ID.nl logo
Teufel Airy True Wireless - Duitse Luftpods
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Teufel Airy True Wireless - Duitse Luftpods

Na het succes van Apple’s AirPods rollen fabrikanten over elkaar heen om met hun alternatieven te komen. Zo ook de Duitse audiofabrikant Teufel. Weet Teufel met de Airy True Wireless een hoogwaardig alternatief te bieden, of vervallen ze net als veel andere fabrikanten in minderwaardig kopieerwerk?

Teufel komt wat laat ten tonele met de Airy True Wireless. Hoewel de draadloze in-ear oordopjes al vorig jaar werden aangekondigd, liep de fabrikant enige vertraging op. Het is goed dat Teufel de tijd neemt om te zorgen dat het product daadwerkelijk af is voordat het op de markt komt en niet via updates dit alsnog probeert toe te voegen. Dat gezegd hebbende, had Teufel die tijd ook best mogen gebruiken om een hele slechte keuze weg te poetsen: de micro-usb-aansluiting waarmee het oplaaddoosje van de Teufel Airy True Wireless opgeladen wordt. Deze aansluiting wordt al sinds 2015 uitgefaseerd en kan anno 2020 écht niet meer. Het houdt in dat je alsnog oude kabels moet afstoffen en omwisselen om de oortjes (althans, het oplaaddoosje) op te kunnen laden.

Je bent ook echt aangewezen op de verouderde aansluiting, want draadloos opladen behoort niet tot de mogelijkheden.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Airypods

De Teufel Airy True Wireless is duidelijk het antwoord op het succes van Apple’s AirPods. Net als de Apple-uitvoering komen de oortjes van Teufel in een oplaaddoosje en wordt er handig automatisch een bluetooth-verbinding gemaakt wanneer je het doosje opent om de oortjes uit te nemen. Ook het ontwerp heeft veel weg van de AirPods, maar van een één-op-één-kopie is gelukkig geen sprake. Hoewel het ontwerp eveneens een rond kopje met een staafvormig aanhangsel is, heb ik niet meer het gevoel met het kopje van een elektrische tandenborstel in m’n oor te lopen. Ook zijn de Airy-oortjes geschikt voor vrijwel ieder oor, want in tegenstelling tot de reguliere AirPods beschikt de Airy over verwisselbare rubber dopjes, zodat je een dopje kunt gebruiken dat in jouw oor past en geluid beter wordt afgesloten. Over afsluiten gesproken, de Airy beschikt niet over ruisonderdrukking.

Dankzij de rubber dopjes heb je dus altijd in-ears die goed in je oor passen, wat voor het draagcomfort en geluidsbeleving wel zo prettig is. De oordopjes wegen tevens opvallend weinig, wat een extra pluspunt is voor het comfort, je hebt nauwelijks door dat er iets in je oor zit en bovendien blijven de dopjes makkelijk zitten. Ook wanneer je ze in hebt bij het sporten, hoewel ik aan het einde van mijn oefeningen merkte dat de Airy uit mijn oren begonnen te glijden. Overigens kun je de dopjes gerust buiten in de regen dragen, dankzij een IPX5 spatwaterdichtheidsklasse.

De oortjes gaan zo’n vijf uur mee op een opgeladen batterij. Het doosje heeft genoeg accucapaciteit om de oortjes ruim vier keer op te laden. Het doosje geeft met drie kleine ledjes aan hoeveel spanning er nog aanwezig is. Pas overigens wel op waar je het doosje bewaart, aangezien deze vooral bij het openen erg kwetsbaar aanvoelt.

Het is natuurlijk de geluidsbeleving waar Teufel een reputatie mee hoog heeft te houden.

-

Geluidskwaliteit

Het is natuurlijk de geluidsbeleving waar Teufel een reputatie mee hoog heeft te houden, maar ook een grote uitdaging omdat bluetooth niet de beste geluidskwaliteit biedt. Vergeleken met andere fabrikanten heeft Teufel de geluidsbeleving goed voor elkaar. Het geluid is helder en gedetailleerd, waardoor de oortjes perfect zijn voor bijvoorbeeld klassiek, jazz, podcasts of luisterboeken. Wanneer je wat intensere muziek met zware bas of beats luisteren, dan kunnen de Airy’s misschien net even wat te vlak klinken.

Er is geen app voorhanden om zelfs aan de knoppen te zitten om de geluidsafstelling naar wens te krijgen. Het maakt de Airy no-nonsense. Koppelen doe je eenvoudig door de dopjes in te doen en even te tikken door ze in de pairingmodus te zetten. Door te tikken op de dopjes kun je ook gesprekken aannemen en de muziek bedienen. Zo kun je door één keer te tikken de muziek pauzeren en wordt het volgende nummer gestart door twee keer te tikken.

©PXimport

Alternatieven voor de Teufel Airy True Wireless

Met een prijskaartje van 149 euro neemt Teufel wel een risico. Hiermee zijn ze hoger geprijsd dan de AirPods 2 van Apple. Hoewel de AirPods 2 wat luxer aanvoelen en draadloos kunnen laden, is de geluidskwaliteit van de Airy True Wireless beter en zijn de dopjes geschikter voor ieder oor dankzij de rubber dopjes.

Er zijn veel andere concurrenten voor Teufel. Zo is een ander alternatief in ongeveer dezelfde prijsklasse de Sony WF-1000XM3 dopjes. Deze dopjes van Sony bieden betere geluidskwaliteit en indrukwekkende ruisonderdrukking, maar blijven door hun gewicht niet altijd even lekker zitten. Samsungs Galaxy Buds+ komen qua draagcomfort in de buurt en biedt een fantastische accuduur. Tenslotte zijn er de Huawei Freebuds 3i en de Honor Magic Earbuds evenknie, AirPodskopieën met een veel lagere prijs, beperkte ruisonderdrukking en een prima geluidskwaliteit.

Omdat er zoveel goede alternatieven zijn, lijkt de Teufel Airy wat onopvallend ten opzichte van de concurrentie. Het is voor ons als consument een luxeprobleem van alleen maar goede keuzes.

Conclusie: Teufel Airy True Wireless kopen?

De Teufel Airy True Wireless valt op door zijn draagcomfort: de dopjes zijn lichtgewicht en blijven erg goed zitten. Ook de geluidskwaliteit is indrukwekkend gedetailleerd, maar niet weggelegd voor alle muziekstijlen. Hoewel je met de oortjes van Teufel zondermeer een goede keus maakt, zijn er wel een paar nadelen. Zo is het oplaaddoosje wat kwetsbaar, is de oplaadaansluiting sterk verouderd en vallen de in-ears wat weg ten opzichte van concurrenten als Apple, Samsung en Sony.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 149,- **Kleur** wit, blauw, zwart **Verbinding** Bluetooth 5.0 **Accu** 60 mAh (oortje), 500 mAh (oplaaddoosje) **Gewicht** 5 gram (oortje), 49 gram (oplaaddoosje) **Features** Microfoon, aanraakbediening, IPX5 **Aansluiting** Micro-usb **Website** [https://teufelaudio.nl](https://teufelaudio.nl/airy-true-wireless-106083000)

Plus- en minpunten
  • Geluidskwaliteit
  • Draagcomfort
  • Gewicht
  • Geen ruisonderdrukking
  • Kwetsbaar oplaaddoosje
  • Sterk verouderde oplaadmethode
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.