beperkingen van routers en wifi-systemen voor consumenten zat zijn, kijken steeds meer gebruikers naar zakelijke netwerkoplossingen. Ze ervaren op het werk of in een hotel dat je wel degelijk grote gebouwen van een stabiel en snel draadloos netwerk kunt voorzien. Ze zien dan echter zonder uitzondering apparatuur hangen die ze niet in de gewone winkel of webshop tegenkomen. Gespecialiseerde handelaren kennen die oplossingen echter wel en weten dat deze steeds meer ook geschikt zijn voor de ‘prosumer’: de goed onderlegde consument die niet terugdeinst voor enig configuratiewerk of daar zelfs uit liefhebberij in is geïnteresseerd. En die bovendien ook bereid is meer te betalen voor een betere oplossing. Want zakelijke netwerksystemen zijn zonder uitzondering duurder dan de gewone consumentenhardware.

Mogelijkheden producten

Maar de zakelijke netwerkoplossingen wijken niet alleen wat de prijs betreft af van wat consumenten gewend zijn. Zo is er veel meer specialisatie wat de hardware betreft. De router is een router en niet ook een switch en accesspoint, zoals ook de switch alleen een switch is en het accesspoint alleen een accesspoint. Hierdoor zijn er natuurlijk meer apparaten nodig voor dezelfde functionaliteit, maar de specialisatie heeft ook voordelen. Elk onderdeel kan heel specifiek voor zijn taak worden ontworpen en zal mogelijk beter of efficiënter presteren en in elk geval veel meer opties bieden om de werking van het apparaat tot in de puntjes te regelen. Denk daarbij aan bandbreedtemanagement, meerdere ssid’s, een volledig aanpasbare gastenportal en naadloze roaming binnen het hele netwerk. Configuratie en onderhoud gebeurt daarbij liefst in één keer voor alle apparaten in het netwerk. Een aanpassing in de configuratie van het wifi-netwerk in één keer aan alle accesspoints toezenden in plaats van elk accesspoint apart te moeten aanpassen, bespaart tijd en verkleint vooral de kans op fouten.

De apparaten moeten ook ‘manageable’ zijn. Vooral bij de switches is dit belangrijk en lang niet standaard, integendeel – doorgaans bieden alleen de duurdere switches opties om deze tot op poortniveau te configureren. Daarbij geven de zakelijke oplossingen ook meer inzicht in wat er gebeurt op het netwerk, welke apparaten er verbonden zijn en hoeveel dataverkeer die verbruiken. In het verlengde hiervan bieden de zakelijke oplossingen meer mogelijkheden voor het instellen van zelf te bepalen waarschuwingen.

©PXimport

Kabels

Een ander verschil bij zakelijke netwerksystemen is de voorkeur voor aansluiting via een netwerkkabel. Dat kan een standaard ethernetkabel zijn, maar eventueel ook glasvezel. In elk geval niet draadloos, dat geldt binnen zakelijke netwerken als ‘alleen geschikt voor de verbinding tussen accesspoint en mobiel apparaat’. Alle andere verbindingen moeten betrouwbaar en voorspelbaar presteren en dat kan alleen wanneer je de betreffende apparaten met netwerkkabels met de backbone van het netwerk verbindt.

Behalve de snelheid, biedt een netwerkkabel nog een belangrijk voordeel die zakelijke netwerkoplossingen bijna zonder uitzondering toepassen: Power over Ethernet (PoE). De netwerkkabel wordt dan behalve om het netwerkverkeer te transporteren ook gebruikt om het aangesloten apparaat, zoals een accesspoint, van elektriciteit te voorzien. Dit maakt het mogelijk elk apparaat op elke plek te installeren, ook als er geen stopcontact in de buurt is. Waar mogelijk gaat de functionaliteit van de zakelijke oplossing ook verder dan alleen het draadloze netwerk. Anders dan bij de mesh-systemen, vallen nu liefst ook routers en switches en andere netwerkapparaten zoals de nas en ip-camera’s erbinnen en zijn die centraal te beheren. En van al die apparaten wil je op één plek de meldingen en waarschuwingen ontvangen. Het zakelijke netwerk moet immers vooral geen verrassingen opleveren.

©PXimport

Dekking

Een wifi-systeem met meerdere accesspoints biedt de mogelijkheid een groter gebied (zoals een huis met meerdere verdiepingen en een tuin) overal van goede wifi-dekking te voorzien. Belangrijk is wel dat je de accesspoints op de juiste plek ophangt. Bedrijven zullen dit professioneel aanpakken en metingen laten doen om de impact van muren en staalconstructies zoals liften, op het wifi-signaal te meten. Thuis kun je zo’n meting zelf doen met een smartphone of tablet en een app die de signaalsterkte meet. Wi-Fi SweetSpots is zo’n app. Je kunt de app gebruiken door op verschillende plaatsen in huis de sterkte van het signaal te meten. Dat kan op specifieke punten maar ook terwijl je rondloopt. Wi-Fi SweetSpots toont de sterkte van het wifi-signaal en toont deze in een grafiek. Het is ook mogelijk de sterkte met een geluidssignaal te laten horen. Op deze manier ontdek je al snel de plekken waar het signaal zwak is of zelfs helemaal ontbreekt. Om de dekking op zo’n plek zonder signaal te verbeteren, kun je eerst proberen het huidige accesspoint te verplaatsen of net even anders op te hangen. Werkt dat niet, overweeg dan een extra accesspoint te plaatsen.

De enige echte oplossing voor wifi-problemen is werken met meerdere accesspoints.

-

Er zijn ook nadelen

De lijst met pluspunten van zakelijke netwerkapparatuur is lang. Geen wonder dus dat deze oplossingen steeds meer in de belangstelling staan, ook van niet-zakelijke gebruikers. Voordat je de oude router het huis uit doet en overstapt, is het wel belangrijk ook de nadelen te kennen.

Behalve de al eerder genoemde hogere prijs die ook nog voor meerdere losse apparaten moet worden betaald, is de vendor lock-in een risico. De kracht van zakelijke netwerksystemen berust erin dat alle apparatuur van hetzelfde merk is. Elke volgende aanschaf moet dus weer van dat merk zijn om in het systeem te passen. Dit maakt je kwetsbaar voor prijsverhogingen, veranderingen in licentievoorwaarden als die van toepassing zijn, of de grillen van de producent als die ineens een model dat nog naar tevredenheid werkt niet meer ondersteunt na een update van de centrale beheersoftware.

Een ander nadeel is dat zakelijke netwerkapparatuur ook al snel semi-professionele netwerkkennis vereist. Meer opties betekent meer denkwerk en vaker de noodzaak de juiste beslissing te nemen. Online forums en support van de leverancier zijn goede ondersteuning, maar zoals zo vaak geldt ook daar dat de kwaliteit van de input de output bepaalt. Het geduld met absolute beginners is – zeker op de online forums – vaak beperkt. Kun je die nadelen en risico’s overzien, dan kan een zakelijke netwerkoplossing de aanschaf zeker waard zijn.

Je kunt ook gedeeltelijk overstappen op een zakelijk systeem door enkel de wifi-accesspoints aan te schaffen. Die kun je dan aansluiten op je eigen router. Let er wel op dat de zakelijke accesspoints doorgaans via PoE gevoed worden, waarvoor je een speciale switch nodig hebt. Ubiquiti levert als alternatief bij elk accesspoint een PoE-injector mee en TP-Link een gewone losse voeding, waardoor je in beide gevallen geen speciale switch nodig hebt. Het geteste accesspoint van Netgear kun je optioneel via een voeding voeden, net als de D-Link DAP-2610. De D-Link DAP-3662 heeft geen ingang voor een aparte voeding en dus is daar PoE verplicht.

Een zakelijk netwerksysteem biedt meer opties om het netwerk volledig naar eigen wens in te richten. Bovendien komt het standaard met meerdere wifi-accesspoints waarmee je eindelijk wel het hele huis van goede wifi kunt voorzien. Maar hoe zit het met de nadelen en welk systeem is dan de beste keuze?

Wij testen vier zakelijke netwerkoplossingen van Ubiquiti, Netgear, TP-Link en D-Link die ook thuis niet misstaan. Het uitgangspunt van de test is het vergelijken van de vier systemen, waarbij we vooral letten op gebruiksgemak, mogelijkheden en het aanbod aan componenten. Uiteraard hebben we ook de snelheid van de geteste accesspoints getest, deze vind je ook terug in de tabel. Prijzen vergelijken van vier uiteenlopende systemen is weinig zinnig. Als alternatief hebben we de prijs voor een set van respectievelijk alleen twee accesspoints, twee accesspoints en een switch en twee accesspoints, een switch en een router in de tabel vermeld. Uitgangspunt zijn de laagste prijs voor elk soort apparaat per merk in de hier geteste productserie.

Ubiquiti UniFi

Ubiquiti Networks is misschien een relatief onbekende naam, toch levert het bedrijf al jaren meerdere series netwerkhardware. Daarvan staat vooral de UniFi-serie in de belangstelling bij wie thuis met een zakelijke netwerkoplossing aan de slag wil. De kracht van UniFi is een ruime keuze in hardware, gecombineerd met zeer krachtige en flexibele UniFi-controllersoftware voor discovery, configuratie en beheer.

Een 802.11ac-accesspoint is er vanaf zo’n 85 euro (UAP-AC-Lite). De voor configuratie benodigde software draait op Windows, Linux en macOS, maar veel interessanter is de installatie op een nas, een Raspberry Pi en vooral de eigen Ubiquiti Cloud Key. De Cloud Key is een minicomputer (12 x 4 x 2 cm) met een quadcore-processor en 2 GB RAM. Verbind de Cloud Key met een PoE-switchpoort en het werkt. Eventueel kan voeding ook via een micro-usb-poort. Via de browser of de UniFi-app voor iOS en Android kun je contact maken met de controller en alle UniFi-apparaten opsporen, updaten en daarna configureren. De controller is behalve op het lokale netwerk ook via de online Ubiquiti-portal te bereiken. De login met gebruikersnaam en wachtwoord kan worden versterkt met tweefactorauthenticatie via de Google Authenticator-app.

De UniFi-software ziet er extreem gelikt uit, met een dashboard dat overzicht biedt over het hele netwerk. Hierin kun je inzoomen op wan, lan en wlan, een overzicht krijgen van alle apparaten en gebruikers waarop je ook weer kunt inzoomen. Je configureert hier ook je opties, en krijgt een groot aantal statistieken en doorsnedes van inrichting en gebruik van het netwerk. Een loginpagina voor gastgebruik laat zich met enkele klikken maken, net als de gast-gebruikersgroep en de bijbehorende policy om gasten bijvoorbeeld alleen toegang tot het internet te geven. Er zijn uitgebreide opties voor wifi-management zoals bandsteering om gebruikers zo veel mogelijk naar de 5GHz-band te verplaatsen, en voor naadloze roaming.

Ubiquiti biedt in de UniFi-serie behalve voip-telefoons en ip-camera’s, meerdere 802.11ac accesspoints, PoE-switches én als enige van de geteste oplossingen ook een router-firewall. Van deze UniFi Security Gateway is de kleine versie uitermate geschikt voor thuis. Met de USG in je netwerk worden ineens de toegang tot het netwerk en de beveiliging configureerbaar. Je kunt regels opstellen voor groepen of apparaten en je krijgt dankzij de deep packet inspection heel veel inzicht in het netwerk.

Je kunt de Ubiquiti UniFi-accesspoints uiteraard ook zonder aanvullende Ubiquiti-apparatuur gebruiken in combinatie met een andere router. Interessant om te weten is dan dat de losse UniFi-accesspoints inclusief een PoE-voeding verkocht worden, waardoor je niet per se een PoE-switch nodig hebt. De bundels die uit vijf accesspoints bestaan, worden overigens verkocht zonder die PoE-voedingen.

©PXimport

Ubiquiti UniFi

Adviesprijs
Ubiquiti Cloud Key € 85,00
Security Gateway € 115,00
UniFi Switch US-8-150W € 210,00
UniFi AP AC Lite € 83,00
UniFi AP AC Pro € 135,00
Websitewww.ubnt.com9Score90

  • Pluspunten

  • Controllersoftware en apps

  • Cloud Key

  • UniFi-producten

  • Community

  • Geen licentiekosten

  • Minpunten

  • Prijs componenten

  • USG nog geen OpenVPN

Netgear Insight

Netgear is een grote naam in netwerken, maar lijkt de ontwikkeling van eenvoudig te beheren zakelijke netwerken aanvankelijk wat gemist te hebben. Maar het bedrijf laat het er duidelijk niet bij zitten en heeft met Netgear Insight inmiddels een eerste versie klaar van een via een app eenvoudig te beheren set switches en accesspoints, die thuis zeker ook niet misstaan. Anders dan bij Ubiquiti, waar de controllersoftware ergens in het eigen netwerk aanwezig moet zijn, gebeuren configuratie en beheer bij Netgear via de cloud (Amazon). De Netgear Insight-app, beschikbaar voor iOS en Android, spoort nieuwe Insight-compatibele apparaten op en verbindt deze daarna met het netwerk. Daarna kun je de apparaten configureren en word je via meldingen op smartphone en tablet of e-mail geïnformeerd over belangrijke gebeurtenissen in het netwerk. Het aanbod aan Insight-compatibele apparaten is nog beperkt. Voor onze test gebruikten we een 8poorts-PoE-switch met twee SFP-poorten (zie kader) en twee WAC505-accesspoints. Allemaal werden ze probleemloos ontdekt en geconfigureerd, gemakkelijker kan echt niet.

Insight-switches met meer poorten zijn inmiddels aangekondigd, maar een router ‘nog’ niet. Die router zal er zeker moeten komen om van Insight een echt concurrerend product te maken. Wel ondersteunt Insight ook bepaalde modellen ReadyNAS-apparaten. Hiervan kan, nadat de nas is opgenomen in Insight via de app, de netwerkconfiguratie worden aangepast, de firmware geüpgraded en de app biedt informatie over gebeurtenissen en het opslaggebruik. Echt beheren zoals het inschakelen van services of het toevoegen van gebruikers is niet mogelijk.

De prestaties van de accesspoints zijn goed en doordat PoE wordt ondersteund, is het aansluiten erg eenvoudig. Wifi-netwerken laten zich eenvoudig inrichten, evenals een gastenportal waar een eigen welkomsttekst en gebruiksvoorwaarden geplaatst kunnen worden. De verdere configureerbare opties verschillen niet van wat we van Netgears draadloze routers gewend zijn zoals kanalen en radio’s, met nu wel bandbreedtebeheer en vlan’s als extra’s.

Netgear levert Insight als dienst en koppelt het aan een abonnement. Tot twee apparaten is gratis, daarna betaal je – afhankelijk van de abonnementsvorm – 5, 10 of 15 dollar per apparaat per jaar. Insight Basic, het goedkoopste abonnement, biedt volledige functionaliteit behalve toegang tot de webportal, dus dan moet alles via de app. Ook is terugkijken van logfiles beperkt tot 24 uur.

©PXimport

Netgear Insight

Adviesprijs
GC110P-100PES € 194,99 (switch)
WAC505 € 99,99 (accesspoint)
RN21200-100NES € 345,99 (nas)
Website https://insight.netgear.com7Score70

  • Pluspunten

  • Cloud-management

  • AppGebruiksvriendelijk

  • Gebruiksvriendelijk

  • Minpunten

  • Geen router

  • Abonnement

Optische verbinding

Vooral de semi-professionele switches beschikken naast over ethernet- ook over een of twee SFP-poorten. Hiermee kun je de apparaten onderling met glasvezelkabel verbinden. Dit is wel weer een wereld op zich, met verschillende soorten connectoren en transceivers die bovendien een compatibele firmware vereisen. Werkt het, dan krijg je er wel een snelle koppeling tussen de apparaten voor terug en speel je een of twee ‘normale’ switchpoorten vrij voor andere aansluitingen. Interesse? Begin bij de datasheet van de netwerkapparaten, want alleen wat echt compatibel is gaat ook echt werken.

©PXimport

TP-Link Auranet EAP

EAP is de afkorting van Enterprise Access Point en over deze producten vind je op de TP-Link website bij de consumentenproducten inderdaad niets. En toch zijn het ook voor thuisgebruikers uitermate interessante én betaalbare producten. Daarbij heeft TP-Link een goede naam, die het bedrijf een flinke installed base heeft bezorgd bij thuisgebruikers en zakelijke klanten. De EAP-producten behoren tot de ‘software managed accesspoints’ en behalve accesspoints kan je met de bijbehorende EAP Controller-software inderdaad geen andere apparaten zoals routers of switches beheren. Alle EAP-accesspoints ondersteunen PoE, maar TP-Link levert losse voedingen mee voor wie geen PoE-switch of -router heeft.

De EAP-controllersoftware is beschikbaar voor Linux en Windows. Doordat verreweg de meeste functionaliteit ook op de accesspoints wordt opgeslagen en uitgevoerd, is het maar voor een zeer gering aantal functies nodig dat de pc ook echt aanstaat. Dat geldt natuurlijk voor het centrale beheer en zaken als firmware-upgrades (niet automatisch!) en het wijzigen van configuraties, en verder alleen voor de zaken als authenticatie van gebruikers via een externe services of wanneer met vouchers voor gastgebruik wordt gewerkt. Alle overige functies werken altijd en worden alleen via de controllersoftware beheerd. Dat de EAP-controller op een lokale pc of server draait, betekent wel dat standaard geen remote-beheer mogelijk is.

Dat beheer gaat prima met de EAP-controllersoftware. De software, eigenlijk een webservice waar je met de browser op inlogt, werkt vlot en logisch en is gebruiksvriendelijk. Nadat eerst het beheeraccount is aangemaakt en voorzien van een wachtwoord, worden de accesspoints opgespoord. Deze kun je via een adoptie opnemen in het netwerk en voorzien van centraal ingestelde opties, zoals de wifi-netwerken, wachtwoorden, beveiliging en ook een gebruikersportal. Er zijn ook geen bijkomende licenties, de software is gratis ongeacht het aantal beheerde accesspoints. Gezien de snelheid en het gemak is het jammer dat TP-Link niet ook andere producten aan de EAP-serie toevoegt dan alleen accesspoints. Een app om de EAP-systemen te beheren is in ontwikkeling en wordt komende zomer verwacht.

©PXimport

TP-Link Auranet EAP

Adviesprijs
EAP245 € 74,99 (accesspoint)
EAP330 € 149,99 (accesspoint)
Websitewww.tp-link.com/nl7Score70

  • Pluspunten

  • Software

  • Gebruiksvriendelijk

  • Weinig netwerkkennis nodig

  • Geen licenties

  • Minpunten

  • Geen router

  • Geen switch

  • (Nog) geen app

  • Geen remote-beheer

  • Pc nodig

Power-over-Ethernet

Power over ethernet, of kortweg PoE, is een techniek om elektriciteit door te geven via de netwerkkabel. Stroom én data gaan dus gelijktijdig door dezelfde verbinding; een stopcontact net als een voedingsadapter zijn niet meer nodig. PoE is vooral geschikt voor het aansluiten van kleine netwerkapparaten zoals ip-camera’s, voip-telefoons en wifi-accesspoints. Om een apparaat via PoE van elektriciteit te voorzien, moeten zowel het betreffende apparaat als het netwerkapparaat waarop het wordt aangesloten (soms een router en meestal een switch) PoE ondersteunen. Er zijn verschillende IEEE-standaarden voor PoE die verschillende aderparen in de ethernet-kabel voor overdracht van de elektriciteit gebruiken. Afhankelijk van de standaard kan één PoE-poort tot 100 watt leveren, maar 40 watt komt het meest voor. Belangrijk is PoE-apparatuur op onderlinge compatibiliteit te controleren.

©PXimport

D-Link DAP

Van de twee componenten waar een zakelijk netwerksysteem minimaal uit bestaat, heeft D-Link er één op orde en één helemaal niet. Met de hardware is niets mis, het probleem zit bij de software: de Central WifiManager. Het is lang geleden dat we zo’n matig programma moesten gebruiken.

Net als de controller van TP-Link bestaat ook de WifiManager van D-Link uit een webserver waar je met de browser contact mee maakt. Maar alleen met de server kom je er niet, er is ook nog een AP installation utility for CWM nodig om de accesspoints te vinden en aan de Central WifiManager te koppelen. En daarvoor moet dan nog weer voor elk model accesspoint een module worden gedownload en daarna in de server worden geüpload. Al met al vooral heel veel gedoe en zonder de handleiding vaak niet te doen. En dat geldt ook voor het verdere gebruik: het is weinig intuïtief, en wanneer je even afwijkt van hoe D-Link het heeft bedacht, werkt het direct niet meer.

De magere kwaliteit van de software doet helaas echt afbreuk aan de prima hardware. Daar is namelijk niets mis mee, beide geteste accesspoints voldoen prima en bieden uitgebreide functionaliteit. Behalve een goed signaal en de mogelijk via de software – dat wel – van meerdere accesspoints één netwerk te maken, kun je natuurlijk ook per accesspoint meerdere ssid’s opgeven, meerdere netwerken bouwen, gebruikers op basis van capaciteit naar de 5GHz-band verplaatsen en nog veel meer. Ook een gastenportaal is er en kan zelfs worden gekoppeld aan een PayPal-betaalsysteem.

Hoewel D-Link met deze accesspoints en de gratis Central WifiManager een werkbare oplossing heeft ook voor thuis, zal het vooral in grotere professionele omgevingen echt tot zijn recht komen.

©PXimport

D-Link DAP

Adviesprijs
DAP-2610 € 114,50 (accesspoint)
DAP-3662 € 262,95 (accesspoint)
Websitewww.dlink.com6Score60

  • Pluspunten

  • Hardware

  • Geen licenties

  • Minpunten

  • Software

  • Geen router

  • Geen switch

  • Geen app

  • Geen remote-beheer

  • Pc nodig

Conclusie

Dat zakelijke netwerkapparatuur interessant is voor gebruik thuis, hadden we al gezien, en de test van deze vier merken en sets bevestigt dat. Het is met alle vier mogelijk in relatief weinig tijd en met meer of minder netwerkkennis en doorzettingsvermogen een werkend en beter thuisnetwerk te maken. En niet alleen werkend, veel van de wensen en tekortkomingen van een standaard draadloze router worden ermee opgelost.

Het mooiste product komt zonder twijfel van Ubiquiti dat prima hardware combineert met prachtige software. TP-Link en Netgear doen daar wat voor onder, maar vallen vooral op doordat hun productaanbod minder uitgebreid is. Bij TP-Link is dat een bewuste keuze, bij Netgear wordt er hard aan gewerkt dat verschil weg te werken. Beide kunnen daardoor goede alternatieven zijn. D-Link doet met zijn software onrecht aan de hardware en kunnen we daardoor op dit moment niemand aanbevelen.

Alle testresultaten vind je hieronder in de tabel (.pfd).

©PXimport

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.