ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 goede platenspelers van max 350 euro
© Sony
Huis

Waar voor je geld: 5 goede platenspelers van max 350 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een betaalbare platenspeler waarmee je jouw lp’s kunt draaien? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

Disclaimer: op het moment van schrijven zijn de besproken platenspelers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 350 euro. De prijzen kunnen schommelen.

JBL Spinner BT

De JBL Spinner BT is een platenspeler met bluetooth. Het voordeel hiervan is dat je het geluid van vinyl draadloos naar een geschikte koptelefoon, soundbar, speaker of receiver kunt streamen. Overigens telt de achterzijde ook gewoon twee analoge tulpuitgangen, zodat je deze draaitafel met kabels op een audiosysteem kunt aansluiten. Een pluspunt is de ingebouwde phono-voorversterker. Hierdoor combineer je de Spinner BT met vrijwel elke versterker of receiver. Heeft jouw hifiapparaat al een phono-voorversterker? In dat geval schakel je deze module in de platenspeler optioneel uit.

JBL koos voor een chassis van MDF. Hierdoor heeft de behuizing een behoorlijk gewicht van 5,3 kilo. Dat verkleint de kans op ongewenste trillingen. Onder het draaiplateau zorgt een riem voor de aandrijving. Een kwalitatief MM-element van Audio-Technica zet de muziekgegevens uit de lp-groeven om in een elektrisch signaal. Met behulp van twee knoppen aan de voorzijde kun je eenvoudig het toerental aanpassen. Kies hierbij tussen 33 1/3 en 45 toeren. Gunstig is dat de fabrikant een stofkap meelevert. Dit product is in een versie met oranje en goudkleurige accenten verkrijgbaar. Lees hier hoe enkele Kieskeurig.nl-bezoekers de Spinner BT beoordelen.

Pro-Ject E1 OM5E

Tijdens de hoogtijdagen van de compact disc begin jaren negentig ging Pro-Ject tegen de stroom in. Het Oostenrijkse merk bleef namelijk stug kwalitatieve platenspelers ontwikkelen. Ruim dertig jaar later is Pro-Ject ’s werelds grootste draaitafelproducent. Het bedrijf ontwikkelt zowel betaalbare als peperdure producten. De E1 OM5E behoort tot die eerste categorie. Je hebt keuze tussen drie afwerkingen, namelijk hoogglans zwart, wit en walnoot. Houd er rekening mee dat je dit apparaat op een phono-ingang van een receiver of versterker moet aansluiten. Gelukkig is die op veel hifiapparatuur aanwezig. Zo niet? Schaf de E1 OM5E dan met geïntegreerde phono-voorversterker aan (zwart/wit/walnoot).

Op het uiteinde van de toonarm is een MM-element van Ortofon gemonteerd. Dit merk is specialist in het ontwikkelen van hoogstaande elementen. Een voordeel is dat deze platenspeler standaard met de ideale instellingen wordt geleverd. Hierdoor hoef je niet zelf aan de E1 OM5E te ‘sleutelen’, al kan dat uiteraard wel. Je gebruikt een elektronische snelheidsschakelaar om vlot tussen 33 1/3 of 45 toeren te switchen. Luister je met een draadloze speaker, soundbar of hoofdtelefoon naar muziek? Tegen een meerprijs is de E1 OM5E ook met bluetooth-module te koop (zwart/wit/walnoot). Pro-Ject levert bij elke versie een stofkap mee.

Denon DP-400

Op zoek naar een betrouwbare platenspeler van een gerenommeerd audiomerk? De chic vormgegeven Denon DP-400 is een goede en betaalbare keuze. Je kunt kiezen tussen een zwarte en witte uitvoering. Dankzij de aanwezige phono-voorsterker verbind je de draaitafel met vrijwel elke versterker of receiver. Gebruik hiervoor de witte en rode tulpuitgang aan de achterkant. Er is een MM-element voorgemonteerd, waardoor je meteen naar lp’s kunt luisteren.

De bediening van deze halfautomaat is een fluitje van een cent. Je kiest met de draaiknop tussen 33 1/3, 45 en 78 toeren. Druk daarna op de startknop en beweeg de toonarm naar de inloopgroef. Na afloop van de plaat lift de DP-400 automatisch de toonarm, waarna het draaiplateau stopt. De behuizing van deze riemaangedreven draaitafel weegt 5,8 kilo. Tot slot is er een opvallende stofkap inbegrepen. Die gebruik je middels de aanwezige gleuf eventueel ook als lp-hoes-standaard.

Lees ook: Lp’s luisteren? Zo vind je de beste platenspeler

Sony PSLX310BT

Met de Sony PSLX310BT haal je een goede en betaalbare platenspeler in huis. Aansluiten op een audiosysteem kan op twee manieren, namelijk via de analoge tulpuitgangen óf bluetooth. Laatstgenoemde optie is handig wanneer je op een draadloze speaker of soundbar lp’s wilt beluisteren. Daarnaast werkt het ook in combinatie met een bluetooth-koptelefoon. De bediening gaat volledig automatisch. Druk aan de voorzijde op de startknop en de toonarm beweegt meteen naar de inloopgroef van de lp. Na afloop van het album keert deze arm weer terug naar zijn rustpositie.

Met behulp van een draaiwiel stel je de rotatiesnelheid in op 33 1/3 of 45 toeren. Vanwege de automatische werking is het daarnaast belangrijk dat je het juiste vinylformaat selecteert. Je kiest hierbij tussen 7 en 12 inch. Hoewel je voor deze riemaangedreven platenspeler niet de hoofdprijs betaalt, voorzag Sony het apparaat toch van robuuste onderdelen. Zo bestaan de pick-uparm en het draaiplateau uit aluminium. Volgens de fabrikant speelt de PSLX310BT hierdoor platen stabiel af. Nuttig om te weten is dat er een phono-voorversterker is ingebouwd. Sony levert ten slotte een stofkap mee.

Audio-Technica AT-LP120XUSB

Deze direct drive-platenspeler van het Japanse merk Audio-Technica heeft veel mogelijkheden. Zo bevat de achterzijde naast twee reguliere tulpuitgangen ook nog een usb-aansluiting. Kortom, je verbindt de AT-LP120XUSB optioneel met een pc of laptop. Deze optie is onder andere nuttig voor het geval je lp’s wilt digitaliseren. Verder activeer je met een schuifknop zo nodig de geïntegreerde phono-voorversterker. Deze keuze is afhankelijk de gebruikte versterker of receiver.

Een scharnierende kap beschermt de toonarm, naald en lp tegen stof. De bediening van deze handmatige draaitafel spreekt voor zich. Via knoppen linksonder kies je voor een rotatiesnelheid van 33 1/3, 45 of 78 toeren. Druk vervolgens op de startknop en beweeg de toonarm naar de lp. Een nuttige optie is het zoeklichtje bij de naald. Wil je een specifiek liedje van de lp horen, dan kun je hierdoor beter mikken. Bij dit model is de motor aan het ronddraaiende plateau bevestigd. Je hoeft dus niet na verloop van tijd een uitgerekte riem of snaar te vervangen. Opvallend is het relatief hoge gewicht van acht kilo. De AT-LP120XUSB is verkrijgbaar in een zwarte en zilverkleurige uitvoering. Eventueel kun je ook nog een versie met bluetooth overwegen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.