ID.nl logo
Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden

Frequent kijken we naar mechanische toetsenborden: toetsenborden waar computerfanaten, typisten en gamers het over eens zijn dat ze de beste ervaring bieden. Traditionele mechanische borden hebben echter vrij hoge toetsen, veelal een hoger frame om mee te beginnen en zijn zonder geoefende gebruiker vrij luid. Inmiddels hebben verschillende fabrikanten echter ook low-profile mechanische toetsenborden uitgebracht. De voordelen van de betere ervaring, maar dan lager en stiller. Wij zochten de negen beste modellen op.

Eerst één stap terug: waarom tientallen of zelfs honderden euro’s uitgeven aan een toetsenbord terwijl je er ook voor een paar euro een uit een budgetbak kunt vissen? Tik je slechts een incidenteel e-mailtje, dan voldoet alles wel. Maar als je de hele dag aan het werk of de hele avond aan het gamen bent, dan profiteer je zeker van wat beters. Mechanische switches hebben een betere aanslag, zijn duurzamer (de aanslag voelt jaren later nog hetzelfde) en ze reageren sneller. Als gamer krijg je een competitief voordeel en als typist haal je al snel een flink hoger tempo.

Mechanische switches zelf zijn al tientallen jaren oud, iconische mechanische borden van vorige eeuw zoals de IBM Model M kunnen zelfs honderden euro’s opleveren.

Voordelen van low-profile

Low-profile mechanische switches zijn echter een jonger fenomeen en fabrikanten hebben dus ruim tijd gehad om de schaven aan de nadelen van mechanische toetsenborden: primair de hoogte en de hogere geluidsproductie. De lagere toetsen leiden tot een iets kortere travel, maar het ‘echte mechanische gevoel’ blijft wel intact, net als de kwaliteit en de snelheid. De lagere toetsen maken deze toetsenborden echter wat toegankelijker voor nieuwe gebruikers, en het geluid van de knop tot de bodem indrukken is significant zachter. Niet onhoorbaar, maar zelfs de luidere ‘clicky’ switches zijn stiller dan traditionele mechanische borden en daarom ook prima bruikbaar in een omgeving met anderen om je heen.

Alle negen low-profile mechanische toetsenborden die we hebben uitgezocht zijn objectief goed, geen enkele is een miskoop. Wij vergelijken de belangrijkste aspecten, maar zoals met de meeste hardware tegenwoordig is het vooral zaak om je eigen wensen en eisen op een rijtje te zetten. Let daarbij vooral op de switches die de fabrikanten gebruiken, de toetsenlay-out (een compactere TKL-variant heeft bijvoorbeeld geen numeriek veld), eventuele draadloze functionaliteit, extra functies en uiteraard de prijs.

©PXimport

De Switch is leidend

Van al die punten om op te letten, is de switch leidend: het is tenslotte de ervaring onder je vingers waarvoor je besluit meer uit te geven. Je kunt kiezen uit drie verschillende soorten switches: lineair, clicky en tactile. Een lineaire switch heeft een soepele beweging van boven tot je de bodem raakt. Deze is er vooral voor gamers, zeker als je veel first-person shooters speelt; dit type switch is ongekend snel meermaals te gebruiken.

Voor typisten heeft een clicky switch de voorkeur, deze heeft een voelbaar en hoorbaar actuatiemoment, de consensus is dat dit de fijnste aanslag is. Hoewel de klik van de low-profile-switch minder luid is dan bij traditionele mechanische clicky borden, blijft het een overweging of je dit in een (drukke) werkomgeving wilt gebruiken.

Om die reden zijn borden met een tactile switch de veiligste aanbeveling als je niet honderd procent zeker bent wat bij jou past. Tactile switches hebben wel het voelbare actuatiemoment, maar zonder de klik. Het zijn de alleskunners en de logische eerste stap voor iedereen die z’n eerste mechanische bord koopt. Het is ook een veilige koop voor iedereen die zowel veel typt als veel games speelt.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Low-profile mechanische switches (hier van Kailh) zijn er net als normale varianten in lineair, tactile en clicky.

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Corsair blijft Cherry trouw met zijn K70 RGB MK.2 Low Profile, een low-profile-variant op één van de populairste mechanische borden van dit moment en de testwinnaar van onze laatste test van mechanische toetsenborden. Met ca. 159 euro is dit een van de drie duurste toetsenborden in de test, maar daar krijg je ook wat dingen voor terug. Zo is de K70 ontzettend stevig en luxe afgewerkt, plus je krijgt extra mediaknoppen en een fijn volumewiel op je bord. Ook zit een polssteun bij, als je een low-profile-toetsenbord overweegt omdat je vreest voor druk op je polsen is dat een fijne extra.

Corsair geeft je de optie uit Cherry MX Red, en Cherry MX Speed, waarbij de laatste vooralsnog exclusief is voor Corsair. Het verschil tussen de twee is echter klein, beide zijn lineaire switches en dus vooral op gamers gericht, alleen het actuatiemoment van een MX Speed-switch ligt wat hoger. Hierdoor is een lichte aanraking van de toetsen al genoeg om de switch te actueren, in theorie een voordeel als elke milliseconde telt, zoals in onlinegaming. Het nadeel is echter dat als je je vingers laat rusten, je de knop al kunt laten actueren; typisten blijven hier dus beter bij weg.

Het Duitse Cherry is altijd dé fabrikant geweest voor mechanische switches en daar zijn hun prijzen naar. De Cherry-meerprijs is hier dan ook onverminderd van toepassing, hierdoor betaal je dus flink extra voor betere bouw, of je moet veel meerwaarde zien in de net wat snellere MX Speed-switch.

©PXimport

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Prijs
€ 159,-
Websitewww.corsair.com9Score90

  • Pluspunten

  • Stevig en luxe afgewerkt

  • Mediaknoppen

  • Polssteun

  • Minpunten

  • Prijs

Cooler Master SK621, SK630, SK650

Met de SK-serie zet Cooler Master een wat eleganter ogend alternatief voor de veelal wat grove mechanische borden neer. Het frame is relatief compact en neemt dus geen onnodige ruimte in op je bureau, en het geborstelde aluminium toplaagje oogt netjes. Dit misstaat niet op een kantoor, noch in een gaming-setup. Je kunt de verlichting zo bescheiden wit of kleurrijk rgb maken als je wilt. Verder zijn het een relatief no-nonsense producten, van verdere noemenswaardige features is eigenlijk geen sprake.

Hoewel er veel switches op de markt zijn, geeft Cooler Master je op dat vlak weinig keuze; vooralsnog zien we enkel de lineaire switches van Cherry als optie in de verschillende SK-modellen. Prima als je dat graag wilt of primair gamer bent.

Aan de andere kant geeft Cooler Master liefhebbers van de lineaire switch ook wel weer veel opties. Zo kun je kiezen uit zwarte en zilvere kleurstellingen, heb je een model met numpad (SK650) voor Excel-werkers, of juist zonder numpad (SK630) als je liever een compacter bord hebt. Voor het prijsverschil hoef je het niet te doen, want ze kosten beide zo’n 110 a 120 euro.

©PXimport

Toch is de prijs, ook hier mede bepaald door de Cherry-switches een nadeeltje. Bij low-profile-switches vinden we de meerprijs boven de Chinese Kailh low-profile-switches lastig te begrijpen. We zien zowel objectief als subjectief geen voordelen en de Kailh-switch voelt even goed, zo niet beter. De op Kailh gebaseerde alternatieven zijn dus een stuk goedkoper en verder vergelijkbaar.

De draadloze, ultra-compacte SK621 is hierop een uitzondering, want het enige draadloze alternatief kost je dubbel zoveel. Deze SK621 is tevens het enige zeer kleine toetsenbord in deze test, met dezelfde toetsgrootte maar een efficiëntere lay-out.

©PXimport

Cooler Master SK621

Prijs
€ 135,-
Websitewww.coolermaster.com8Score80

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Relatief goedkoop voor draadloos

  • Minpunten

  • Alleen lineair

Cooler Master SK630

Prijs
€ 119,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Cooler Master SK650

Prijs
€ 115,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Sharkoon PureWriter RGB (TKL)

Sharkoon staat bekend om ‘veel product voor een lage prijs’ en de PureWriter-serie is daar een uitstekend voorbeeld van. Met een prijskaartje rond de zeven tientjes zijn deze twee uit de PureWriter-serie de voordeligste low-profile-borden, en in eerste instantie merk je daar weinig van. De bouwkwaliteit is niet minder dan uitstekend, het design is chic, en de aanslag van de low-profile Kailh-switches is uitstekend. Hij mist iets van de luxe en flair van onder andere Corsair en Logitech, maar daar is het prijsverschil dan ook naar.

In kleine details merk je het verschil met de duurdere opties: die hebben een wat egalere verlichting van de switches, beter gepolijste software en de keycaps van Sharkoon hebben veel extra opdrukken wat een tikkeltje drukker oogt. Je moet echter stevig aan de weegschaal trekken om te stellen dat die minpuntjes in verhouding staan tot het prijsverschil.

Sharkoon geeft je de optie uit lineaire (rode) en clicky (blauwe) switches, en je hebt zowel een full-size-model als een TKL-versie (een versie zonder numeriek deel). De volledige versie heeft ook fysieke mediatoetsen, wat een fijne extra is. En bonuspunten voor Sharkoon voor een verwijderbare en dus vervangbare kabel. Ongeacht je voorkeur voor de lay-out en het type switch: voor ongeveer 70 tot 75 euro schaf je hiermee een heerlijk low-profile-toetsenbord aan.

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB

Prijs
€ 79,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Mediabediening

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Egaliteit verlichting

  • Druk toetsenbord

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB TKL

Prijs
€ 70,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Druk toetsenbord

  • Egaliteit verlichting

Logitech G815 & G915

Logitech brengt ons in een spagaat met de G815 en G915, omdat het aan de ene kant de fijnste, best uitgewerkte opties zijn in deze test en aan de andere kant extreem prijzige opties. Laten we beginnen met het positieve: de bouwkwaliteit is top, de borden zijn uitgerust met onder andere een volumewiel, mediaknoppen, profielen, usb-passthrough (G815) en extra macro-knoppen. Ook zijn ze nog een stuk lager dan de meeste alternatieven, zijn er voetjes aangebracht die de achterzijde in twee stappen kunnen verhogen, en de Logitech-software is ontzettend goed uitgewerkt. De keerzijde van de extra knoppen is wel dat het bord wat breder en hoger is, houd daar rekening mee op je bureau, maar dat is wederom subjectief. Objectief echter? Uitstekend.

Ook positief is dat Logitech de enige is die een tactile low-profile-switch aanbiedt, naast de eerder besproken clicky en lineaire Kailh-switches. Als je graag een tactile-switch wilt – en dat is begrijpelijk – dan heb je praktisch geen andere keuze dan de forse meerprijs ervoor te betalen. Maar fors is die meerprijs zeker, 185 tot 199 euro voor de bekabelde G815 is fors, zeker wanneer de switches uit dezelfde fabriek komen als die van de veel goedkopere Sharkoon en de MSI.

©CIDimport

249 euro voor de draadloze G915 lijkt vervolgens nog gekker, maar het feit dat er praktisch geen draadloze alternatieven zijn en dat de uitvoering zo’n beetje perfect is, compenseert wel veel. Z’n accuduur van 1000 uur zonder lichtjes is fijn, 30 uur met verlichting hakt er echter wel stevig in, maar je kunt wel meerdere apparaten aan je toetsenbord koppelen. Het meest indrukwekkende product in deze test is het sowieso, maar alleen voor typisten en gamers die niet wakker liggen van een honderdje meer of minder.

©CIDimport

Logitech G815

Prijs
€ 185,-
Websitewww.logitech.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Usb-passthrough

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Minpunten

  • Prijs

Logitech G915 (Best getest)

Prijs
€ 249,-
Websitewww.logitech.com10Score100

  • Pluspunten

  • Draadloos

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Lange accuduur (zonder verlichting)

  • Minpunten

  • Prijs

MSI Vigor GK50

Met een prijs van 75 euro zit MSI aan de onderkant van de prijsrange in deze test. Deze Vigor GK50 doet ons afvragen waarom meer betalen nu echt nodig is. De bouwkwaliteit is keurig en de Kailh-switches voelen (net als bij Sharkoon en bij de veel duurdere Logitechs) uitstekend. De verlichting heeft MSI hier iets beter uitgevoerd dan Sharkoon in zijn borden, maar je levert er wel de fysieke volumeknoppen en een vervangbare kabel voor in. De MSI is dus een redelijk no-nonsense toetsenbord: wel goed typen en gamen, niet veel meer.

Opvallend genoeg kiest MSI om de GK50 enkel met clicky switches te verkopen. Fijn gezien de meeste fabrikanten dat dus niet doen, jammer als je net deze uitstraling wilt maar lineaire switches. Uitgaande dat je de clicky switch wel ziet zitten en niet de hoofdprijs wilt betalen voor je mechanische toetsenbord is het een goede keuze.

©CIDimport

MSI Vigor GK50 (Redactietip)

Prijs
€ 75,-
Websitehttps://nl.msi.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Goede verlichting

  • Prijs

  • Minpunten

  • Geen mediaknoppen

  • Vaste kabel

Conclusie

Slechte keuzes zijn er wederom niet. Maar zoals vaker vallen sommige producten meer op dan andere en vallen andere producten juist weer tussen wal en schip.

Het zijn de goedkoopste opties die in eerste instantie opvallen. De Sharkoon PureWriter RGB en MSI Vigor GK50 zijn qua technische eigenschappen wat basaal, maar ze doen in de type- en game-ervaring nauwelijks onder voor veel duurdere opties en zetten er een scherpe prijs tegenover.

Aan het andere uiteinde is de Logitech G915 met zijn draadloze functie en uitgebreide mogelijkheden indrukwekkend, zelfs als de prijs wel heel extreem is. De Cooler Master SK621 is ook een positieve opvaller omdat hij het enige betaalbare draadloze model is, en ook nog eens supercompact is.

Het is vooral switchfabrikant Cherry die op het achterhoofd dient te krabben, want de traditionele meerprijs voor ‘Duitse kwaliteit’ vinden we niet gerechtvaardigd in deze low-profile-borden: het zijn de Kailh-switches die de leiding pakken. Cherry moet dus of innoveren met nieuwe, indrukwekkendere low-profile-switches, of de prijzen van de Cherry-switches laten zakken, waardoor Cherry-gebaseerde borden (Cooler Master, Corsair) ook in prijs zakken.

©CIDimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.