ID.nl logo
In 14 stappen een optimaal thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

In 14 stappen een optimaal thuisnetwerk

De meeste thuisnetwerken laten wat te wensen over of zijn incompleet omdat niet alle apparaten die kunnen worden aangesloten ook zijn aangesloten. In dit artikel gaan we alles op elkaar aansluiten en verbinden met internet. Je leest wat het beste is voor jouw situatie.

Tip 1: Netwerkopstelling

In dit artikel gaan we uit van een basis-netwerkopstelling die bij bijna iedereen thuis te vinden is. Internet wordt verzorgd door een breedbandmodem via kabel, ADSL of anders. Er is een router aanwezig (al dan niet geïntegreerd in het breedbandmodem) waarop je apparatuur bedraad (via LAN-poorten) en draadloos (via wifi) kunt aansluiten. We gaan ervan uit dat je wifi-netwerk een veilig wifi-netwerk is. De beveiliging wordt geregeld door een speciale knop WPS-op je router (of modem) of door een sterk wifi-wachtwoord. Het is handig als je je wifi-wachtwoord kent, bijvoorbeeld als je de dekking wilt uitbreiden met een wifi-repeater (tip 8). Het wifi-wachtwoord en de beveiligingstechniek kun je eenvoudig achterhalen met WirelessKeyView. Voer dit programma uit op een computer die succesvol verbonden is met je wifi-netwerk.

©PXimport

Ben je je wifi-wachtwoord kwijt? Achterhaal het met WirelessKeyView.

Tip 2: Bedraad & draadloos

We krijgen regelmatig de vraag: "Wat is beter, bedraad of draadloos?". Het antwoord is volmondig: bedraad. Alles wat je bedraad aansluit op je thuisnetwerk werkt stabieler dan via een draadloos netwerk. Je hebt geen last van problemen met bereik, het vergeten van je wifi-wachtwoord of storingen van andere wifi-netwerken. Ook huishoudelijke apparaten kunnen je wifi-netwerk verknallen. Vaak wordt de magnetron genoemd, maar in de praktijk is er meer aan de hand. Echt problematisch zijn fysieke obstakels, bouw- en constructiematerialen in je huis en goedkope draadloze beveiligingscamera's (of andere apparaten die permanent zenden op dezelfde frequentie). Een ander argument voor een bedrade verbinding is de snelheid. Deze ligt meestal veel hoger als je je apparatuur aansluit met een netwerkkabel, zeker met een zeer snelle internetverbinding.

©PXimport

Een bedraad netwerk is bijna altijd sneller en stabieler dan een draadloos netwerk.

Tip 3: Wanneer wel wifi?

De voorkeur gaat uit naar bedraad, maar echt handig is dit soms niet. Voor tablet en smartphone is een ethernetkabel zelfs onmogelijk en voor de woonkamerlaptop bijzonder onpraktisch. Kies altijd voor een netwerkdraad als het ook praktisch haalbaar is, bijvoorbeeld voor de desktop-pc in de studeerkamer, netwerkprinter of netwerkschijf (NAS). Ook voor je tv, gameconsole of mediastreamer verdient een netwerkkabel de voorkeur boven gerommel met wifi-dongels. Meer hierover lees je bij tip 13. Gebruik je wifi-netwerk voor alle apparatuur waarbij een netwerkkabel geen optie is: smartphone, tablet, Chromecast 1 (hoewel zelfs daar sinds kort een kabel voor is), enzovoort. Of als het gewoon super-onhandig is, bijvoorbeeld je laptop die je op meerdere plekken gebruikt.

©PXimport

Voor je tablet is een ethernetkabel geen optie, maar je kunt wel je wifi verbeteren.

Tip 4: Te weinig poorten

De mogelijkheid om apparatuur bedraad aan te sluiten op je modem/router is meestal beperkt tot maximaal vier LAN-poorten. Als je hier te kort aan hebt, kun je het aantal poorten eenvoudig uitbreiden met een switch. Kies een snel exemplaar die voldoet aan de gigabit-standaard (1000 Mbit/s). Een switch schaf je aan voor een paar tientjes en heeft bijvoorbeeld 5 of 8 extra LAN-poorten. Aansluiten is eenvoudig, want instellingen zijn er niet. Sluit een LAN-poort van de switch aan op een LAN-poort van je modem/router met een standaard netwerkkabel en je hebt extra poorten om je thuisnetwerk bedraad uit te breiden.

©PXimport

Met een switch breid je het aantal LAN-poorten uit en geef je je thuisnetwerk extra bedrade aansluitmogelijkheden.

Tip 5: Snelheid onderling

Gigabit is de standaardsnelheid van dit moment voor bedrade thuisnetwerken. Het kan voorkomen dat je modem/router een lagere snelheid ondersteunt, bijvoorbeeld 10/100 Mbit. Dit kan ervoor zorgen dat bepaalde netwerkapparatuur niet optimaal functioneert. Goede voorbeelden zijn de NAS (netwerkopslag) en de mediastreamer op je tv: hierbij is het fijn om op een zo hoog mogelijke snelheid te werken. De aanschaf van een switch zoals besproken bij de vorige tip kan uitkomst bieden om bijvoorbeeld je desktop-pc en NAS sneller met elkaar te laten communiceren. Sluit beide apparaten bedraad aan op de gigabit-switch en verbind deze bedraad met je modem/router. Zo heb je onderling de hoogst haalbare snelheid. Benader je de NAS via wifi? Dan vervalt de snelheidswinst. De maximale snelheid is altijd afhankelijk van de langzaamste tussenschakel.

©PXimport

Kies altijd voor een bedrade gigabitverbinding voor apparaten waarbij een hoge snelheid wenselijk is.

Tip 6: Terugschakelen

Als je computer bedraad is aangesloten op een switch of modem/router, ben je misschien nieuwsgiering naar de maximale snelheid. Dit is de snelheid die de op elkaar aangesloten apparaten met elkaar 'afspreken' te gebruiken.

AdapterWatch toont deze gegevens in de kolom Interface speed. Er staat een lang getal. Als je de laatste zes nullen weghaalt, heb je de snelheid in Mbit (megabit). Bij een draadloze adapter kan de snelheid steeds verspringen omdat de verbinding afhankelijk is van allerlei externe factoren.

Als je bij een bedrade netwerkverbinding een lagere snelheid ziet dan verwacht, bijvoorbeeld 100 Mbit in plaats van 1000 Mbit, kan dit meerdere oorzaken hebben. Als je computer of switch slechts 100 Mbit aankan en het andere apparaat 1000 Mbit, wordt er automatisch teruggeschakeld naar een lagere snelheid. Als aan beide kanten 1000 Mbit mogelijk is, kan bij slechte bekabeling of ondeugdelijke aansluitstekkertjes de snelheid alsnog naar beneden worden bijgesteld om stabiliteit te behouden. Dit kun je uitdokteren door een kortere netwerkkabel te proberen.

Tip 7: Wifi verplaatsen

De beste oplossing om problemen met het bereik van je wifi-netwerk op te lossen, is door het wifi-toegangspunt fysiek te verplaatsen. Meestal is de beste plek een centrale plaats in je woning. Dit gaat het eenvoudigst als je modem en wifi-router gescheiden kastjes zijn, omdat een modem verplaatsen lastig is in de praktijk (die moet namelijk zo dicht mogelijk zitten bij de plek waar je internetverbinding je huis binnenkomt.

©PXimport

Voor het beste bereik verplaats je je wifi-modem of wifi-router naar een centrale plek huis.

Tip 8: Meer wifi-bereik

Als het fysiek verplaatsen van je wifi-netwerk niet mogelijk is of je wilt geen lelijke kabels trekken door je huis, dan kun je een wifi-repeater overwegen. Een wifi-repeater kost niet meer dan een paar tientjes en heeft alleen een stopcontact nodig. Het instellen is eenvoudig als je de handleiding van de fabrikant zo braaf mogelijk opvolgt. Kort door de bocht pakt een wifi-repeater je bestaande wifi-netwerk op en zendt het opnieuw uit. Voor de configuratie heb je mogelijk de beveiligingscode nodig van je wifi-netwerk nodig en moet je weten welke beveiligingstechniek (WPA, WPA2 of anders) er wordt gebruikt (zie tip 1). Het enige nadeel van een repeater is wel, dat je 'verlengde' wifi-netwerk maar de helft van de snelheid van je gewone wifi-netwerk is.

Tip 9: Bruggenbouwer

Er zijn wifi-repeaters te koop met een extra ethernetaansluiting. Door te kiezen voor een zogenaamde 'bridge mode' kun je op deze manier het draadloos netwerk 'omzetten' naar een ethernetaansluiting.

Samengevat wordt je wifi-netwerk opgepakt door de wifi-repeater in 'bridge mode' en is vanaf hier beschikbaar als bedrade netwerkaansluiting. Deze opstelling heeft geen voordelen voor hogere snelheid, maar biedt wel andere mogelijkheden. Als bijvoorbeeld een 'smart-apparaat' (controlecentrum van zonnepanelen, weerstation, dvd-speler etc.) geen wifi ondersteunt of slecht bereikbaar is voor een gewone netwerkkabel, kun je met deze truc het apparaat alsnog opnemen in je thuisnetwerk.

©PXimport

Dankzij een wifi-repeater in 'bridge mode' verbind je apparatuur met een netwerkkabel via wifi met je thuisnetwerk.

Tip 10: Usb-dongel

Als het wifi-bereik net niet optimaal is vanuit bijvoorbeeld de keuken en het verplaatsen van een je wifi-router of wiki-accesspoint geen opties zijn, kunnen pc- of laptop-gebruikers een trucje uithalen. Koop voor een tientje een usb-wifi-dongel. Sluit de dongel aan via een usb-verlengkabel en je hebt een soort 'verplaatsbare wifi-antenne'. Zo werk je toch via wifi en kun je een lastig bereikbaar draadloos toegangspunt beter oppikken. Deze truc werkt ook goed in een hotelkamer, op de camping of om vanuit een vakantie-appartement een hotspot op te pikken.

©PXimport

Wifi soms wel of niet bereikbaar? Gebruik een usb-wifi-dongel met usb-verlengkabel.

Tip 11: Homeplug

Voor elke situatie waarbij wifi niet mogelijk is of te veel stoort, en (extra) kabels trekken geen optie is, bestaat er een derde mogelijkheid: HomePlug (ook wel powerlan genoemd). Hierbij wordt een bedraad netwerk getransporteerd via het stopcontact en de elektriciteitskabels. Het werkt als volgt: een HomePlug heeft minimaal twee adapters (stekkers). De ene HomePlug-adapter sluit je aan op je modem/router via een netwerkkabel. De andere HomePlug-adapter sluit je met een netwerkkabel aan op het apparaat dat de netwerkverbinding nodig heeft. Door beide adapters in het stopcontact te steken en een eenmalige koppelprocedure (pairing) op te volgen, wordt de verbinding gelegd en je netwerksignaal semi-draadloos door je huis getransporteerd via het elektriciteitsnetwerk. Een HomePlug-setje kost circa zeventig euro.

©PXimport

HomePlug brengt je thuisnetwerk op plekken waar wifi niet toereikend is en kabels trekken geen optie is.

Tip 12: HomePlug-opties

De snelheid van HomePlug is afhankelijk van vele factoren en dat geldt ook voor de stabiliteit. Vermijd dubbelstekkers en stekkerblokken. Een HomePlug hoeft niet direct in de buurt aangesloten te worden van je modem/router, het kan op elke netwerkkabel. De HomePlug-techniek is een uitstekende aanvulling voor moeilijk bereikbare plekjes waar je apparatuur wilt aansluiten. Je kunt bijvoorbeeld dankzij HomePlug een netwerkprinter uit het zicht plaatsen (in de garage, schuur of op zolder) zonder dat je kabels hoeft te trekken. HomePlug-setjes zijn er in allerlei variaties, bijvoorbeeld met een geïntegreerde switch zodat je meer dan één apparaat kunt aansluiten of met een ingebouwde wifi-accesspoint.

Tip 13: Creatief aansluiten

De beste oplossing om je thuisnetwerk zo goed mogelijk aan elkaar te knopen begint bij het uitdenken van een plannetje. Veel scenario's hebben meer dan één oplossing, maar welke kies je? Wees creatief en zet stabiliteit altijd op de eerste plaats. Een voorbeeld: je hebt ooit één netwerkkabel getrokken naar de tv. Nu loopt je tegen deze beperking aan, want alle apparaten rond je tv hebben een netwerkaansluiting. In dit geval kun je een dure HomePlug-set aanschaffen met ingebouwde switch of je apparatuur via wifi-dongels of -repeaters aan de praat proberen te knutselen. Onnodig instabiel en foutgevoelig! De beste oplossing voor dit scenario is een goedkope switch (tip 4). Sluit deze aan op de netwerkkabel bij je tv en verbind alle apparatuur bedraad met de switch. Zo kun je via één netwerkkabel toch je smart-tv, gameconsole, Raspberry Pi, DVR, blu-ray-speler, Chromecast 2 en andere apparaten aansluiten.

©PXimport

Allerlei apparaten aansluiten op één netwerkkabel? Dankzij een simpele switch is het zo geregeld!

Tip 14: Oude router

Als afsluiting van dit artikel een tip die alleen geschikt is voor experts die ergens nog een oude router hebben liggen. Laat deze niet verstoffen, je kunt hier leuke dingen mee doen voor je thuisnetwerk. Door de DHCP-server en wifi uit te schakelen houd je een gratis switch over. Als je je wifi aan laat staan (DHCP wel uitschakelen!) en de oude router aansluit via een LAN-poort, heb je een extra wifi-toegangspunt. Verander eventueel de kanaalinstellingen van het extra wifi-netwerk om storingen te voorkomen.

Tot slot is er de 'superfirmware' van DD-WRT. Als je geluk hebt, kun je dit installeren op je router. DD-WRT is er voor veel populaire routers van verschillende fabrikanten. Met DD-WRT maak je van een router van 50 euro er eentje met de mogelijkheden van een router van 500 euro. Je netwerk krijgt allerlei extra functies, zoals een repeater, bridge, VLAN's en andere dingen waar experts verzot op zijn. Zoals je al leest aan de terminologie is DD-WRT absoluut niet geschikt voor beginners. Het updaten van je router firmware is altijd een risico. In het meest positieve geval levert het je een superrouter op met veel extra functies. De kans dat je van je router een baksteen maakt door een storing of verkeerde firmware-flash is helaas ook aanwezig.

©PXimport

DD-WRT maakt van een simpele router er één met heel veel mogelijkheden.

▼ Volgende artikel
Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht
Huis

Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht

De extraction shooter Arc Raiders is een groot succes: de game is sinds release 30 oktober vorig jaar meer dan 14 miljoen keer verkocht.

Dat heeft uitgever Nexon deze week aangekondigd bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers van het bedrijf. In januari was er daarbij een piek van 960.000 gelijktijdige spelers over alle platforms waarneembaar, en sindsdien zijn er zo'n zes miljoen wekelijkse actieve spelers. Arc Raiders heeft wat Nexon betreft dan ook alle verwachtingen overtroffen.

Arc Raiders kwam zoals gezegd afgelopen oktober uit en is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde bedrijf Embark Studios, dat bestaat uit voormalige Battlefield-ontwikkelaars, waronder de voormalige ceo van DICE, Patrick Söderlund. Hiervoor bracht Embark al de shooter The Finals uit.

Over Arc Raiders

Toen Arc Raiders uitkwam, bleek het spel al snel een hit op Steam en consoles. Dit terwijl de markt voor multiplayershooters zeer competitief is, met franchises als Call of Duty en Battlefield waarvan afgelopen najaar ook nieuwe delen zijn uitgekomen.

De game houdt een derdepersoonsaanzicht aan en betreft een extraction shooter. Spelers gaan in Arc Raiders richting de oppervlakte van de aarde, waar buitenaardse robots genaamd Arcs voor chaos zorgen. Spelers proberen hier waardevolle materialen, wapens en medicijnen te vinden - alleen of in teamverband. Andere spelers lopen echter ook rond op het oppervlak en kunnen je team helpen of juist tegenzitten. Het doel is heelhuids weer ondergronds te geraken met de verzamelde spullen.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok