ID.nl logo
Zo vind je de beste powerbank
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo vind je de beste powerbank

Een lege smartphone-, tablet- of notebookaccu is geen pretje, dat heb je vast al eens ervaren. En hij is ook altijd op het verkeerde moment leeg. Met de juiste powerbank laad je jouw mobiele apparaat altijd en overal weer op. Handig als er geen stopcontact binnen handbereik is. Hoe vind je de beste powerbank?

Tip 01: Powerbank?

Een powerbank laat zich het beste omschrijven als mobiele oplader. Door de geïntegreerde accu vooraf op te laden, gebruik je de opgeslagen energie om de batterij van bijvoorbeeld een smartphone of tablet tussentijds bij te vullen. Vooral voor mensen die regelmatig onderweg zijn, is zo’n powerbank interessant. De werking is eenvoudig. Je sluit een usb-kabel op de powerbank aan, waarna de accu van het mobiele apparaat wordt opgeladen. Er bestaan zelfs powerbanks met een regulier stopcontact, zodat je een laptop of andere apparatuur onderweg van stroom kunt voorzien. Die zijn wel een stuk zwaarder en duurder. In de tips van dit artikel nemen we diverse eigenschappen van powerbanks met je door, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken.

©PXimport

Tip 02: Batterijcapaciteit

Of je jouw mobiele apparatuur volledig kunt opladen, is afhankelijk van de beschikbare batterijcapaciteit van de powerbank. Er bestaan uiterst compacte mobiele opladers die je met gemak in je binnenzak steekt. Natuurlijk heel handig, maar tegelijkertijd houden deze compacte producten bar weinig energie vast. Powerbanks met meer capaciteit zijn zwaarder en groter, omdat er een flinke accu is ingebouwd. Fabrikanten vermelden netjes in de specificaties hoeveel elektrische lading hun powerbanks kunnen vasthouden. De meeteenheid voor deze elektrische lading wordt uitgedrukt in milliampère-uur (mAh). Hoe hoger deze waarde, hoe meer capaciteit de betreffende accu bevat. Zoek in de specificaties van jouw smartphone op hoeveel mAh de accu daarvan heeft om te weten hoe vaak je die op kunt laden met de betreffende powerbank. Houd dan wel nog rekening met een energieverlies van gemiddeld ongeveer twintig procent tijdens het opladen. Bij een powerbank met een capaciteit van 5000 mAh blijft er dus netto zo’n 4000 mAh over.

Er zijn compacte producten met een capaciteit van 2.200 mAh, hooguit voldoende om een smartphone (gedeeltelijk) op te laden. Er bestaan ook grotere powerbanks met een capaciteit van 5.000, 10.000 of zelfs 20.000 mAh. Hiermee kun je meerdere mobiele apparaten opladen, of één apparaat meerdere keren natuurlijk. Daarnaast zijn er powerbanks die nog (veel) meer elektrische lading kunnen vasthouden, maar die zijn wel een stuk prijziger. Bovendien neem je dergelijke producten niet zo gemakkelijk meer mee. Wie een handzame en betaalbare powerbank wenst voor het bijladen van mobiele apparaten, is prima af met een exemplaar van zo’n 10.000 mAh.

©PXimport

Tip 03: Usb-poorten

Voordat je een powerbank aanschaft, is het handig om te weten hoeveel usb-poorten je nodig hebt. Misschien wil je naast een smartphone bijvoorbeeld ook gelijktijdig een tablet opladen. Of je krijgt het verzoek om tegelijkertijd een mobiel apparaat van je partner of (klein)kind op te laden. Naast een powerbank met voldoende accucapaciteit let je bij aanschaf dus ook op het aantal usb-poorten. De goedkoopste exemplaren hebben veelal slechts één usb-poort. Ben je bereid om enkele tientjes uit te geven, dan staan er meestal twee usb-poorten voor je paraat. Powerbanks met drie of meer usb-poorten zijn iets lastiger om te vinden. Wie goed zoekt, schaft ze vanaf ongeveer vijftig euro aan.

Naast reguliere usb-poorten hebben sommige powerbanks een moderne usb-c-connector in huis. Gunstig, want steeds meer smartphones, tablets, laptops en andere mobiele apparaten zijn hiermee uitgerust. Powerbanks met een usb-c-aansluiting gebruik je bijvoorbeeld om een recente MacBook mee op te laden. Een praktisch voordeel van usb-c is dat je niet meer hoeft te controleren of de kabel correct in de connector zit, aangezien de boven- en onderkant gelijk zijn.

©PXimport

Naast gewone usb-poorten hebben sommige powerbanks een moderne usb-c-connector

-

Tip 04: Stroomsterkte

De stroomsterkte bepaalt grotendeels hoe snel je jouw mobiele apparaat met de powerbank kunt opladen. Iedere usb-poort levert een bepaalde hoeveelheid ampère. De goedkoopste powerbanks leveren doorgaans 1 ampère op een enkele usb-poort. Dat is weliswaar voldoende voor het bijladen van een smartphone, maar voor een tablet is er meestal meer stroomsterkte gewenst. Voor een kortere wachttijd is het sowieso fijn wanneer een usb-poort 2,1 ampère levert, want met meer ampère gaat het laden ook sneller. Via usb-c is het ook mogelijk om geschikte laptops van energie te voorzien, hiervoor is een stroomsterkte van 2,4 ampère of meer gewenst. Powerbanks met twee usb-poorten beschikken vaak over een connector met een stroomsterkte van 1 ampère en een connector die 2,1 of 2,4 ampère levert. Belangrijk is in dat geval om de juiste apparatuur aan de correcte usb-poort te koppelen. Meestal staat het aantal ampère netjes bij de usb-poort vermeld, maar helaas is dat niet altijd zo. Controleer zo nodig in de handleiding even welke stroomsterkte de betreffende usb-poort ondersteunt. Slimme powerbanks zien automatisch wat de optimale stroomsterkte voor jouw apparaat is en stemmen de energievoorziening hierop af. Dit is van toepassing bij producten die de technologie PowerIQ ondersteunen, zoals de PowerCore+-reeks van het merk Anker. Voor deze techniek zijn er overigens ook andere benamingen in omloop, zoals AiPower van de fabrikant Aukey.

©PXimport

Quick Charge

Veel powerbanks ondersteunen Quick Charge. Het Amerikaanse bedrijf Qualcomm ontwikkelde deze technologie om tablets en smartphones sneller op te laden. Voorwaarde is wel dat zowel het mobiele apparaat als de powerbank ondersteuning biedt aan deze standaard. Bij sommige producten staat op de behuizing een Quick Charge-logo. De derde generatie van deze snelladen-standaard wordt inmiddels breed ondersteund. Qualcomm lanceerde afgelopen jaar versie 4(+), maar die hebben we op powerbanks nog niet gezien. Overigens zijn er ook fabrikanten die onder een eigen naam een protocol voor snelladen ontwikkelen. Zo gebruikt Samsung hiervoor de naam Adaptive Fast Charging.

©PXimport

Tip 05: Zonne-energie

Veruit de meeste fabrikanten leveren een micro-usb-kabel mee voor het opladen van de powerbank zelf. Je hangt het apparaat aan een computer of gebruikt een aparte voedingsadapter. Maar wat als er onverhoopt geen energiebron in de buurt is, bijvoorbeeld als je gaat kamperen of als de stroom uitvalt? Je kunt voor dit soort situaties een powerbank met een bescheiden zonnepaneel overwegen. Dergelijke producten hebben vaak een speciale standaard waarmee je de zonnecellen onder een juiste hoek positioneert. Houd er wel rekening mee dat het vaak uren (!) duurt voordat de accu van de powerbank volledig is opgeladen. Kies daarom voor een exemplaar met een hoog rendement. Een hoog rendement herken je aan het wattage dat het zonnepaneel levert. Hoe meer watt, hoe beter! Bedenk overigens wel dat mobiele opladers met een zonnepaneel duurder zijn dan gewone powerbanks. Onder meer de merken WakaWaka, Goal Zero en Xtorm en ontwikkelen producten die werken op zonne-energie.

©PXimport

Het duurt vaak uren voordat een powerbank op basis van zonne-energie is opgeladen

-

Tip 06: Behuizing

Bij de goedkopere powerbanks is de behuizing vaak een ondergeschoven kindje. Veel fabrikanten kiezen uit kostenoverwegingen voor kunststof. Niet de beste materiaalkeuze, zeker wanneer je bedenkt dat een mobiele oplader vaak ergens los in een tas slingert. Toch hoeft een kunststof behuizing geen probleem te zijn. Wie namelijk enigszins zuinig is op z’n powerbank, zal niet zo snel tegen een defect aanlopen. Kies je zekerheidshalve liever voor een exemplaar dat wel een stootje kan hebben? De luxere modellen zijn vaak van metaal en daardoor een stuk duurzamer. Verder bestaan er ook mobiele opladers met een rubberen afwerking. Meestal zijn dergelijke producten bestemd voor buitengebruik, bijvoorbeeld op een camping of natuurpark. Wil je de kans op een defect zo klein mogelijk hebben? Misschien is dan een powerbank met een water-, schok- en stofbestendige behuizing iets voor jou. Let in dat geval op de IP-classificatie van het product. Zo staat IP66 bijvoorbeeld voor een water- en stofdichte behuizing.

©PXimport

Tip 07: Mobiel stopcontact

Zoals we al schreven, laten sommige laptops zich via een usb-c-poort opladen. Maar het merendeel gebruikt hiervoor nog altijd een adapter met een eigenontwikkelde connector. Sommige powerbanks leveren hiervoor meerdere laptop-connectors mee, zoals de dure (ca. 175 euro) PowerOak K2 (50.000 mAh). Een groot nadeel van deze methode is dat niet iedere notebook wordt ondersteund. Wil je evengoed een mobiele (nood)oplossing om je laptop op te laden? Kies dan voor een exemplaar met een stopcontact, waarbij je wel nog steeds rekening dient te houden met een forse aanschafprijs. De Xtorm AL390 is met een capaciteit van 18.000 mAh nog relatief betaalbaar (140 euro). Naast twee usb-poorten vind je aan de zijkant een regulier stopcontact van 230 volt waarmee je een laptop kunt opladen. Overigens gebruik je het stopcontact ook probleemloos voor andere elektronische apparaten, zoals een scheerapparaat, spelcomputer, lamp of ventilator. Het uitgangsvermogen bedraagt maximaal 85 watt. Heb je behoefte aan nog meer mobiele energie? Goal Zero ontwikkelt ‘mobiele generators’ die een hoge accucapaciteit bieden. De Yeti 400 kan bijvoorbeeld 79.200 mAh energie vasthouden en heeft onder meer twee stopcontacten van 220 volt aan boord. Het maximale uitgangsvermogen bedraagt maar liefst 300 watt. Houd wel rekening met een forse aanschafprijs, want de Goal Zero Yeti 400 kost een kleine 500 euro. Je neemt hem met z’n ruim dertien kilo ook niet zomaar meer mee. Het merk PowerOak ontwikkelt eveneens zeer omvangrijke powerbanks.

©PXimport

Draadloos opladen

Met de juiste powerbank behoort ook draadloos opladen tot de mogelijkheden. Je hebt in dat geval een powerbank met ondersteuning voor de Qi-standaard nodig, en ook je mobiele apparaat moet die technologie ondersteunen. Powerbanks met deze standaard zijn nog vrij zeldzaam, dus er is weinig keus. Xtorm verkoopt onder de productnaam XB103 een geschikte draadloze oplader met een accucapaciteit van 8.000 mAh voor zo’n 60 euro. Je legt een geschikte smartphone of tablet op de behuizing en het oplaadproces start direct.

©PXimport

Tip 08: Zaklamp

Opvallend genoeg hebben behoorlijk wat powerbanks een zaklamp ingebouwd. Vooral bij de compacte exemplaren is er regelmatig een bescheiden zaklantaarnfunctie te vinden. Een reden hiervoor is dat veel mensen een powerbank voornamelijk op vakantie gebruiken. Op de camping is een fel zaklampje geen overbodige luxe, bijvoorbeeld wanneer je ’s nachts het toilet probeert te bereiken. Meestal bevindt zich aan de zijkant een schakelaar waarmee je het lampje in- en uitschakelt. Onder meer producten van merken als Trust, WakaWaka en Aukey hebben geregeld een zaklantaarn aan boord.

©PXimport

Tip 09: Led-indicators

Bij gebruik van een powerbank is het handig om te weten hoeveel resterende acculading er nog is. De meeste producten geven de actuele status via led-indicators aan, maar dat is niet altijd het geval. Voornamelijk bij de goedkopere producten ontbreken ze nogal eens … dan is het dus domweg gissen wanneer je de powerbank weer moet opladen. Kies dus bij voorkeur voor een exemplaar waarop je de batterijstatus gemakkelijk kunt aflezen. Vaak werkt dat via vier led-indicators aan de bovenzijde of zijkant. Branden ze allemaal, dan is de interne accu volledig opgeladen.

©PXimport

Startkabels

Powerbanks zijn breder inzetbaar dan je in eerste instantie zou denken. Zo zijn er al producten met een interne zaklamp, zoals je in tip 8 leest. Daarnaast bestaan er mobiele opladers met startkabels, zoals de Denver JST-10010 en Trust Urban Cara Jump Starter & Powerbank. Handig als je ooit te maken krijgt met een lege accu van een auto of motor. Via een apart verloopstukje sluit je de startkabels op de powerbank aan. Houd wel rekening met een relatief hoge aanschafprijs.

©PXimport

Tip 10: Fietsend opladen

Veel fietsers gebruiken hun smartphone om te navigeren en hun ritjes te registreren. Zij hebben hiervoor vaak een speciale smartphonehouder op het stuur gemonteerd. Een nadeel is dat navigatie-apps de accu in rap tempo leegslurpen. Fabrikanten spelen hierop handig in door powerbanks te ontwikkelen waarmee je de smartphone tijdens fietstochtjes oplaadt. Zo heeft het Nederlandse fietsmerk Cortina bij bepaalde modellen een powerbank onder het stuur verwerkt. Heb je al een goede fiets? Met de Topeak Mobile PowerPack monteer je zelf een mobiele oplader onder de stuurpen. De fabrikant heeft de behuizing hierop afgestemd, zodat de powerbank niet uitsteekt. Verder bestaat er met de Teasi Smar.T ook een product dat je rechtstreeks op de naafdynamo kunt aansluiten. Op die manier laad je de powerbank dus rechtsreeks op door te fietsen. Nuttig is dat dit apparaat tevens fungeert als fietslamp.

©PXimport

Kooptips

Varta Powerpack 6000****Prijs: € 20,- Wie behoorlijk wat accucapaciteit voor een acceptabele prijs wenst, kan de Powerpack 6000 van het Duitse batterijmerk Varta overwegen. Zoals de productnaam al doet vermoeden, is er in de behuizing een accu met een capaciteit van 6.000 mAh verwerkt. Volgens de fabrikant is dat genoeg om tweemaal een smartphone of eenmaal een tablet volledig op te laden. De zijkant bevat hiervoor twee usb-poorten met een stroomsterkte van 1 en 2,4 ampère. Er is ook nog een zaklamp geïntegreerd. Fijn is dat de bovenzijde vier led-indicators bevat om de huidige acculading aan te duiden. Opladen gebeurt met een micro-usb-kabel.

©PXimport

Belkin MIXIT Power Rockstar 10000****Prijs: € 70,- Belkin heeft met de MIXIT Power Rockstar 10000 een fraaie powerbank op de markt gebracht met een aluminium afwerking. Het platte kastje heeft een gemagnetiseerd opbergsysteem waarin je de meegeleverde micro-usb- óf lightning-kabel van ruim veertien centimeter kwijt kunt. Er handig, omdat je dan geen extra kabeltje meer op zak hoeft te hebben. Daarnaast zijn er ook nog twee reguliere usb-poorten voorhanden die ieder een stroomsterkte leveren van 2,4 ampère. De accucapaciteit is met 10.000 mAh behoorlijk ruim, daarmee kun je een tablet ongeveer tweemaal opladen. Voor het opladen van deze powerbank gebruik je de meegeleverde micro-usb-kabel. Aan de hand van vier led-indicators controleer je de batterijstatus.

©PXimport

Xtorm XB202****Prijs: € 85,- Als je een flinke lading mobiele energie nodig hebt, ben jij bij de Xtorm XB202 aan het juiste adres. Deze powerbank met een rubberen afwerking kan een elektrische lading van maar liefst 17.000 mAh vasthouden. In de behuizing is een uitneembare micro-usb-kabel verwerkt, zodat je voor veel mobiele apparaten geen aparte kabel meer hoeft mee te nemen. Dankzij ondersteuning van usb-c gebruik je de XB202 ook om MacBooks en andere geschikte laptops van een verse lading energie te voorzien. Daarnaast zijn er twee reguliere usb-poorten van 2,4 ampère beschikbaar. In totaal kun je dus gelijktijdig drie apparaten opladen. De XB202 ondersteunt de techniek Quick Charge 3.0, zodat je geschikte toestellen vlot kunt opladen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos