ID.nl logo
Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Test: 9 beste low profile mechanische toetsenborden

Frequent kijken we naar mechanische toetsenborden: toetsenborden waar computerfanaten, typisten en gamers het over eens zijn dat ze de beste ervaring bieden. Traditionele mechanische borden hebben echter vrij hoge toetsen, veelal een hoger frame om mee te beginnen en zijn zonder geoefende gebruiker vrij luid. Inmiddels hebben verschillende fabrikanten echter ook low-profile mechanische toetsenborden uitgebracht. De voordelen van de betere ervaring, maar dan lager en stiller. Wij zochten de negen beste modellen op.

Eerst één stap terug: waarom tientallen of zelfs honderden euro’s uitgeven aan een toetsenbord terwijl je er ook voor een paar euro een uit een budgetbak kunt vissen? Tik je slechts een incidenteel e-mailtje, dan voldoet alles wel. Maar als je de hele dag aan het werk of de hele avond aan het gamen bent, dan profiteer je zeker van wat beters. Mechanische switches hebben een betere aanslag, zijn duurzamer (de aanslag voelt jaren later nog hetzelfde) en ze reageren sneller. Als gamer krijg je een competitief voordeel en als typist haal je al snel een flink hoger tempo.

Mechanische switches zelf zijn al tientallen jaren oud, iconische mechanische borden van vorige eeuw zoals de IBM Model M kunnen zelfs honderden euro’s opleveren.

Voordelen van low-profile

Low-profile mechanische switches zijn echter een jonger fenomeen en fabrikanten hebben dus ruim tijd gehad om de schaven aan de nadelen van mechanische toetsenborden: primair de hoogte en de hogere geluidsproductie. De lagere toetsen leiden tot een iets kortere travel, maar het ‘echte mechanische gevoel’ blijft wel intact, net als de kwaliteit en de snelheid. De lagere toetsen maken deze toetsenborden echter wat toegankelijker voor nieuwe gebruikers, en het geluid van de knop tot de bodem indrukken is significant zachter. Niet onhoorbaar, maar zelfs de luidere ‘clicky’ switches zijn stiller dan traditionele mechanische borden en daarom ook prima bruikbaar in een omgeving met anderen om je heen.

Alle negen low-profile mechanische toetsenborden die we hebben uitgezocht zijn objectief goed, geen enkele is een miskoop. Wij vergelijken de belangrijkste aspecten, maar zoals met de meeste hardware tegenwoordig is het vooral zaak om je eigen wensen en eisen op een rijtje te zetten. Let daarbij vooral op de switches die de fabrikanten gebruiken, de toetsenlay-out (een compactere TKL-variant heeft bijvoorbeeld geen numeriek veld), eventuele draadloze functionaliteit, extra functies en uiteraard de prijs.

©PXimport

De Switch is leidend

Van al die punten om op te letten, is de switch leidend: het is tenslotte de ervaring onder je vingers waarvoor je besluit meer uit te geven. Je kunt kiezen uit drie verschillende soorten switches: lineair, clicky en tactile. Een lineaire switch heeft een soepele beweging van boven tot je de bodem raakt. Deze is er vooral voor gamers, zeker als je veel first-person shooters speelt; dit type switch is ongekend snel meermaals te gebruiken.

Voor typisten heeft een clicky switch de voorkeur, deze heeft een voelbaar en hoorbaar actuatiemoment, de consensus is dat dit de fijnste aanslag is. Hoewel de klik van de low-profile-switch minder luid is dan bij traditionele mechanische clicky borden, blijft het een overweging of je dit in een (drukke) werkomgeving wilt gebruiken.

Om die reden zijn borden met een tactile switch de veiligste aanbeveling als je niet honderd procent zeker bent wat bij jou past. Tactile switches hebben wel het voelbare actuatiemoment, maar zonder de klik. Het zijn de alleskunners en de logische eerste stap voor iedereen die z’n eerste mechanische bord koopt. Het is ook een veilige koop voor iedereen die zowel veel typt als veel games speelt.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Low-profile mechanische switches (hier van Kailh) zijn er net als normale varianten in lineair, tactile en clicky.

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Corsair blijft Cherry trouw met zijn K70 RGB MK.2 Low Profile, een low-profile-variant op één van de populairste mechanische borden van dit moment en de testwinnaar van onze laatste test van mechanische toetsenborden. Met ca. 159 euro is dit een van de drie duurste toetsenborden in de test, maar daar krijg je ook wat dingen voor terug. Zo is de K70 ontzettend stevig en luxe afgewerkt, plus je krijgt extra mediaknoppen en een fijn volumewiel op je bord. Ook zit een polssteun bij, als je een low-profile-toetsenbord overweegt omdat je vreest voor druk op je polsen is dat een fijne extra.

Corsair geeft je de optie uit Cherry MX Red, en Cherry MX Speed, waarbij de laatste vooralsnog exclusief is voor Corsair. Het verschil tussen de twee is echter klein, beide zijn lineaire switches en dus vooral op gamers gericht, alleen het actuatiemoment van een MX Speed-switch ligt wat hoger. Hierdoor is een lichte aanraking van de toetsen al genoeg om de switch te actueren, in theorie een voordeel als elke milliseconde telt, zoals in onlinegaming. Het nadeel is echter dat als je je vingers laat rusten, je de knop al kunt laten actueren; typisten blijven hier dus beter bij weg.

Het Duitse Cherry is altijd dé fabrikant geweest voor mechanische switches en daar zijn hun prijzen naar. De Cherry-meerprijs is hier dan ook onverminderd van toepassing, hierdoor betaal je dus flink extra voor betere bouw, of je moet veel meerwaarde zien in de net wat snellere MX Speed-switch.

©PXimport

Corsair K70 RGB MK.2 Low Profile

Prijs
€ 159,-
Websitewww.corsair.com9Score90

  • Pluspunten

  • Stevig en luxe afgewerkt

  • Mediaknoppen

  • Polssteun

  • Minpunten

  • Prijs

Cooler Master SK621, SK630, SK650

Met de SK-serie zet Cooler Master een wat eleganter ogend alternatief voor de veelal wat grove mechanische borden neer. Het frame is relatief compact en neemt dus geen onnodige ruimte in op je bureau, en het geborstelde aluminium toplaagje oogt netjes. Dit misstaat niet op een kantoor, noch in een gaming-setup. Je kunt de verlichting zo bescheiden wit of kleurrijk rgb maken als je wilt. Verder zijn het een relatief no-nonsense producten, van verdere noemenswaardige features is eigenlijk geen sprake.

Hoewel er veel switches op de markt zijn, geeft Cooler Master je op dat vlak weinig keuze; vooralsnog zien we enkel de lineaire switches van Cherry als optie in de verschillende SK-modellen. Prima als je dat graag wilt of primair gamer bent.

Aan de andere kant geeft Cooler Master liefhebbers van de lineaire switch ook wel weer veel opties. Zo kun je kiezen uit zwarte en zilvere kleurstellingen, heb je een model met numpad (SK650) voor Excel-werkers, of juist zonder numpad (SK630) als je liever een compacter bord hebt. Voor het prijsverschil hoef je het niet te doen, want ze kosten beide zo’n 110 a 120 euro.

©PXimport

Toch is de prijs, ook hier mede bepaald door de Cherry-switches een nadeeltje. Bij low-profile-switches vinden we de meerprijs boven de Chinese Kailh low-profile-switches lastig te begrijpen. We zien zowel objectief als subjectief geen voordelen en de Kailh-switch voelt even goed, zo niet beter. De op Kailh gebaseerde alternatieven zijn dus een stuk goedkoper en verder vergelijkbaar.

De draadloze, ultra-compacte SK621 is hierop een uitzondering, want het enige draadloze alternatief kost je dubbel zoveel. Deze SK621 is tevens het enige zeer kleine toetsenbord in deze test, met dezelfde toetsgrootte maar een efficiëntere lay-out.

©PXimport

Cooler Master SK621

Prijs
€ 135,-
Websitewww.coolermaster.com8Score80

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Relatief goedkoop voor draadloos

  • Minpunten

  • Alleen lineair

Cooler Master SK630

Prijs
€ 119,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Cooler Master SK650

Prijs
€ 115,-
Websitewww.coolermaster.com7Score70

  • Pluspunten

  • Compacte vormgeving

  • Nette behuizing

  • Minpunten

  • Prijs

  • Alleen lineair

Sharkoon PureWriter RGB (TKL)

Sharkoon staat bekend om ‘veel product voor een lage prijs’ en de PureWriter-serie is daar een uitstekend voorbeeld van. Met een prijskaartje rond de zeven tientjes zijn deze twee uit de PureWriter-serie de voordeligste low-profile-borden, en in eerste instantie merk je daar weinig van. De bouwkwaliteit is niet minder dan uitstekend, het design is chic, en de aanslag van de low-profile Kailh-switches is uitstekend. Hij mist iets van de luxe en flair van onder andere Corsair en Logitech, maar daar is het prijsverschil dan ook naar.

In kleine details merk je het verschil met de duurdere opties: die hebben een wat egalere verlichting van de switches, beter gepolijste software en de keycaps van Sharkoon hebben veel extra opdrukken wat een tikkeltje drukker oogt. Je moet echter stevig aan de weegschaal trekken om te stellen dat die minpuntjes in verhouding staan tot het prijsverschil.

Sharkoon geeft je de optie uit lineaire (rode) en clicky (blauwe) switches, en je hebt zowel een full-size-model als een TKL-versie (een versie zonder numeriek deel). De volledige versie heeft ook fysieke mediatoetsen, wat een fijne extra is. En bonuspunten voor Sharkoon voor een verwijderbare en dus vervangbare kabel. Ongeacht je voorkeur voor de lay-out en het type switch: voor ongeveer 70 tot 75 euro schaf je hiermee een heerlijk low-profile-toetsenbord aan.

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB

Prijs
€ 79,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Mediabediening

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Egaliteit verlichting

  • Druk toetsenbord

©PXimport

Sharkoon PureWriter RGB TKL

Prijs
€ 70,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Lage prijs

  • Losse kabel

  • Minpunten

  • Druk toetsenbord

  • Egaliteit verlichting

Logitech G815 & G915

Logitech brengt ons in een spagaat met de G815 en G915, omdat het aan de ene kant de fijnste, best uitgewerkte opties zijn in deze test en aan de andere kant extreem prijzige opties. Laten we beginnen met het positieve: de bouwkwaliteit is top, de borden zijn uitgerust met onder andere een volumewiel, mediaknoppen, profielen, usb-passthrough (G815) en extra macro-knoppen. Ook zijn ze nog een stuk lager dan de meeste alternatieven, zijn er voetjes aangebracht die de achterzijde in twee stappen kunnen verhogen, en de Logitech-software is ontzettend goed uitgewerkt. De keerzijde van de extra knoppen is wel dat het bord wat breder en hoger is, houd daar rekening mee op je bureau, maar dat is wederom subjectief. Objectief echter? Uitstekend.

Ook positief is dat Logitech de enige is die een tactile low-profile-switch aanbiedt, naast de eerder besproken clicky en lineaire Kailh-switches. Als je graag een tactile-switch wilt – en dat is begrijpelijk – dan heb je praktisch geen andere keuze dan de forse meerprijs ervoor te betalen. Maar fors is die meerprijs zeker, 185 tot 199 euro voor de bekabelde G815 is fors, zeker wanneer de switches uit dezelfde fabriek komen als die van de veel goedkopere Sharkoon en de MSI.

©CIDimport

249 euro voor de draadloze G915 lijkt vervolgens nog gekker, maar het feit dat er praktisch geen draadloze alternatieven zijn en dat de uitvoering zo’n beetje perfect is, compenseert wel veel. Z’n accuduur van 1000 uur zonder lichtjes is fijn, 30 uur met verlichting hakt er echter wel stevig in, maar je kunt wel meerdere apparaten aan je toetsenbord koppelen. Het meest indrukwekkende product in deze test is het sowieso, maar alleen voor typisten en gamers die niet wakker liggen van een honderdje meer of minder.

©CIDimport

Logitech G815

Prijs
€ 185,-
Websitewww.logitech.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Usb-passthrough

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Minpunten

  • Prijs

Logitech G915 (Best getest)

Prijs
€ 249,-
Websitewww.logitech.com10Score100

  • Pluspunten

  • Draadloos

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Mediabediening

  • Tactile toetsen mogelijk

  • Lange accuduur (zonder verlichting)

  • Minpunten

  • Prijs

MSI Vigor GK50

Met een prijs van 75 euro zit MSI aan de onderkant van de prijsrange in deze test. Deze Vigor GK50 doet ons afvragen waarom meer betalen nu echt nodig is. De bouwkwaliteit is keurig en de Kailh-switches voelen (net als bij Sharkoon en bij de veel duurdere Logitechs) uitstekend. De verlichting heeft MSI hier iets beter uitgevoerd dan Sharkoon in zijn borden, maar je levert er wel de fysieke volumeknoppen en een vervangbare kabel voor in. De MSI is dus een redelijk no-nonsense toetsenbord: wel goed typen en gamen, niet veel meer.

Opvallend genoeg kiest MSI om de GK50 enkel met clicky switches te verkopen. Fijn gezien de meeste fabrikanten dat dus niet doen, jammer als je net deze uitstraling wilt maar lineaire switches. Uitgaande dat je de clicky switch wel ziet zitten en niet de hoofdprijs wilt betalen voor je mechanische toetsenbord is het een goede keuze.

©CIDimport

MSI Vigor GK50 (Redactietip)

Prijs
€ 75,-
Websitehttps://nl.msi.com8Score80

  • Pluspunten

  • Goede bouwkwaliteit

  • Goede verlichting

  • Prijs

  • Minpunten

  • Geen mediaknoppen

  • Vaste kabel

Conclusie

Slechte keuzes zijn er wederom niet. Maar zoals vaker vallen sommige producten meer op dan andere en vallen andere producten juist weer tussen wal en schip.

Het zijn de goedkoopste opties die in eerste instantie opvallen. De Sharkoon PureWriter RGB en MSI Vigor GK50 zijn qua technische eigenschappen wat basaal, maar ze doen in de type- en game-ervaring nauwelijks onder voor veel duurdere opties en zetten er een scherpe prijs tegenover.

Aan het andere uiteinde is de Logitech G915 met zijn draadloze functie en uitgebreide mogelijkheden indrukwekkend, zelfs als de prijs wel heel extreem is. De Cooler Master SK621 is ook een positieve opvaller omdat hij het enige betaalbare draadloze model is, en ook nog eens supercompact is.

Het is vooral switchfabrikant Cherry die op het achterhoofd dient te krabben, want de traditionele meerprijs voor ‘Duitse kwaliteit’ vinden we niet gerechtvaardigd in deze low-profile-borden: het zijn de Kailh-switches die de leiding pakken. Cherry moet dus of innoveren met nieuwe, indrukwekkendere low-profile-switches, of de prijzen van de Cherry-switches laten zakken, waardoor Cherry-gebaseerde borden (Cooler Master, Corsair) ook in prijs zakken.

©CIDimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.