ID.nl logo
Dit moet je weten over usb-aansluitingen
© Reshift Digital
Huis

Dit moet je weten over usb-aansluitingen

Usb, oftewel Universal Serial Bus, is ooit ontwikkeld om de complexe wereld van aansluitingen op je pc een stuk eenvoudiger te maken. In die missie is men nooit echt geslaagd, want usb zelf komt inmiddels ook in vele soorten en maten, en soms zijn zelfs kabels die identiek lijken, anders vanbinnen. Hoe weet je nu welke usb-aansluitingen je nodig hebt? Wij helpen je!

In een wereld vol technologie zou je denken dat het kiezen van een simpele usb-kabel makkelijk is. Niets is minder waar. Van USB-A tot USB-C en Thunderbolt, de keuze is enorm. Dit artikel is jouw kompas in de wirwar van usb-aansluitingen en -protocollen. We behandelen de volgende vragen:

  • Welke soorten usb-stekkers zijn er en hoe verschillen ze?
  • Wat zijn de technische specificaties achter elk usb-type?
  • Hoe ga je om met verloopkabels en docks zonder in te leveren op prestatie?

Lees ook:

Tip 01: Stekkers en protocol

Het idee achter usb was heel goed en dat is het eigenlijk nog steeds. Maar met een breed scala aan fabrikanten die hun eigen hardware produceren en diverse belangen hebben, is het onmogelijk om een one-size-fits-all oplossing te creëren. Het onderscheid tussen USB-kabels zit niet alleen in de fysieke aansluitingen, maar ook in het achterliggende protocol. Zo kun je bijvoorbeeld twee ogenschijnlijk identieke kabels hebben die in dezelfde poort passen. Maar de ene kan een USB 1-kabel zijn en de andere een USB 3-kabel, met een aanzienlijk snelheidsverschil. Dit voorbeeld illustreert hoe complex en verwarrend de wereld van USB inmiddels is geworden.

Tip 02: abc

We beginnen met de basis, namelijk de fysieke stekker die vastzit aan de usb-kabel. Tegenwoordig zijn er vooral drie verschillende soorten USB-stekkers, gebaseerd op hun vorm. Allereerst is er USB-A, een type dat iedereen wel kent omdat dit het deel is dat je in je computer plaatst, aan de voor- of achterkant. Aan het andere uiteinde van de kabel vind je waarschijnlijk een USB-B-stekker als het een printerkabel is, of een micro- of mini-USB als het om andere randapparatuur gaat. Een interessant weetje: USB-B is voornamelijk ontworpen om te voorkomen dat mensen thuis kabels hebben met twee USB-A-stekkers, die gebruikt zouden kunnen worden om twee pc's met elkaar te verbinden, wat niet zonder risico's is. Tot slot is er USB-C, een relatief nieuwe soort stekker en opnieuw een poging om USB meer universeel te maken. De stekker is een stuk kleiner dan USB-A en zo ontworpen dat er geen boven- of onderkant is. Daardoor kun je de stekker op geen enkele manier verkeerd in de poort steken.

©PXimport

Grofweg onderscheiden we drie soorten stekkers qua vorm: usb-a, usb-b en usb-c

-

Tip 03: 123

Naast de vorm van de stekkers, heeft usb ook te maken met protocollen, oftewel de gebruikte technologie. Net zoals twee auto's er hetzelfde uit kunnen zien maar toch anders presteren vanwege hun motor, geldt dat ook voor usb-technologie. De eerste versie, usb 1.0, zag het levenslicht in 1996 met een overdrachtssnelheid van 1,5 Mbit/s. Deze werd opgevolgd door usb 1.1 in 1998, met een verbeterde snelheid van 12 Mbit/s. In 2000 maakte usb 2.0 zijn debuut en bood een flinke sprong naar 480 Mbit/s. Usb 3.0 kwam in 2008 en leverde een snelheid van 4,8 Gbit/s, terwijl usb 3.1 uit 2013 de snelheid nog verder opvoerde naar 10 Gbit/s. De meest recente versie, uit 2017, haalt zelfs 16 Gbit/s. Klinkt overzichtelijk, maar er is een addertje onder het gras: behalve usb 3.1 gebruiken ze allemaal de basis usb-a stekker, vaak alleen te onderscheiden door een andere kleur. En omdat de zwakste schakel de prestaties bepaalt, is het potentieel van usb vaak onbenut gebleven.

Wat betreft stroomoverdracht hebben de verschillende usb-versies ook hun eigen specificaties. Usb 1.1 levert bijvoorbeeld 2,5 V spanning, met een stroomsterkte tot 0,5 A en een vermogen van 1,25 W. Usb 2.0 behoudt dezelfde stroomsterkte, maar levert 5 V en een vermogen van 2,5 W. In latere versies blijft het voltage stabiel op 5 V, maar usb 3.0 en 3.1 bieden een stroomsterkte van 0,9 A en een vermogen van 4,5 W. Wat je vooral moet onthouden: het aantal ampère bepaalt hoe snel een apparaat wordt opgeladen. En even voor de duidelijkheid: wattage is gelijk aan ampère vermenigvuldigd met volt. Dus als je het wattage en het voltage kent, kun je de ampère berekenen.

Tip 04: Micro en mini

Nu je weet dat er sprake is van usb 1.0, 2.0, 3.0 en 3.1, en a, b en c, maken we het nog wat ingewikkelder. Je hebt namelijk in tip 2 ook al kort micro en mini voorbij zien komen in combinatie met usb-a en usb-b. Micro-usb is de kleinste stekker uit de reeks. Je herkent deze aan de kleine, platte stekker die wel iets weg heeft van een hele kleine hdmi-kabel. In de meeste gevallen is een micro-usb-stekker usb-b. Usb-a komt in micro-vorm niet zo vaak voor. Mini-usb is ook een kleine stekker, maar dikker en smaller dan micro-usb. En mini-usb heeft eigenlijk altijd de vorm van usb-a. En dat maakt het nou soms zo nodeloos ingewikkeld: micro-usb en mini-usb zijn twee eigen categorieën met de onderverdeling a en b. Om hoofdpijn van te krijgen.

©PXimport

Tip 05: Thunderbolt

Thunderbolt is een type kabel die ontstaan is uit een samenwerking tussenAppleen Intel. Thunderbolt werd ooit ontworpen om usb van de kaart te vegen als universele aansluiting. Dat is niet gelukt, maar thunderbolt is wel vier keer zo snel als usb 3.0, waardoor er een gegevensoverdracht van 40 Gbit/s mogelijk is. Dat we een uitstapje naar thunderbolt maken, komt omdat thunderbolt 3 gebruikmaakt van de usb-c-stekker. Dat lijkt een fantastische ontwikkeling, ware het niet dat niet alle usb-c-poorten thunderbolt 3 ondersteunen. Dat moet specifiek zijn aangegeven, met het pictogram van een bliksemschicht. Belangrijk daarbij is dat het gaat om het thunderbolt-protocol en niet over de thunderbolt-stekker. Een thunderbolt-1 of -2-stekker past gewoon simpelweg niet in een usb-c-poort.

©PXimport

Tip 06: Verloopkabel/docks

Het is geruststellend dat er voor elke aansluiting op je pc of randapparatuur wel een verloopkabel beschikbaar is, waardoor je verschillende apparaten met elkaar kunt koppelen. Maar let wel op de technische beperkingen van de protocollen waarmee je werkt. Bijvoorbeeld, als je een USB-C schijf via een verloopkabel op een USB-A poort aansluit, zal de datatransfer niet sneller zijn dan wat USB-A kan bieden. Dit geldt ook voor docking stations. Je kunt een dock met USB-C poorten wel aan een laptop koppelen die enkel USB-A heeft, maar de hoge snelheden van USB-C bereik je dan niet. Daarnaast heeft de introductie van USB-C de zaken nog gecompliceerder gemaakt. Zelfs als je een USB-C kabel in een USB-C poort steekt, is het geen garantie dat je alle functies kunt gebruiken die de aansluiting of het apparaat biedt. Er zijn namelijk ook nog verschillende modi binnen de diverse typen en protocollen. Kortom, het is verbazingwekkend hoe ingewikkeld het allemaal is geworden.

©PXimport

Tip 07: Alt Mode

Om door te gaan op die verschillende modi van usb-c, Alt Mode is er daar een van. Dat bestaat uit HDMI Alt Mode en DP Alt Mode. Kort door de bocht: HDMI Alt Mode wordt gebruikt om hdmi-signalen over de usb-c-connector te sturen zonder dat er een converter nodig is om het signaal om te zetten. DP Alt Mode, oftewel DisplayPort Alt Mode, maakt het mogelijk om displayport-apparatuur aan te sluiten via usb.

Wat het in feite inhoudt, is dat computerfabrikanten hun desktops en laptops niet meer hoeven uit te rusten met specifieke hdmi- en dp-poorten, maar dat alles gewoon via usb verloopt en de modus ervoor zorgt dat het signaal op juiste wijze afgeleverd wordt. Echter, en je voelt hem al aankomen, niet alle usb-c-poorten ondersteunen Alt Mode. Een laptop of desktop met een usb-c-poort die thunderbolt ondersteunt, ondersteunt ook Alt Mode. Hetzelfde geldt voor usb-c 3.1-generatie 2 (ja, er is dus ook nog eens een tweede generatie), maar als je wilt weten of Alt Mode ondersteund wordt, kijk dan gewoon bij de specificaties van de usb-poort.

©PXimport

Tip 08: Power Delivery

We zien steeds meer laptops die geen specifieke oplaadaansluiting lijken te hebben, maar die gewoon kunnen worden opgeladen via de usb-c-poort. Lijkt, want in werkelijkheid kun je een laptop niet zomaar opladen via een willekeurige usb-c-poort. Hiervoor is het namelijk belangrijk dat de usb-c-poort (en het apparaat dat je gebruikt om de laptop mee op te laden) pd ondersteunt, hetgeen staat voor Power Delivery. Een standaard usb-c-poort zal maximaal 3 ampère verwerken met een maximum van 5 volt, maar met Power Delivery spreken de usb-poort en het apparaat dat daarop is aangesloten (de oplader) samen af hoeveel stroom er door de kabel mag gaan. Een usb-c-poort met Power Delivery, kan tot 5 ampère verwerken met een maximum van 20 volt. Met Power Delivery kun je een apparaat dus veel sneller opladen. Al kleeft daar ook een flink risico aan, waarover je meer leest in de volgende tip.

©PXimport

In werkelijkheid kun je een laptop niet zomaar opladen via een willekeurige usb-c-poort

-

Tip 09: Weerstand

Je hebt misschien gehoord dat de zwakste verbinding in een kabelsysteem de baas is. Maar met de introductie van usb-c is er een nieuwe uitdaging: het risico op beschadiging van zowel je computer als aangesloten apparaten. Een goede usb-c naar usb-a verloopkabel bevat een kleine ingebouwde weerstand, meestal 56K ohm. Deze weerstand, samen met andere hardware, zorgt ervoor dat je externe apparaat nooit meer stroom vraagt dan je computerpoort kan leveren. Als je echter een goedkope kabel zonder weerstand kiest, loop je het risico dat een aangesloten smartphone bijvoorbeeld 3 ampère vraagt, terwijl je laptop maar 2 ampère kan leveren. Het resultaat? Onherstelbare schade aan je hardware. Het internet staat inmiddels vol met verhalen van mensen die op deze manier voor duizenden euro’s aan schade hebben opgelopen.

©PXimport

Tip 10: Usb IF-certificatie

Hoe kun je zeker weten dat je een veilige en kwalitatieve kabel in handen hebt? Het vermijden van goedkope aanbieders uit het buitenland is een eerste stap. Maar ook bij bekende merken kunnen problemen voorkomen. Het voordeel is wel dat je bij een gerenommeerd merk vaak terechtkunt met een klacht als je hardware beschadigt raakt. Gelukkig is er tegenwoordig een keurmerk dat helpt: zoek naar het USB IF-logo wanneer je een kabel aanschaft. IF staat voor Implementers Forum, een non-profitorganisatie die USB-technologie promoot en ondersteunt. Een kabel met dit keurmerk voldoet niet alleen aan veiligheidseisen, maar geeft ook duidelijk aan welke functies en protocollen worden ondersteund. Dit kan op de lange termijn bijdragen aan het verminderen van de complexiteit rondom USB-kabels.

©PXimport

Kooptips

Normaliter noemen we altijd een paar voorbeelden van producten die het overwegen waard zijn, maar kooptips op het gebied van usb-kabels is natuurlijk net even iets anders. We hebben daarom drie soorten handige kabels uitgelicht.

Soort: Samsung Usb A naar Usb C Kabel

Prijs: € 16,99 We stipten in dit artikel al even aan wat het risico is van het aansluiten van de verkeerde usb-c-verloopkabel. Bespaar daarom niet op zo’n kabel en koop er eentje van een gerenommeerd merk, zoals deze van Samsung.

©PXimport

Soort: Apple Thunderbolt 3 Kabel 0,8 m

Prijs: € 45,- Vijfenveertig euro voor een kabel? Tja, het is wel een Apple-product natuurlijk. Er zijn ook kopieën van andere merken, maar die zijn niet eens zo heel veel goedkoper. Als je de allerhoogste snelheid uit je laptop en opslagapparaat wilt halen (en deze ondersteunen beide thunderbolt), dan raden we je aan om in deze kabel te investeren.

Soort: Hyper USB-C Adapter Met Thunderbolt 3

Prijs: € 91,99 Je kunt investeren in verloopkabeltjes voor je MacBook, maar we adviseren je om in zo’n geval te gaan voor een dock. Er zijn diverse docks verkrijgbaar, elk met een eigen set aan poorten, zoals deze dock met hdmi, usb-c én usb 3. Er zijn ook docks verkrijgbaar voor andere modellen laptops.

©PXimport

Op het punt om een nieuwe laptop te kopen? Weet waar je op moet letten om niet opgelicht te worden. Kijk onze video om veilig je aankoop te doen.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Hoymiles HiOne-thuisbatterij: een alles-in-één-krachtpatser voor grootverbruikers
© Hoymiles
Energie

Hoymiles HiOne-thuisbatterij: een alles-in-één-krachtpatser voor grootverbruikers

Energieopslag stond lang gelijk aan een technische puzzel van losse kastjes en kabels. De Hoymiles HiOne rekent daar definitief mee af. Dit systeem integreert krachtige prestaties in één strakke, modulaire zuil die gezien mag worden. Ben jij klaar voor de volgende stap in energieonafhankelijkheid? Wij doken in de specificaties van deze stille krachtpatser.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Hoymiles

Even voorstellen: Wie is Hoymiles?

Hoewel de naam voor de gemiddelde consument misschien nieuw klinkt, is Hoymiles in de professionele solar-wereld een gevestigde orde. Het beursgenoteerde bedrijf is wereldwijd actief en staat bekend als dé uitdager op het gebied van hoogwaardige omvormer-techniek. Met de HiOne brengen ze hun jarenlange ervaring van het dak nu naar de garage. Dat veiligheid voorop staat, bleek tijdens de recente lancering: daar bevestigde keuringsinstituut TÜV dat de HiOne voldoet aan de strengste Europese veiligheidseisen. Je haalt dus gecontroleerde toptechniek in huis, met de zekerheid van een Europees hoofdkwartier in Nederland voor service en ondersteuning.

Tijdens de HiOne-presentatie in Amsterdam.

Geen kabelbrij, maar strak design

Wie zijn garage of technische ruimte netjes wil houden, zit niet te wachten op een wirwar van kastjes en leidingen. De HiOne lost dit op met een slim modulair ontwerp. De installateur stapelt de batterij- en omvormermodules simpelweg op elkaar.

Het unieke hieraan is dat alle verbindingen intern lopen. Aan de buitenkant zie je dus geen kabels, wat zorgt voor een rustig en 'afgewerkt' beeld. De behuizing voelt niet aan als goedkoop plastic, maar als een solide apparaat dat tegen een stootje kan. Dankzij de IP66-certificering (water- en stofdicht) is het systeem zelfs robuust genoeg om buiten onder een overkapping geplaatst te worden, mocht je binnen ruimte willen besparen.

Klaar voor de moderne grootverbruiker

Dit systeem is specifiek ontworpen om de energiehonger van het moderne, duurzame gezin te stillen. Heb je een warmtepomp, een elektrische auto of een druk huishouden? Dan is de HiOne in zijn element.

De huidige line-up van de HiOne is geoptimaliseerd voor woningen met een 3-fase aansluiting (ondersteuning tot 33,3 A per fase), maar ook 1-fase varianten staan op de planning. Dit maakt het systeem enorm veelzijdig. Waar lichtere systemen vaak moeite hebben om meerdere zware apparaten tegelijk van stroom te voorzien, levert de HiOne onverstoorbaar door. De echte meerwaarde zit in de onafhankelijkheid. Dankzij de 'whole-home backup'-functie kan het systeem bij stroomuitval het hele huis draaiende houden. Dus niet alleen de wifi en de koelkast, maar ook het koken en verwarmen gaan gewoon door.

©Hoymiles / Jeroen Keep

Het brein: AI en dynamische tarieven

Een batterij is tegenwoordig meer dan een opslagvat; het is een slimme handelscomputer. De HiOne wordt aangestuurd door de S-Miles Cloud, een platform dat verder kijkt dan alleen 'vol' of 'leeg'. Met de ingebouwde 'Time-of-Use' modus kan het systeem slim inspelen op energietarieven.

Heb je een dynamisch energiecontract? Dan kan de software automatisch laden als de stroom goedkoop (of zelfs gratis) is en terugleveren of ontladen als de prijzen pieken. Zo verdien je de investering niet alleen terug door eigen gebruik, maar ook door slim te handelen op de energiemarkt. Bovendien leert het systeem jouw verbruikspatronen kennen, zodat er altijd voldoende buffer is voor jouw specifieke situatie.

Geen DIY, maar professionele zekerheid

Het is belangrijk om te benadrukken dat de HiOne geen doe-het-zelfproject is, zoals een eenvoudige balkon-set. Dit is hoogwaardige infrastructuur die naadloos geïntegreerd wordt in je meterkast en woning. Je koopt dit systeem dan ook via een gecertificeerde installateur.

Voor de consument is dat een groot voordeel: je hoeft je niet druk te maken over de techniek. De vakman zorgt dat de zuil op de juiste plek komt te staan, regelt de koppeling met je zonnepanelen en zorgt dat alles veilig draait. Jij bedient het systeem vervolgens simpelweg via de app.

Om deze krachtpatser veilig te houden, is een 5-laags veiligheidssysteem ingebouwd. Dit varieert van speciale drukkleppen en aerogel-isolatie tussen de cellen tot een actieve brandonderdrukkingsmodule die in noodsituaties binnen enkele seconden reageert. Daarnaast wordt de temperatuur op negen punten per cel continu gemonitord.

©Hoymiles / Jeroen Keep

Toekomstmuziek: je auto als batterij

Misschien wel het meest interessante aspect voor EV-rijders is de voorbereiding op V2X (Vehicle-to-Everything). Hoymiles heeft aangekondigd dat er een specifieke V2X-module aankomt voor de HiOne. Hiermee wordt het in de toekomst mogelijk om de enorme accu van je elektrische auto te koppelen aan je thuisbatterij. Je auto fungeert dan als een soort super-accu voor je huis, terwijl de HiOne de regie voert. Daarmee is dit systeem niet alleen een oplossing voor nu, maar ook een voorbereiding op de volgende stap in de energietransitie.

Conclusie

De Hoymiles HiOne is een premium keuze voor huiseigenaren die verder kijken. Het systeem combineert een strak design met de brute kracht die nodig is voor een huis vol warmtepompen en EV's. Door te kiezen voor een professioneel geïnstalleerd systeem met 5-voudige beveiliging en slimme AI-software, haal je niet alleen een batterij in huis, maar een complete energiemanager die klaar is voor de toekomst.

▼ Volgende artikel
Review: High On Life 2 schiet humoristisch scherp, maar technisch mis
© Squanch Games
Huis

Review: High On Life 2 schiet humoristisch scherp, maar technisch mis

High On Life bewees anno 2022 dat een humoristisch schietspel vandaag de dag bestaansrecht heeft. Genoeg bestaansrecht voor een volwaardig vervolg zelfs. High On Life 2 neemt een nog groter nakkie van hetzelfde spul. Verwacht een groter avontuur, meer bizarre vuurgevechten en een lachkick of twee, maar ook regelmatig een inkakker op het technische front.

We nemen het je niet kwalijk als je High On Life 2 niet aan hebt zien komen. Wij ook niet. Het eerste High On Life was succesvol genoeg, maar had ook prima op zichzelf kunnen blijven staan als one off. Des te meer nadat Justin Roiland, de oprichter van Squanch Games en prominent stemacteur in alle daar ontwikkelde games, in 2023 zijn banden met de studio verbrak. Dit kwam nadat Adult Swim - de studio achter Rick and Morty - de banden met hem verbrak wegens aanklachten van huiselijk geweld tegenover Roiland, ondanks dat de zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

©Squanch Games

Dat voelt ergens nogal dubbel. Squanch’ eerste titel ‘post-Roiland’ is een vervolg op een game waar zijn stem en stijl onherroepelijk aan zijn verbonden. Het maakt de juiste toon vinden er vast niet makkelijker op. Desalniettemin: ditmaal dus geen Roiland, maar wel een tweede High On Life. Hetzelfde middel, nu op nieuw recept – al merk je dat lang niet altijd.

Doe maar een grammetje van het gebruikelijke

High On Life 2 is een vervolg in de puurste zin van het woord. De game blikt summier terug op het origineel en stort de speler linea recta in eenzelfde soort avontuur. Weer wil een kwaadaardige partij de mensheid tot drugs maken. Aan jouw stilzwijgende mensprotagonist om daar weer een stokje voor te steken. Gewapend met een boel bekende en nieuwe Gatliens – een ras bestaande uit pratende wapens met uiteenlopende persoonlijkheden – trekken we erop uit om ruimtegespuis aan gort te knallen.

Watch on YouTube

Het enige verschil is de kwaadaardige partij in kwestie. Dat blijkt ditmaal geen moordlustig ruimtekartel, maar een groot farmaceutisch bedrijf. Met propaganda en politieke inmenging pogen zij de mensheid te reduceren tot vee, zodat mensen ‘legaal’ tot drugs verpulverd mogen worden. Sommige plotpunten verwijzen vrij letterlijk naar de wandaden van politici en Big Pharma in real life, maar High On Life 2 duikt nooit te diep in de thematiek. Onderaan de streep is het verhaal wederom een excuus om veel grapjes en meta-referenties te maken.

Genoeg te lachen

Laten we wel wezen: je speelt High On Life 2 voornamelijk voor die grapjes. Het eerste deel voelde als een soort interactieve spin-off van Rick and Morty – niet zo gek ook met bedenker Roiland achter het stuur – en deel twee houdt dat gevoel stevig vast. Aan de lopende band stort de game je in rare ruimtescenario’s, met úren aan absurd en grofgebekt stemmenwerk. Het klinkt allemaal ontzettend Justin Roiland-esk, ondanks de afwezigheid van die geestesvader. Roilands stem hoor je nergens meer terug, maar zijn vaste motieven, meta-humor en stamelende toon worden naadloos doorgezet.

©Squanch Games

De rode draad van High On Life 2 houdt je snel 10 à 12 uur bezig. In die tijdsspan vindt de game genoeg momenten om een paar lachjes te winnen. De ene keer doet het dat met geïmproviseerde meta-referenties, de andere keer met onverwachte spelmechanieken, zoals een quiz over belastingontduiking of een verborgen DOS-spel in het hoofdmenu van je ruimtepak. Als je goed gaat op absurdistische cartoonseries, dan ga je ook gewoon weer lekker op High On Life 2.

Sneller, groter, Higher On Life

Maar goed, High On Life 2 moest als vervolgdeel toch minstens de grotere en diversere High On Life worden – en zo geschiedde. Gaandeweg introduceert High On Life 2 niet alleen meer wapens dan voorheen, maar ook een skateboard en een drietal hubwerelden om al skateboardend uit te pluizen. Radical. Jammer genoeg pakt niet elk addendum op de gevestigde formule even sterk uit.

©Squanch Games

De bijna volautomatische skateboardbesturing brengt de vele schietpartijen wat speelse dynamiek, een beetje vergelijkbaar met Sunset Overdrive. Door voortdurend te blijven skaten, veel te grinden en acrobatisch heen en weer te grijphaak-slingeren, ontwijk je veel schoten en zoef je snel van slachtoffer naar slachtoffer. Het voelt uiteindelijk aardig fluïde.

Over het schietwerk gesproken: dat kan er allemaal mee door. High On Life 2 is nog altijd geen kunstige dans à la Doom, maar met het skateboard krijgt de gunplay ironisch genoegtoch iets meer eigen gezicht. De snelle wendbaarheid combineert goed met uitbundige wapens en de mild chaotische shootouts. Bovendien legt het skateboard een bouwsteen voor snelle verplaatsing en platformuitdagingen, die weer vaker van pas komen in de drie grotere hubwerelden.

©Squanch Games

Laten het nou net die hubs zijn die minder overtuigen. Hier vinden we winkels, verzamelobjecten en optionele zijmissies, met daarover een dun gespreid laagje van platformpuzzeltjes en wat komische interacties. Conceptueel leuk bedacht, maar in de praktijk schiet de invulling van de werelden tekort. De overwegend lege hubs komen wat zielloos over en verkenning wordt maar zelden beloond met een leuke zijmissie of memorabele collectible. Zie het als een soort microdosering van een beter doordachte open spelwereld.

Een bad trip, technisch gezien

Squanch Games heeft duidelijk grotere ambities, maar de uitwerking laat vaak te wensen over. Dat wordt echter pas pijnlijk als we het over de techniek achter High On Life 2 hebben. Die vliegt, denkelijk te wijten aan de grotere schaal, met regelmaat vol op zijn bek. Zelden speelde ik een singleplayershooter die zo instabiel was. Op de consoles schijnt dat nog alleszins mee te vallen, maar de pc-versie van High On Life 2 is een zooitje.

©Squanch Games

De instabiliteit is lastig te isoleren. Het zit in alles. Van ontbrekende geluidseffecten en  afgekapte stemopnames tot door de grond clippen en harde crashes. In mijn 25 uur speeltijd is de game zeker tien keer abrupt uitgevallen. De ene keer in een doodnormaal menu, de andere keer tijdens een baasgevecht. Daarbovenop komen nog een handvol soft locks – momenten waarin een missie of specifieke opdracht door een fout plots niet meer te voltooien is.

Wanneer High On Life 2 draaiende blijft, draait de game verre van optimaal. Zelfs met een flinke laag DLSS-upscaling heeft het spel moeite om een stabiele 60 frames per seconde aan te leveren in 1440p, nota bene op een nog relatief beefy RTX 3090 en Ryzen 9 5950X. Toch verandert de gemiddelde schietarena of wat snel skateboardwerk uiteindelijk in een barrage van microstottering. Onder andere Steam en Reddit staan momenteel bol van de klaagzang over de slordige technische staat van de game. Geheel terecht.

©Squanch Games

Stel deze trip nog even uit

De technische mankement voelen extra wrang wanneer je inziet dat High On Life 2 ook niet bepaald een prachtgame is. De kleurrijke, lompe stijl heeft zijn eigen plakkerige charme, maar grafisch gezien is het geen hoogstandje. In de achterhaalde lichteffecten en vaak maar half ingeladen texturen zie je een B-titel van de vorige consolegeneratie terug. Dat past ergens prima bij de banale insteek van het spel, maar laat het dan op zijn minst redelijk draaien. Daarin schiet High On Life 2 gruwelijk tekort, in ieder geval rond de releaseperiode.

Met name door de technische staat is het lastig om High On Life 2 aan te raden. Al ben je nog zo’n liefhebber van het origineel of grove scifihumor in het algemeen; lachen wordt moeilijk als de game elk moment de geest kan geven. Sowieso doet iedereen er daarom goed aan om deze trip uit te stellen, in ieder geval totdat Squanch Games de broodnodige patches uitrolt. De grappen werken immers het beste als ze niet halverwege een zin wegvallen.

High On LIfe 2 is nu verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles en pc. Op 20 april aanstaande komt de game ook uit op Nintendo Switch 2. Voor deze review is de game op een gedegen pc gespeeld.

Oké
Conclusie

Kijken we even om de technische kreukels heen – ervan uitgaande dat deze spoedig gladgestreken worden – dan is High On Life 2 op zijn minst een waardig vervolgdeel. Squanch Games nam her en der te veel hooi op de vork, maar ergens in die hooi zit ‘gewoon weer’ een dikke tien uur aan geinig ruimteavontuur verscholen. De grotere schaal wasn’t it, Chief, maar tijdens de rit landen er voldoende grapjes om de misplaatste ambities voor lief te nemen.

Plus- en minpunten
  • Vaak genoeg voldoende grappig
  • Skateboard versoepelt de formule
  • Meer variatie in wapens en content
  • Veelal overtuigend stemmenwerk
  • Grotere hubwerelden voelen zielloos
  • Technisch ontzettend slordig (zeker op pc)
  • Grafisch geen hoogstandje