Voor Microsoft was dat een ongemakkelijke ontwikkeling. Jarenlang had het bedrijf geprobeerd om Windows op ARM van de grond te krijgen, maar zonder veel succes. Apparaten als de Surface RT en later diverse Snapdragon-laptops wisten nooit helemaal te overtuigen. Prestaties bleven achter, software werkte niet altijd goed en consumenten zagen weinig reden om af te stappen van een vertrouwde Intel- of AMD-machine.
Zes jaar later lijkt het tij echter te keren. Met de nieuwste Surface Laptop en Surface Pro die Microsoft onlangs presenteerde, uitgerust met Qualcomms Snapdragon X2-platform, laat het bedrijf zien dat het de strijd met Apple Silicon eindelijk serieus kan aangaan. Niet omdat het bedrijf plotseling een betere laptop heeft gebouwd dan Apple, maar omdat Windows op ARM voor het eerst volwassen lijkt te zijn geworden.
Jarenlang bleef Windows op ARM achter
Het idee achter ARM-laptops is al jaren aantrekkelijk. De architectuur staat bekend om efficiëntie, waardoor apparaten langer op een acculading kunnen werken en minder warmte produceren. Dat is precies de reden waarom vrijwel alle smartphones tegenwoordig op ARM draaien.
Microsoft zag die voordelen al vroeg, maar slaagde er niet in om ze naar de pc-markt te vertalen. De Surface RT uit 2012 werd dan ook een kostbare mislukking. Traditionele Windows-programma's werkten niet en ontwikkelaars zagen weinig reden om speciale versies voor ARM te maken.
Ook latere pogingen met Snapdragon-processors kwamen niet echt van de grond. Hoewel de accuduur vaak indrukwekkend was, bleven de prestaties achter bij die van vergelijkbare Intel-laptops. Bovendien draaide veel software via emulatie, wat voor extra vertraging zorgde.
Terwijl Microsoft met deze problemen worstelde, kwam Apple met een eigen oplossing die de hele industrie op scherp zette.
Wat is ARM?
ARM is een type processorarchitectuur dat bekendstaat om zijn lage energieverbruik. De meeste smartphones draaien al jaren op ARM-chips. Dankzij Apples M-serie en Qualcomms Snapdragon-processors vinden ARM-chips nu ook steeds vaker hun weg naar laptops. Het resultaat: een langere accuduur, minder warmteontwikkeling en vaak stillere systemen.
Apple bewees dat ARM de toekomst is
De introductie van de M1-chip was meer dan een nieuwe processorlancering. Apple bewees dat een ARM-chip niet alleen zuiniger kon zijn dan een traditionele x86-processor, maar tegelijkertijd ook sneller.
Dat veranderde de verwachtingen van consumenten. Ineens werd het normaal dat een dunne laptop een volledige werkdag meeging zonder oplader. Ventilatoren waren minder prominent aanwezig (en in het geval van de MacBook Air zelfs helemaal afwezig), terwijl prestaties juist toenamen.
Met de daaropvolgende generaties – van de M2 tot de huidige M5-serie – verstevigde Apple die positie verder. Voor veel consumenten is de MacBook Air inmiddels de maatstaf geworden waaraan alle andere ultradraagbare laptops worden afgemeten.
De vraag was niet langer of ARM de toekomst had, maar wanneer Windows-fabrikanten zouden aansluiten.
Nieuwe Surface-generatie: een omslagpunt
Met de nieuwste Surface Laptop en Surface Pro laat Microsoft zien dat het gelooft dat dat moment is aangebroken. De apparaten maken gebruik van Qualcomms nieuwe Snapdragon X2-platform, de opvolger van de Snapdragon X Elite die vorig jaar al voorzichtig indruk maakte.
Hoewel Microsoft zich in de presentatie vooral richt op AI-functies en Copilot+, schuilt het belangrijkste nieuws onder de motorkap. Voor het eerst beschikt Windows over een ARM-platform dat niet alleen efficiënt is, maar ook prestaties levert die in de buurt komen van wat consumenten inmiddels van Apple gewend zijn.
Dat betekent niet dat de nieuwe Surface-laptops automatisch sneller zijn dan een MacBook Air. Wel betekent het dat Microsoft voor het eerst een geloofwaardig alternatief heeft voor wie de voordelen van ARM wil ervaren zonder over te stappen naar macOS.
Snapdragon X2 versus Apple M5
Voor consumenten draait de discussie uiteindelijk om een simpele vraag: hoe verhoudt een moderne Windows-ARM-laptop zich tot een MacBook Air?
Apples M5-chip blijft een indrukwekkend stukje techniek. De processor blinkt uit in single-core prestaties, wat belangrijk is voor alledaagse taken zoals webbrowsen, tekstverwerking en fotobewerking. Dankzij de nauwe integratie tussen hardware en software voelt macOS bovendien uitzonderlijk soepel aan.
Qualcomm heeft met de Snapdragon X2 echter flinke stappen gezet. De nieuwe Oryon-cores leveren aanzienlijk meer rekenkracht dan de eerste generatie Snapdragon X-processors. Tegelijkertijd is Windows 11 inmiddels veel beter geoptimaliseerd voor ARM dan enkele jaren geleden.
Waar de verschillen vroeger direct merkbaar waren, worden ze tegenwoordig steeds kleiner. Voor veel gebruikers zal het dagelijks gebruik nauwelijks nog verschillen. Office-applicaties, browsers, videobellen, fotobewerking en lichte creatieve werkzaamheden verlopen op beide platforms probleemloos.
Ook op het gebied van accuduur komt Qualcomm dichterbij. Apple heeft nog steeds een voorsprong, maar het enorme gat van enkele jaren geleden lijkt grotendeels verdwenen.
Software is niet langer het grote struikelblok
Misschien wel de grootste verandering heeft niets met hardware te maken. Het grootste probleem van Windows op ARM was jarenlang softwarecompatibiliteit. Veel programma's draaiden via emulatie, waardoor prestaties achteruit liepen en sommige applicaties helemaal niet werkten.
Inmiddels ziet de situatie er heel anders uit. Steeds meer ontwikkelaars bieden native ARM-versies van hun software aan. Browsers als Chrome en Edge draaien volledig geoptimaliseerd op ARM, Microsoft Office doet dat al langer en ook creatieve pakketten worden steeds beter ondersteund.
Dat betekent niet dat alle problemen opeens zomaar verdwenen zijn. Sommige specialistische software werkt nog altijd beter op een traditionele x86-machine. Toch is het verschil met enkele jaren geleden enorm. Voor het overgrote deel van de consumenten vormt softwarecompatibiliteit niet langer de blokkade die het ooit was.
De echte strijd speelt zich hoger in de markt af
Opvallend genoeg bevindt de interessantste ARM-chip van dit moment zich niet eens in de nieuwste Surface-modellen.
Qualcomm werkt ook aan krachtiger varianten binnen de Snapdragon X2-familie, waaronder de Snapdragon X2 Elite Extreme. Deze chip richt zich niet op ultradraagbare consumentenlaptops, maar op creators, gamers, ontwikkelaars en andere veeleisende gebruikers. Daarmee bevindt hij zich in hetzelfde speelveld als Apple's M5 Pro-processors, die te vinden zijn in de MacBook Pro-serie.
Waar de standaard Snapdragon X2 vooral een concurrent is voor de MacBook Air, moet de Elite Extreme laten zien dat Qualcomm ook in het professionele segment kan meespelen. Dat zou enkele jaren geleden nauwelijks voor te stellen zijn. Lange tijd leek Apple immers de enige fabrikant die ARM succesvol naar krachtige laptops wist te brengen.
De eerste signalen suggereren dat Qualcomm voor het eerst serieus in de buurt komt van Apples prestaties. Definitieve conclusies zijn nog voorbarig, maar het feit dat dergelijke vergelijkingen überhaupt worden gemaakt, zegt veel over hoe snel de markt is veranderd.
Nvidia wil ook een stukje van de ARM-taart
Ondertussen staat ook Nvidia klaar om de laptopmarkt op te schudden. Het bedrijf werkt samen met MediaTek aan een nieuwe generatie ARM-processors voor Windows-pc's, waarbij Nvidia zijn expertise op het gebied van AI en grafische prestaties inzet.
De eerste chip, die voorlopig bekendstaat onder namen als RTX Spark of N1X, moet een combinatie worden van een krachtige ARM-cpu en Nvidia's eigen Blackwell-gpu-technologie. Daarmee mikt Nvidia niet alleen op dunne laptops zoals de MacBook Air, maar ook op zwaardere systemen voor gamers, ontwikkelaars en AI-toepassingen.
Volgens diverse bronnen zouden de eerste systemen in 2026 verschijnen. Als dat lukt, krijgt Qualcomm er plotseling een geduchte concurrent bij. Voor consumenten is dat goed nieuws: meer concurrentie betekent doorgaans snellere innovatie, betere prestaties en scherpere prijzen.
Microsoft hoeft Apple niet te verslaan
De grootste overwinning voor Microsoft zit misschien niet in benchmarks, accuduur of AI-functies. Jarenlang was de keuze eenvoudig: wie de voordelen van ARM wilde ervaren, kwam vrijwel automatisch uit bij een MacBook. Windows-gebruikers moesten genoegen nemen met zwaardere, sneller warm wordende en vaak minder efficiënte alternatieven.
Dat tijdperk lijkt nu ten einde te lopen. De nieuwste Surface-generatie laat zien dat Windows op ARM eindelijk volwassen is geworden. Niet perfect, niet onomstreden en waarschijnlijk nog niet goed genoeg om Apple direct van zijn troon te stoten. Maar wel volwassen genoeg om een serieus alternatief te vormen.
En misschien is dat uiteindelijk het belangrijkste nieuws van deze Surface-lancering. Niet dat Microsoft de MacBook Air heeft verslagen, maar dat de hopeloze achterstand na jaren van mislukte pogingen eindelijk verdwenen lijkt.

















