ID.nl logo
De beste PoE-switches (Power over Ethernet) getest
© Reshift Digital
Huis

De beste PoE-switches (Power over Ethernet) getest

We testen netwerkswitches met vijf tot acht poorten, die stroom leveren via een gewone cat5-ethernetkabel met Power over Ethernet. Denk aan PoE-compatibele apparatuur zoals wifi-accesspoints, bewakingscamera’s en voip-telefoons. Zoek je debeste PoE-switch van het moment, lees dan verder.

Voor kleine netwerken, privé of in een thuiskantoor, volstaat een goedkopere switch met vijf à acht poorten die werkt in de tweede laag van het bekende OSI-netwerkmodel. Die zijn er vandaag de dag tegen een kleine meerprijs ook met Power over Ethernet (PoE).

Met een relatief dunne cat5-ethernetkabel van maximaal honderd meter kun je een netwerkapparaat dat zelf ook over PoE beschikt van stroom én netwerkverkeer voorzien.Voor de precies werking van PoE verwijzen we je graag door naar dit artikel: De voor- en nadelen van Power over Ethernet.

Soorten PoE-switches

In deze groepstest behandelen we uitsluitend switches die voldoen aan de PoE type-1- en/of PoE+-standaarden (respectievelijk 802.3af en 802.3at). Zo kun je niks verkeerd aansluiten: als het aangesloten apparaat niet het juiste signaal aan de switch doorgeeft, zal de switch geen stroom op de ethernetkabel zetten. Het verschil tussen de gewone PoE- en de plus-variant zit hem in het maximale wattage per apparaat: 15,4 watt voor de gewone en 30 watt voor de plus-standaard.

Daarnaast is ook het totale PoE-stroombudget van de switch van belang. Vaak is dat lager dan het totaal van de aanwezige PoE-poorten. De switch verdeelt de stroom zelfstandig over de aangesloten apparaten. Het is een goed idee om een PoE-apparaat met een grotere stroombehoefte op de eerste PoE-poort aan te sluiten en de rest in volgorde van het gewenste wattage aan de resterende PoE-poorten te koppelen.

De geteste switches zijn normale netwerkverkeerschakelaars die het mac-adres van elk netwerkpakket op elke poort analyseren. Power over Ethernet is gewoon een extra mogelijkheid. Netwerkswitches weten welke netwerkpakketten voor welke knooppunten bestemd zijn en sturen ze alleen door naar de poort waarop het bestemmingsstation is aangesloten. Dat werkt efficiënter dan een gewone, ‘domme’ netwerkhub die alle netwerkverkeer naar álle poorten doorstuurt.

Een beheerde switch kun je zelf configureren, in tegenstelling tot een gewone switch, die volledig automatisch werkt. Die beheerfunctie is niet altijd nodig; een onbeheerde switch zal bij het merendeel van de thuisgebruikers ook goed functioneren.

Met een iets duurdere ‘managed’ switch verleen je bepaalde soorten netwerkverkeer voorrang. Of je maakt één of meer virtuele netwerken (VLAN’s), zodat je verschillende types netwerkverkeer over aparte segmenten stuurt. Meestal kun je ook netwerkpoorten aan elkaar koppelen voor een hogere gecombineerde doorvoersnelheid.

Testmethode

Snelheidstesten hebben bij switches weinig zin. Zelfs als je alle poorten tegelijk maximaal belast, zal een switch dicht bij zijn opgegeven capaciteit presteren. Dat blijkt ook uit de informele client/serversnelheidstest die we probeerden: er was nooit een meetbaar snelheidsverschil met de geteste switches. Alle fabrikanten vermelden die capaciteit op dezelfde manier. Je vindt deze belangrijke cijfers dan ook terug in onderstaande de tabel.

De totale switching-capaciteit (ook wel backplane-bandbreedte genoemd) vermeldt de snelheid van de switch in Gbit/s. In de praktijk komt het erop neer dat een switch met meer poorten logischerwijze een hogere totale bandbreedte heeft (simpel gezegd: een snellere processor). Belangrijker is daarom de maximale snelheid van elke poort (de ‘line rate’), eveneens uitgedrukt in Gbit/s. Ten slotte is er de snelheid waarmee pakketten verwerkt worden, uitgedrukt in megapakketten of megaframes per seconde (Mpps/Mfps). We hebben punten gegeven op deze drie waarden.

Daarnaast geven we punten op ruim tachtig verschillende technische criteria, variërend van de grootte van de geheugenbuffer voor het schakelen van pakketten, over de ondersteuning van allerlei standaarden tot criteria zoals het geproduceerde lawaai en het maximale wattage per PoE-poort. Met deze cijfers berekenen we een gewogen oordeel en komen we uit op een sterrenscore.

©PXimport

D-Link DGS-1008P

©PXimport

De helft van de poorten van deze stevig gebouwde desktop-switch leveren elektriciteit via de netwerkkabel volgens de IEEE 802.3af en -at-standaarden. Dankzij de ondersteuning voor de recentere at-standaard (ofwel PoE+) kan de DGS-1008P via een gewone cat5-kabel bijna twee keer zoveel energie leveren als een PoE-type-1-switch met alleen 802.3af, namelijk 30 watt in plaats van 15,4 watt.

De forse externe voeding is voldoende krachtig voor een totaal PoE-stroombudget van 68 watt. De vier PoE+-poorten kunnen dus niet allemaal tegelijk het maximale poortwattage leveren. Uiteraard voert de switch zelf de nodige metingen uit op de aangesloten apparatuur voordat energie wordt geleverd; een gebruiker kan dus niets verkeerd aansluiten.

Dit is trouwens onbeheerde switch, die direct werkt zonder dat je iets hoeft te configureren via software of een browser. Een groepje veelkleurige leds op de voorkant naast de poorten toont wat er aangesloten is en of er eventuele problemen zijn. Je vindt de details terug in de installatiehandleiding, die ook een Nederlandstalig gedeelte bevat.

Deze switch voldoet aan de IEEE 802.3az-standaard ofwel Energy Efficient Ethernet (EEE). Die standaard bespaart energie door niet-actieve poorten af te koppelen, en door de lengte van de aangesloten kabel te meten en het stroomverbruik overeenkomstig te regelen.

D-Link DGS-1008P

7Score70

  • Pluspunten

  • Direct gebruiksklaar

  • Stil

  • Lange opgegeven levensduur

  • Minpunten

  • Forse externe voeding

Netgear GS305P

©PXimport

De GS305P is het goedkoopste model in een hele reeks onbeheerde (plug-and-play) PoE-switches van Netgear. Er zijn modellen met 5 tot 48 poorten, naar keuze P-types met gewone PoE (15,4 watt per poort) of PP-types met PoE+ (30 watt per poort). De GS305P heeft dezelfde afmetingen als de D-Link DGS-1008P, maar is nog enkele millimeters platter en enkele grammen lichter. De voeding is ook wat kleiner en lichter. Niettemin is de bouwkwaliteit onberispelijk, met een volledig metalen zwarte behuizing en alle nodige statusleds bij elke poort.

De eerste vier poorten leveren elektriciteit, met een totaal PoE-stroombudget van 55,5 watt (of 83 watt voor het PP-model) over een maximale cat5-kabellengte van honderd meter. De switch regelt zelf de verdeling van de stroom over de aangesloten apparatuur, waarbij de eerste poort voorrang krijg op poort twee enzovoort tot nummer vier. Is het totale stroombudget overschreden, dan wordt eerst de stroom op poort vier uitgeschakeld.

Via de leds zie je van welk apparaat de elektriciteit wordt uitgeschakeld, of minder dan zeven watt beschikbaar heeft. Je kunt niets verkeerd aansluiten, maar je hebt dus wel invloed op het PoE-verbruik: apparatuur die meer energie nodig hebben, sluit je bij voorkeur aan op de lager genummerde poorten. Ook deze switch voldoet aan de IEEE 802.3az-energiestandaard (EEE).

Netgear GS305P

7Score70

  • Pluspunten

  • Direct gebruiksklaar

  • Stil

  • PoE-troubleshooting via leds

  • Minpunten

  • Insight-app alleen voor registratie nuttig

TP-Link TL-SG108PE

©PXimport

De eerste vier poorten van deze kleine donkergrijze switch met acht poorten zijn IEEE 802.3af-poorten van maximaal 15,4 watt per poort. Het totale PoE-stroombudget is 55 watt, dus je kunt niet alle vier poorten maximaal belasten. De switch regelt dit allemaal zelf; je kunt niks verkeerd aansluiten. De grote externe voeding weegt overigens de helft van de switch zelf.

Je vindt de TL-SG108PE in het netwerk met de Easy Smart Configuration Utility. Daarmee wijzig je de ip-configuratie (vast in plaats van dhcp-toegewezen) en log je in op de beheerinterface. Deze app werkt alleen onder Windows. Gebruik je een ander besturingssysteem, dan kun je via een browser naar de beheerinterface, zodra je het ip-adres van de switch achterhaalt.

De switch is nog voorzien van de originele firmware uit 2018 en vraagt je helaas niet om de standaard inloggegevens admin/admin te wijzigen in iets veiligers. De recentste firmware is van eind 2019 en die voert wél die verplichting in. Nieuwe firmware download je van de supportwebsite en pas je handmatig toe via de beheerinterface.

Het beheer kan zoals gezegd via de browser of de Windows-app. De mogelijkheden van beiden zijn identiek, maar de app is gemakkelijker in een klein venster op de Windows-desktop te plaatsen. Je kunt twee groepen poorten aan elkaar koppelen: elke ‘trunk’ mag tussen de twee of vier poorten bevatten, zolang er geen gespiegelde poort tussen zit.

Je kunt immers de ene poort ‘mirroren’ op de andere om zo het netwerkverkeer te monitoren, naar keuze voor netwerkverkeer naar buiten, naar binnen of gecombineerd. Eigenschappen zoals een kabeltest, loopback-preventie, VLAN en prioritering zijn eveneens op poortniveau te configureren.

TP-Link TL-SG108PE

9Score90

  • Pluspunten

  • Betaalbaar

  • Levenslange garantie

  • Compact

  • Minpunten

  • Forse externe voeding

Ubiquity UniFi Switch 8-60W

©PXimport

Deze 8poorts-switch is niet veel groter dan een flinke mannenhand. De externe voeding is bijna half zo groot als de zilverkleurige, metalen switch zelf. Dat is nodig om genoeg energie te kunnen leveren. Vier poorten leveren elk tot 15,4 watt aan een verbonden netwerkapparaat, zolang dat voldoet aan de IEEE 802.3af-standaard. De switch detecteert dit zelf, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.

Leds op de bovenkant tonen de lijnsnelheid en de eventuele activering van de PoE-functie. Het beheer gebeurt via de UniFi Controller-software, beschikbaar voor Linux, macOS en Windows. Deze tool spoort de switch in het netwerk op en start de managementinterface in de standaard browser, bij voorkeur Chrome of Firefox. Je kan ook ssh gebruiken. UniFi geeft de switch zelf een sterk ssh-wachtwoord, al kun je dit weigeren, maar dat is omwille van de veiligheid geen goed idee.

De UniFi Controller, die ook in het Nederlands werkt, beheert alle Ubiquity-apparaten in het netwerk: switches, security-gateway(s) en draadloze accesspoints. Omdat we maar één switch hoeven te beheren, kunnen we de meeste opties negeren. Eerst dien je de switch te ‘adopteren’ (het bedrijf bedoelt in gebruik nemen). Is er een firmware-update, dan krijg je die na de adoptie direct aangeboden. Klik op Adopteer en upgrade en wacht tot het proces is voltooid. Het duurt een minuut of vijf. Daarna kan je de switch beheren. Tijdens de upgrade knippert de led op de voorkant wit/blauw. Zodra het stabiel blauw brandt, kun je verder met het beheer.

Je kunt back-ups van je configuraties bewaren en herstellen. Er valt niet heel veel te beheren aan deze kleine switch. Je gebruikt de interface vooral om statistieken op te vragen. Geavanceerdere functies zijn beschikbaar in een netwerk waarin ook een apart verkochte UniFi Security Gateway (USG) hangt. Dan kan deze kleine switch bijvoorbeeld onderdeel zijn van een met de USG geconfigureerd VLAN. Ook is het dan mogelijk het geheel veilig via het internet te beheren (UniFi Hybrid Cloud).

Ubiquity UniFi Switch 8-60W

8Score80

  • Pluspunten

  • Stil

  • Compact

  • Minpunten

  • Forse externe voeding

  • Switch wordt zeer warm

Zyxel GS1200-5HP v2

©PXimport

De GS1200-5HP v2 is een brede, maar smalle en dunne 5poorts-switch met PoE+ en beheermogelijkheden. Hij bestaat ook in een 8poorts-versie en in goedkopere onbeheerde varianten. De zilverkleurige behuizing is gemaakt van licht, maar stevig aluminium. Het blijft natuurlijk een rechte blok, maar met een design dat niet opvalt in een klein kantoor of een woonkamer. De externe voeding is wel aan de forse kant.

Met een PoE-stroombudget van totaal 60 watt kun je er bijvoorbeeld tegelijk een draadloos accesspoint, een ip-camera en een voip-telefoon aan koppelen. Met behulp van poortgebaseerde Quality of Service-functie (maximaal vijf wachtrijen), igmp-snooping en VLAN-afscheiding optimaliseer en beveilig je netjes het netwerkverkeer. Poorten drie en vier koppel je desgewenst aan elkaar om bijvoorbeeld nas-verkeer te versnellen (maximaal 2 Gbit/s). Je kan ook de ene netwerkpoort spiegelen op een andere en die bewaken om bijvoorbeeld netwerkproblemen mee op te sporen.

Het beheer is door de fabrikant ingesteld op een vast netwerkadres (192.168.1.3). Je hebt daarom een pc of laptop nodig die je tijdelijk in hetzelfde ip-subnet plaatst om de webinterface van de switch te openen. De webinterface vraagt je direct om een nieuw, sterk wachtwoord te configureren. Daarna kun je de ip-configuratie aanpassen aan je thuisnetwerk (dhcp instellen is het eenvoudigst).

De Engelstalige beheerinterface is volledig menugestuurd. Hij start standaard met het System Information-overzicht waarin je in één oogopslag de ip-configuratie en individuele status van de poorten ziet. Alle andere opties (poortconfiguratie, VLAN, trunking, mirroring, Quality of Service, igmp-snooping en systeemopties) vind je elk op hun eigen pagina. Een eventuele firmware-update moet je zelf installeren, de switch haalt updates niet automatisch binnen. De energiebesparende EEE-functie (IEEE 802.3az) is ook aanwezig.

Zyxel GS1200-5HP v2

9Score90

  • Pluspunten

  • Overzichtelijk beheer

  • Discreet en stil

  • Veel mogelijkheden

  • Minpunten

  • Forse externe voeding

Conclusie

De Zyxel GS1200-5HP is goedkoop, heeft een onopvallend design en biedt veel mogelijkheden. Hij verdient het keurmerk Best getest. Wil je meer dan vijf poorten, dan biedt de iets goedkopere TP-Link TL-SG108PE veel van dezelfde mogelijkheden met een iets ingewikkeldere beheerinterface en een klassieker design. Deze PoE-switch krijgt het keurmerk Slimme koop.

▼ Volgende artikel
De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie
© Amazon
Huis

De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie

Amazon heeft de eerste foto van actrice Sophie Turner als het populaire gamepersonage Lara Croft in de aankomende televisieserie Tomb Raider getoond.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

De foto is hieronder te zien en toont dat Turner – vooral bekend voor de rol van Sansa Stark in de serie Game of Thrones – erg lijkt op de klassieke versie van het bekende gamepersonage, inclusief de outfit en het brilletje. Het is voor het eerst dat we zien hoe Turner in de huid kruipt van Lara Croft, al was al wel enige tijd bekend dat zij de rol ging vertolken.

Zoals al langer bekend is, werkt Amazon aan een serie gebaseerd op de Tomb Raider-games. Hoewel nog niet bekend is wanneer de serie op Amazon Prime Video te zien zal zijn, zullen de opnames naar verluidt volgende week van start gaan. Het script wordt geschreven door Phoebe Waller-Bridge – bekend van Fleabag. Ook zijn er andere castleden bekend, waaronder Sigourney Weaver (Avatar, Alien) en Jason Isaacs (The White Lotus).

Meerdere games op komst

Tomb Raider bestaat al sinds de jaren negentig: in de games reist avonturierster Lara Croft de wereld over en neemt ze het op tegen een groot scala aan vijanden. Het personage groeide uit tot een waar icoon en is al meermaals verfilmd – onder andere Angelina Jolie kroop eerder in de huid van Lara.

Fans hoeven niet bang te zijn dat ze de komende jaren geen games ontvangen rondom het personage. Later dit jaar verschijnt Tomb Raider: Legacy of Atlantis, een remake van de allereerste Tomb Raider-game. Voor 2027 staat een compleet nieuwe game gepland met de naam Tomb Raider: Catalyst.

View post on X
▼ Volgende artikel
Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11
© MG | ID.nl
Huis

Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11

Een minuut wachten kan eindeloos lijken, bijvoorbeeld tussen het indrukken van de aanknop en het uiteindelijk erschijnen van het Windows-bureaublad. Met de juiste aanpassingen kun je die wachttijd vaak flink verkorten. En wie wil er nu niet sneller uit de startblokken?

Het is je vast al opgevallen dat je Windows-pc na maanden intensief gebruik trager opstart dan in het begin. Dat lijkt vreemd, maar is goed verklaarbaar: je hebt waarschijnlijk allerlei programma’s geïnstalleerd die automatisch met Windows mee opstarten. Deze automatisch opstartprogramma’s controleren en uitschakelen is dan ook een belangrijke optimalisatiestap.

Maar daarnaast bestaan nog wel andere trucs om de opstarttijd te verkorten. Staat Windows nog op een klassieke harde schijf, dan kun je de tijd vaak makkelijk met een minuut of meer inkorten door over te stappen op een ssd (Solid State Drive). Dit kost wel wat tijd en geld, maar levert meteen een flinke tijdwinst op. En als we het toch over drastische ingrepen hebben: ook een volledige, schone (her)installatie van Windows (op dezelfde schijf) geeft je pc gegarandeerd een snellere start.

Draait Windows al op een ssd en wil je geen nieuwe installatie uitvoeren, lees dan vooral verder: er zijn ook minder ingrijpende maatregelen die het opstarten van je computer merkbaar versnellen. 

Meten is weten

Hoeveel tijd je met de tips en technieken uit dit artikel precies wint, is lastig te voorspellen, want dit hangt af van meerdere factoren. We raden je aan dit zelf te meten. Dat kan met een stopwatch, maar gespecialiseerde applicaties doen dit nauwkeuriger. Windows Performance Analyzer (https://apps.microsoft.com/detail/9n0w1b2bxgnz) is een optie, maar is erg technisch. Een veel gebruiksvriendelijker alternatief is BootRacer (www.greatis.com/bootracer). Deze app is ook gratis en die kun je na enkele testrondes gerust weer verwijderen. We tonen eerst hoe je BootRacer gebruikt om de opstarttijd(en) te meten, want de tool biedt daarnaast ook enkele optimaliseringsopties.

WPA: een geavanceerd meetinstrument.

BootRacer (meten)

Download de app en pak het zip-bestand uit. Start het uitgepakte exe-bestand en installeer het. Laat de vier opties aan het einde van de setup aangevinkt, rond af met Voltooien en start BootRacer op. Sluit alle andere applicaties, klik op Start en kies bij Perform a full boot time test voor Start Test / Yes. Na de herstart van Windows verschijnt rechtsonder een pop-upvenster met de opstartduur. Standaard meet BootRacer dit bij elke nieuwe Windows-opstart, waarna je via History de opeenvolgende tijden kunt volgen. Deze duur is telkens opgesplitst in drie delen: de eigenlijke boottijd, de wachttijd om aan te melden, en de tijd tussen aanmelding en een gebruiksklaar bureaublad. De BIOS-tijd (Pre-boot) aan het begin zit er niet bij omdat BootRacer begrijpelijkerwijs dan nog niet draait. Tijdens de boottijd laadt Windows de kernel, start essentiële systeemservices en initialiseert stuurprogramma’s. Na je aanmelding worden je profiel, instellingen, de shell (Verkenner), achtergrondprocessen en automatische opstartprogramma’s geladen.

Wil je niet langer dat BootRacer de opstarttijd meet, ga dan naar Options en selecteer op het tabblad Show de optie Disable BootRacer AutoStart in plaats van Every boot.

BootRacer geeft je een mooi beeld van de opeenvolgende opstarttijden.

Automatisch opstarten

Je weet nu hoe je de opstartduur kunt meten en bekijken, dus kunnen we aan de slag om deze te optimaliseren en te verkorten. Vaak win je tijd door enkel noodzakelijke programma’s automatisch met Windows te laten starten. Dit overzicht vind je in het Windows Taakbeheer, bereikbaar via het contextmenu van de startknop. Klik hier op Opstart-apps. Zet overbodige apps (tijdelijk) uit door er met rechts op te klikken en Uitschakelen te kiezen, al blijft het hier gissen hoeveel tijd zo’n app werkelijk kost bij het opstarten.

Daarvoor gebruik je BootRacer, dat ook per app de opstarttijd kan vastleggen. Start BootRacer, ga naar Options, open het tabblad Startup Control, klik op Enable Control en vink Measure program’s startup time en Log history of started apps aan. Bevestig met Save. Na een nieuwe Windows-opstart klik je in BootRacer op History en kies je History of Executed Startup Programs, voor een exacte opstarttijd van elke app, in chronologische volgorde.

BootRacer registreert nauwkeurig de opstarttijd van elke automatisch opstartende app.

Opstart-optimalisatie

Je weet nu precies hoeveel impact elke app heeft op de totale opstarttijd. In BootRacer kun je deze apps niet alleen tijdelijk uitschakelen, maar ook de startvolgorde aanpassen. Open het onderdeel Startup Control voor een overzicht. Verwijder het vinkje om apps uit te schakelen. Klik je met rechts op een app, dan kies je Info om het pad naar het programma te zien of eventueel Delete als je de opstartverwijzing (in het register) helemaal wilt verwijderen. Met de knop Set Order links bovenin bepaal je via de pijlknoppen welke apps eerder of juist later starten. Bevestig je wijzigingen met Finish Reordering.

Je kunt ook de onderlinge opstartvolgorde aanpassen in BootRacer.

Opstart-vertraging

In BootRacer kun je het opstarten van specifieke apps niet uitstellen om sneller je bureaublad te zien, omdat de app pas daarna wordt gestart. Dat kan wel met de gratis HiBit start-up Manager (www.hibitsoft.ir/StartupManager.html). Kies bij voorkeur voor de installeerbare versie, want de portable editie mist enkele opties. Installeer de app en start deze op. Wil je een app later laten opstarten, klik er dan met rechts op, kies Add to Delay en stel de gewenste vertraging in (Hour, Minute, Seconds). Of kies Automatic Delay en bepaal hoeveel procent cpu- en/of schijfbelasting er maximaal mag zijn voordat de app start. Bevestig met OK.

Start-up Manager heeft bij de rubriek Tools ook enkele handige extra’s. Zo meldt System Monitoring zich zodra een nieuwe app met Windows wil opstarten en geeft Boot Optimizer de opstarttijden weer, ook van achtergrondservices (zie ook bij Service-optimalisatie).

Je kunt apps eventueel ook laten opstarten nadat je bureaublad is verschenen.

Functie: ‘Snel opstarten’

Windows heeft een functie ‘Snel opstarten’ die de boottijd verkort. Normaal sluit Windows bij het afsluiten alle apps en logt het systeem de gebruiker uit, waarna bij de volgende start alles opnieuw wordt geladen. Met ‘Snel opstarten’ bewaart Windows de status van de systeemkernel en stuurprogramma’s (in het verborgen bestand c:\hiberfil.sys). Bij een volgende start wordt dit snapshot ingeladen, waardoor Windows sneller opstart. In de meeste gevallen is het zinvol deze functie in te schakelen, behalve bij dual-bootconfiguraties of bij stuurprogramma’s die er niet goed mee werken.

Je beheert dit via de ingebouwde app Configuratiescherm. Ga naar Systeem en beveiliging / Energiebeheer, klik op Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen en kies Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Zet een vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig met Wijzigingen opslaan.

Windows heeft een ingebouwde functie om de opstarttijd wat in te korten. 

Energiemodi

De functie Snel opstarten werkt alleen bij een volledige afsluiting, maar in het venster Energiebeheer kom je ook Slaapstand en Sluimerstand tegen, die je hier meteen ook kunt activeren. Beide energiebesparende modi zorgen voor een nog snellere start.

Bij Sluimerstand (hibernate) schrijft Windows de volledige inhoud van het RAM naar schijf, zodat de pc geen stroom meer nodig heeft. Bij het opstarten hervat je de sessie exact waar je gebleven was, inclusief geopende programma’s. Nog sneller is Slaapstand, waarbij de sessie in het RAM-geheugen blijft, waardoor de pc wel nog een klein beetje stroom verbruikt.

De exacte opstarttijd hangt af van je hardware en opstartapps, maar grofweg kun je het volgende verwachten: volledig afsluiten zonder snel opstarten circa 30 tot 60 seconden, volledig afsluiten met snel opstarten circa 15 tot 30 seconden, sluimerstand circa 10 tot 20 seconden en slaapstand circa 5 seconden.

De energiebesparende modi kunnen je ook flink wat opstarttijd besparen. 

Procesoptimalisatie

Blijft de opstart lang duren, ook nadat je alle overtollige opstart-apps hebt uitgeschakeld, dan moet je dieper graven. Vaak zijn het services en achtergrondprocessen die vertraging veroorzaken, zoals cloud-synchronisatiesoftware, update-taken of diensten van derden.

Met een ietwat botte methode spoor je dit als volgt op. Druk op Windows-toets+R, voer msconfig uit, open het tabblad Services en vink Alle Microsoft-services verbergen aan. Klik op Alles uitschakelen en herstart de pc. Start hij nu merkbaar sneller op, dan veroorzaken een of meer van die processen de vertraging.

Met de Boot Optimizer van start-up Manager (zie bij ‘Opstart-vertraging’) kun je zien hoeveel tijd zulke processen kosten. Klik desgewenst met rechts op een proces en kies Disable om het uit te schakelen (het item kleurt grijs). Later kun je dit met Enable weer inschakelen. Kies Uninstall alleen als je zeker weet dat de software niet nodig is, want hiermee verwijder je deze. De optie Delete gebruik je beter niet, omdat dit enkel het item uit de lijst verwijdert terwijl het proces toch kan blijven opstarten.

Je kunt services ook rechtstreeks beheren in Windows via de ingebouwde app Services. Selecteer een service, klik met rechts en kies Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen stel je het Opstarttype in op Handmatig of eventueel op Automatisch (vertraagd starten), zodat de service geen impact heeft tijdens de eigenlijke opstartfase. Bevestig met OK.

Services kun je uitschakelen vanuit Boot Optimizer, maar ook vanuit de Services-module.

Autoruns

Vanuit Taakbeheer en met tools als BootRacer, Boot Optimizer en Services kun je de meeste automatisch startende apps en services beheren. Wil je echt alle autostartpunten van Windows zien, gebruik dan het gratis AutoRuns (https://learn.microsoft.com/en-us/sysinternals/downloads/autoruns), bij voorkeur als administrator. Op het tabblad Everything zie je alle opstartpunten in één overzicht en beheer je ze via het contextmenu. Met Jump to Entry spring je direct naar de locatie vanwaar ze worden gestart en met Delete verwijder je de opstartverwijzing uit Windows. Houd er rekening mee dat dit niet eenvoudig terug te draaien is, tenzij je de koppeling handmatig herstelt.

Autoruns lijst letterlijk elk mogelijk opstartpunt van Windows op.

Opstartuitstel

Je hebt de totale opstarttijd waarschijnlijk al flink teruggebracht, maar er zijn nog extra ingrepen mogelijk. Mogelijk zag je in BootRacer een melding over een ‘Explorer start-up Delay’ van 10 seconden voorbij komen. Windows bouwt deze vertraging namelijk standaard in, zodat essentiële systeemdiensten rustig kunnen starten, maar op een modern en snel systeem is dit meestal niet nodig. In BootRacer kun je dit alleen met de betaalde Pro-versie uitschakelen, maar via het register kan het ook gratis.

Druk op Windows-toets+R, voer regedit uit en navigeer naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Explorer. Klik met rechts en kies Nieuw / Sleutel, geef deze de naam Serialize. Klik met rechts op deze nieuwe sleutel en kies Nieuw / DWORD (32-bits)-waarde. Noem deze StartupDelayInMSec en laat de waarde 0 staan. Sluit Regedit en herstart je pc.

Met een registeringreep kun je nog eens tot tien seconden besparen.

Auto-doorstart

Wanneer je in BootRacer de totale opstartfase bekijkt, zie je mogelijk ook een ‘Password timeout’, de tijd dat Windows wacht tot je je wachtwoord hebt ingevoerd. Zonde van de verloren tijd, maar als je de enige gebruiker van de pc bent, kun je Windows ook automatisch laten doorstarten.

Druk op Windows-toets+R, typ netplwiz en klik op OK. Verwijder het vinkje bij Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven […]. Bevestig met OK en vul het wachtwoord in van het gewenste account.

Zie je deze optie niet, dan gebruik je waarschijnlijk een Microsoft-account. Wil je geen lokaal account aanmaken, dan omzeil je dit als volgt. Ga opnieuw naar Uitvoeren en voer regedit uit. Navigeer naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\PasswordLess\Device. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op DevicePasswordLessBuildVersion en zet de waarde op 0 (in plaats van 2). Na een herstart van je pc zou de optie alsnog zichtbaar moeten zijn.

Als enige gebruiker kun je wellicht ook zonder aanmeldwachtwoord leven. 

UEFI/BIOS

Hoewel tools (zoals BootRacer) de opstarttijd van het UEFI/BIOS niet kunnen meten, kan deze fase toch ook enige tijd kosten. Hier controleert de firmware van je moederbord de hardware en start zij het verdere proces. Met enkele instellingen kun je de opstarttijd wellicht iets verkorten.

Om in het UEFI/BIOS te komen, druk je direct na het aanzetten van de pc op een toets als F10, F2 of Del (zie je systeemhandleiding). Zoek daar naar opties als Fast Boot, Quick Boot of Quick Power on Self Test en schakel deze in om bepaalde zelftesten of wachttijden over te slaan. Controleer ook de bootvolgorde: je stelt de Windows-schijf bij voorkeur in als eerste boot device. Vaak kun je ook ongebruikte hardware, zoals bepaalde poorten, uitschakelen, wat soms wat extra tijdwinst oplevert bij de initialisatie.

Je checkt ook even enkele instellingen in het UEFI/BIOS, zoals Fast boot.