Waarom leveren zonnepanelen in de herfst minder op?
Hoeveel stroom zonnepanelen produceren, hangt vooral af van de hoeveelheid zonlicht die erop valt. In Nederland zijn er in het voorjaar en de zomer meer zonuren dan in de herfst en winter. Ook is de zonnestraling in de zonnige maanden sterker. er komt dan meer zonne-energie per vierkante meter op het aardoppervlak terecht. Daardoor leveren zonnepanelen van april tot en met augustus het grootste deel van hun jaaropbrengst.
Vanaf september neemt de beschikbare hoeveelheid zonlicht snel af. De dagen worden korter en de zon staat steeds lager boven de horizon. Ook bewolking bepaalt hoeveel directe en diffuse zonnestraling het aardoppervlak bereikt.
Eén goede of slechte herfstdag zegt daarom weinig. Een zonnige septemberdag kan nog flink wat stroom opleveren, terwijl zonnepanelen op een donkere oktoberdag veel minder zonnestroom produceren.
Hoeveel leveren zonnepanelen in september, oktober en november?
De opbrengst van zonnepanelen is bepaald niet gelijkmatig over twaalf maanden verdeeld. Van de jaaropbrengst wordt gemiddeld 9 procent in september opgewekt. In oktober is dat 7 procent en in november nog maar 3 procent. Samen zijn deze drie maanden dus goed voor ongeveer 19 procent van de jaarlijkse zonnestroom. Ter vergelijking: mei, juni en juli zijn ieder goed voor gemiddeld 13 procent van de jaaropbrengst. Het verschil tussen het begin en het einde van de herfst is dus behoorlijk groot.
Zoveel kunnen 8, 10 of 12 zonnepanelen in de herfst opleveren
Milieu Centraal rekent in 2026 met een gangbaar zonnepaneel van 435 wattpiek. Acht van zulke panelen leveren in het gebruikte rekenvoorbeeld ongeveer 3.000 kWh per jaar op, terwijl tien panelen ongeveer 3.800 kWh produceren.
Voor twaalf panelen is hieronder dezelfde gemiddelde jaaropbrengst per paneel aangehouden als bij het voorbeeld met tien panelen. Dat deel van de tabel is dus een rekenvoorbeeld.
| Aantal zonnepanelen | Geschatte jaaropbrengst | September (9%) | Oktober (7%) | November (3%) |
|---|---|---|---|---|
| 8 panelen | ± 3.000 kWh | ± 270 kWh | ± 210 kWh | ± 90 kWh |
| 10 panelen | ± 3.800 kWh | ± 340 kWh | ± 265 kWh | ± 115 kWh |
| 12 panelen | ± 4.560 kWh* | ± 410 kWh | ± 320 kWh | ± 140 kWh |
*De jaaropbrengst bij twaalf panelen is een lineaire schatting op basis van het rekenvoorbeeld met tien panelen. De werkelijke opbrengst hangt onder meer af van de ligging en hellingshoek van het dak, schaduw, de regio en het weer.
De tabel laat vooral zien hoe snel de opbrengst in het najaar afneemt. Een set van tien panelen die volgens deze gemiddelde verdeling in september zo'n 340 kWh produceert, komt in november rond 115 kWh uit.
Je zou misschien verwachten dat zonnepanelen in de herfst minder goed werken doordat het kouder wordt. Het tegenovergestelde is waar: hoge temperaturen verlagen juist de opbrengst.
Voor iedere 10 graden waarmee de temperatuur van een zonnepaneel stijgt, daalt de stroomopbrengst met ongeveer 3,5 procent. Een koel zonnepaneel kan het beschikbare zonlicht dus iets efficiënter omzetten dan een sterk opgewarmd paneel.
Dat voordeel weegt helaas alleen niet op tegen de lagere opbrengst in de herfst. In het najaar is simpelweg minder zonnestraling beschikbaar.
De lagere zonnestand zorgt sneller voor schaduw
Doordat de zon in de herfst lager boven de horizon staat, worden de schaduwen van bomen, schoorstenen, dakkapellen en omliggende gebouwen langer. Iets dat in juni nauwelijks schaduw op je dak werpt, kan later in het jaar dus wél een deel van de zonnepanelen afdekken. Hoeveel opbrengst je daardoor verliest, hangt onder meer af van de manier waarop de panelen op de omvormer zijn aangesloten.
Zonnepanelen worden vaak in serie aangesloten op een zogenoemde stringomvormer. Daarbij zijn meerdere zonnepanelen in serie met elkaar verbonden. Door al die panelen loopt dezelfde stroom, waardoor een beschaduwd paneel ook de opbrengst van de andere panelen in die string kan drukken.
Bypass-diodes beperken dat effect. Ze kunnen een beschaduwd deel van een paneel tijdelijk omzeilen, zodat niet het hele paneel of de volledige string wordt afgeremd. Wel levert het betreffende paneel op dat moment minder vermogen.
Bij micro-omvormers heeft ieder paneel een eigen omvormer. Elk paneel zet dan afzonderlijk zijn opgewekte stroom om, waardoor de prestaties van de andere panelen niet direct worden beïnvloed. Een beschaduwd paneel zorgt daardoor niet automatisch voor een lagere productie van het hele systeem.
"Zie je vooral 's ochtends of later op de middag een sterke terugval in de opbrengst, kijk dan of er op dat moment schaduw over een deel van je zonnepanelen valt."
Heeft de hellingshoek invloed op de herfstopbrengst?
De richting en hellingshoek van zonnepanelen bepalen hoeveel zonnestraling ze kunnen opvangen. Voor de jaaropbrengst is een dak op het zuiden met een hellingshoek van ongeveer 30 tot 45 graden het gunstigst. Panelen op het zuidoosten of zuidwesten leveren doorgaans maar iets minder op.
Een oost-westopstelling levert over het jaar doorgaans wat minder stroom op dan een gunstig gelegen zuidopstelling. Daar staat tegenover dat de productie beter over de dag is verdeeld. Je wekt dan relatief meer stroom op in de ochtend en namiddag, met een minder sterke piek midden op de dag.
Je hoeft de hoek van bestaande zonnepanelen in de herfst natuurlijk niet aan te passen. De ligging verklaart wel waarom twee installaties met hetzelfde aantal panelen niet per se dezelfde opbrengst hebben.
Wanneer is een lagere opbrengst van zonnepanelen normaal?
Vergelijk een bewolkte oktoberdag niet met een zonnige dag in juni. Omdat zowel het aantal zonuren als de beschikbare zonnestraling door het jaar veranderen, zegt zo'n vergelijking weinig. Kijk liever naar een langere periode. Heeft je app historische gegevens, vergelijk dan bijvoorbeeld september met september van vorig jaar. Houd daarbij wel rekening met verschillen in het weer. Door ook je energieverbruik en opgewekte zonnestroom te monitoren, zie je sneller of de daling past bij het seizoen of afwijkt van je normale patroon.
Ook de plek in Nederland speelt mee. Aan de kust ligt de opbrengst van zonnepanelen gemiddeld hoger dan in het binnenland. Op de Zeeuwse en Noord-Hollandse kust en de Waddeneilanden schijnt de zon volgens KNMI-cijfers zo'n 1900 tot 1950 uur per jaar. In het oosten en zuidoosten van het land blijft dat rond de 1650 tot 1700 uur.
Let bij een dalende opbrengst vooral op het patroon. Zakt de opbrengst geleidelijk en leveren alle panelen ongeveer evenredig minder, dan hoort dat bij het seizoen. Valt de opbrengst plotseling sterk terug terwijl het weer vergelijkbaar blijft, dan is er waarschijnlijk iets mis. Kijk dan eerst in de monitoringsapp of er foutmeldingen staan en controleer daarna de omvormer.
Die omvormer is het logische startpunt, omdat alle opgewekte stroom erdoorheen loopt. Hij zet de gelijkstroom van de zonnepanelen om in wisselstroom voor je huis. Daarbij werkt hij met een of meer Maximum Power Point Trackers (MPPT's). Die zoeken continu naar de combinatie van spanning en stroom waarbij de panelen bij de lichtintensiteit en temperatuur van dat moment het meeste vermogen leveren. Heeft je omvormer meerdere MPPT's en valt er één uit, dan neemt de opbrengst gedeeltelijk af in plaats van helemaal weg te vallen. Hoe groot dat verlies is, hangt af van het aantal panelen dat op die MPPT is aangesloten.
Gebruik je zonnestroom wanneer die wordt opgewekt
Hoe minder stroom je zonnepanelen in de herfst opwekken, hoe belangrijker het wordt om die stroom op het juiste moment te gebruiken. Stroom die je direct zelf verbruikt, hoef je niet van het net af te nemen. Zeker vanaf 2027 levert dat financieel meer op dan zonnestroom eerst terugleveren en later weer stroom inkopen. Dan stopt namelijk de salderingsregeling en krijg je voor teruggeleverde stroom alleen nog een terugleververgoeding.
Een gemiddeld huishouden met zonnepanelen gebruikt ongeveer 30 procent van de opgewekte zonnestroom rechtstreeks zelf. Je kunt meer van je eigen zonnestroom gebruiken door grote stroomverbruikers aan te zetten wanneer de panelen produceren. Milieu Centraal noemt de wasmachine, vaatwasser en droger en adviseert die bij zonnig weer na elkaar te laten draaien. Ook het slim laden van een elektrische auto helpt, net als het opwarmen van het voorraadvat van een volledig elektrische warmtepomp.
Dat blijft ook in september de moeite waard. Je zonnepanelen leveren die maand gemiddeld nog ongeveer 9 procent van hun jaaropbrengst. Juist omdat de uren met veel productie schaarser worden, loont het om wasmachine, vaatwasser of auto zoveel mogelijk tijdens die zonnige uren te gebruiken.
En een thuisbatterij?
Met een thuisbatterij kun je een deel van de zonnestroom die je overdag niet gebruikt bewaren voor later. Een gemiddelde thuisbatterij heeft volgens Milieu Centraal een opslagcapaciteit van ongeveer 6 kWh. Met tien zonnepanelen van samen ongeveer 3.500 kWh jaaropbrengst wordt op een gemiddelde junidag circa 15 kWh opgewekt. Op een gemiddelde decemberdag is dat ongeveer 2,5 kWh. In de zomer blijft daardoor vaak meer zonnestroom over dan een gemiddelde batterij kan opslaan. In de winter wordt juist te weinig opgewekt om hem dagelijks volledig te vullen.
De herfst zit tussen die twee uitersten in. Of de thuisbatterij vol raakt, hangt daarom sterk af van de maand, het weer, de grootte van de zonnepaneleninstallatie en hoeveel stroom je op dat moment zelf gebruikt. Wie een thuisbatterij wil kopen, moet daarom vooral letten op opslagcapaciteit, omvormer en het eigen verbruiksprofiel.

Lagere opbrengst van zonnepanelen in de herfst: dit kun je controleren
| Wat zie je? | Wat kan er aan de hand zijn? |
|---|---|
| De opbrengst daalt geleidelijk vanaf september | Normaal seizoenseffect door minder beschikbare zonnestraling |
| Alle panelen leveren ongeveer evenredig minder | Waarschijnlijk vooral effect van seizoen en weer |
| Vooral 's ochtends of 's middags minder opbrengst | Controleer of de lagere zonnestand nieuwe schaduw veroorzaakt |
| Eén paneel blijft duidelijk achter | Kijk naar plaatselijke schaduw en controleer de monitoring |
| Plotseling veel minder opbrengst bij vergelijkbaar weer | Controleer de omvormer en eventuele foutmeldingen |
| November levert veel minder op dan september | Normaal: gemiddeld 3 procent tegenover 9 procent van de jaaropbrengst |
Zonnepanelen leveren in de herfst steeds minder stroom. Gemiddeld wordt 9 procent van de jaaropbrengst in september opgewekt, 7 procent in oktober en 3 procent in november. Dat komt vooral door de kortere dagen, de lagere zonnestand en minder beschikbare zonnestraling. Ook schaduw kan daardoor meer invloed krijgen.
Een geleidelijke daling vanaf september is dus normaal. Kijk vooral naar de opbrengst over een langere periode en vergelijk dezelfde maanden met eerdere jaren. Valt de productie plotseling sterk terug of blijft één paneel duidelijk achter, dan is het verstandig om de monitoring en omvormer te controleren.
Veelgestelde vragen
Wat is een normale jaaropbrengst van zonnepanelen in Nederland?
Hoe vaak moet je zonnepanelen schoonmaken?
Waarom schakelt een omvormer soms uit op zonnige dagen?
Welke invloed heeft salderen op je eigen verbruik na 2027?
Hoe lang gaan zonnepanelen en een omvormer gemiddeld mee?
Welke zonnepanelenopstelling is handig bij schaduw op je dak?
SOL EXPERT SOL EXPERT Bouwpakket - Villa op zonne energie


















