ID.nl logo
Een sekstoy-party, hoe gaat zoiets in zijn werk?
© Kzenon
Gezond leven

Een sekstoy-party, hoe gaat zoiets in zijn werk?

Een Tupperware-party, maar dan met sekstoys. Dat is het korte antwoord op de vraag wat een sekstoy-party is. Maar ja, wat houdt dat precies in dan, en is het niet een beetje ongemakkelijk? In dit artikel kom je meer te weten, zodat je beter weet waar je aan toe bent als je ervoor bent uitgenodigd - of wie weet geïnspireerd raakt om er zelf een te organiseren.

Na het lezen van dit artikel weet je:

  • Wat de geschiedenis is van sekstoy-party’s
  • Wat je kunt verwachten wanneer je naar een sekstoy-party gaat
  • Hoe je er zelf een kunt organiseren Ben je op zoek naar een betaalbare sekstoy? Lees dan ons artikel over sekstoys voor elk budget.

Een sekstoy-party is een avond waarop er een verkoper met sekstoys naar het huis van de organisator komt. De organisator heeft allerlei mensen uitgenodigd die mogelijk erotisch speelgoed willen kopen en vervolgens krijgt de verkoper haar (of zijn) moment om meer uit te leggen over de speeltjes en ze aan de man/vrouw te brengen. Vaak krijgt de organisator een cadeautje of zelfs een percentage van de verkoper, als dank voor het hosten van het feestje en het mogelijk maken van dit verkoopmoment.

💡 Tip: Er wordt overigens niet alleen wat verteld over het product: je krijgt bijvoorbeeld ook uitleg waar je op kunt letten bij het aanschaffen van een vibrator die bij je past, er wordt glijmiddel met bijzondere smaakjes gedemonstreerd, enzovoort.

Niet alleen harde verkopen

Tegelijkertijd gaat een sekstoy-party zeker niet alleen maar om harde verkopen, het is immers een party. Zo komen veel verkopers sowieso met een leuke ijsbreker: zeker als je met onbekenden zit en alleen de organisator kent, is het fijn als iedereen zich wat meer kan ontspannen. Ook is over sekstoys praten sowieso voor sommige mensen wat ongemakkelijk en dat ongemak wordt weggenomen wanneer je even samen een spelletje doet, of een quiz, of een geanimeerd voorstelrondje. Bij sommige sekstoy-party’s is het ook heel normaal om alcoholshotjes te drinken, maar dat hangt waarschijnlijk vooral van de organisator af: elk feestje is uiteindelijk toch weer anders.

©paninastock - stock.adobe.com

Enerzijds is een sekstoy-party een heel slimme manier om sekstoys te verkopen: sommige mensen vinden het niet zo fijn om naar een erotiekwinkel te gaan, omdat daar ook van alles ligt wat voor wat extremere seks bedoeld zijn. Bij iemand thuis zijn is dan wat vertrouwder en minder openbaar. Aan de andere kant is de kans dat je bij zo'n party met mensen bent die je niet kent ook groot. Toch kan dat ook juist leuk zijn: je komt weer andere mensen tegen uit het leven van de organisator, die waarschijnlijk een vriend(in) van je is. Wel kun je je juist omdat zo’n party bij iemand thuis is wat meer verplicht voelen om iets te kopen. De meeste verkopers zullen je verzekeren dat dat echt niet hoeft. Koop dus alleen dat wat je echt wilt.

💡 Tip: Vind je het allemaal echt veel te ongemakkelijk, dan zijn er ook altijd wat extra producten die niet zozeer met seksspeeltjes te maken hebben, maar wel een erotisch tintje hebben. Denk aan een libido-verhogende geurkaars, eetbare body paint of een badbruisbal met feromonen.

Het begin van sekstoy-party's

Sommige mensen denken dat dit soort party’s zijn begonnen in de jaren ‘90, een tijd waarin Playboy hoogtij vierde en het gebruik van speeltjes steeds populairder werd. Dat is echter niet zo: ze dateren al uit de jaren ‘70 en werden al een stuk populairder in de jaren ‘80. En waar dat in de begintijd misschien nog een taboe was, of iets dat in het geniep ging, is het inmiddels een vrij ingeburgerd begrip. Dat komt doordat we door de jaren heen op televisie, in magazines en onder elkaar wat makkelijker over het onderwerp zijn gaan praten, zeker waar het gaat om vrouwelijk genot. De tijd van alleen maar standje missionaris waarin het mannelijk orgasme centraal staat ligt allang achter ons en dat geeft de sekstoys ruim baan.

Daarnaast hebben sekstoys ook een andere belangrijke functie. Zo schrijft Brenda Cossman in 2007 in haar boek Sexual Citizens: the legal and cultural regulation of sex and belonging dat sekstoy-party’s ook een soort zelfhulpfunctie hebben. Je leert er meer over jezelf van. Je ontdekt daarnaast natuurlijk meer mogelijkheden om jezelf of je partner te plezieren, dus op die manier is het ook een heel leerzame avond die het seksleven van jouzelf en dat van je partner enorm kan verbeteren. Maar bovenal is het gezellig: met zijn allen al die trillende apparaten doorgeven, voelen aan de verschillende materialen en bedenken hoe dat op een andere plek zou voelen, dat is erg leuk. Het kan ook heel bevrijdend voelen om het intieme slaapkamer-onderwerp juist op zo’n andere, soms lollige manier te benaderen.

Wel is het goed om te weten dat deze feestjes erg op vrouwen zijn toegespitst. Dat ligt er vaak aan dat de bedrijven vooral seksspeeltjes voor vrouwen aanbieden en het daardoor al gauw een ‘ladies night’ wordt. Daarnaast vinden niet alle vrouwen het prettig om met onbekende mannen erbij over seks te praten, waardoor er waarschijnlijk om die reden voor de vrouwenavondjes is gekozen in plaats van het een heel divers en inclusief feestje te maken.

©Granmedia - stock.adobe.com

Zelf organiseren

Wil je zelf een feestje organiseren, dan kan dat. Er zijn verschillende bedrijven die het aanbieden, waaronder Ladies Night Homeparties, Sexclusively en Willie Home Party. Je hoeft ze maar een mail te sturen en je kunt iemand bij je langs laten komen. Meestal gaat het echter via via: een vriendin kent weer een vriendin die iemand kent die verkoper (of eigenlijk: consulente) is en vaak gaat het balletje daardoor rollen. Dat de verkoper een bekende is, is voor veel mensen ook fijner. Uiteindelijk is een sekstoy-party een leuke avond bij iemand thuis, zonder dat er seks aan te pas komt, maar waarbij er wel heel veel over allerlei tools om seks een stuk leuker te maken wordt gesproken. Ter lering, ter vermaak en met hopelijk voor de verkoper nog een aantal goede sales.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.