ID.nl logo
Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden

Frequent kijken we naar mechanische toetsenborden: toetsenborden waar computerfanaten, typisten en gamers het over eens zijn dat ze de beste ervaring bieden. Traditionele mechanische borden hebben echter vrij hoge toetsen, veelal een hoger frame om mee te beginnen en zijn zonder geoefende gebruiker vrij luid. Inmiddels hebben verschillende fabrikanten echter ook low-profile mechanische toetsenborden uitgebracht. De voordelen van de betere ervaring, maar dan lager en stiller. Wij zochten de negen beste modellen op.

Eerst één stap terug: waarom tientallen of zelfs honderden euro’s uitgeven aan een toetsenbord terwijl je er ook voor een paar euro een uit een budgetbak kunt vissen? Tik je slechts een incidenteel e-mailtje, dan voldoet alles wel. Maar als je de hele dag aan het werk of de hele avond aan het gamen bent, dan profiteer je zeker van wat beters. Mechanische switches hebben een betere aanslag, zijn duurzamer (de aanslag voelt jaren later nog hetzelfde) en ze reageren sneller. Als gamer krijg je een competitief voordeel en als typist haal je al snel een flink hoger tempo.

Mechanische switches zelf zijn al tientallen jaren oud, iconische mechanische borden van vorige eeuw zoals de IBM Model M kunnen zelfs honderden euro’s opleveren.

Voordelen van low-profile

Low-profile mechanische switches zijn echter een jonger fenomeen en fabrikanten hebben dus ruim tijd gehad om de schaven aan de nadelen van mechanische toetsenborden: primair de hoogte en de hogere geluidsproductie. De lagere toetsen leiden tot een iets kortere travel, maar het ‘echte mechanische gevoel’ blijft wel intact, net als de kwaliteit en de snelheid. De lagere toetsen maken deze toetsenborden echter wat toegankelijker voor nieuwe gebruikers, en het geluid van de knop tot de bodem indrukken is significant zachter. Niet onhoorbaar, maar zelfs de luidere ‘clicky’ switches zijn stiller dan traditionele mechanische borden en daarom ook prima bruikbaar in een omgeving met anderen om je heen.

Alle negen low-profile mechanische toetsenborden die we hebben uitgezocht zijn objectief goed, geen enkele is een miskoop. Wij vergelijken de belangrijkste aspecten, maar zoals met de meeste hardware tegenwoordig is het vooral zaak om je eigen wensen en eisen op een rijtje te zetten. Let daarbij vooral op de switches die de fabrikanten gebruiken, de toetsenlay-out (een compactere TKL-variant heeft bijvoorbeeld geen numeriek veld), eventuele draadloze functionaliteit, extra functies en uiteraard de prijs.

©PXimport

De Switch is leidend

Van al die punten om op te letten, is de switch leidend: het is tenslotte de ervaring onder je vingers waarvoor je besluit meer uit te geven. Je kunt kiezen uit drie verschillende soorten switches: lineair, clicky en tactile. Een lineaire switch heeft een soepele beweging van boven tot je de bodem raakt. Deze is er vooral voor gamers, zeker als je veel first-person shooters speelt; dit type switch is ongekend snel meermaals te gebruiken.

Voor typisten heeft een clicky switch de voorkeur, deze heeft een voelbaar en hoorbaar actuatiemoment, de consensus is dat dit de fijnste aanslag is. Hoewel de klik van de low-profile-switch minder luid is dan bij traditionele mechanische clicky borden, blijft het een overweging of je dit in een (drukke) werkomgeving wilt gebruiken.

Om die reden zijn borden met een tactile switch de veiligste aanbeveling als je niet honderd procent zeker bent wat bij jou past. Tactile switches hebben wel het voelbare actuatiemoment, maar zonder de klik. Het zijn de alleskunners en de logische eerste stap voor iedereen die z’n eerste mechanische bord koopt. Het is ook een veilige koop voor iedereen die zowel veel typt als veel games speelt.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Low-profile mechanische switches (hier van Kailh) zijn er net als normale varianten in lineair, tactile en clicky.

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Corsair blijft Cherry trouw met zijn K70 RGB MK.2 Low Profile, een low-profile-variant op één van de populairste mechanische borden van dit moment en de testwinnaar van onze laatste test van mechanische toetsenborden. Met ca. 159 euro is dit een van de drie duurste toetsenborden in de test, maar daar krijg je ook wat dingen voor terug. Zo is de K70 ontzettend stevig en luxe afgewerkt, plus je krijgt extra mediaknoppen en een fijn volumewiel op je bord. Ook zit een polssteun bij, als je een low-profile-toetsenbord overweegt omdat je vreest voor druk op je polsen is dat een fijne extra.

Corsair geeft je de optie uit Cherry MX Red, en Cherry MX Speed, waarbij de laatste vooralsnog exclusief is voor Corsair. Het verschil tussen de twee is echter klein, beide zijn lineaire switches en dus vooral op gamers gericht, alleen het actuatiemoment van een MX Speed-switch ligt wat hoger. Hierdoor is een lichte aanraking van de toetsen al genoeg om de switch te actueren, in theorie een voordeel als elke milliseconde telt, zoals in onlinegaming. Het nadeel is echter dat als je je vingers laat rusten, je de knop al kunt laten actueren; typisten blijven hier dus beter bij weg.

Het Duitse Cherry is altijd dé fabrikant geweest voor mechanische switches en daar zijn hun prijzen naar. De Cherry-meerprijs is hier dan ook onverminderd van toepassing, hierdoor betaal je dus flink extra voor betere bouw, of je moet veel meerwaarde zien in de net wat snellere MX Speed-switch.

©PXimport

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Prijs
€ 159,-
Websitewww.corsair.com9Score90

  • Pluspunten

  • Stevig en luxe afgewerkt

  • Mediaknoppen

  • Polssteun

  • Minpunten

  • Prijs

Cooler Master SK621, SK630, SK650

Met de SK-serie zet Cooler Master een wat eleganter ogend alternatief voor de veelal wat grove mechanische borden neer. Het frame is relatief compact en neemt dus geen onnodige ruimte in op je bureau, en het geborstelde aluminium toplaagje oogt netjes. Dit misstaat niet op een kantoor, noch in een gaming-setup. Je kunt de verlichting zo bescheiden wit of kleurrijk rgb maken als je wilt. Verder zijn het een relatief no-nonsense producten, van verdere noemenswaardige features is eigenlijk geen sprake.

Hoewel er veel switches op de markt zijn, geeft Cooler Master je op dat vlak weinig keuze; vooralsnog zien we enkel de lineaire switches van Cherry als optie in de verschillende SK-modellen. Prima als je dat graag wilt of primair gamer bent.

Aan de andere kant geeft Cooler Master liefhebbers van de lineaire switch ook wel weer veel opties. Zo kun je kiezen uit zwarte en zilvere kleurstellingen, heb je een model met numpad (SK650) voor Excel-werkers, of juist zonder numpad (SK630) als je liever een compacter bord hebt. Voor het prijsverschil hoef je het niet te doen, want ze kosten beide zo’n 110 a 120 euro.

©PXimport

Toch is de prijs, ook hier mede bepaald door de Cherry-switches een nadeeltje. Bij low-profile-switches vinden we de meerprijs boven de Chinese Kailh low-profile-switches lastig te begrijpen. We zien zowel objectief als subjectief geen voordelen en de Kailh-switch voelt even goed, zo niet beter. De op Kailh gebaseerde alternatieven zijn dus een stuk goedkoper en verder vergelijkbaar.

De draadloze, ultra-compacte SK621 is hierop een uitzondering, want het enige draadloze alternatief kost je dubbel zoveel. Deze SK621 is tevens het enige zeer kleine toetsenbord in deze test, met dezelfde toetsgrootte maar een efficiëntere lay-out.

©PXimport

Cooler Master SK621

Prijs
€ 135,-
Websitewww.coolermaster.com8Score80

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Relatief goedkoop voor draadloos

  • Minpunten

  • Alleen lineair

Cooler Master SK630

Prijs
€ 119,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Cooler Master SK650

Prijs
€ 115,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Sharkoon PureWriter RGB (TKL)

Sharkoon staat bekend om ‘veel product voor een lage prijs’ en de PureWriter-serie is daar een uitstekend voorbeeld van. Met een prijskaartje rond de zeven tientjes zijn deze twee uit de PureWriter-serie de voordeligste low-profile-borden, en in eerste instantie merk je daar weinig van. De bouwkwaliteit is niet minder dan uitstekend, het design is chic, en de aanslag van de low-profile Kailh-switches is uitstekend. Hij mist iets van de luxe en flair van onder andere Corsair en Logitech, maar daar is het prijsverschil dan ook naar.

In kleine details merk je het verschil met de duurdere opties: die hebben een wat egalere verlichting van de switches, beter gepolijste software en de keycaps van Sharkoon hebben veel extra opdrukken wat een tikkeltje drukker oogt. Je moet echter stevig aan de weegschaal trekken om te stellen dat die minpuntjes in verhouding staan tot het prijsverschil.

Sharkoon geeft je de optie uit lineaire (rode) en clicky (blauwe) switches, en je hebt zowel een full-size-model als een TKL-versie (een versie zonder numeriek deel). De volledige versie heeft ook fysieke mediatoetsen, wat een fijne extra is. En bonuspunten voor Sharkoon voor een verwijderbare en dus vervangbare kabel. Ongeacht je voorkeur voor de lay-out en het type switch: voor ongeveer 70 tot 75 euro schaf je hiermee een heerlijk low-profile-toetsenbord aan.

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB

Prijs
€ 79,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Mediabediening

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Egaliteit verlichting

  • Druk toetsenbord

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB TKL

Prijs
€ 70,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Druk toetsenbord

  • Egaliteit verlichting

Logitech G815 & G915

Logitech brengt ons in een spagaat met de G815 en G915, omdat het aan de ene kant de fijnste, best uitgewerkte opties zijn in deze test en aan de andere kant extreem prijzige opties. Laten we beginnen met het positieve: de bouwkwaliteit is top, de borden zijn uitgerust met onder andere een volumewiel, mediaknoppen, profielen, usb-passthrough (G815) en extra macro-knoppen. Ook zijn ze nog een stuk lager dan de meeste alternatieven, zijn er voetjes aangebracht die de achterzijde in twee stappen kunnen verhogen, en de Logitech-software is ontzettend goed uitgewerkt. De keerzijde van de extra knoppen is wel dat het bord wat breder en hoger is, houd daar rekening mee op je bureau, maar dat is wederom subjectief. Objectief echter? Uitstekend.

Ook positief is dat Logitech de enige is die een tactile low-profile-switch aanbiedt, naast de eerder besproken clicky en lineaire Kailh-switches. Als je graag een tactile-switch wilt – en dat is begrijpelijk – dan heb je praktisch geen andere keuze dan de forse meerprijs ervoor te betalen. Maar fors is die meerprijs zeker, 185 tot 199 euro voor de bekabelde G815 is fors, zeker wanneer de switches uit dezelfde fabriek komen als die van de veel goedkopere Sharkoon en de MSI.

©CIDimport

249 euro voor de draadloze G915 lijkt vervolgens nog gekker, maar het feit dat er praktisch geen draadloze alternatieven zijn en dat de uitvoering zo’n beetje perfect is, compenseert wel veel. Z’n accuduur van 1000 uur zonder lichtjes is fijn, 30 uur met verlichting hakt er echter wel stevig in, maar je kunt wel meerdere apparaten aan je toetsenbord koppelen. Het meest indrukwekkende product in deze test is het sowieso, maar alleen voor typisten en gamers die niet wakker liggen van een honderdje meer of minder.

©CIDimport

Logitech G815

Prijs
€ 185,-
Websitewww.logitech.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Usb-passthrough

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Minpunten

  • Prijs

Logitech G915 (Best getest)

Prijs
€ 249,-
Websitewww.logitech.com10Score100

  • Pluspunten

  • Draadloos

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Lange accuduur (zonder verlichting)

  • Minpunten

  • Prijs

MSI Vigor GK50

Met een prijs van 75 euro zit MSI aan de onderkant van de prijsrange in deze test. Deze Vigor GK50 doet ons afvragen waarom meer betalen nu echt nodig is. De bouwkwaliteit is keurig en de Kailh-switches voelen (net als bij Sharkoon en bij de veel duurdere Logitechs) uitstekend. De verlichting heeft MSI hier iets beter uitgevoerd dan Sharkoon in zijn borden, maar je levert er wel de fysieke volumeknoppen en een vervangbare kabel voor in. De MSI is dus een redelijk no-nonsense toetsenbord: wel goed typen en gamen, niet veel meer.

Opvallend genoeg kiest MSI om de GK50 enkel met clicky switches te verkopen. Fijn gezien de meeste fabrikanten dat dus niet doen, jammer als je net deze uitstraling wilt maar lineaire switches. Uitgaande dat je de clicky switch wel ziet zitten en niet de hoofdprijs wilt betalen voor je mechanische toetsenbord is het een goede keuze.

©CIDimport

MSI Vigor GK50 (Redactietip)

Prijs
€ 75,-
Websitehttps://nl.msi.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Goede verlichting

  • Prijs

  • Minpunten

  • Geen mediaknoppen

  • Vaste kabel

Conclusie

Slechte keuzes zijn er wederom niet. Maar zoals vaker vallen sommige producten meer op dan andere en vallen andere producten juist weer tussen wal en schip.

Het zijn de goedkoopste opties die in eerste instantie opvallen. De Sharkoon PureWriter RGB en MSI Vigor GK50 zijn qua technische eigenschappen wat basaal, maar ze doen in de type- en game-ervaring nauwelijks onder voor veel duurdere opties en zetten er een scherpe prijs tegenover.

Aan het andere uiteinde is de Logitech G915 met zijn draadloze functie en uitgebreide mogelijkheden indrukwekkend, zelfs als de prijs wel heel extreem is. De Cooler Master SK621 is ook een positieve opvaller omdat hij het enige betaalbare draadloze model is, en ook nog eens supercompact is.

Het is vooral switchfabrikant Cherry die op het achterhoofd dient te krabben, want de traditionele meerprijs voor ‘Duitse kwaliteit’ vinden we niet gerechtvaardigd in deze low-profile-borden: het zijn de Kailh-switches die de leiding pakken. Cherry moet dus of innoveren met nieuwe, indrukwekkendere low-profile-switches, of de prijzen van de Cherry-switches laten zakken, waardoor Cherry-gebaseerde borden (Cooler Master, Corsair) ook in prijs zakken.

©CIDimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos