ID.nl logo
Huis

AMD Ryzen versus Intel Kaby Lake

Begin dit jaar kwam Intel met zijn nieuwe Kaby Lake-processors en kortgeleden introduceerde AMD eindelijk zijn Ryzen-CPU's. In dit artikel over Ryzen versus Intel leggen we deze twee nieuwe chipgeneraties naast elkaar en bekijken we hun sterke en zwakke punten.

Al enige tijd tonen processors nauwelijks verbetering bij nieuwe generaties. Waar een nieuwe architectuur vroeger vaak behoorlijk sneller was, is de snelheidswinst nu heel erg beperkt en neemt deze elke generatie weer verder af. Dit heeft meerdere redenen: allereerst is het ‘laaghangend fruit’ door Intel al geplukt, oftewel de manieren waarop er relatief eenvoudig (en zonder al te grote concessies) een prestatiewinst te realiseren is.

De tweede reden is de ongekende monopoliepositie die Intel op dit moment heeft. Het bedrijf heeft momenteel op de desktopmarkt nauwelijks iets te vrezen, dus het hoeft niet zijn best te doen of risico’s te nemen. Sterker nog, Intel concurreert op dit moment voornamelijk met ARM, de architectuur die wordt gebruikt in smartphones, en richt zich daarom meer op stroomverbruik en niet echt op prestaties. Desktops worden zo het kind van de rekening.

Tot slot wordt het steeds moeilijker en daarmee duurder om steeds weer kleinere transistorstructuren te gebruiken. Hiermee wordt het mogelijk om minder silicium te gebruiken voor het produceren van chips, wat kostenvoordelen met zich meebrengt voor de fabrikanten.

Met de relatief dure procedés wordt dit kostenvoordeel grotendeels tenietgedaan en is er voor Intel weinig reden meer om snel over te willen gaan naar een nieuw procedé. Dit is uiteraard ook nadelig voor consumenten, omdat die dan niet kunnen profiteren van de grotere transistordichtheid en het lagere stroomverbruik van een kleiner procedé.

Dit klinkt weinig hoopvol over de toekomst van desktop-processors. Er is echter licht aan het einde van de tunnel. De grote concurrent van Intel, AMD, lanceert namelijk een nieuwe generatie waarmee het eindelijk weer hoopt te concurreren met het aanbod van Intel.

AMD Ryzen

Met de geheel nieuwe Zen-architectuur hoopt AMD uit het diepe dal te klimmen waarin het is beland door de desastreuze Bulldozer-generatie. Deze kwam in 2011 uit en hierbij gokte AMD erop dat software snel processors met meerdere cores zou ondersteunen. Bulldozers hadden relatief veel langzame cores. Ook waren ze onzuinig en hadden ze lage per clock-prestaties, maar hier stond een relatief hoge kloksnelheid tegenover. In deze opzichten leek het heel erg op de Pentium 4 van Intel.

Bulldozer werd een fiasco, en was zelfs langzamer dan zijn Phenom-voorganger, omdat er heel veel software is die gebruik maakt van een of twee cores. Hierin had het een achterstand vergeleken met de Intel-processors, die een kleiner aantal snellere cores hadden.

©PXimport

Al voor Bulldozer had AMD moeite om Intel bij te houden, maar de kloof tussen de twee fabrikanten was nooit zo groot als nu. Dit is bedroevend, gezien de geschiedenis van AMD en hoe het als underdog met veel minder omzet tussen 1999 en 2006 toch producten wist te maken die superieur waren aan die van Intel.

Zover zal het niet komen met Zen, maar er zijn indicaties dat AMD op het punt staat weer een serieuze speler te worden op de markt voor desktop-processors. Allereerst gaat AMD over van het 28nm- naar het 14nm-procedé naar, wat een significant voordeel moet opleveren voor het stroomverbruik en de transistordichtheid. Architecturaal wordt er op vrijwel alle vlakken afscheid genomen van het eigenaardige Bulldozer-ontwerp en kopieert het technieken van Intel die bewezen hebben dat ze resulteren in betere prestaties.

De belangrijkste verandering is dat ‘clustered multithreading’ (CMT) wordt ingeruild voor ‘simultaneous multithreading’ (SMT, waarvan de Intel-variant HyperThreading heet). Bij clustered multithreading heeft iedere module twee cores die bepaalde bronnen van elkaar moeten delen – bij Bulldozer was dit de floating-point-unit, die berekeningen met breuken voor zijn rekening neemt. Het aantal cores kan zo worden verminderd, maar dit gaat wel ten koste van de prestaties van de individuele cores.

Bij SMT is er sprake van twee threads per core en wordt er niets gedeeld. Deze technologie levert daarom ook vrijwel nooit prestatieverlies op. Wel kunnen de cores door de twee threads beter verzadigd worden, wat een prestatiewinst van ongeveer 30 procent oplevert bij multithreading.

Een interessante vernieuwing in Zen is de aanwezigheid van chipset-mogelijkheden op de processor, waaronder M.2, usb3.0-poorten en hd-audio. Heel zuinige, low-end chips waren vaak al ‘systems on a chip’, maar dit is voor het eerst dat een processor van dit kaliber deze mogelijkheden krijgt. Wederom zet AMD de eerste stappen bij de integratie van meer en meer functionaliteit op de processor, zoals we eerder zagen met de Northbridge (geheugencontroller) en de eerste geïntegreerde gpu’s.

In combinatie met heel wat andere verbeteringen hoopt AMD significant betere prestaties te bieden dan Bulldozer. Dat is nodig ook om een serieuze speler te zijn, want de Bulldozer-cores zijn ongeveer half zo snel als die van Intel. AMD beweert op zijn beurt het ‘per clock’-prestatieniveau van Broadwell-E bereikt te hebben, waarmee Zen maar een kleine stap achter zou lopen op de courante Skylake/Kaby Lake-generatie.

Intel Kaby Lake

Kaby Lake is een zogenoemde ‘optimalisatie’ van Skylake, gebakken op hetzelfde 14nm-procedé en met exact dezelfde architectuur, ruim een jaar na de lancering hiervan. Dit vindt plaats op een moment dat Intel zich op een ongekend hoogtepunt bevindt. Hoewel de markt voor desktop-pc’s steeds kleiner wordt, heeft Intel nog nooit financieel betere jaren gehad. Dit is kennelijk reden genoeg om wat minder gas te geven.

Jarenlang heeft Intel zich gehouden aan het zogenaamde ‘tick-tock-model’, waarbij het bedrijf elk jaar ofwel een nieuwe architectuur uitbracht, ofwel overging op een nieuw procedé. Daar is het nu van afgestapt: in plaats daarvan is er officieel sprake van een ‘tick-tock-optimalisatie’ model.

©PXimport

Er verandert ook het een en ander aan het productaanbod. De goedkope Pentium-modellen hebben nu ook HyperThreading, waarmee Intel zijn i3-processors overigens bijna geheel uit de markt prijst. Daarnaast komt er een overklokbare i3-processor op de markt, die leuk kan zijn voor hobbyisten.

Met Kaby Lake heeft Intel ook de chipsets vernieuwd. Hoewel Kaby Lake-processors (uiteraard) gewoon gebruikt kunnen worden op moederborden met de serie-100-chipset, zijn er nu ook serie-200-modellen. Deze zijn op twee vlakken veranderd: vier extra pci-express 3.0-lanes en ondersteuning voor Intel Optane-geheugen.

In beide gevallen niet wereldschokkend. Wel is het raadzaam om de nieuwere moederborden te overwegen, omdat fabrikanten flink hun best hebben gedaan om chipset-onafhankelijke verbeteringen aan te brengen.

Het is natuurlijk altijd mooi om meer prestaties te krijgen voor exact dezelfde prijs, maar indrukwekkend is het niet voor één jaar en vier maanden aan ‘innovatie’. Intel moest zelf tijdens zijn presentaties Kaby Lake vergelijken met jaren oude processors om een respectabele prestatiewinst te kunnen presenteren.

Overigens is ook bekend geworden dat er na Kaby Lake nòg een generatie zal komen op het 14nm-procedé, namelijk Coffee Lake. 10 nm zal dus nog langer op zich laten wachten. Er is echter ook een reden om verheugd te zijn over Coffee Lake, omdat er naar verluidt eindelijk 6-core-processors naar het mainstreamplatform komen.

Verschil AMD en Intel-cpu's

Zoals aangegeven komt Zen alleen maar uit voor de mid-range- en high-end-markt, terwijl Kaby Lake de low-end- tot mid-range-markt moet bedienen. Een verder verschil is dat Kaby Lake is uitgerust met een geïntegreerde grafische processor, waar dit niet het geval zal zijn voor de Zen-processors die initieel uitkomen. Hiervoor zal een losse videokaart dus nodig zijn.

Verdere verschillen zijn de hogere kloksnelheid en ipc (prestaties op dezelfde kloksnelheid) van Kaby Lake, maar dit wordt deels goedgemaakt door het grotere aantal cores van sommige Zens. Welke processor sneller is zal sterk afhangen van de toepassing waar hij voor wordt ingezet.

Sommige programma’s maken goed gebruik van meerdere cores, terwijl dit bij andere weer niet het geval is. Zo is het 3D-ontwerpprogramma AutoCAD volledig single-threaded, hierbij heb je dus baat bij een zo hoog mogelijke ipc en kloksnelheid – Kaby Lake dus. Ook veel bewerkingen in Adobe Photoshop kunnen maar een enkele thread aan, waardoor Kaby Lake hier weer sneller is.

Aan de andere kant zijn er ook programma’s die heel erg goed meerdere threads aankunnen, zoals het renderen van een beeld, of het encoderen van een video. Hier zal Zen veel sneller zijn.

Voor gaming is het beeld een beetje ingewikkeld

-

Voor gaming is het beeld een beetje ingewikkeld. Over het algemeen hebben spellen bij moderne processors geen tekort aan cpu-rekenkracht. Waar er wel verschillen zijn, is dit vrijwel altijd in het voordeel van snellere cpu’s en maakt het aantal cores boven vier weer veel minder uit.

Aan de andere kant kan dit mogelijk veranderen met de opkomst van DirectX 12. Ook het streamen tijdens het gamen vergt veel extra processorkracht, en daar komt een processor met veel cores zoals Zen goed van pas.

Zowel Kaby Lake als Zen is gebaseerd op x86, een set instructies die teruggaat tot een van de eerste processors die Intel eind jaren zeventig uitbracht, te weten de 8086. Het fundament hiervan is terugwaartse compatibiliteit. Zo kan er op moderne processors nog altijd software draaien die bedoeld is voor de 8086 (wat overigens niet betekent dat deze programma’s op elk besturingssysteem uit te voeren zijn), en zijn ook x86-instructies die decennia niet zijn gebruikt nog steeds aanwezig.

Rond de millenniumwisseling probeerde Intel een volledig nieuwe 64-bit instructieset te ontwerpen voor de moderne tijd, namelijk Itanium of IA-64, maar dit werd geen succes. In plaats daarvan werd de 64-bit standaard AMD64, die de compatibiliteit met de oude x86-instructies behield.

Conclusie

Na een lange periode van stagnatie op de processormarkt komt er dankzij Zen weer een tijdperk waarin er weer wat vooruitgang is. De stagnatie op de processormarkt wordt door niets duidelijker gemaakt dan het verschijnen van Kaby Lake, waar qua architectuur en procedé niets aan vernieuwd is.

Waar Kaby Lake niets meer is dan een opgevoerde Skylake, is Zen een volledig nieuwe architectuur die een gigantische prestatieverbetering moet teweegbrengen ten opzichte van zijn rampzalige Bulldozer-voorganger. Zen zal het beste wat Intel te bieden heeft niet kunnen overtreffen, maar het feit dat de architectuur in de buurt weet te komen is al heel erg indrukwekkend.

Door Zen zullen er eindelijk processors verschijnen met meer wat meer cores voor de mainstream desktop-markt, waar vier cores al tijden het maximum is, van AMD en later ook van Intel. Ook de prijzen zullen onder druk gezet worden, omdat AMD eindelijk weer eens in een positie zal zijn om serieus te concurreren met Intel. Dit zal tevens wat meer druk zetten op Intel om zich wat meer aandacht te besteden aan desktops, die de afgelopen jaren vrijwel helemaal genegeerd zijn door het bedrijf ten faveure van mobiele apparaten.

Tekst: Farzin Parham

▼ Volgende artikel
Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het
© Philips Hue
Zekerheid & gemak

Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Philips Hue SpatialAware is een nieuwe functie die lichtscènes afstemt op de indeling van je kamer. In plaats van kleuren 'los' over je lampen te verdelen, gebruikt Hue een ruimtelijke kaart waarbij rekening wordt gehouden met de onderlinge verhouding van je lampen. Het resultaat? De scènes voelen een stuk natuurlijker aan. Hoe zit dat precies, en hoe stel je het in?

In dit artikel

Philips Hue SpatialAware komt in het voorjaar van 2026 beschikbaar voor Hue Bridge Pro-gebruikers. Je leest wat deze functie doet, waarom je vooral verschil ziet in kamers met meerdere lichtpunten en hoe de AR-scan werkt. Ook leggen we uit hoe je het ruimtelijke model bijwerkt als je lampen verplaatst of toevoegt, bij welke 'geremasterde' scènes je SpatialAware kunt inschakelen en wat je in de praktijk aan het verschil ziet met en zonder SpatialAware.

Lees ook onze review van de Philips Hue Bridge Pro

Veel Hue-scènes bestaan vooral uit een palet: kleur + helderheid. De app houdt daarbij tot nu toe beperkt rekening met waar je lampen staan en op welke hoogte ze hangen. Het gevolg is dat een staande lamp in de hoek soms dezelfde kleur of felheid krijgt als spots boven de eettafel, terwijl je bij een scène als "zonsondergang" juist een logisch verloop verwacht dat door de ruimte loopt. In de praktijk voelt zo'n scène dan meer als losse lampen die toevallig hetzelfde thema draaien, in plaats van één lichtbeeld dat klopt vanuit een richting of 'bron'.

Je kunt het vergelijken met surround sound. Als je kanalen zonder plattegrond willekeurig aan speakers koppelt, hoor je wel geluid, maar de richting klopt niet. SpatialAware doet voor licht hetzelfde als een goede speakeropstelling voor audio: de plek in de ruimte wordt het uitgangspunt.

Wat SpatialAware anders doet

SpatialAware draait de aansturing om. Je scant je kamer met de camera van je telefoon of tablet, waarbij de Hue-app augmented reality gebruikt om vast te leggen waar je lampen zich bevinden: links of rechts, hoog of laag, plafond of vloer. Op basis daarvan slaat de Hue-app een ruimtelijk model van de kamer op, dat automatisch wordt bijgewerkt als je later lampen toevoegt. Kies je daarna een ondersteunde scène, dan verdeelt Hue kleur en helderheid bewust op basis van die posities. Daardoor krijgen plafondlampen en lampen op ooghoogte niet meer zomaar dezelfde tinten, maar spelen ze een eigen rol in het totale lichtbeeld.

Wanneer zie je het meeste effect

Heb je maar een paar Hue-lampen in je kamer, dan is het effect heel beperkt. Maar heb je in je kamer meerdere lampen op verschillende posities en hoogtes staan en/of hangen, dan is SpatialAware wel een mooie toepassing. Denk aan een woonkamer met plafondspots, een staande lamp naast de bank, een ledstrip achter het tv-meubel en sfeerverlichting in een kast. Dan valt er echt iets 'ruimtelijks' te verdelen en zie je sneller dat de scène als één geheel aanvoelt.

Bij scènes die op de natuur geïnspireerd zijn, zie je het verschil vaak als eerste, omdat dit soort scènes draait om een geleidelijke overgang. Denk aan het idee van een horizon: aan de ene kant warm en dieper van kleur, alsof de zon net ondergaat, en richting plafond juist lichter en koeler, zoals een heldere lucht. Zonder ruimtelijke logica kan zo'n verdeling op willekeur lijken, waardoor de sfeer niet helemaal klopt. Met SpatialAware kan Hue dat verloop koppelen aan de posities van je lampen, zodat de kleuren zich logischer verdelen en de scène als één geheel voelt.

©Philips Hue

Boven: Savanna Sunset zonder SpatialAware. Onder: Savanna Sunset mét SpatialAware.

Zo stel je Hue SpatialAware in

Open in de Hue-app de kamer waarin je SpatialAware wilt gebruiken en start de scan. De app begeleidt je terwijl je de ruimte filmt, zodat de posities van je lampen worden vastgelegd. Daarna sla je het ruimtelijke model op. Voeg je later lampen toe of verplaats je ze, dan scan je die kamer opnieuw zodat de kaart weer klopt.

Voor welke scènes kun je SpatialAware gebruiken?

Op dit moment werkt SpatialAware met ongeveer de helft van alle 'geremasterde' scènes uit de Scene Gallery. De nadruk ligt op natuur-scènes (bijvoorbeeld Savanna Sunset, Lake Placid en Mountain Breeze). Het belangrijkste om te onthouden: niet elke scène krijgt meteen SpatialAware. In de app hoort per scène zichtbaar te zijn of de functie wordt ondersteund.

©Philips Hue

Mountain Breeze met SpatialAware.

Dit heb je nodig

SpatialAware werkt alleen samen met de Hue Bridge Pro. Daarnaast heb je een smartphone of tablet nodig waarop de Hue-app geïnstalleerd is (downloaden voor iOS | downloaden voor Android), zodat er een scan gemaakt kan worden. Zonder die scan is er geen ruimtelijke kaart en kan SpatialAware niets verdelen.

Wat zie je in de praktijk?

De winst zit vooral in samenhang: scènes ogen netter en meer 'zoals bedoeld', omdat hoogte en positie van je lampen meetellen. Kleur en licht worden daardoor logischer verdeeld. Plafondlicht en sfeerverlichting zitten elkaar minder in de weg, omdat ze niet meer automatisch dezelfde tinten en felheid toebedeeld krijgen.

Hue SpatialAware: praktijkvoorbeeld

Op de foto (klik erop om hem groot te openen) zie je boven de Lake Mist-scène zonder SpatialAware en daaronder dezelfde scène mét SpatialAware. Als je kijkt naar de thumbnail van het scènevoorbeeld links onderin, dan zie je dat het voorbeeld in de onderste afbeelding beter klopt met wat je in de kamer ziet: de kleuren zijn verdeeld alsof je naar een horizon kijkt. Onderaan zitten warmere, oranje tinten, die geleidelijk opschuiven naar blauwere tonen richting 'lucht'.

Dat zie je vooral terug in de verdeling over de lampen. In de bovenste versie lijkt het alsof vooral één ledstrip de scène draagt, waardoor de rest van de verlichting minder meedoet. In de onderste versie vormen de lichtpunten meer één geheel: het licht boven en achter de deur links is nu bijvoorbeeld één duidelijke kleur in plaats van dat het bestaat uit meerdere losse tinten. Dat oogt rustiger en gelijkmatiger. Tegelijk voelt die onderste versie ook wat koeler, waardoor Lake Mist misschien niet de meest uitgesproken scène is om het verschil te demonstreren, maar je ziet wel goed wat SpatialAware doet: het maakt van losse kleuren een verdeling die beter past bij het idee achter de scène.

©Philips Hue

Privacy en veiligheid

Voor SpatialAware scan je je kamer met de camera. Die 3D-scan wordt vervolgens opgeslagen in de Hue-app. Of de kaart volledig lokaal blijft of ook opgeslagen wordt in de cloud hebben wij niet kunnen achterhalen. Ga er dus niet automatisch vanuit dat alles op je telefoon blijft. Als voorzorgsmaatregel kun je de Hue-app alleen cameratoegang geven op het moment dat je de scan doet en daarna kijken in iOS of Android of je die permissie weer wilt beperken. Kan er gevoelige informatie in beeld komen (bijvoorbeeld post, documenten of een whiteboard) tijdens het scannen? Berg dat dan even weg tot na je scan.  

View post on TikTok
▼ Volgende artikel
JBL introduceert BandBox-speakers met ingebouwde gitaarversterker en AI-tools
© JBL
Huis

JBL introduceert BandBox-speakers met ingebouwde gitaarversterker en AI-tools

JBL brengt met de BandBox-serie zijn eerste audioproducten uit die specifiek gericht zijn op het maken van muziek. De BandBox Solo en Trio zijn bluetooth-speakers die tegelijkertijd functioneren als versterker voor instrumenten. De opvallendste toevoeging is het gebruik van kunstmatige intelligentie om audiosporen in realtime te scheiden, wat het meespelen met bestaande nummers makkelijker moet maken.

De kern van de nieuwe serie is de zogeheten 'Stem AI'-technologie. Hiermee kunnen gebruikers specifieke onderdelen van een liedje, zoals de zang, drums of gitaar drums in realtime op het apparaat zelf kunt isoleren of verwijderen uit elk nummer. Voor muzikanten biedt dit praktische voordelen: je kunt een gitaarpartij isoleren om precies te horen hoe deze gespeeld wordt, of de partij juist wegdraaien om zelf mee te spelen over de originele begeleiding.

Voor één muzikant

De instapversie is de BandBox Solo, een compacte speaker met een vermogen van 18 watt RMS. Het apparaat beschikt over één ingang die geschikt is voor een gitaar of microfoon. Gebruikers kunnen via de JBL One-app diverse digitale versterkers en effecten zoals reverb, chorus en phaser instellen, waardoor externe effectpedalen in veel gevallen overbodig zijn. Daarnaast functioneert de Solo als audio-interface: via de usb-c-aansluiting koppel je hem aan een laptop om direct opnames te maken in muziekproductiesoftware (DAW).

Voor meerdere muzikanten tegelijk

Voor wie meer aansluitmogelijkheden of volume nodig heeft, is er de BandBox Trio. Dit model levert 135 watt vermogen en is uitgerust met een ingebouwde vierkanaalsmixer. Hierdoor is het mogelijk om met meerdere mensen tegelijk te spelen, bijvoorbeeld een zanger en twee instrumentalisten. De Trio onderscheidt zich verder door een verwisselbare accu die tot tien uur speeltijd biedt en een LCD-scherm voor directe feedback. Ook heeft dit model meer fysieke knoppen, zodat je het geluid tijdens het spelen kunt aanpassen zonder direct de app erbij te hoeven pakken.

Prijs en beschikbaarheid

De JBL BandBox Solo en Trio zijn vanaf februari verkrijgbaar. De BandBox Solo heeft een adviesprijs van 249,99 euro. De grotere BandBox Trio kost 599,99 euro. Een belangrijk detail voor vroege kopers is dat de 'looper'-functie, waarmee je laagjes muziek over elkaar opneemt, bij lancering nog niet beschikbaar is; deze wordt volgens JBL pas in oktober via een update toegevoegd.

Wat zijn 'stems'?

In de muziekproductie verwijst de term 'stems' naar gegroepeerde audiosporen die samen een onderdeel van een nummer vormen. Denk bijvoorbeeld aan een 'drum-stem' (waarin de kick, snare en bekkens zijn samengevoegd) of een 'zang-stem' (hoofdzang plus achtergrondkoortjes). De AI in de JBL BandBox probeert een compleet nummer digitaal op te delen in deze hoofdgroepen - zoals bas, drums, zang en overige instrumenten - zodat je controle krijgt over de balans zonder dat je de originele studiobestanden nodig hebt.