ID.nl logo
Review Ecoflow-set - Zonne-energie opwekken op je balkon
© ID.nl
Energie

Review Ecoflow-set - Zonne-energie opwekken op je balkon

Zonnepanelen liggen in Nederland vooral op daken van woningen en bedrijven. Kun of mag je geen zonnepanelen op je dak plaatsen, dan zijn draagbare zonnepanelen met accu een alternatief. Wij testen een set draagbare zonnepanelen met accu van Ecoflow.

Goed
Conclusie

Dit Ecoflow-pakket is een interessante optie voor wie zonnestroom wil opwekken en gebruiken vanaf zijn balkon. Het pakket zoals wij het getest hebben kruipt inclusief alle kabels wel naar de 2000 euro en dat vinden we een forse (hoewel eenmalige) investering. De terugverdientijd is namelijk lang, hoe lang precies hangt af van je stroomtarief. Je bent met dit pakket wel minder afhankelijk van het stroomnet.

Plus- en minpunten
  • Werkt op het balkon
  • Minder afhankelijk van het stroomnet met compacte accu
  • Slimme functies via app en losse stekkers
  • Kan door extra’s als kabels de papieren lopen
  • Lager rendement dan reguliere zonnepanelen ...
  • ... dus een lange terugverdientijd

Ecoflow is een Chinees bedrijf dat ook in Nederland actief is met draagbare zonnepanelen, accu’s en andere slimme gadgets. Wij hebben een set draagbare zonnepanelen van 220 watt (verkrijgbaar vanaf ca. 350 euro). drie weken op ons balkon geplaatst en verbonden met een draagbare accu. Met die accu kun je allerlei (mobiele) apparaten opladen of van stroom voorzien. Dit pakket kost op moment van schrijven 1328 euro bij Ecoflow. Daar heb je waarschijnlijk nog een micro-omvormer bij nodig (800 W, Europees model, 369 euro). Die omvormer heb je nodig om de opgewekte zonne-energie om te zetten tot wisselstroom, dus stroom waar jouw huishoudelijke apparaten mee overweg kunnen.

©Rens Blom

De micro-omvormer, aangesloten op de accu en (buiten beeld) zonnepanelen.

Door de micro-omvormer aan een stopcontact te hangen, kun je tot 800 watt opgewekte zonnestroom terugleveren aan het stroomnet. Met een geschikte energieleverancier kun je zo besparen op je stroomrekening. Om optimaal gebruik te maken van deze mogelijkheid, is het raadzaam om het draagbare zonnepaneel met 400W-functie te kopen. Let goed op de getallen bij de aanschaf, want Ecoflow verkoopt vergelijkbaar ogende draagbare zonnepanelen met een lagere opbrengst. Bijvoorbeeld van 160 watt of de door ons getest 220W-panelen. Die panelen zijn goedkoper, maar wekken minder zonnestroom op en leveren dus ook minder terug aan het net.

©Rens Blom

Het zonnepaneel is nog geen meter hoog.

Eén groot paneel

De set draagbare zonnepanelen is ontworpen voor gebruik op een dakterras of balkon en dat zie je aan het ontwerp. In feite heb je één groot zonnepaneel van zestien kilo, dat onderverdeeld is in vier paneelvlakken. Je kunt die vier vlakken vouwen voor wat meer flexibel gebruik, bijvoorbeeld als je balkon wat hoekig is. Je bevestigt het volledige zonnepaneel via meegeleverde tie-wraps aan je balkon. Dit werkt prima en hoewel we in de testperiode geen storm ervaren hebben, hebben we er vertrouwen in dat het systeem ook dan netjes blijft hangen. Het spreekt voor zich dat het zonnepaneel IP68-gecertificeerd is: het is dus stof- en waterdicht.

©Rens Blom

Je kunt de panelen vouwen, maar ze blijven onderdeel van één systeem.

Kabels kiezen

Als het zonnepaneelsysteem hangt, heb je kabels nodig om de opgewekte zonne-energie naar je micro-omvormer en/of accu te brengen. Die kabels zijn er in verschillende soorten en maten, en daarom ook met verschillende prijzen. Zoek vooraf uit welk type kabel jij nodig hebt. In ons geval zijn dat kabels die van buiten (zonnepanelen) naar binnen (micro-omvormer en accu) lopen. Ecoflow verkoopt zo’n ‘super flat mc4’-kabel voor 19 euro per stuk. Die kabel is niet zo lang, dus wellicht heb je nog een verlengkabel nodig (drie meter, 41 euro per kabel). Het kan nogal een dure kabelwirwar worden, maar de platte kabel werkt naar behoren en gaat zonder kier via ons Velux-dakraamsysteem naar buiten.

©Rens Blom

De platte kabel past moeiteloos tussen een kozijn.

Zicht op je besparingen

Eenmaal geïnstalleerd, geef je in de bijbehorende Ecoflow-app aan welk stroomtarief je betaalt. Je ziet vervolgens in de app niet alleen live hoeveel stroom de zonnepanelen opwekken, maar ook hoeveel euro’s je via die eigen stroomopwekking zo bespaart op je stroomrekening. De daadwerkelijke stroomopwekking hangt van veel factoren af, waaronder het type zonnepanelen dat je koopt, de plaatsing van de panelen en de mate van zonlicht en andere weersomstandigheden. Wij bespaarden tijdens de testperiode in het najaar nog geen tien cent per dag op onze stroomrekening – niet veel dus. In de zomer kan dit meer zijn door een hogere zonne-opbrengst.

Ook interessant: Dit rendement mag je verwachten bij toekomstige zonnepanelen

©Rens Blom

In de app zie je onder meer je stroombesparing, kun je automatiseren instellen met een los verkrijgbare slimme stekker en het zonnesysteem updaten.

Draagbare accu

De draagbare accu die in ons pakket hoort, is de Ecoflow Delta 2. Deze accu heeft een capaciteit van 1024 Wh, weegt twaalf kilo en kan zichzelf opladen via het stopcontact (in tachtig minuten) of via zonnestroom. Hoelang het opladen via zonne-energie duurt, is onder meer afhankelijk van welk type zonnepanelen je hebt en de weersomstandigheden, maar duurt zeker een aantal uur. De Delta 2 is voorzien van vier reguliere stopcontacten (totaal 1800 watt output), twee usb-c-poorten met elk 100 watt output en vier usb-a-poorten om eenvoudige gadgets langzamer op te laden.

©Rens Blom

De voorkant van de Delta 2-accu.

Je verbindt de accu via bluetooth met de Ecoflow-app en zo je ecosysteem. En kunt zo onder meer instellen dat de Delta 2 ’s avonds enkele apparaten oplaadt met overdag ontvangen zonnestroom of juist dient als noodaccu voor als je stroom uitvalt, zodat bijvoorbeeld je aangesloten computer, bureaulamp en monitor nog een paar uur blijven werken. Onverwachte stroomuitval hebben we niet gehad, dus hebben we dit gesimuleerd door een stop in de meterkast uit te zetten. De accu deed zijn werk naar behoren. Via de usb-c-poorten kun je op hoge snelheid een smartphone, tablet en vrijwel alle laptops opladen.

©Rens Blom

Via de usb-poorten kun je allerlei apparaten opladen.

Slimme stekker

Interessant is dat Ecoflow zelf slimme stekkers verkoopt (36 euro per stuk) die je in de app kunt koppelen aan je zonne-energiesysteem. Zo kun je instellen dat de stekker zichzelf inschakelt op een bepaalde tijd of bijvoorbeeld als het zonnetje begint te schijnen en je panelen stroom beginnen op te wekken. In zo’n geval kan het interessant zijn om de slimme stekker te gebruiken met een energie-intensief apparaat als de vaatwasser, wasmachine of droger. Door zo’n apparaat aan te laten springen als je zelf zonne-energie opwekt, neem je minder stroom af bij je energieleverancier en bespaar je dus op je stroomrekening. Wij hebben zelf geen slimme Ecoflow-stekker getest en hebben hier dus geen praktijkervaring mee.

©Rens Blom

De Ecoflow-app loodst je via gebruiksvriendelijke stappen door de installatie.

Conclusie: voor wie interessant?

Het geteste Ecoflow-pakket met zonnepanelen, een micro-omvormer en mobiele accu werkt naar behoren en is zo een interessante optie voor wie zonnestroom wil opwekken en gebruiken vanaf zijn balkon. Het pakket zoals wij het getest hebben kruipt inclusief alle kabels wel naar de 2000 euro en dat vinden we een forse (hoewel eenmalige) investering. Er zijn ook goedkopere en duurdere Ecoflow-sets te koop. We raden je aan om vooraf goed te onderzoeken welk pakket bij jouw situatie en budget past, zodat je een inschatting kunt maken hoeveel euro je met dat pakket jaarlijks kunt besparen op je energierekening. Zo krijg je een beeld van de terugverdientijd en kun je afwegen of het voor jou de moeite waard is om te investeren in een balkonset. Als het je niet primair om de terugverdientijd gaat, is dit pakket mogelijk interessant omdat je duurzamer bezig bent en zelf stroom opwekt voor een deel van je woning of tijdens een kampeervakantie.

View post on LinkedIn
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.