ID.nl logo
In 14 stappen een optimaal thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

In 14 stappen een optimaal thuisnetwerk

De meeste thuisnetwerken laten wat te wensen over of zijn incompleet omdat niet alle apparaten die kunnen worden aangesloten ook zijn aangesloten. In dit artikel gaan we alles op elkaar aansluiten en verbinden met internet. Je leest wat het beste is voor jouw situatie.

Tip 1: Netwerkopstelling

In dit artikel gaan we uit van een basis-netwerkopstelling die bij bijna iedereen thuis te vinden is. Internet wordt verzorgd door een breedbandmodem via kabel, ADSL of anders. Er is een router aanwezig (al dan niet geïntegreerd in het breedbandmodem) waarop je apparatuur bedraad (via LAN-poorten) en draadloos (via wifi) kunt aansluiten. We gaan ervan uit dat je wifi-netwerk een veilig wifi-netwerk is. De beveiliging wordt geregeld door een speciale knop WPS-op je router (of modem) of door een sterk wifi-wachtwoord. Het is handig als je je wifi-wachtwoord kent, bijvoorbeeld als je de dekking wilt uitbreiden met een wifi-repeater (tip 8). Het wifi-wachtwoord en de beveiligingstechniek kun je eenvoudig achterhalen met WirelessKeyView. Voer dit programma uit op een computer die succesvol verbonden is met je wifi-netwerk.

©PXimport

Ben je je wifi-wachtwoord kwijt? Achterhaal het met WirelessKeyView.

Tip 2: Bedraad & draadloos

We krijgen regelmatig de vraag: "Wat is beter, bedraad of draadloos?". Het antwoord is volmondig: bedraad. Alles wat je bedraad aansluit op je thuisnetwerk werkt stabieler dan via een draadloos netwerk. Je hebt geen last van problemen met bereik, het vergeten van je wifi-wachtwoord of storingen van andere wifi-netwerken. Ook huishoudelijke apparaten kunnen je wifi-netwerk verknallen. Vaak wordt de magnetron genoemd, maar in de praktijk is er meer aan de hand. Echt problematisch zijn fysieke obstakels, bouw- en constructiematerialen in je huis en goedkope draadloze beveiligingscamera's (of andere apparaten die permanent zenden op dezelfde frequentie). Een ander argument voor een bedrade verbinding is de snelheid. Deze ligt meestal veel hoger als je je apparatuur aansluit met een netwerkkabel, zeker met een zeer snelle internetverbinding.

©PXimport

Een bedraad netwerk is bijna altijd sneller en stabieler dan een draadloos netwerk.

Tip 3: Wanneer wel wifi?

De voorkeur gaat uit naar bedraad, maar echt handig is dit soms niet. Voor tablet en smartphone is een ethernetkabel zelfs onmogelijk en voor de woonkamerlaptop bijzonder onpraktisch. Kies altijd voor een netwerkdraad als het ook praktisch haalbaar is, bijvoorbeeld voor de desktop-pc in de studeerkamer, netwerkprinter of netwerkschijf (NAS). Ook voor je tv, gameconsole of mediastreamer verdient een netwerkkabel de voorkeur boven gerommel met wifi-dongels. Meer hierover lees je bij tip 13. Gebruik je wifi-netwerk voor alle apparatuur waarbij een netwerkkabel geen optie is: smartphone, tablet, Chromecast 1 (hoewel zelfs daar sinds kort een kabel voor is), enzovoort. Of als het gewoon super-onhandig is, bijvoorbeeld je laptop die je op meerdere plekken gebruikt.

©PXimport

Voor je tablet is een ethernetkabel geen optie, maar je kunt wel je wifi verbeteren.

Tip 4: Te weinig poorten

De mogelijkheid om apparatuur bedraad aan te sluiten op je modem/router is meestal beperkt tot maximaal vier LAN-poorten. Als je hier te kort aan hebt, kun je het aantal poorten eenvoudig uitbreiden met een switch. Kies een snel exemplaar die voldoet aan de gigabit-standaard (1000 Mbit/s). Een switch schaf je aan voor een paar tientjes en heeft bijvoorbeeld 5 of 8 extra LAN-poorten. Aansluiten is eenvoudig, want instellingen zijn er niet. Sluit een LAN-poort van de switch aan op een LAN-poort van je modem/router met een standaard netwerkkabel en je hebt extra poorten om je thuisnetwerk bedraad uit te breiden.

©PXimport

Met een switch breid je het aantal LAN-poorten uit en geef je je thuisnetwerk extra bedrade aansluitmogelijkheden.

Tip 5: Snelheid onderling

Gigabit is de standaardsnelheid van dit moment voor bedrade thuisnetwerken. Het kan voorkomen dat je modem/router een lagere snelheid ondersteunt, bijvoorbeeld 10/100 Mbit. Dit kan ervoor zorgen dat bepaalde netwerkapparatuur niet optimaal functioneert. Goede voorbeelden zijn de NAS (netwerkopslag) en de mediastreamer op je tv: hierbij is het fijn om op een zo hoog mogelijke snelheid te werken. De aanschaf van een switch zoals besproken bij de vorige tip kan uitkomst bieden om bijvoorbeeld je desktop-pc en NAS sneller met elkaar te laten communiceren. Sluit beide apparaten bedraad aan op de gigabit-switch en verbind deze bedraad met je modem/router. Zo heb je onderling de hoogst haalbare snelheid. Benader je de NAS via wifi? Dan vervalt de snelheidswinst. De maximale snelheid is altijd afhankelijk van de langzaamste tussenschakel.

©PXimport

Kies altijd voor een bedrade gigabitverbinding voor apparaten waarbij een hoge snelheid wenselijk is.

Tip 6: Terugschakelen

Als je computer bedraad is aangesloten op een switch of modem/router, ben je misschien nieuwsgiering naar de maximale snelheid. Dit is de snelheid die de op elkaar aangesloten apparaten met elkaar 'afspreken' te gebruiken.

AdapterWatch toont deze gegevens in de kolom Interface speed. Er staat een lang getal. Als je de laatste zes nullen weghaalt, heb je de snelheid in Mbit (megabit). Bij een draadloze adapter kan de snelheid steeds verspringen omdat de verbinding afhankelijk is van allerlei externe factoren.

Als je bij een bedrade netwerkverbinding een lagere snelheid ziet dan verwacht, bijvoorbeeld 100 Mbit in plaats van 1000 Mbit, kan dit meerdere oorzaken hebben. Als je computer of switch slechts 100 Mbit aankan en het andere apparaat 1000 Mbit, wordt er automatisch teruggeschakeld naar een lagere snelheid. Als aan beide kanten 1000 Mbit mogelijk is, kan bij slechte bekabeling of ondeugdelijke aansluitstekkertjes de snelheid alsnog naar beneden worden bijgesteld om stabiliteit te behouden. Dit kun je uitdokteren door een kortere netwerkkabel te proberen.

Tip 7: Wifi verplaatsen

De beste oplossing om problemen met het bereik van je wifi-netwerk op te lossen, is door het wifi-toegangspunt fysiek te verplaatsen. Meestal is de beste plek een centrale plaats in je woning. Dit gaat het eenvoudigst als je modem en wifi-router gescheiden kastjes zijn, omdat een modem verplaatsen lastig is in de praktijk (die moet namelijk zo dicht mogelijk zitten bij de plek waar je internetverbinding je huis binnenkomt.

©PXimport

Voor het beste bereik verplaats je je wifi-modem of wifi-router naar een centrale plek huis.

Tip 8: Meer wifi-bereik

Als het fysiek verplaatsen van je wifi-netwerk niet mogelijk is of je wilt geen lelijke kabels trekken door je huis, dan kun je een wifi-repeater overwegen. Een wifi-repeater kost niet meer dan een paar tientjes en heeft alleen een stopcontact nodig. Het instellen is eenvoudig als je de handleiding van de fabrikant zo braaf mogelijk opvolgt. Kort door de bocht pakt een wifi-repeater je bestaande wifi-netwerk op en zendt het opnieuw uit. Voor de configuratie heb je mogelijk de beveiligingscode nodig van je wifi-netwerk nodig en moet je weten welke beveiligingstechniek (WPA, WPA2 of anders) er wordt gebruikt (zie tip 1). Het enige nadeel van een repeater is wel, dat je 'verlengde' wifi-netwerk maar de helft van de snelheid van je gewone wifi-netwerk is.

Tip 9: Bruggenbouwer

Er zijn wifi-repeaters te koop met een extra ethernetaansluiting. Door te kiezen voor een zogenaamde 'bridge mode' kun je op deze manier het draadloos netwerk 'omzetten' naar een ethernetaansluiting.

Samengevat wordt je wifi-netwerk opgepakt door de wifi-repeater in 'bridge mode' en is vanaf hier beschikbaar als bedrade netwerkaansluiting. Deze opstelling heeft geen voordelen voor hogere snelheid, maar biedt wel andere mogelijkheden. Als bijvoorbeeld een 'smart-apparaat' (controlecentrum van zonnepanelen, weerstation, dvd-speler etc.) geen wifi ondersteunt of slecht bereikbaar is voor een gewone netwerkkabel, kun je met deze truc het apparaat alsnog opnemen in je thuisnetwerk.

©PXimport

Dankzij een wifi-repeater in 'bridge mode' verbind je apparatuur met een netwerkkabel via wifi met je thuisnetwerk.

Tip 10: Usb-dongel

Als het wifi-bereik net niet optimaal is vanuit bijvoorbeeld de keuken en het verplaatsen van een je wifi-router of wiki-accesspoint geen opties zijn, kunnen pc- of laptop-gebruikers een trucje uithalen. Koop voor een tientje een usb-wifi-dongel. Sluit de dongel aan via een usb-verlengkabel en je hebt een soort 'verplaatsbare wifi-antenne'. Zo werk je toch via wifi en kun je een lastig bereikbaar draadloos toegangspunt beter oppikken. Deze truc werkt ook goed in een hotelkamer, op de camping of om vanuit een vakantie-appartement een hotspot op te pikken.

©PXimport

Wifi soms wel of niet bereikbaar? Gebruik een usb-wifi-dongel met usb-verlengkabel.

Tip 11: Homeplug

Voor elke situatie waarbij wifi niet mogelijk is of te veel stoort, en (extra) kabels trekken geen optie is, bestaat er een derde mogelijkheid: HomePlug (ook wel powerlan genoemd). Hierbij wordt een bedraad netwerk getransporteerd via het stopcontact en de elektriciteitskabels. Het werkt als volgt: een HomePlug heeft minimaal twee adapters (stekkers). De ene HomePlug-adapter sluit je aan op je modem/router via een netwerkkabel. De andere HomePlug-adapter sluit je met een netwerkkabel aan op het apparaat dat de netwerkverbinding nodig heeft. Door beide adapters in het stopcontact te steken en een eenmalige koppelprocedure (pairing) op te volgen, wordt de verbinding gelegd en je netwerksignaal semi-draadloos door je huis getransporteerd via het elektriciteitsnetwerk. Een HomePlug-setje kost circa zeventig euro.

©PXimport

HomePlug brengt je thuisnetwerk op plekken waar wifi niet toereikend is en kabels trekken geen optie is.

Tip 12: HomePlug-opties

De snelheid van HomePlug is afhankelijk van vele factoren en dat geldt ook voor de stabiliteit. Vermijd dubbelstekkers en stekkerblokken. Een HomePlug hoeft niet direct in de buurt aangesloten te worden van je modem/router, het kan op elke netwerkkabel. De HomePlug-techniek is een uitstekende aanvulling voor moeilijk bereikbare plekjes waar je apparatuur wilt aansluiten. Je kunt bijvoorbeeld dankzij HomePlug een netwerkprinter uit het zicht plaatsen (in de garage, schuur of op zolder) zonder dat je kabels hoeft te trekken. HomePlug-setjes zijn er in allerlei variaties, bijvoorbeeld met een geïntegreerde switch zodat je meer dan één apparaat kunt aansluiten of met een ingebouwde wifi-accesspoint.

Tip 13: Creatief aansluiten

De beste oplossing om je thuisnetwerk zo goed mogelijk aan elkaar te knopen begint bij het uitdenken van een plannetje. Veel scenario's hebben meer dan één oplossing, maar welke kies je? Wees creatief en zet stabiliteit altijd op de eerste plaats. Een voorbeeld: je hebt ooit één netwerkkabel getrokken naar de tv. Nu loopt je tegen deze beperking aan, want alle apparaten rond je tv hebben een netwerkaansluiting. In dit geval kun je een dure HomePlug-set aanschaffen met ingebouwde switch of je apparatuur via wifi-dongels of -repeaters aan de praat proberen te knutselen. Onnodig instabiel en foutgevoelig! De beste oplossing voor dit scenario is een goedkope switch (tip 4). Sluit deze aan op de netwerkkabel bij je tv en verbind alle apparatuur bedraad met de switch. Zo kun je via één netwerkkabel toch je smart-tv, gameconsole, Raspberry Pi, DVR, blu-ray-speler, Chromecast 2 en andere apparaten aansluiten.

©PXimport

Allerlei apparaten aansluiten op één netwerkkabel? Dankzij een simpele switch is het zo geregeld!

Tip 14: Oude router

Als afsluiting van dit artikel een tip die alleen geschikt is voor experts die ergens nog een oude router hebben liggen. Laat deze niet verstoffen, je kunt hier leuke dingen mee doen voor je thuisnetwerk. Door de DHCP-server en wifi uit te schakelen houd je een gratis switch over. Als je je wifi aan laat staan (DHCP wel uitschakelen!) en de oude router aansluit via een LAN-poort, heb je een extra wifi-toegangspunt. Verander eventueel de kanaalinstellingen van het extra wifi-netwerk om storingen te voorkomen.

Tot slot is er de 'superfirmware' van DD-WRT. Als je geluk hebt, kun je dit installeren op je router. DD-WRT is er voor veel populaire routers van verschillende fabrikanten. Met DD-WRT maak je van een router van 50 euro er eentje met de mogelijkheden van een router van 500 euro. Je netwerk krijgt allerlei extra functies, zoals een repeater, bridge, VLAN's en andere dingen waar experts verzot op zijn. Zoals je al leest aan de terminologie is DD-WRT absoluut niet geschikt voor beginners. Het updaten van je router firmware is altijd een risico. In het meest positieve geval levert het je een superrouter op met veel extra functies. De kans dat je van je router een baksteen maakt door een storing of verkeerde firmware-flash is helaas ook aanwezig.

©PXimport

DD-WRT maakt van een simpele router er één met heel veel mogelijkheden.

▼ Volgende artikel
Accupaniek: met deze aanpassingen haal je wél het einde van de dag
© Yuliia
Huis

Accupaniek: met deze aanpassingen haal je wél het einde van de dag

Je laptopaccu lijkt altijd leeg te zijn op het moment dat er nergens een stopcontact te bekennen is. Met de juiste software-instellingen pers je echter makkelijk een uur extra uit je apparaat, zonder dat je daarvoor technisch onderlegd hoeft te zijn. Wij leggen uit aan welke knoppen je precies moet draaien voor maximaal resultaat.

Er is weinig irritanter dan een laptop die in de spaarstand schiet of uitvalt terwijl je in de trein net de laatste hand legt aan een belangrijk document. Veel gebruikers denken bij een snel leeglopende batterij direct dat de hardware versleten is en kijken alweer naar een nieuwe laptop. Vaak is de accu zelf echter nog prima in orde, maar gaat het besturingssysteem slordig om met de beschikbare energie. Fabrieksinstellingen zijn namelijk vaak gericht op maximale prestaties en helderheid, niet op uithoudingsvermogen. In dit artikel leer je hoe je de regie terugpakt en de energievreters in toom houdt, zodat je met een gerust hart de dag doorkomt.

Waar die energie eigenlijk naartoe lekt

Om te begrijpen hoe je accucapaciteit bespaart, moet je eerst weten waar de energie aan opgaat. De twee grootste verbruikers in een laptop zijn vrijwel altijd het beeldscherm en de processor. Het scherm vreet stroom om pixels te verlichten; hoe feller het scherm, hoe sneller de teller tikt. Daarnaast speelt de verversingssnelheid een rol. Veel moderne schermen verversen het beeld 120 keer per seconde (120 Hz). Dat kijkt heel rustig, maar kost aanzienlijk meer rekenkracht dan de standaard 60 Hz.

Onder de motorkap is de processor continu bezig met het verwerken van taken. Een veelvoorkomende misvatting is dat je handmatig alle programma's moet afsluiten om stroom te besparen. Dat is maar ten dele waar, want moderne systemen zijn heel goed in het bevriezen van apps die je niet gebruikt. Wat wél energie kost, zijn achtergrondprocessen die actief blijven synchroniseren, zoals cloudopslagdiensten of mailprogramma's die elke minuut checken op nieuwe berichten. Ook randapparatuur die stroom trekt via de usb-poort, zelfs als je deze niet actief gebruikt, snoept procenten van je lading af.

Besparen tijdens eenvoudige taken

De energiebesparende modus is je beste vriend wanneer je taken uitvoert die weinig rekenkracht vereisen. Denk hierbij aan tekstverwerken, e-mailen, webbrowsen of het invullen van spreadsheets. In deze scenario's heb je de volledige kracht van je processor en videokaart simpelweg niet nodig. Door in Windows of macOS te kiezen voor de energiebesparende modus, klokt de processor zichzelf terug. Hij werkt dan letterlijk iets langzamer, maar voor administratieve taken merk je daar in de praktijk niets van. De letters verschijnen nog steeds direct op je scherm zodra je ze typt.

Daarnaast is dit het moment om eens kritisch naar je schermhelderheid te kijken. Binnenshuis is een helderheid van 50 tot 60 procent vaak meer dan voldoende om comfortabel te kunnen werken. Werk je vooral 's avonds? Dan kan het zelfs nog lager. Ook het uitschakelen van toetsenbordverlichting levert in deze context pure winst op. Het zijn kleine percentages per uur, maar op een hele werkdag maakt dit het verschil tussen wel of niet de oplader moeten pakken.

©PXimport

Prestaties boven accuduur

Er zijn momenten waarop je de batterijbesparingsinstellingen beter uit kunt laten, of zelfs agressief moet vermijden. Zodra je aan de slag gaat met zware grafische taken, zoals videobewerking, 3D-rendering of serieuze gaming, werkt een besparingsmodus averechts. De software knijpt de toevoer van stroom naar de componenten af, wat resulteert in een haperend beeld, trage exporttijden en een frustrerende gebruikservaring.

In deze gevallen heeft de hardware ademruimte nodig om te kunnen presteren. Als je probeert te gamen op een besparingsstand, zal het systeem de prestaties van de grafische chip zo ver terugschroeven dat het spel onspeelbaar wordt. Bovendien duurt het renderen van een video in spaarstand veel langer, waardoor het scherm en de schijf langer actief moeten blijven, wat onderaan de streep soms zelfs méér energie kost dan een korte piekbelasting op vol vermogen. Hier geldt: efficiëntie door snelheid is soms zuiniger dan traagheid.

Situaties waarin instellingen het niet meer redden

Hoewel je met software veel kunt optimaliseren, zijn er harde grenzen waarbij geen enkele instelling je meer gaat redden. Je moet realistisch zijn over de fysieke staat van je apparaat.

Ten eerste is er de chemische degradatie. Als de maximale capaciteit van je accu (ook wel battery health geheten) onder de 70 procent is gezakt, kun je instellen wat je wilt, maar de rek is er fysiek uit. De batterijcellen kunnen de lading simpelweg niet meer vasthouden. Ten tweede is oververhitting een doodsteek voor je accuduur. Als de ventilatoren van je laptop continu staan te loeien omdat de koelkanalen vol stof zitten, kost dat enorm veel energie. Warmte is in feite verspilde energie. Tot slot helpt software niet als je zware externe apparaten zonder eigen voeding aansluit. Een externe harde schijf die zijn stroom via de laptop krijgt, trekt de accu leeg alsof het een rietje in een pakje sap is, ongeacht je schermhelderheid.

Creëer je eigen energieprofiel

Om echt grip te krijgen op je verbruik, moet je de instellingen afstemmen op jouw specifieke gedrag. Begin met de slaapstand-instellingen. Veel mensen laten hun laptop openstaan als ze even koffie gaan halen, waarbij het scherm zomaar tien minuten op volle sterkte blijft branden. Stel in dat het scherm al na twee of drie minuten inactiviteit uitgaat. Dat is de makkelijkste winst die je kunt boeken.

Kijk ook naar je randapparatuur. Gebruik je een externe monitor? Zorg dan dat je laptop zo is ingesteld dat het interne scherm volledig uitschakelt, en niet 'zwart maar aan' blijft staan. Gebruik je veel bluetooth-apparaten? Schakel bluetooth uit als je ze niet gebruikt; het constant scannen naar verbindingen kost stroom. Voor gebruikers met een oledscherm is er nog een extra truc: gebruik een donkere modus. Bij oledschermen verbruiken zwarte pixels namelijk helemaal geen energie, in tegenstelling tot traditionele lcd-schermen waar de achtergrondverlichting altijd aan staat.

Balans tussen snelheid en stopcontact

Het verlengen van je accuduur is uiteindelijk een balansspel tussen comfort en noodzaak. De grootste winst behaal je door de schermhelderheid te temperen en de slaapstand agressiever in te stellen, zodat je geen energie verspilt in de pauzes. Wees niet bang om de energiebesparingsmodus standaard aan te zetten voor alledaags werk; de moderne processors zijn krachtig genoeg om dat zonder haperingen op te vangen. Pas als je merkt dat je laptop traag reageert bij zwaardere taken, is het tijd om de teugels weer iets te laten vieren. Zo bepaal jij hoelang de werkdag duurt, en niet je batterij.

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.