ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 betaalbare platenspelers voor max 300 euro
© Maikel Dijkhuizen
Huis

Waar voor je geld: 5 betaalbare platenspelers voor max 300 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een betaalbare draaitafel waarmee je naar het warme geluid van vinyl kunt luisteren? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

Disclaimer: op het moment van schrijven zijn de besproken platenspelers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 300 euro. De prijzen kunnen schommelen.

Denon DP-300F

Zoek je een eenvoudig te bedienen platenspeler? Dit exemplaar van het gerenommeerde audiomerk Denon is een goede keuze. Zodra je op de startknop drukt, beweegt de toonarm automatisch naar de inloopgroef van het vinyl. Na afloop van de plaat beweegt deze toonarm weer terug naar de beginpositie. Hierdoor kan de naald eigenlijk niet beschadigen. Deze riemaangedreven platenspeler is in de eerste plaats geschikt voor het luisteren van 33 toeren-platen. Met behulp van de bijgesloten adapter maak je de DP-300F eenvoudig geschikt voor singles, ep's en albums die zijn geperst op vinyl van 45 toeren.

Je kunt deze draaitafel op zo'n beetje elk audiosysteem met analoge tulpingangen aansluiten. Het apparaat beschikt namelijk al over een schakelbare phonovoorversterker, waardoor je niet per se een gespecialiseerde versterker of receiver nodig hebt. Een pluspunt is dat Denon een stofkap meelevert, want hierdoor hoor je minder tikken en kraakjes. Voor een platenspeler in deze prijsklasse is de DP-300F behoorlijk zwaar. Dat bevordert een 'schone' geluidsweergave, omdat die niet wordt beïnvloed door vibraties. Het Japanse merk produceert het product in een zwarte en zilverkleurige uitvoering. Lees hier wat Kieskeurig.nl-bezoekers van deze platenspeler vinden.

Audio-Technica AT-LP3XBT

Deze veelzijdige platenspeler van Audio-Technica is te koop in twee smaken, namelijk zwart en wit. Een opvallende eigenschap is de aanwezige bluetooth-adapter. Hierdoor kun je de draaitafel aan een draadloze koptelefoon of speaker koppelen. Uiteraard verbind je de AT-LP3XBT net zo makkelijk met een geschikte versterker of receiver. Vanwege de ingebouwde phonovoorversterker is de draaitafel compatibel met vrijwel alle geluidsapparatuur. De enige voorwaarde is dat er vrije tulpingangen beschikbaar zijn.

Het betreft een riemaangedreven volautomaat, waardoor je de toonarm niet handmatig hoeft te bedienen. Geef met een regelaar aan of er vinyl van 7 of 12 inch op het draaiplateau ligt. Op die manier beweegt de toonarm naar het juiste beginpunt. Via het knopje aan de voorzijde switch je tussen draaisnelheden van 33 en 45 toeren. Is na verloop van tijd de naald versleten? Geen probleem, want er zijn voor deze draaitafel uiteenlopende vervangingsnaalden te koop. De fabrikant levert een stofkap, slipmat en 45rpm-adapter mee.

House of Marley Stir It Up Wireless

De stijlvol vormgegeven House of Marley Stir It Up Wireless is een echte blikvanger. Kies tussen een houtkleurige of zwarte uitvoering. Bovendien kun je deze draaitafel ook nog als bundel met twee luidsprekers aanschaffen. Prettig is dat er een bluetooth-adapter is ingebakken. Zo luister je eenvoudig met een draadloze luidspreker of koptelefoon. Via de 3,5mm-audioingang kun je een hoofdtelefoon ook nog met een snoertje verbinden. Daarnaast heeft de Stir It Up Wireless twee tulpstekkers. In combinatie met de geïntegreerde phono-voorversterker is het het apparaat voor zo'n beetje elke versterker of receiver geschikt.

Deze snaaraangedreven platenspeler ondersteunt twee snelheden, namelijk 33 en 45 toeren. Laatstgenoemde optie vereist overigens wel het gebruik van een meegeleverde adapter. Het vervangbare naaldelement komt uit de stal van de bekende fabrikant Audio-Technica. Je mag dus een goede geluidskwaliteit verwachten. Zoals we van House of Marley inmiddels gewend zijn, bestaat de behuizing uit diverse duurzame materialen.

Lees ook: 7 onmisbare onderhoudstips voor plaatjesdraaiers

TEAC TN-180BT-A3

De riemaangedreven TEAC TN-180BT-A3 is in de kleuren wit, zwart en walnoot verkrijgbaar. De twee laatstgenoemde uitvoeringen zijn volgens de prijshistorie van Kieskeurig.nl momenteel goedkoper dan ooit. Voor de verwerking van het geluidssignaal is een voorgemonteerd Audio Technica-element verantwoordelijk. Bij een versleten naald kun je de cartridge eenvoudig vervangen. De behuizing bestaat grotendeels uit MDF. Dit verklaart dan ook het relatief hoge gewicht van vijf kilo. Wel zo fijn, want hierdoor beïnvloeden trillingen niet de audioweergave.

Ook is deze platenspeler voorzien van een bluetooth-adapter. Koppel de TN-180BT-A3 aan een geschikte speaker of hoofdtelefoon en luister draadloos naar je favoriete platen. Dankzij de ingebouwde phono-voorversterker verbind je de draaitafel als alternatief met de meeste receivers en versterkers. Naast de gebruikelijke snelheden van 33 en 45 toeren ondersteunt dit exemplaar ook nog een hoger toerental van 78 rpm. Interessant voor wie oude grammofoonplaten wil beluisteren! De TN-180BT-A3 werkt trouwens volautomatisch, zodat je de beweegbare toonarm in principe nooit hoeft aan te raken.

Lenco LS-101BK

Wil je als beginnende plaatjesdraaier een betaalbare kant-en-klare set kopen? Naast een riemaangedreven platenspeler telt de productdoos van de Lenco LS-101BK ook nog twee boekenplankspeakers. Kortom, pak je favoriete plaat en begin meteen met luisteren! Door ondersteuning voor 33, 45 én 78 toeren kun je alle soorten vinyl op deze draaitafel kwijt. Tijdens het luisteren wijzig je met de draaiknop het volumeniveau.

Houd er rekening mee dat je de aanwezige toonarm handmatig bedient. Moeilijk is dat niet, want je laat de naald eenvoudig op de inloopgroef zakken. Aan het einde van de plaat stopt de LS-101BK wél vanzelf met draaien. Even geen zin om een lp op te zetten? Stream muziek – bijvoorbeeld een Spotify- of Apple Music-afspeellijst – dan vanaf jouw smartphone naar de luidsprekers. Dat werkt via bluetooth. Ondanks de bescheiden aanschafprijs is de levering erg compleet. Naast de draaitafel en twee speakers zijn er een stofkap, slipmat en 45rpm-adapter inbegrepen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.