ID.nl logo
Google Nest Audio - Hoor en wederhoor
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Google Nest Audio - Hoor en wederhoor

In navolging van de Google Home-speakers, heeft Google nu ook een grotere variant uitgebracht waarbij de nadruk (naast de Google Assistent) meer op het afspelen van muziek komt te liggen. Ook krijgen de slimme speakers Google’s Nest-stempel, dat op alle domotica van Google geplakt wordt: Google Nest Audio.

Google is op een missie om z’n spraakassistent overal ingebouwd te krijgen. Smartphones, koptelefoons, horloges… en ook iedere kamer in huis. Dat gebeurde eerst met onder andere de betaalbare Google Home en Google Home Mini-speakers. Nu met deze Google Nest Audio speakers. Het idee is simpel, de Google Home-speakers zijn leuk om bijvoorbeeld radio op te beluisteren. Maar het geluid blijft wat blikkerig. Door de Google Home te voorzien van iets beter geluid en een verwarrendere naam omdat het Nest-stempeltje klaarblijkelijk op alle smart home-artikelen van Google moet staan, verwacht de techgigant dat de spraakassistent zijn weg vindt naar nog meer kamers en huishoudens. Het concept van een multiroom-speaker met ingebouwde assistent is overigens niet nieuw, fabrikanten als Sonos en Denon zien spraakbesturing en -assistenten als de volgende stap voor hun speakers.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Compacte speakertjes

De Nest Audio speakers zijn compacter dan je zou denken, slechts (18 bij 12 bij 8 centimeter). De buitenkant van de speakers is mooi afgewerkt met textiel, waar je achter vandaan een viertal lichtjes ziet als je de speaker bedient. De speakers verbinden via wifi. Wat logisch is, want de spraakassistent heeft een actieve internetverbinding nodig om te werken. Bluetooth is wel aanwezig, maar wordt gebruikt om de apparaten te installeren, niet voor het afspelen. Dat is een pluspunt: wifi is in staat hogere audiokwaliteit te waarborgen. Aan de achterkant van de speaker zit een schuifknopje waarmee je de spraakassistent desgewenst uitzet en een adapter-aansluiting om de speaker van stroom te voorzien. Het is jammer dat dit geen usb-c is, maar een eigen aansluiting. Ook is het gek dat in Nederland alleen de witte en donkergrijze uitvoering verkrijgbaar zijn.

Kijk je onder de stoffen behuizing, dan is daar een 19mm tweeter te vinden en een 75mm midwoofer. Dat is wel iets minder dan bijvoorbeeld de Sonos One, maar dat is ook de prijs. Net als het genoemde Sonos-voorbeeld kun je twee Nest Audio’s aan elkaar koppelen voor een stereopaar.

Naast de Google Assistent kun je muziek afspelen via de ingebouwde cast-functionaliteit. Dit bedien je bijvoorbeeld met je smartphone of tablet (iOS, Android... maakt niet uit). Je kunt je muziek vanuit meerdere streamingbronnen, zoals Spotify of Apple Music. Overigens kun je de muziek ook bedienen door verborgen tiptoetsen aan de bovenkant van het apparaat.

Het testen van de spraakbediening van deze speakers moet hilarisch zijn geweest voor bezoek en buren.

-

"Nee Google"

Waar je een Google Assistent voor kunt gebruiken, hebben we al veel aandacht aan besteed. Deze functionaliteit is natuurlijk niet anders dan de Google Home en Google Home Mini-speakers die al een tijdje op de markt zijn. De functionaliteit van de Google Assistent ligt hier meer op muziekbediening. Het testen van de bediening van deze speakers met de spraakassistent moet hilarisch zijn geweest voor bezoek en buren. Want, dit was een zeer bedroevende ervaring. Vooral bij het opzoeken van eigen playlists of starten van albums van wat minder bekende artiesten werd ik vaak verkeerd verstaan. De resulteerde in moedeloos-klinkende spraakcommando’s, waarbij ik de Assistent moest onderbreken terwijl deze een Wikipedia-pagina aan het voorlezen was over een verkeerd-verstaan onderwerp.

De Assistent is prima voor simpele muziekbesturing. Hee Google, speel de Foo Fighters. Hee Google, shuffle. Hee Google, stop de muziek. Maar toch greep ik meer terug op de bediening via Spotify op het scherm van mijn pc of smartphone. Sneller en handiger. Bovendien werkt het continu meeluisteren van de spraakassistent me ernstig op de zenuwen wanneer deze ergens in een gesprek of van de tv een geluid verkeerd oppikt als spraakcommando. Al met al ben ik persoonlijk niet overtuigd van de Google Assistent op een speaker. Maar deze ervaring kan dus verschillen voor mensen die de Assistent regelmatig voor andere doeleinden gebruiken of muziek willen starten waar Google beter bekend mee is. In dat geval is de Nest Audio geschikt voor jou en wellicht meerdere kamers in je huis. Twijfel je ook over het nut van de Google Assistent op je wifi-speaker, dan kun je ook kijken naar de IKEA Symfonisk-speaker. Deze valt grofweg in dezelfde prijsklasse en komt zonder spraakbediening en -assistent.

©PXimport

©PXimport

Nest Audio of IKEA Symfonisk?

Het blikkerige geluid van de Google Home, daar is absoluut geen sprake van op de Google Nest Audio. Dat is niet gek natuurlijk. Het bassgeluid is aardig vol en de speakers kunnen flink hard blazen. Wanneer je twee speakers in audio-opstelling hebt, merk je wel een veel prettiger, voller geluid. Voor de prijs is de geluidskwaliteit absoluut niet gek, maar de liefhebber zal toch wel moeite hebben met het feit dat wat details wegvallen. De muziekkwaliteit kan niet tippen aan bijvoorbeeld de Sonos One. Maar ook de IKEA Symfonisk-speaker maakt meer indruk met zijn geluidskwaliteit.

Conclusie: Google Nest Audio kopen?

Heb je een Google Home in huis, maar zou je die eigenlijk wat meer willen gebruiken voor muziek? Dan is de Nest Audio een enorme stap vooruit qua geluidsbeleving. Met zijn prijskaartje van zo’n 90 euro is de Nest Audio toegankelijk geprijsd en absoluut geen miskoop, ook niet als je er twee voor een stereopaar aanschaft. De Sonos One is een betere, maar duurdere keuze als je op zoek bent naar betere geluidskwaliteit. Ben je niet overtuigd of niet gediend van de spraakbesturing, dan is de IKEA Symfonisk een betere optie.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 99,- **Kleuren** Donkergrijs, wit **Verbinding** 802.11b/g/n/ac, bluetooth 5.0 **Bediening** Google Cast, tiptoetsen, Google Home-app, spraak **Formaat** 18cm x 12cm x 8cm (H x B x D) **Gewicht** 1,2kg **Website** [https://store.google.nl](https://store.google.nl/product/nest_audio)

Plus- en minpunten
  • Prijs
  • Ontwerp
  • Stereo-functie
  • Spraakbediening onhandig
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos