ID.nl logo
Dit moet je weten over usb-aansluitingen
© Reshift Digital
Huis

Dit moet je weten over usb-aansluitingen

Usb, oftewel Universal Serial Bus, is ooit ontwikkeld om de complexe wereld van aansluitingen op je pc een stuk eenvoudiger te maken. In die missie is men nooit echt geslaagd, want usb zelf komt inmiddels ook in vele soorten en maten, en soms zijn zelfs kabels die identiek lijken, anders vanbinnen. Hoe weet je nu welke usb-aansluitingen je nodig hebt? Wij helpen je!

In een wereld vol technologie zou je denken dat het kiezen van een simpele usb-kabel makkelijk is. Niets is minder waar. Van USB-A tot USB-C en Thunderbolt, de keuze is enorm. Dit artikel is jouw kompas in de wirwar van usb-aansluitingen en -protocollen. We behandelen de volgende vragen:

  • Welke soorten usb-stekkers zijn er en hoe verschillen ze?
  • Wat zijn de technische specificaties achter elk usb-type?
  • Hoe ga je om met verloopkabels en docks zonder in te leveren op prestatie?

Lees ook:

Tip 01: Stekkers en protocol

Het idee achter usb was heel goed en dat is het eigenlijk nog steeds. Maar met een breed scala aan fabrikanten die hun eigen hardware produceren en diverse belangen hebben, is het onmogelijk om een one-size-fits-all oplossing te creëren. Het onderscheid tussen USB-kabels zit niet alleen in de fysieke aansluitingen, maar ook in het achterliggende protocol. Zo kun je bijvoorbeeld twee ogenschijnlijk identieke kabels hebben die in dezelfde poort passen. Maar de ene kan een USB 1-kabel zijn en de andere een USB 3-kabel, met een aanzienlijk snelheidsverschil. Dit voorbeeld illustreert hoe complex en verwarrend de wereld van USB inmiddels is geworden.

Tip 02: abc

We beginnen met de basis, namelijk de fysieke stekker die vastzit aan de usb-kabel. Tegenwoordig zijn er vooral drie verschillende soorten USB-stekkers, gebaseerd op hun vorm. Allereerst is er USB-A, een type dat iedereen wel kent omdat dit het deel is dat je in je computer plaatst, aan de voor- of achterkant. Aan het andere uiteinde van de kabel vind je waarschijnlijk een USB-B-stekker als het een printerkabel is, of een micro- of mini-USB als het om andere randapparatuur gaat. Een interessant weetje: USB-B is voornamelijk ontworpen om te voorkomen dat mensen thuis kabels hebben met twee USB-A-stekkers, die gebruikt zouden kunnen worden om twee pc's met elkaar te verbinden, wat niet zonder risico's is. Tot slot is er USB-C, een relatief nieuwe soort stekker en opnieuw een poging om USB meer universeel te maken. De stekker is een stuk kleiner dan USB-A en zo ontworpen dat er geen boven- of onderkant is. Daardoor kun je de stekker op geen enkele manier verkeerd in de poort steken.

©PXimport

Grofweg onderscheiden we drie soorten stekkers qua vorm: usb-a, usb-b en usb-c

-

Tip 03: 123

Naast de vorm van de stekkers, heeft usb ook te maken met protocollen, oftewel de gebruikte technologie. Net zoals twee auto's er hetzelfde uit kunnen zien maar toch anders presteren vanwege hun motor, geldt dat ook voor usb-technologie. De eerste versie, usb 1.0, zag het levenslicht in 1996 met een overdrachtssnelheid van 1,5 Mbit/s. Deze werd opgevolgd door usb 1.1 in 1998, met een verbeterde snelheid van 12 Mbit/s. In 2000 maakte usb 2.0 zijn debuut en bood een flinke sprong naar 480 Mbit/s. Usb 3.0 kwam in 2008 en leverde een snelheid van 4,8 Gbit/s, terwijl usb 3.1 uit 2013 de snelheid nog verder opvoerde naar 10 Gbit/s. De meest recente versie, uit 2017, haalt zelfs 16 Gbit/s. Klinkt overzichtelijk, maar er is een addertje onder het gras: behalve usb 3.1 gebruiken ze allemaal de basis usb-a stekker, vaak alleen te onderscheiden door een andere kleur. En omdat de zwakste schakel de prestaties bepaalt, is het potentieel van usb vaak onbenut gebleven.

Wat betreft stroomoverdracht hebben de verschillende usb-versies ook hun eigen specificaties. Usb 1.1 levert bijvoorbeeld 2,5 V spanning, met een stroomsterkte tot 0,5 A en een vermogen van 1,25 W. Usb 2.0 behoudt dezelfde stroomsterkte, maar levert 5 V en een vermogen van 2,5 W. In latere versies blijft het voltage stabiel op 5 V, maar usb 3.0 en 3.1 bieden een stroomsterkte van 0,9 A en een vermogen van 4,5 W. Wat je vooral moet onthouden: het aantal ampère bepaalt hoe snel een apparaat wordt opgeladen. En even voor de duidelijkheid: wattage is gelijk aan ampère vermenigvuldigd met volt. Dus als je het wattage en het voltage kent, kun je de ampère berekenen.

Tip 04: Micro en mini

Nu je weet dat er sprake is van usb 1.0, 2.0, 3.0 en 3.1, en a, b en c, maken we het nog wat ingewikkelder. Je hebt namelijk in tip 2 ook al kort micro en mini voorbij zien komen in combinatie met usb-a en usb-b. Micro-usb is de kleinste stekker uit de reeks. Je herkent deze aan de kleine, platte stekker die wel iets weg heeft van een hele kleine hdmi-kabel. In de meeste gevallen is een micro-usb-stekker usb-b. Usb-a komt in micro-vorm niet zo vaak voor. Mini-usb is ook een kleine stekker, maar dikker en smaller dan micro-usb. En mini-usb heeft eigenlijk altijd de vorm van usb-a. En dat maakt het nou soms zo nodeloos ingewikkeld: micro-usb en mini-usb zijn twee eigen categorieën met de onderverdeling a en b. Om hoofdpijn van te krijgen.

©PXimport

Tip 05: Thunderbolt

Thunderbolt is een type kabel die ontstaan is uit een samenwerking tussenAppleen Intel. Thunderbolt werd ooit ontworpen om usb van de kaart te vegen als universele aansluiting. Dat is niet gelukt, maar thunderbolt is wel vier keer zo snel als usb 3.0, waardoor er een gegevensoverdracht van 40 Gbit/s mogelijk is. Dat we een uitstapje naar thunderbolt maken, komt omdat thunderbolt 3 gebruikmaakt van de usb-c-stekker. Dat lijkt een fantastische ontwikkeling, ware het niet dat niet alle usb-c-poorten thunderbolt 3 ondersteunen. Dat moet specifiek zijn aangegeven, met het pictogram van een bliksemschicht. Belangrijk daarbij is dat het gaat om het thunderbolt-protocol en niet over de thunderbolt-stekker. Een thunderbolt-1 of -2-stekker past gewoon simpelweg niet in een usb-c-poort.

©PXimport

Tip 06: Verloopkabel/docks

Het is geruststellend dat er voor elke aansluiting op je pc of randapparatuur wel een verloopkabel beschikbaar is, waardoor je verschillende apparaten met elkaar kunt koppelen. Maar let wel op de technische beperkingen van de protocollen waarmee je werkt. Bijvoorbeeld, als je een USB-C schijf via een verloopkabel op een USB-A poort aansluit, zal de datatransfer niet sneller zijn dan wat USB-A kan bieden. Dit geldt ook voor docking stations. Je kunt een dock met USB-C poorten wel aan een laptop koppelen die enkel USB-A heeft, maar de hoge snelheden van USB-C bereik je dan niet. Daarnaast heeft de introductie van USB-C de zaken nog gecompliceerder gemaakt. Zelfs als je een USB-C kabel in een USB-C poort steekt, is het geen garantie dat je alle functies kunt gebruiken die de aansluiting of het apparaat biedt. Er zijn namelijk ook nog verschillende modi binnen de diverse typen en protocollen. Kortom, het is verbazingwekkend hoe ingewikkeld het allemaal is geworden.

©PXimport

Tip 07: Alt Mode

Om door te gaan op die verschillende modi van usb-c, Alt Mode is er daar een van. Dat bestaat uit HDMI Alt Mode en DP Alt Mode. Kort door de bocht: HDMI Alt Mode wordt gebruikt om hdmi-signalen over de usb-c-connector te sturen zonder dat er een converter nodig is om het signaal om te zetten. DP Alt Mode, oftewel DisplayPort Alt Mode, maakt het mogelijk om displayport-apparatuur aan te sluiten via usb.

Wat het in feite inhoudt, is dat computerfabrikanten hun desktops en laptops niet meer hoeven uit te rusten met specifieke hdmi- en dp-poorten, maar dat alles gewoon via usb verloopt en de modus ervoor zorgt dat het signaal op juiste wijze afgeleverd wordt. Echter, en je voelt hem al aankomen, niet alle usb-c-poorten ondersteunen Alt Mode. Een laptop of desktop met een usb-c-poort die thunderbolt ondersteunt, ondersteunt ook Alt Mode. Hetzelfde geldt voor usb-c 3.1-generatie 2 (ja, er is dus ook nog eens een tweede generatie), maar als je wilt weten of Alt Mode ondersteund wordt, kijk dan gewoon bij de specificaties van de usb-poort.

©PXimport

Tip 08: Power Delivery

We zien steeds meer laptops die geen specifieke oplaadaansluiting lijken te hebben, maar die gewoon kunnen worden opgeladen via de usb-c-poort. Lijkt, want in werkelijkheid kun je een laptop niet zomaar opladen via een willekeurige usb-c-poort. Hiervoor is het namelijk belangrijk dat de usb-c-poort (en het apparaat dat je gebruikt om de laptop mee op te laden) pd ondersteunt, hetgeen staat voor Power Delivery. Een standaard usb-c-poort zal maximaal 3 ampère verwerken met een maximum van 5 volt, maar met Power Delivery spreken de usb-poort en het apparaat dat daarop is aangesloten (de oplader) samen af hoeveel stroom er door de kabel mag gaan. Een usb-c-poort met Power Delivery, kan tot 5 ampère verwerken met een maximum van 20 volt. Met Power Delivery kun je een apparaat dus veel sneller opladen. Al kleeft daar ook een flink risico aan, waarover je meer leest in de volgende tip.

©PXimport

In werkelijkheid kun je een laptop niet zomaar opladen via een willekeurige usb-c-poort

-

Tip 09: Weerstand

Je hebt misschien gehoord dat de zwakste verbinding in een kabelsysteem de baas is. Maar met de introductie van usb-c is er een nieuwe uitdaging: het risico op beschadiging van zowel je computer als aangesloten apparaten. Een goede usb-c naar usb-a verloopkabel bevat een kleine ingebouwde weerstand, meestal 56K ohm. Deze weerstand, samen met andere hardware, zorgt ervoor dat je externe apparaat nooit meer stroom vraagt dan je computerpoort kan leveren. Als je echter een goedkope kabel zonder weerstand kiest, loop je het risico dat een aangesloten smartphone bijvoorbeeld 3 ampère vraagt, terwijl je laptop maar 2 ampère kan leveren. Het resultaat? Onherstelbare schade aan je hardware. Het internet staat inmiddels vol met verhalen van mensen die op deze manier voor duizenden euro’s aan schade hebben opgelopen.

©PXimport

Tip 10: Usb IF-certificatie

Hoe kun je zeker weten dat je een veilige en kwalitatieve kabel in handen hebt? Het vermijden van goedkope aanbieders uit het buitenland is een eerste stap. Maar ook bij bekende merken kunnen problemen voorkomen. Het voordeel is wel dat je bij een gerenommeerd merk vaak terechtkunt met een klacht als je hardware beschadigt raakt. Gelukkig is er tegenwoordig een keurmerk dat helpt: zoek naar het USB IF-logo wanneer je een kabel aanschaft. IF staat voor Implementers Forum, een non-profitorganisatie die USB-technologie promoot en ondersteunt. Een kabel met dit keurmerk voldoet niet alleen aan veiligheidseisen, maar geeft ook duidelijk aan welke functies en protocollen worden ondersteund. Dit kan op de lange termijn bijdragen aan het verminderen van de complexiteit rondom USB-kabels.

©PXimport

Kooptips

Normaliter noemen we altijd een paar voorbeelden van producten die het overwegen waard zijn, maar kooptips op het gebied van usb-kabels is natuurlijk net even iets anders. We hebben daarom drie soorten handige kabels uitgelicht.

Soort: Samsung Usb A naar Usb C Kabel

Prijs: € 16,99 We stipten in dit artikel al even aan wat het risico is van het aansluiten van de verkeerde usb-c-verloopkabel. Bespaar daarom niet op zo’n kabel en koop er eentje van een gerenommeerd merk, zoals deze van Samsung.

©PXimport

Soort: Apple Thunderbolt 3 Kabel 0,8 m

Prijs: € 45,- Vijfenveertig euro voor een kabel? Tja, het is wel een Apple-product natuurlijk. Er zijn ook kopieën van andere merken, maar die zijn niet eens zo heel veel goedkoper. Als je de allerhoogste snelheid uit je laptop en opslagapparaat wilt halen (en deze ondersteunen beide thunderbolt), dan raden we je aan om in deze kabel te investeren.

Soort: Hyper USB-C Adapter Met Thunderbolt 3

Prijs: € 91,99 Je kunt investeren in verloopkabeltjes voor je MacBook, maar we adviseren je om in zo’n geval te gaan voor een dock. Er zijn diverse docks verkrijgbaar, elk met een eigen set aan poorten, zoals deze dock met hdmi, usb-c én usb 3. Er zijn ook docks verkrijgbaar voor andere modellen laptops.

©PXimport

Op het punt om een nieuwe laptop te kopen? Weet waar je op moet letten om niet opgelicht te worden. Kijk onze video om veilig je aankoop te doen.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.