ID.nl logo
Lp’s luisteren? Zo vind je de beste platenspeler
© Maikel Dijkhuizen
Huis

Lp’s luisteren? Zo vind je de beste platenspeler

De afgelopen tien jaar zit de verkoop van vinyl flink in de lift. Als gevolg daarvan zijn er tegenwoordig weer volop nieuwe platenspelers verkrijgbaar. Wil je jouw favoriete albums graag op lp beluisteren? Lees dan de tips in dit artikel en koop een goede draaitafel die aan al jouw wensen voldoet.

Lees in dit artikel:

💿 Welke soorten platenspelers je kunt kopen 💿 Hoe je een platenspeler op een audiosysteem kunt aansluiten 💿 Welke aandrijfmethoden draaitafels gebruiken 💿 Hoe je een platenspeler kunt bedienen

Lees ook: Dit heb je nodig als je muziek luistert met stereospeakers

Volgens cijfers van branchevereniging NVPI Muziek bedroeg de landelijke omzet uit vinylverkoop in 2022 zo’n 37 miljoen euro. Ten opzichte van een jaar eerder betekende dat een stijging van ruim dertig procent. Een positieve ontwikkeling, want hierdoor neemt automatisch ook de vraag naar nieuwe platenspelers toe. De gespecialiseerde merken Pro-Ject, Lenco, Audio-Technica en TEAC brengen dan ook geregeld verse modellen uit. Ook bekende namen als Sony, Denon, JBL, Technics en Yamaha ontwikkelen diverse geschikte producten. Kortom, klanten hebben weer volop keuze. Zo staan er alleen op de vergelijkingssite Kieskeurig.nl al honderden modellen. Deze koopgids bespreekt de belangrijkste aandachtspunten bij de aanschaf van een nieuwe platenspeler.

Goedkope koffermodellen

De goedkoopste platenspelers beginnen al bij vijf à zes tientjes. Bij dergelijke budgetmodellen zit de platenspeler meestal in een koffer. Wil je luisteren, dan klap je hem gewoon open. Leg vervolgens een lp op het plateau en beweeg de toonarm met naald naar de inloopgroef. Je hoort vervolgens muziek uit de interne speakers. Een koffermodel is interessant voor wie af en toe eens een plaat beluistert en weinig waarde hecht aan de audiokwaliteit. Een voordeel is dat je zo’n platenspeler makkelijk meeneemt.

©Denver

Een kofferbak-platenspeler, zoals , is leuk voor beginners.

Betaalbare middenklasse

Heb je iets meer geld te besteden, dan vind je in de prijsklasse van 150 tot ongeveer 400 euro een groot aantal producten. Die klinken wegens de aanwezigheid van degelijke onderdelen een stuk beter. Bovendien koppel je de draaitafel doorgaans aan een bestaand stereosysteem. Bepaalde merken ontwikkelen daarnaast ook kant-en-klare sets inclusief speakers, zoals Lenco en House of Marley. Je speelt daarmee tegen een betaalbaar prijskaartje grammofoonplaten in een behoorlijke kwaliteit af.

Hoogwaardige platenspelers

Wie liever geen concessies aan de geluidskwaliteit doet, schaft bij voorkeur een platenspeler uit een hoger prijssegment aan. Je kunt het hierbij zo gek maken als je zelf wilt. In de prijsklasse van 400 tot 1000 euro heb je keuze uit prima producten van gespecialiseerde merken. Nóg duurder kan uiteraard ook. Belangrijk om te beseffen is dat het weinig nut heeft om een high-end-platenspeler aan een doorsnee audiosysteem te koppelen. Voor een merkbare verbetering heb je tenslotte ook een hoogwaardige versterker met eersteklas luidsprekers nodig. Het is van belang dat de verhouding tussen alle apparatuur in orde is.

Duurdere draaitafels hebben vergeleken met goedkopere modellen logischerwijs betere onderdelen. Met name de kwaliteit van de naald en het element zijn van grote invloed op de uiteindelijke geluidskwaliteit. De naald ‘leest’ de groeven van een lp en het element zet de trillingen om in een elektrisch geluidssignaal. Hoe nauwkeuriger dit proces verloopt, hoe gedetailleerder een plaat klinkt. Overigens speelt de kwaliteit van de opname en het vinyl hierbij ook een bepalende rol. Goed om te weten is dat je het bestaande element (inclusief naald) op een later moment kunt vervangen door een beter exemplaar. Verder pas je bij een goede draaitafel diverse zaken aan, zoals de naalddruk (via een contragewicht) en dwarsdrukcompensatie.

©Maikel Dijkhuizen

De kwaliteit van een platenspeler valt of staat met het gebruikte element.

Phono-voorversterker

Meestal is het de bedoeling dat je de platenspeler op een bestaand audiosysteem aansluit. Controleer om die reden vooraf in hoeverre jouw versterker of receiver een phono-voorversterker heeft. Zo ja, dan kun je vrijwel elke draaitafel op de analoge tulpingangen aansluiten. Zo niet, dan heb je een draaitafel met een geïntegreerde voorversterker nodig. Anders hoor je namelijk amper geluid. Helaas zijn producten met deze functie wel in de minderheid. Als alternatief kun je daarom eventueel een externe voorversterker overwegen. Dit apparaat plaats je tussen de draaitafel en versterker of receiver, waarna je op een hoog volume naar lp’s kunt luisteren.

Voorversterker voor MM- of MC-element De meeste platenspelers hebben een zogeheten Moving Magnet-element (MM). Die zijn betaalbaar en bieden een goede geluidskwaliteit. Bovendien kun je die op vrijwel elke (externe) phono-voorversterker aansluiten. Er bestaan ook draaitafels met een Moving Coil-element (MC). Die vind je hoofdzakelijk op de duurdere modellen. Ze hebben over het algemeen een hogere nauwkeurigheid. Houd er rekening mee dat lang niet elke phono-voorversterker met een MC-element overweg kan. Controleer dat daarom zorgvuldig in de specificaties van de (voor)versterker of receiver.

Op zoek naar een fijne elpee?

Bijna 150.000 hits bij Bol

Aandrijfmethode

Tijdens je zoektocht naar een goede platenspeler kom je waarschijnlijk de termen belt en direct drive tegen. Dat zijn twee verschillende aandrijfmethoden met hun eigen voor- en nadelen. Belt drive staat voor riem- of snaaraandrijving. De platenspeler gebruikt een riem om het plateau te laten draaien. Het voordeel van deze methode is dat de motor niet direct met het plateau in verbinding staat. Hierdoor bestaat er geen kans op ongewenste trillingen afkomstig van de motor. Jammer genoeg is er ook een nadeel, want deze riem rekt na verloop van tijd uit. Als gevolg hiervan draait het plateau niet meer op de juiste snelheid. Dit onderdeel is op den duur dus aan vervanging toe.

Bij een direct drive-platenspeler is de motor direct aan het ronddraaiende plateau bevestigd. Mogelijk zijn er zachte trillingen in de audioweergave te horen. Een pluspunt van deze aandrijfmethode is dat je nooit slijtgevoelige onderdelen hoeft te vervangen.

Handmatig of automatisch bedienen?

Een platenspeler laat zich handmatig of (half)automatisch bedienen. In het eerste geval beweeg je de toonarm naar de buitenste rand van de ronddraaiende lp, waarna je de naald op de inloopgroef laat zakken. Na het laatste nummer til je de toonarm inclusief naald weer op en begeleid je dit onderdeel terug naar de houder.

Veel draaitafels hebben automatische bediening. Je hoeft alleen maar op een knop te drukken en de platenspeler voert de benodigde handelingen vanzelf uit. Aan het einde van de lp beweegt de toonarm terug naar de houder en stopt het plateau met draaien. Je hoeft de plaat alleen nog maar om te draaien.

Er bestaan platen met 33 1/3, 45 of 78 toeren. Afhankelijk van de gekozen platenspeler kun je de benodigde draaisnelheid aanpassen. Bij een belt drive-platenspeler doe je dat meestal door de riem te verleggen. Vind je dat onhandig? Koop dan een model waarbij je het toerental met een knop of schakelaar kunt wijzigen.

Behuizing

Het oog wil natuurlijk ook wat. Veel platenspelers hebben een nostalgisch tintje. Zo’n retromodel heeft een houten afwerking. Maar er bestaan ook draaitafels met een modern of futuristisch ontwerp. Sommige fabrikanten richten zich bij het design op een bepaalde artiest. Die hebben een afbeelding of bandlogo. Zo kun je bijvoorbeeld een draaitafel van The Beatles, Rolling Stones, Elvis Presley of Metallica kopen (hoe dat eruitziet, zie je hier bij Amazon).

Naast het uiterlijk is de materiaalkeuze een belangrijke factor. Hoe zwaarder, hoe beter! Een zware constructie van bijvoorbeeld MDF en/of metaal verkleint de kans op ongewenste trillingen. Een voordeel, want resonanties kunnen de audioweergave negatief beïnvloeden. Plaats het apparaat daarom altijd waterpas op een stabiele ondergrond.

©Pro-Ject

heeft een zware behuizing van MDF en metaal, zodat die minder vatbaar is voor resonanties.

Extra functies

Deze koopwijzer behandelt de voornaamste kenmerken van platenspelers. Wie weet stel je daarnaast de aanwezigheid van extra functies op prijs. Zo hebben diverse modellen een usb-poort. Die sluit je rechtstreeks op een computer aan, zodat je een lp kunt digitaliseren. Luister je graag geconcentreerd naar een album op vinyl? Overweeg dan een platenspeler met een hoofdtelefoonuitgang of bluetooth-zender. Veel luisterplezier!

Lees ook: LP's digitaliseren: van vinyl naar pc

Draaien maar!

Plaatjes van platenspelers

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.