ID.nl logo
Online radio luisteren: de verschillen tussen webradio's en streamers
© Reshift Digital
Huis

Online radio luisteren: de verschillen tussen webradio's en streamers

Ondanks dat radio via de ether verdwijnt zijn er genoeg mogelijkheden om radio te luisteren. DAB+, streamingdiensten en webradiostations. Je kunt de radio afspelen op een webradio of streamer. Online radio luisteren anno 2022: we leggen je het uit.

Traditionele radio over de ether verdwijnt. Het radiosignaal komt nu door over het internet, dat verandert de manier waarop wij radio luisteren. In dit artikel leggen we uit hoe dat verandert.

Het medialandschap op het vlak van radio is sinds de komst van internet enorm veranderd. Al heel snel werd bijvoorbeeld beluisteren van radiostations aan de andere kant van de wereld mogelijk. En dat in een veel hogere kwaliteit dan welke kortegolfontvanger ooit mogelijk maakte. Niet verwonderlijk dus, dat die laatstgenoemde categorie voor vakantiegangers al snel geen standaardbagage meer was. Je kon iets als Radio 1 immers kristalhelder ontvangen.

De komst van mobiel internet deed daar nog een schepje bovenop. Dat radio luisteren via internet is feitelijk de basisvorm van streamen. En daarmee komen we dan op de webradio.

©Tovstinchuk Artem

Met een losse audiostreamer breng je bijvoorbeeld ook een oudere hifi weer rap bij de tijd.

Wat is een webradio?

Een webradio is een apparaat dat veelal minstens in staat is radiostations van over de hele wereld te streamen. Daarvoor koppel je het apparaat aan je thuisnetwerk via wifi. Is dat eenmaal gelukt, dan verbindt de radio met een zogeheten aggregator. Dat is een dienst die een up-to-date database aan boord heeft met een enorme hoeveelheid verbindingen naar radiostreams. De tussenkomst van een aggregator heeft voor- en nadelen. Hét voordeel is dat zowel jij als de fabrikant geen omkijken heeft naar het vinden en instellen van je favoriete radiostations. Veranderen er achter de schermen dingen (denk aan een IP-adres of andere dingen) bij een radiostation, dan merk jij daar niks van. De aggregator vangt de wijzigingen op en stuurt je automatisch door naar de aangepaste stream.

Het grootste nadeel van een aggregator is, dat als deze zou stoppen te bestaan je webradio mogelijk signaal meer kan ontvangen. In principe kan een fabrikant van jouw toestel dat probleem eenvoudig oplossen middels een software-update waarin een andere aggregator verwerkt is. Probleem is, dat oudere apparaten vaak geen firmware-updates meer krijgen waarmee het toestel qua radio onbruikbaar zou worden. Gelukkig gebruikt het overgrote deel van de fabrikanten ‘ontvangst-modules’ van één specifieke fabrikant, en die zorgt wél voor updates.

Uit ervaring blijkt dat ook de oudere radio’s dan prima blijven werken. Nadeel is dat je niet lokaal eigen IP-adressen van streamende webradio’s toe kunt voegen, waardoor je dus 100% afhankelijk bent van de aggregator. Vaak kun je daar een account aanmaken, en dan alsnog handmatig wat eigen stations toevoegen maar dat blijft wat behelpen.

Een webradio die tevens Spotify Connect ondersteunt.

Muziek streamen via Spotify en anderen

Naast webradio zijn er natuurlijk ook streamingdiensten actief. Denk aan bijvoorbeeld Spotify, Deezer, Apple Music of Tidal. Normaliter speel je die af via je smartphone of tablet, al dan niet via een snoertje of via bluetooth gekoppeld aan een hifi-installatie of draadloze speaker.

Om je streamingdienst te verbinden met een extern afspeelapparaat, zoals een radio, slimme speaker of multiroom audio-installatie gebruik je de verbindingsmogelijkheid in de app van je streamingsdienst. Hierin kun je alle beschikbare afspeelapparaten zien, die zowel via bluetooth als via wifi bereikbaar zijn. Op Spotify heet dit Spotify Connect, Apple Music gebruikt AirPlay 2 en bij Tidal heet dit ook Connect. Bij Deezer ontbreekt zo'n functie vooralsnog.

Veel webradio’s hebben echter ook tools aan boord waarmee ze nagenoeg zelfstandig tracks, afspeellijsten en albums af kunnen spelen van je streamingdienst. In dat geval kies je in de afspeel-app voor de webradio als doel, in plaats van de interne speaker. die dan wel ingeschakeld moet zijn en in een bij jouw muziekstreamer passende ‘ontvangstmodus’ geschakeld moet zijn. Voor het net genoemde Spotify is dat Spotify Connect.

De ‘Connect’-app op de radio ontvangt de afspeellijst, track of album van je smartphone. En speelt deze vervolgens zelfstandig af, je kunt de app op je telefoon zelfs sluiten. Scheelt batterij bijvoorbeeld. Ontbreekt jouw muziekstreamer of gebruik je Deezer, dan is er vaak ook geen man overboord. Een hoop webradio’s beschikken over Bluetooth, of een andere manier om via wifi audio te kunnen ontvangen van je smartphone of tablet. Alleen moet je in dat geval de muziekstream-app op je telefoon wel open laten staan; in dat geval wordt immers alleen het geluid doorgestuurd.

FM en DAB+

Via het selectiemenu op je webradio kun je diverse bronnen kiezen om af te spelen. Natuurlijk webradio (of internetradio, zo je wilt), het genoemde Spotify (of andere) Connect maar ook de aloude FM-radio en vaak ook DAB+ ofwel digitale radio. Vaak is ook nog een analoge lijningang aanwezig, samen met bijvoorbeeld het genoemde Bluetooth. En dat maakt de webradio tot een geavanceerd apparaat dat je ook kunt zien als vervanger voor een bluetooth-speaker.

Omdat je meestal via knoppen of desnoods via een menu favorieten in kunt stellen, vind je snel je geliefde stations. Ook is vaak voorzien in een afstandsbedienings-app voor je smartphone, waarmee het geheel wel heel makkelijk bedienbaar wordt. En om het portable radio-idee helemaal compleet te maken werken ze meestal op zowel netspanning als reguliere batterijen of een ingebouwde accu. Voordeel van de eerste optie is dat je in elke supermarkt of benzinestation een setje batterijen kunt kopen als ze leeg zijn. Ook beschikken diverse webradio’s over een ingebouwde laadfunctie zodat je zowel oplaadbare als reguliere batterijen kunt gebruiken.

Let bij wisselen van soort batterijen wel op een schakelaar die meestal in de juiste stand gezet moet worden. Reguliere batterijen laad je niet op in de radio en de schakelaar dient ervoor om te radio te laten weten wat voor batterijen je gebruikt.

Een app waarmee een webradio bediend kan worden in actie.

Streamer voor stationair gebruik

Hoewel een webradio vaak over een lijn-uitgang beschikt waarmee je het apparaat op je hifi-installatie aan kunt sluiten is dat qua geluidskwaliteit lang niet altijd de beste oplossing. Een webradio is geoptimaliseerd voor portable gebruik. Handig, compact, draagbaar en vrij stevig. De geluidskwaliteit is meestal niks mis mee, maar het kan vaak beduidend beter. Waarbij geldt dat je eventuele tekortkomingen niet zult horen op de webradio, maar wel als je hem aansluit op je hifi.

Voor combinatie met de hifi is de streamer bedacht. Vaak qua breedte passend bij de overige hifi-onderdelen die je hebt staan, zeker als je een streamer van hetzelfde merk en passend bij de serie van je bestaande installatie kiest. Veel moderne hifi-sets hebben bovendien streamer-functionaliteit ingebouwd. In dat geval heb je niet eens een losse streamer nodig, wat handig is om te weten als je zoekende bent naar een nieuwe stereo voor in de huiskamer. Kies er een met ingebouwde streamer, dan kun je weer vele jaren vooruit. De streamer biedt alle functionaliteit van de net besproken webradio, plus vaak vele extra’s.

©PXimport

Een streamer voor stationair gebruik.

Geluidskwaliteit en compatibiliteit

Die extra’s kunnen bestaan uit DLNA-mogelijkheden zodat je bijvoorbeeld tracks die bewaard zijn op een NAS af kunt spelen. Een deel van de webradio’s kan dat trouwens ook, overlap is er zonder meer. Een goede streamer kan met bronnen van veel hogere geluidskwaliteit overweg dan een webradio. Daar waar een webradio vaak alleen gecomprimeerde bronnen (zoals webradio of Spotify) kan afspelen, kan een streamer ook met lossless muziek overweg. Dat levert een geluidskwaliteit die minstens gelijk is aan een cd op. Hoger kan ook, als zogeheten hi-res geluid ondersteund wordt. Waarbij geldt dat je dan ook een muziekstreamer moet kiezen die lossless streams ondersteunt (en soms ook een duurder abonnement).

Bekende namen zijn hier bijvoorbeeld Tidal, Qobuz en Apple Music. Nadeel van Tidal is, dat als je de daar maximaal beschikbare geluidskwaliteit wilt behalen, je over een MQA-compatibele streamer moet beschikken. MQA is een wat omstreden compressiemethode die belooft hi-res geluidskwaliteit te leveren zonder de bijbehorende bandbreedte. Ofwel: dat zou dus ook moeten werken op minder snelle internetverbindingen. Maar dat speelt tegenwoordig nog nauwelijks een rol, en de ellende is dat fabrikanten voor MQA een licentie moeten betalen. Wat een MQA-compatibel-apparaat duurder maakt.

Webradio als alternatief voor FM en DAB+

Voor de rest is een streamer vaak puur gericht op streamen van muziek en webradio. Een tuner (FM of DAB+) is lang niet altijd aanwezig. An sich geen probleem, want losse streamers zijn primair bedoeld om een bestaande hifi-installatie qua functionaliteit mee uit te breiden. Vaak is dat al voorzien met een tuner, dus heb je die niet nodig. Sowieso geldt dat je met webradio ook niet echt een klassieke tuner meer nodig hebt, want alle Nederlandse zenders (inclusief regionalen en meer) zijn op een streamer met webradio-functionaliteit te beluisteren. En daarmee is de streamer ook een aantrekkelijk alternatief voor je aloude FM-tuner die helaas steeds minder ten gehore brengt tegenwoordig.

De gebruikersinterface van een typische webradio, met opties voor onder meer DAB+, FM, Spotify Connect en Internet Radio.

Goedkope mediaspelers-boxjes als streamer

Het is trouwens weinig zinvol om voor een hifi-set heel veel geld uit te geven aan bovengemiddelde streamer. Ben je geen audiofiel maar wil je gewoon wat extra functionaliteit toevoegen aan je hifi? Dan zijn er ook goedkope mediaspelers die veelal dezelfde streaming-mogelijkheden bieden als webradio’s. Alleen dan verpakt in een heel klein kastje met een analoge lijn-uitgang en vaak ook een digitale uitgang. Met die laatstgenoemde haal je de beste geluidskwaliteit als jouw hifi ook over een ingang voor digitaal geluid beschikt.

Omdat ook in deze goedkope mediaspelers (vaak huismerken of B-merken) veelal dezelfde streamingmodule zit als in webradio’s, hoef je je over software-updates en dergelijke meestal geen zorgen te maken. Er zijn diverse varianten van deze kastjes. Sommigen zijn puur en alleen gericht op het streamen van webradio, lokale bestanden enzovoort en anderen hebben ook een FM- en (of) DAB+-tuner ingebouwd. Kortom: een snelle en goedkope manier om verouderde basis-hifi-installaties snel en zonder gedoe mee op te peppen.

Een goedkope streamer biedt ook al heel veel plezier en is een simpele manier om een oudere installatie van nieuwe mogelijkheden te voorzien.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.