ID.nl logo
Windows 10 compleet geïnstalleerd - deel 1
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Windows 10 compleet geïnstalleerd - deel 1

In dit wat pittige tweeluik buigen we ons over de installatie van Windows en gaan we die volledig naar eigen hand zetten. Eerst zorgen we ervoor dat alle updates, patches en drivers al netjes geïntegreerd zijn. In het vervolgartikel automatiseren we de installatie zodat Windows je niet langer met configuratievragen lastigvalt. Gebruikers, taal- en privacyinstellingen: Windows krijgt het allemaal mee vanuit de installatie.

We willen een opstartbaar medium maken waarmee je Windows volledig up-to-date en nagenoeg zonder verdere tussenkomst kunt installeren. Zo’n verregaande automatisering vergt best wat voorbereiding, maar is zeer leerzaam en daarna beschik je bovendien over een ‘magische’ installatiestick die je op verschillende pc’s kunt gebruiken. We kunnen ons namelijk best voorstellen datje als lezer van ComputerTotaal geregeld de vraag krijgt van buren en kennissen om ook bij hen de computerzooi op te ruimen. Een volautomatische (her)installatie kan je daarbij heel wat tijd en frustratie besparen.

Schijfinstallatiekopie

Je hebt allereerst een schijfkopiebestand van Windows 10 nodig, en dat vind je hier. Hier klik je op Hulpprogramma nu downloaden, waarna je de tool met een dubbelklik opstart. Vervolgens klik je op Akkoord, kies jeInstallatiemedia […] voor andere pc maken en duid je de gewenste Windows-versie aan, bijvoorbeeld Nederlands, Windows 10, 64-bits (x64). In het volgende venster selecteer jeISO-bestand en duid je een opslaglocatie aan.

Vind je deze procedure omslachtig, dan kun je dit iso-bestand ook rechtstreeks downloaden. Je moet Microsoft dan even wijsmaken dat je niet met een Windows-desktop-pc surft. We nemen Chrome als voorbeeld, maar ook in Edge Chromium is dit mogelijk. Surf naar de vermelde webpagina en druk op Ctrl+Shift+I voor het ontwikkelaarspaneel. Klik in dit paneel op het knopje met de drie puntjes en kies More tools, Network conditions. Onderaan, bij User agent, verwijder je het vinkje naast Select automatically en kies je in het uitklapmenu (bijvoorbeeld) Chrome – Android Mobile. Laat het paneel geopend en druk op F5 om de pagina te verversen. Bij Select edition selecteer je Windows 10 en bevestig je met Confirm. Je kunt nu ook taal en systeemtype (bijvoorbeeld 64-bit Download) aanduiden.

©PXimport

Installatiebestand

Eigenlijk heb je maar één bestand uit dit iso-schijfkopiebestand nodig en daarvoor moet je het schijfkopiebestand wel eerst uitpakken. Navigeer met de Verkenner naar het iso-bestand, klik dit met rechts aan en kies Koppelen. De inhoud van het iso-bestand belandt nu in een virtueel cd-station. Je doet er goed aan eerst in het menu Beeld van de Verkenner een vinkje te plaatsen bij Verborgen items.

Druk vervolgens op Ctrl+A zodat je de complete inhoud van het virtuele cd-station markeert en selecteert. Die kopieert en plak je met Ctrl+C en Ctrl+V in een lege map op je schijf (bijvoorbeeld d:\win10iso). Navigeer naar deze map en open hier de submap \sources.

Afhankelijk van hoe je het iso-bestand hebt gedownload (zie bij ‘Schijfinstallatiekopie’, via het hulpprogramma of rechtstreeks) zie je in deze submap nu het bestand install.esdof install.wim. Gaat het bij jou om install.wim, dan mag je meteen overstappen naar het deel ‘DISM GUI’ van dit artikel.

©PXimport

Esd naar wim

Het esd-bestand is eigenlijk een gecomprimeerd en versleuteld wim-bestand en om eruit te kunnen halen wat je nodig hebt, moet je dat naar een gewoon wim-bestand converteren. Klik daarvoor in het Windows-startmenu met rechts op Opdrachtprompt en kies Als administrator uitvoeren. Voer het volgende commando op de opdrachtregel uit:

dism /Get-WimInfo /WimFile:”d:\win10iso\sources\install.esd”

Hierbij vervang jed:\win10iso uiteraard door het juiste pad van je esd-bestand.

Dit commando geeft een lijst met indexnummers die elk naar een andere Windows-editie verwijzen. Wijzelf selecteren hier 1 (Windows 10 Home) omdat we hiervoor een legale productcode hebben. Het is nu zaak precies deze editie uit het esd-bestand te lichten en in een wim-bestand te plaatsen. Dat kan als volgt:

dism /export-image /SourceImageFile:”d:\win10iso\sources\install.esd” /SourceIndex:1 /DestinationImageFile:”d:\win10iso\sources\install.wim” /Compress:max /CheckIntegrity

Je vervangt indien nodig ook hier de paden. Merk op dat je via de parameter /SourceIndex:x het indexnummer van de gewenste Windows-editie meegeeft.

Na afloop mag je het originele esd-bestand verwijderen.

©PXimport

DISM GUI

Je hebt nu een geldig wim-installatiebestand en het is de bedoeling dat je daarin updates en stuurprogramma’s integreert. Daarvoor maken we graag gebruik van het gratis DISM GUI. Je vindt dit via www.tiny.cc/dismgui. Pak het gedownloade zip-bestand uit, klik met rechts op het exe-bestand en kies Als administrator uitvoeren.

In de tool open je het tabblad Mount Control. Klik op Choose WIM en verwijs naar het install.wim-bestand in je ‘uitpakmap’. Druk op de knop Display WIM Info. Onderaan, bij Index en Name, lees je het nummer en de naam van de Windows-editie af. Selecteer ditzelfde nummer in het uitklapmenu bij Index rechtsboven. Daarna klik je op Choose Folder bij Mount Location en verwijs je naar een lege map waaraan je het wim-bestand wilt koppelen (bijvoorbeeld d:\wimkoppeling). Bevestig met Mount WIM. De taak wordt uitgevoerd en na enige tijd verschijnt de melding van een succesvolle operatie.

Updates

Je hebt DISM GUI straks nog nodig om stuurprogramma’s en updates te integreren in het Windows-installatiebestand, een proces dat ook wel ‘slipstreaming’ wordt genoemd.

Laten we beginnen met het ophalen van de nieuwste updates. Je kunt hier zoeken op basis van zogenoemde KB-id’s (KB staat voor Knowledge Base), zoals je die terugvindt in (de geschiedenis van) Windows Update en in supportartikelen van Microsoft. Je kunt hier bijvoorbeeld zoeken naar KB4565503 (een cumulatieve Windows 10 64bit-update) maar je kunt ook alle updates van een bepaalde Windows-editie opvragen. Dat kan bijvoorbeeld met een zoekopdracht als Windows 10 2004 x64. Voor meer feedback hoef je slechts op zo’n item te klikken. Om het te downloaden klik je op Downloaden en vervolgens op het bijbehorende msu-bestand. De msu-bestanden die je in je Windows-installatie wilt, verzamel je netjes in één map (bijvoorbeeld d:\slipstream\winupdates).

©PXimport

Stuurprogramma’s

Herinstalleer je Windows wel vaker op dezelfde pc(‘s) en struikelt de installatie daarbij telkens over enkele stuurprogramma’s, dan neem je die beter ook in het installatiebestand op. We gaan er hier van uit dat de juiste drivers voor die pc al zijn geïnstalleerd. Maak voor deze drivers alvast een lege map aan, bijvoorbeeld d:\slipstream\drivers. Download vervolgens de gratis tool Double Driver. Die wordt weliswaar niet langer doorontwikkeld, maar die blijkt nog goed te functioneren in Windows 10. Een directe downloadlink is www.tiny.cc/dbdriver. Pak het zip-bestand uit en start dd.exe met een dubbelklik op. Ga naar het tabblad Back-up en klik op Scan Current System. je laat alleen een vinkje staan bij de drivers die je effectief mee wilt nemen in het installatiebestand. Klik op Backup Now, laat Structured folder geselecteerd, verwijs naar je bestemmingsmap en bevestig met OK.

©PXimport

Slipstream

Je beschikt nu over de nodige updates, patches en drivers. Die kun je nu via DISM GUI in het Windows-installatiebestand injecteren. Open hier het tabblad Driver Management en klik op Choose Driver Folder. Verwijs naar je drivermap, laat het vinkje bij Recurse staan en klik op Add Drivers. Onderaan verschijnen de opgehaalde stuurprogramma’s en die worden meteen in install.wim geïnjecteerd. Ga naar het tabblad Package Management voor je updates en volg hetzelfde scenario: klik op Choose Package Folder, duid je updatemap aan en klik op Add Packages. Dit slipstreamproces kan wel even duren.

Over nu naar het tabblad Mount Control. Hier klik je op Dismount WIM. Bevestig de vraag of je de wijzingen wilt doorzetten met Ja . Na afloop mag je DISM GUI sluiten en eventueel ook de mappen met drivers, updates evenals de wim-koppeling verwijderen.

©PXimport

Installatiemedium

Het is nu de bedoeling om alles uit de uitpakmap (in ons voorbeeld d:\win10iso), inclusief het geslipstreamde install.wim-bestand, over te zetten naar een opstartbare installatiestick. Stop hiervoor een (lege) stick van minstens 8 GB in je pc.

Open vervolgens de Opdrachtprompt en voer diskpart uit.

Achter de diskpart-prompt voer je dan de volgende 8 opdrachten uit:

list disk

select disk x

detail disk

clean

convert mbr

create partition primary

active

assign

Hierbij vervang je telkens de letter x door de stationsletter van je usb-stick. De opdracht detail disk laat zien dat je het juiste station hebt geselecteerd (toch?). Er duikt een Verkenner-venster op waarin je wordt gevraagd de stick te formatteren. Kies hiervoor FAT32 (standaard). Selecteer daarna met de Verkenner de complete inhoud vanje uitpakmap en kopieer die met Ctrl+C en Ctrl+V naar (de rootmap van) je zojuist geformatteerde stick.

Er kan zich echter een probleem voordoen als blijkt dat je wim-bestand groter is dan 4 GB, want dat past niet op een fat32-medium. je hebt dan feitelijk twee mogelijkheden. Of je formatteert de stick toch met nfts (maar mogelijk weigert die dan dienst op een uefi-systeem), of je maakt het wim-bestand compacter. Daartoe voer je als administrator vanaf de opdrachtprompt het volgende commando uit :

dism /export-image /SourceImageFile:”D:\win10iso\sources\install.wim” /SourceIndex:1 /DestinationImageFile:”D:\win10iso\sources\install.esd” /Compress:recovery /CheckIntegrity

Ook hier vervang je indien nodig de paden door je eigen versies, en dat geldt eveneens voor het cijfer achter /SourceIndex:. Het hele proces is arbeidsintensief en kan flink wat tijd in beslag nemen. Na afloop verwijder je dan het wim-bestand.

©PXimport

Windows-installatie

Stop de installatiestick in de beoogde computer. Je kunt het best eerst controleren of het set-upvenster van het uefi-bios zo staat ingesteld dat het systeem normaliter het eerst van je harde schijf opstart. Zo vermijd je namelijk dat na een automatische herstart weer van je stick wordt opgestart en de installatie helemaal opnieuw begint.

Schakel je pc in en roep het speciale bootmenu op (bijvoorbeeld met F12; raadpleeg de systeemhandleiding indien nodig). Zorg dat de pc van de stick opstart. Nadat je de gewenste partitie voor Windows hebt geselecteerd gaat de eigenlijke installatie van start, inclusief de juiste drivers en de meest recente updates.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.