ID.nl logo
Installeer zelf je Nest-thermostaat
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Installeer zelf je Nest-thermostaat

Google raadt aan om een deskundige in te schakelen voor de installatie van je Nest-thermostaat, maar je kunt het ook zelf doen. Dat scheelt je installatiekosten. Wij leggen uit hoe je de thermostaat het beste kunt installeren.

Nest adviseert de installatie door een installateur te laten doen en via de website van Nest kun je een installateur bij jou in de buurt zoeken. Het hangt van de installateur af hoeveel de installatie precies kost, maar reken op een bedrag van zo'n 99 euro. Wanneer je een beetje handig bent en zoals de meeste mensen een bedrade thermostaat en cv-ketel (combiketel of soloketel) hebt, dan kun je de installatie waarschijnlijk ook prima zelf.

In dit artikel laten we je zien hoe je de Nest Learning Thermostat zelf installeert en kun je een indruk krijgen of je dat zelf kunt. Het openmaken van de cv-ketel is de moeilijkste stap en je moet zeker weten dat je de Heat Link op de goede contacten aansluit. Heb je geen doorsnee cv-ketel maar een wat ingewikkeldere verwarmingsinstallatie met zonekleppen (zoals bij bijvoorbeeld stadsverwarming of vloerverwarming), dan kun je beter een installateur inschakelen.

01 In de verpakking

In de verpakking vind je naast de thermostaat nog een aantal elementen die je bij de installatie nodig hebt. De belangrijkste hiervan zijn de ronde grondplaat waar je de Nest op monteert en de Heat Link. De Heat Link is een vierkant kastje met een ronde knop. Dit kastje verbind je met je verwarmingsketel.

Daarnaast vind je nog een usb-adapter en micro-usb-kabel in de verpakking. Deze heb je nodig als je besluit om de Nest niet aan te sluiten op de plek van een bestaande bedrade thermostaat of als je de Nest draadloos op de optionele standaard wilt gebruiken. In deze masterclass gaan we uit van de traditionele muurinstallatie op de plek van een bestaande bedrade thermostaat. Wil je dat niet, dan lees je meer in het kader 'Draadloos gebruiken'. De grote vierkante afwerkingsplaat die ook in de verpakking zit, heb je alleen nodig als de muur rondom de plek waar je de Nest wilt ophangen lelijk is door bijvoorbeeld gaten van een vorige thermostaat. De afwerkingsplaat heeft een afmeting van 15 bij 11 centimeter. Tot slot vind je een aantal schroefjes in de verpakking.

Aan/uit-regeling

Er zijn twee manieren waarop een thermostaat met een cv-ketel kan communiceren. De meest simpele is een aan/uit-regeling, waarbij de brander simpelweg wordt in- of uitgeschakeld. Een meer geavanceerde regelmethode is modulering, waarbij ook de branderintensiteit kan worden aangestuurd. Sommige ketelfabrikanten als Nefit gebruiken hiervoor een eigen protocol, maar de meeste fabrikanten gebruiken OpenTherm. De Nest Thermostat ondersteunt alleen de aan/uit-regeling, terwijl veel moderne ketels ook kunnen omgaan met het betere OpenTherm. In de praktijk zal iedere OpenTherm-ketel ook kunnen omgaan met een aan/uit-thermostaat, maar meestal moet je de thermostaatdraad daarvoor aansluiten op twee andere schroefcontacten in de ketel.

03 Waarom de Heat Link?

De meeste thermostaten worden direct aangesloten op de verwarmingsketel. Bij de Nest Thermostat moet je de Heat Link tussen de verwarmingsketel en de thermostaat installeren. De Heat Link fungeert als spanningsbron en als relais voor de verwarmingsvraag. De thermostaatdraad die van je woonkamer naar de verwarmingsketel loopt, wordt gebruikt als voedingskabel voor de Nest. In plaats van één draad heb je dus twee thermostaatdraden nodig: één van de Nest naar de Heat Link en één van je cv-ketel naar de Heat Link. Je zou ervoor kunnen kiezen om de bestaande thermostaatdraad door te knippen. Slimmer is dit niet te doen en een extra stukje signaal- of beldraad in de bouwmarkt te kopen. Zo kun je de bestaande situatie later herstellen.

©PXimport

04 Heat Link installeren

Schakel voordat je begint de verwarmingsketel uit en trek de stekker uit het stopcontact. Maak je cv-ketel open. Raadpleeg hiervoor de handleiding. Maak de draad die naar je huidige thermostaat gaat los van de thermostaatschroefcontacten. Monteer vervolgens een nieuw stuk draad (bijvoorbeeld signaal- of beldraad) op de aan/uit-thermostaatschroefcontacten van je cv-ketel.

Maak de Nest Heat Link open en monteer hem op ongeveer dertig centimeter van je cv-ketel aan de muur. De thermostaatdraad uit je verwarmingsketel sluit je aan op de twee meest rechtse schroefcontacten (2 en 3), de polariteit is niet van belang. De thermostaatdraad die afkomstig is uit de woonkamer, sluit je aan op de twee contacten helemaal rechts (T1 en T2). De polariteit is wederom niet van belang. Veel verwarmingsketels hebben ingebouwde netspanningscontacten. Je kunt de Heat Link dan via een elektriciteitskabel aansluiten op de netspanningscontacten van de Heat Link (N en L). Wij hebben ervoor gekozen om een netsnoer met stekker te monteren. Maak je Heat Link en de verwarmingsketel weer dicht. Laat alles uit en steek nog geen stekkers in het stopcontact!

05 Nest Thermostat installeren

©PXimport

Haal je bestaande thermostaat van de muur. Meestal klik je de thermostaat van de grondplaat, waarna je de grondplaat van de muur kunt schroeven. Schroef nu de grondplaat van de Nest aan je muur of op de inbouwdoos. Heb je een lelijke of verkleurde muur, dan kun de afwerkingsplaat gebruiken.

Handig is dat de grondplaat is voorzien van een ingebouwde waterpas zodat je zeker weet dat je de thermostaat recht ophangt. Sluit vervolgens de twee aders van de thermostaatdraad aan op de twee schroefcontactjes. Hoewel je ook op de grondplaat de aanduidingen T1 en T2 ziet staan, is de polariteit toch niet van belang. Nadat je de grondplaat hebt geïnstalleerd, klik je de Nest Learning op de grondplaat. De Nest zal nog niets doen omdat hij nog geen spanning krijgt van de Heat Link. Ga nu naar je verwarmingsketel en schakel deze weer in. Eventueel steek je ook de stekker van de Heat Link in het stopcontact.

06 Afronden

Nu de Nest Learning Thermostat spanning heeft, moet je een korte setup doorlopen waarin je de thermostaat verbindt met je wifi-netwerk, aangeeft waar je woont en hoe je verwarmingsinstallatie is opgebouwd. Je moet kiezen wat de verwarmingsbron is (in mijn geval gas) en hoe je huis wordt opgewarmd (in mijn geval radiatoren).

Je bedient de Nest met een combinatie van draaien en klikken. Draai aan de ring om een menu-item te selecteren en druk de Nest in om deze selectie te bevestigen. Download ook de Nest-app op je smartphone of tablet en maak via de app een Nest-account aan. Deze kun je koppelen aan je Nest Thermostat door op de Nest een code op te vragen en deze in de app in te voeren. Je Nest Learning Thermostat is nu geïnstalleerd. Als het goed is moet je verwarming aanslaan als je de temperatuur hoger draait dan de huidige temperatuur.

07 Aan de slag

De Nest-thermostaat is ontworpen om energie te besparen, door slim met je CV-ketel om te springen en goed te kijken naar je leefgewoonten. Juist daarom is het wel belangrijk dat het apparaat op de juiste wijze wordt geïnstalleerd, bijvoorbeeld door een optimaal verwarmingsschema op te zetten. Ook een klokprogramma is de moeite waard. Denk zelf ook goed na welke ruimtes er wanneer moeten worden verwarmd. In dit artikel geven we je wat tips om je thermostaat goed in te stellen. 

©PXimport

Draadloos gebruiken

In dit artikel gaan we in op wat volgens ons de meest gebruikte installatiemogelijkheid zal zijn. Je kunt de Nest Learning Thermostat ook op iedere willekeurige plek aan de muur bevestigen. Je verbindt de thermostaat dan niet bedraad met de Heat Link, maar je maakt gebruik van de meegeleverde usb-lader. De meegeleverde kabel is anderhalve meter lang. Er moet dus wel een stopcontact in de buurt zijn. Bij de draadloze installatie installeer je nog steeds de Heat Link bij je cv-ketel. Je gebruikt in dat geval de meest rechtste schroefcontacten waarmee (T1 en T2) waarmee de Nest wordt opgeladen niet, de rest van de installatie is hetzelfde.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.