ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 zéér energiezuinige smart-tv’s
© LG
Huis

Waar voor je geld: 5 zéér energiezuinige smart-tv’s

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een televisie met een laag stroomverbruik? Vandaag hebben we vijf producten voor je gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

Toelichting: sinds 2021 hanteert de Europese Unie voor de afgifte van energielabels strengere eisen. Hierdoor is het voor televisiefabrikanten lastiger om een hoog label te bemachtigen. Een nieuwe smart-tv met energielabel D of E verbruikt erg weinig energie.

Samsung 75QN85C (QE75QN85CATXXN)

De Samsung 75QN85C is een grote qled-tv met lage energiekosten. Bij duizend kijkuren bedraagt het stroomverbruik slechts 77 kilowattuur. Voor een televisie met een ruim schermdiagonaal van 75 inch is dat erg weinig. Dit product is dan ook gecertificeerd met energielabel D. Bij videocontent of games met HDR-inhoud is het verbruik trouwens hoger. Ga in dat geval uit van 218 kilowattuur per duizend kijkuren. Overigens is de aanschafprijs voor dit fraaie televisiemodel de afgelopen maanden flink gezakt. Dat blijkt uit de prijshistorie van Kieskeurig.nl.

Deze smart-tv bevat een scherp qled-paneel van 3840 × 2160 pixels. Het voordeel van deze schermtechniek is dat het zowel een hoge helderheid als groot contrastbereik ondersteunt. Voor gamers is de vernieuwingsfrequentie van 120 hertz een pluspunt. Deze hoge waarde resulteert namelijk in vloeiende gameplay. De achterzijde telt vier HDMI-poorten, zodat je meerdere externe videobronnen kunt aansluiten. Koop je liever een zuinige smart-tv met een ander schermformaat? Dit model is in verschillende uitvoeringen te koop, namelijk 55 inch, 65 inch, 75 inch en 85 inch.

Philips The One 50PUS7608/12

Zoek je een prijsvriendelijke smart-tv voor een kleine tot middelgrote kamer? Met een stroomverbruik van slechts 54 kilowattuur per duizend kijkuren is dit breed verkrijgbare model van Philips een goede keuze. De 50PUS7608/12 ondersteunt ook de weergave van HDR-content. Het stroomverbruik valt ook bij dergelijke kwalitatieve beelden mee, namelijk zo’n 93 kilowattuur. Ondanks het lage energieverbruik ondersteunt deze led-tv een hoge resolutie van 3840 × 2160 pixels.

Op het gebied van connectiviteit hebben gebruikers volop keuze. Zo telt de achterzijde onder meer drie HDMI-aansluitingen, twee usb-poorten en een optische uitgang. Kortom, je kunt vrijwel elke audiovisuele bron aansluiten. Verder heeft de 50PUS7608/12 ook een netwerkpoort en wifi-adapter. Als je deze smart-tv aan het thuisnetwerk koppelt, heb je in het menu toegang tot verschillende populaire streamingdiensten. Kijk bijvoorbeeld naar Netflix-, Amazon Prime Video- en YouTube-streams in 4K-kwaliteit. Philips produceert dit tv-model in diverse schermformaten. Kies tussen 43 inch, 50 inch, 55 inch, 65 inch en 75 inch.

Panasonic TX-55MX700E

Haal met de Panasonic TX-55MX700E een goedkope smart-tv van 55 inch in huis. Dit recente 2023-model is voorzien van het E-energielabel. Voor televisiebegrippen is dat erg zuinig. Dat blijkt ook wel uit de opgegeven specificaties. Als je duizend uur televisiekijkt, verhoogt dat het stroomverbruik met slechts 64 kilowattuur. Dankzij ondersteuning voor de populaire HDR-indelingen Dolby Vision en HDR10 kijk je tijdens de betere videostreams naar kleurrijke beelden. Reken tijdens HDR-video’s wel op een hoger verbruik, namelijk ongeveer 123 kilowattuur. Naast de hier besproken 55inch-uitvoering kun je deze smart-tv ook met een schermdiagonaal van 43 inch, 50 inch of 65 inch kopen.

Een pluspunt is de integratie van Google TV. In de Play Store vind je dan ook allerlei populaire video-apps, waaronder Disney+, Amazon Prime Video, YouTube en natuurlijk Netflix. Daarnaast is de slimme spraakdienst Google Assistent geïntegreerd. Druk op de microfoon-knop van de afstandsbediening en bedien deze veelzijdige televisie vervolgens met je stem. Zeg bijvoorbeeld hardop de naam van een mooie film of serie, waarna Google TV relevante resultaten tevoorschijn tovert. Een ander voordeel is de ingebouwde Google Chromecast-functie. Vanaf een smartphone of tablet kun je hierdoor simpel beeldmateriaal naar de televisie casten.

Lees ook: Dit zijn de beste apps voor jouw smart-tv

Sony XR-85X95L

Kan het jou niet groot genoeg, maar wil je daarentegen wél een energiezuinige smart-tv kopen? De Sony XR-85X95L is met zijn indrukwekkende 85inch-paneel het overwegen waard. Vind je dat wel erg groot, dan kun je deze televisie ook in een kleiner maatje aanschaffen. Kies in dat geval tussen 65 inch en 75 inch. Het hier besproken model is gecertificeerd met energielabel E. Voor zo’n kolossale beeldbuis is het energieverbruik van 128 kilowattuur per duizend kijkuren nogal laag. Videostreams met Dolby Vision- of HDR10-ondersteuning leiden tot een iets hoger verbruik van ongeveer 188 kilowattuur.

Zoals je van een nieuwe smart-tv in deze prijsklasse mag verwachten, bevat de Sony XR-85X95L flink wat aansluitingen. Dankzij de vier aanwezige HDMI-poorten koppel je bijvoorbeeld een soundbar, gameconsole, tv-ontvanger en blu-ray-speler. Google TV verzorgt het smartplatform, zodat je vrijwel alle bekende streamingdiensten aan het menu kunt toevoegen. Nuttige extra’s zijn de integratie van Google Assistent en Chromecast. Dit zogenoemde mini-led-scherm ondersteunt een maximale resolutie van 3840 × 2160 pixels.

LG QNED82R (75QNED826RE)

Als je een energiezuinige 75inch-televisie zoekt, is dit relatief betaalbare LG-model een interessante optie. De QNED82R (75QNED826RE) voldoet namelijk aan de strenge eisen van het D-energielabel. Kijk je duizend uur televisie, dan komt het energieverbruik uit op 83 kilowattuur (214 kWh voor HDR-content). Als alternatief voor 75 inch kun je deze smart-tv ook in een ander formaat kopen. Kies in dat geval tussen 50 inch, 55 inch of 65 inch. De drie laatstgenoemde modellen zijn gecertificeerd met energielabel E.

Voor scherpe, heldere en contrastrijke beelden ben je bij deze smart-tv aan het juiste adres. Het zogeheten qned-paneel bevat 3840 × 2160 pixels en ondersteunt HDR10 Pro. Hierdoor hebben recente videostreams en games een groter kleurbereik. Als je deze beeldbuis met het (draadloze) thuisnetwerk verbindt, heb je in het webOS-smartplatform toegang tot alle bekende streamingdiensten. Je kunt met specifieke knoppen op de afstandsbediening zelfs rechtstreeks populaire videoplatformen oproepen, zoals Netflix, Amazon Prime Video en Disney+.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning
© Vadym - stock.adobe.com
Gezond leven

Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning

Meta zou in de loop van dit jaar gezichtsherkenningstechnologie aan diens slimme brillen willen toevoegen.

Dat claimt The New York Times van bronnen te hebben vernomen. De gezichtsherkenningstechnologie zou ergens later dit jaar naar de slimme Ray-Ban- en Oakley-brillen van het bedrijf komen.

Volgens The New York Times zouden de brillen met de technologie gezichten in de omgeving kunnen identificeren via de ingebouwde camera. Daar zouden de brillen profielen van socialmediaplatforms van Meta, zoals Facebook en Instagram, voor gebruiken. Vervolgens zouden dragers van de bril informatie over de persoon in kwestie krijgen.

Logischerwijs zorgt het gerucht voor wat ophef rondom privacy. Meta zou dan ook nog overwegen dat het alleen mogelijk wordt om de technologie in te zetten bij mensen waar de drager een connectie mee heeft op social media. Maar het is nog niet uitgesloten dat Meta er voor kiest dat met de bril ook vreemden herkend kunnen worden via openbare profielen.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie er komt; The New York Times citeert een interne memo van Meta waarin te lezen valt dat het een goed moment is om de functie te lanceren gezien de huidige politieke onrust. Dit omdat veel organisaties die bezwaar zouden maken tegen dergelijke technologie, het te druk zouden hebben met andere problemen. Meta zelf heeft het gerucht aan The New York Times bevestigd noch ontkend.

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.