ID.nl logo
9 tips om de ideale powerbank te kopen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

9 tips om de ideale powerbank te kopen

Nagenoeg elke smartphonegebruiker wordt een beetje zenuwachtig als deze nog maar 10% accuduur of minder op zijn of haar scherm ziet staan. Geen stopcontact in de buurt? Dan is een powerbank het ultieme redmiddel. Wij leggen je uit waar je op moet letten bij de aankoop van een powerbank.

Tip 01: Altijd welkom

Een powerbank is een externe herlaadbare batterij. In de meeste gevallen gaat het om een Lithium-Ion-batterij, af en toe kom je ook eens een powerbank met een Lithium-Polymeer-accu tegen. Meestal zit ie in een mooie plastic of metalen behuizing met één of meerdere usb-poorten zodat je op elk ogenblik extra energie kunt tanken voor je smartphone. Enkele jaren geleden waren deze handige hulpjes voornamelijk in trek bij zakenlui die vaak via trein of vliegtuig reisden. Lees ook: De 7 beste powerbanks voor je smartphone.

Vandaag de dag zijn powerbanks volledig ingeburgerd. Heel wat scholieren en studenten hebben een exemplaar in hun boekentas zitten en ook in de trein of op een festivalweide zie je erg veel mensen een powerbank gebruiken. Logisch, want bij intensief gebruik haalt er nagenoeg geen enkele smartphone het einde van de dag. Een powerbank is dus altijd welkom. Het geeft heel wat mensen een veilig gevoel zonder dat ze er echt veel geld voor moeten uitgeven. Voor minder dan twintig euro haal je al een instapmodel in huis. Let wel, er zit bijna nooit een stroomadapter in de doos. Om de powerbank zelf op te laden, hang je 'm aan een usb-poort van je computer of gebruik je de adapter van je smartphone. Onthoud dat ie via een adapter een stuk sneller zal opladen dan via je pc.

©PXimport

Tip 01 Deze Urban Revolt Powerbank 2200 mAh heeft een adviesprijs van 18 euro.

Tip 02: Capaciteit

De kracht en grootte (en ook de prijs) van een powerbank is afhankelijk van de capaciteit van de accu die erin zit. Die capaciteit drukken we uit in milliampère-uur of afgekort mAh. Hoe hoger het aantal mAh, hoe meer energie de powerbank kan opslaan. Om de juiste keuze te maken, is het in eerste instantie goed om te weten welke capaciteit de accu in je smartphone heeft (zie kader 'Welke accu zit in mijn smartphone?'). Als je een powerbank wilt die je smartphonebatterij één keer volledig kan opladen, neem je dus een powerbank met minimaal dezelfde capaciteit.

Je zou in principe kunnen stellen dat een powerbank tot 5.000 mAh voor gewone gebruikers is. Powerbanks met een capaciteit van 5.000 tot 10.000 mAh is eerder voor de intensieve gebruikers en meer dan 10.000 mAh is enkel geschikt als je meerdere dagen geen toegang tot elektriciteit zou hebben of meerdere apparaten tegelijkertijd wilt opladen. Houd ook in het achterhoofd dat de capaciteit een grove indicatie is. Na verloop van tijd verliest de powerbank zelf ook wel wat energie waardoor je een smartphone met een batterij van 2.500 mAh net geen twee keer volledig kunt opladen met een powerbank van 5.000 mAh.

©PXimport

Tip 02 Met deze Romoss Solo 3 (6.000 mAh) laad je een gemiddelde smartphone 2,5 keer op.

Tip 03: Klein of groot?

Zodra je een powerbank wilt kopen, speel uiteraard ook het formaat mee. Een powerbank met een capaciteit van 10.000 mAh of meer is vaak groot en zwaar. Zo'n krachtpatser geeft je flink wat extra energie, maar neemt ook veel plaats in. Wil je slechts wat extra power voor noodsituaties? Dan volstaat een compact exemplaar. Er bestaan powerbanks in creditcardformaat of zelfs in de vorm van een sleutelhanger. De Leitz Powerbank Complete Credit Card is zo groot als een pinpas en past perfect in je portefeuille. Hij is maar een paar millimeters dik en heeft zelfs een ingebouwde Lightning-kabel voor je iPhone. De Power Pen van Firebox is eveneens makkelijk om mee te nemen. Deze aluminium balpen (tevens stylus) doet ook dienst als powerbank (700 mAh) en is voorzien van een ingebouwde Lightning- of micro-usb-kabel.

©PXimport

Tip 03 Niet alle powerbanks zien er saai uit.

Tip 04: Ampèrage

Niet enkel de capaciteit, maar ook de ampèrage of stroomsterkte van een powerbank is een belangrijke maatstaf. Op elke powerbank kun je aflezen hoeveel de output van de accu bedraagt. Dat wordt uitgedrukt in ampère of afgekort in A. De meeste powerbanks zitten tussen 1 en 3,5 A. Heel af en toe kom je nog eens een exemplaar van 0,5 A tegen, maar die vermijd je maar beter. Hoe hoger het getal, hoe sneller je toestel zal opladen. Wil je niet enkel een smartphone, maar ook een tablet opladen? Kies dan zeker een powerbank met minimum van 2 A en 6.000 mAh. Er bestaan ook powerbanks met meerdere usb-poorten met verschillende output: bijvoorbeeld een usb-poort met 1 A voor smartphones en een poort met 2 A voor een tablet. Met een powerbank van 1 A kun je een tablet in theorie ook opladen, maar dat zal tergend traag verlopen.

©PXimport

Tip 04 De stroomsterkte staat nagenoeg altijd op het toestel zelf vermeld.

Welke accu zit in mijn smartphone?

Weet je niet hoe krachtig je accu van je smartphone of tablet is? Hier zie je een overzicht van enkele populaire apparaten. Let wel, de capaciteit is niet recht evenredig met de gebruiksduur. Onder andere de software, processor en schermgrootte zijn ook belangrijk als het over de accuduur gaat.

iPhone 6s - 1.715 mAh

iPhone 6s Plus - 2.750 mAh

iPhone 6 - 1.810 mAh

iPhone 6 Plus - 2.915 mAh

iPhone 5s - 1.570 mAh

iPhone 5 - 1.440 mAh

iPad Air 2 - 7.340 mAh

iPad Air - 8.827 mAh

iPad mini 4 - 5.124 mAh

Samsung Galaxy S6 edge Plus - 3.000 mAh

Samsung Galaxy S6 edge - 2.600 mAh

Samsung Galaxy S6 - 2.550 mAh

Samsung Galaxy S5 - 2.800 mAh

Samsung Galaxy Tab S2 (9,7 inch) - 5.870 mAh

OnePlus 2 - 3.300 mAh

OnePlus One - 3.100 mAh

LG G5 - 2.800 mAh

LG G4 - 3.000 mAh

LG G3 - 3.000 mAh

Google Nexus 6 - 3.220 mAh

Huawei Mate 6 - 2.700 mAh

Tip 05: Voor avonturiers

Ben je een avontuurlijk type? Dan is de kans groot dat je ook je smartphone meeneemt als je gaat mountainbiken, geocachen, skiën of op trektocht gaat. Om ook dan niet zonder energie te raken, kun je maar beter kiezen voor een powerbank die tegen een stootje kan of zelfs water- en stofbestendig is. De powerstation PRO van mophie heeft bijvoorbeeld een stevige rubber rond de behuizing waardoor die ook in extreme omstandigheden te gebruiken is. De Xtorm AL420 is een powerbank van Nederlandse makelij met een capaciteit van 9.000 mAh en een waterdichte behuizing.

Diezelfde fabrikant heeft zelfs powerbanks met een zonnepaneeltje. Wie gedurende lange periode geen toegang tot het elektriciteitsnet heeft, kan de WakaWaka Base 5 overwegen. Dat is een waterbestendige tas met een opvouwbaar 7,5 watt zonnepaneel, een powerbank (5.000 mAh, 2,1 A) met twee usb-poorten en twee energiezuinige ledlampjes. Voor elke kit die WakaWaka verkoopt, schenkt het bedrijf een ledlamp aan een familie in nood in een ontwikkelingsland.

©PXimport

Tip 05 De Xtorm AL420 is een powerbank met een capaciteit van 9.000 mAh en een waterdichte behuizing.

Tip 06: Ingebouwde kabel

Om je smartphone op te laden met behulp van een powerbank heb je nog altijd een micro-usb- of Lightning-kabeltje nodig. Dat zorgt vaak voor frustraties en daarom kiezen steeds meer fabrikanten voor een ingebouwd kabeltje. Dat is ontzettend handig, maar het zorgt wel voor problemen als je bijvoorbeeld zou overschakelen van een iPhone naar een Android-apparaat (of andersom).

Ons advies? Wil je toch een powerbank met een ingebouwd kabeltje, kies dan een exemplaar waar ook nog een usb-poort aan zit. Op die manier kun je de mobiele lader ook voor andere apparaten blijven gebruiken. De Just Mobile TopGum is bijvoorbeeld een fraaie powerbank van 6.000 mAh met een ingebouwd Lightning-kabeltje en extra usb-poort. Dankzij het meegeleverde magnetisch dock kun je deze powerbank zelf draadloos opladen.

©PXimport

Tip 06 De TopGum van JustMobile is ideaal voor iPhone-gebruikers.

Ook voor andere toestellen

We spreken in dit artikel voornamelijk over smartphones en af en toe over tablets, maar je kunt powerbanks uiteraard ook voor andere apparaten gebruiken. Een compactcamera, smartwatch, navigatietoestel, e-reader of activiteitstracker opladen kan uiteraard ook. Wil je ook de accu van je notebook opladen, dan heb je wel een erg krachtige powerbank nodig. De Sandberg Powerbank 20.000 bijvoorbeeld. Deze krachtpatser heeft een capaciteit van 20.000 mAh en 3,5 A. De fabrikant claimt dat dit voldoende is om 6 uur extra op je laptop te kunnen werken.

©PXimport

Tip 07: Maximale energie

Reken gemiddeld op drie tot vijf uur om je powerbank volledig op te laden. Voor accu's met een erg grote capaciteit kan het opladen logischerwijs iets langer duren. In de meeste gevallen zie je een knipperend lichtje, terwijl de powerbank aan het opladen is. Zodra de externe accu op 100% zit, stopt het knipperen. Om altijd een idee te hebben over de resterende energie, kies je een powerbank met led-indicator. Aan de hand van vier ledjes weet je dan in één oogopslag of je powerbank nog voor 25, 50, 75 of 100% geladen is. Er bestaan ook mobiele laders waarop je het resterende percentage ook effectief kunt aflezen op een klein schermpje. Dit komt echter nog niet zo vaak voor. De meeste powerbanks beschikken wel over een automatische uitschakelfunctie. Hierdoor voorkom je overlading zodra je smartphone volledig opgeladen is en schakelt de powerbank zich ook uit als er geen apparaat meer verbonden is.

Om te voorkomen dat je powerbank stukgaat als je hem langdurig niet gebruikt, is om hem tussentijds bij te laden. Je kunt hem na bijvoorbeeld drie maanden op de plank weer even opladen. Zo voorkom je zeker dat de accu te diep ontlaadt.

©PXimport

Tip 07 Op deze powerbank van mophie kun je aan de hand van vier ledjes aflezen hoeveel energie er nog resteert.

Tip 08: Draadloos via Qi

Een ingebouwd kabeltje is ontzettend handig, maar het kan eigenlijk nog eenvoudiger. Qi-technologie is een standaard om draadloos op te laden. Qi (spreek uit als 'chi') wordt wereldwijd door heel wat fabrikanten zoals LG, HTC en Samsung ondersteund en werkt met inductie. Om draadloos te kunnen opladen, moet je in eerste instantie weten of er daadwerkelijk een Qi-ontvanger in je smartphone zit. Vervolgens kun je een powerbank met Qi-technologie kopen. Het volstaat om je telefoon op de powerbank te leggen. Voor smartphones zonder Qi-ontvanger is er een andere (maar iets duurdere) oplossing. Er bestaan immers ook Qi-stickers of Qi-hoesjes. Op die manier kun je toch van de draadloze standaard genieten. Het aantal powerbanks met Qi-technologie is nog niet zo uitgebreid, maar wel in opmars. De Xtorm XB103 Power Bank Wireless 8.000 is een populair voorbeeld.

©PXimport

Tip 08 Dankzij een powerbank met Qi-technologie kun je je Qi-compatibele telefoon draadloos laden.

Tip 09: Alternatieven

Bestaan er ook alternatieven? Uiteraard. Je zou natuurlijk ook gewoon een extra accu kunnen aankopen. Vroeger werd dat ontzettend vaak gedaan. Vandaag stappen meer en meer fabrikanten af van smartphones met een vervangbare accu. Ze willen immers liever dat je een nieuw toestel koopt als je batterij versleten is. Bij de meest recente toptoestellen hebben enkel de LG G4 en de nieuwe G5 nog een accu die je snel en eenvoudig kunt vervangen. Nog een andere optie? Een hoesje met geïntegreerde batterij. Het voordeel is dat je op die manier je capaciteit een stuk vergroot. Er zijn echter ook nadelen. Ten eerste moet je dan elke keer zowel je hoes als je smartphone opladen, ten tweede verliest je smartphone een stuk van zijn finesse. Zo'n hoes met geïntegreerde batterij maakt je telefoon namelijk veel dikker, zwaarder en logger. Zelfs Apple is er niet in geslaagd om een mooie oplossing te bieden.

©PXimport

Tip 09 Apple lanceerde onlangs de Smart Battery Case voor iPhone 6(s).

Kooptips

Weet je nog niet welke powerbank het best past bij je wensen? Aan de hand van deze drie kooptips helpen we je een eindje op weg.

iWalk UBO 10.000 mAh Trio

Straatprijs: € 65,-

Noem dit gerust een budgetvriendelijke krachtpatser. Deze powerbank van iWalk heeft een capaciteit van 10.000 mAh en een stroomsterkte van 3,4 A. De lichte, maar robuuste mobiele lader is dus zowel geschikt voor smartphones als voor tablets. Helemaal handig zijn de twee geïntegreerde kabels. Je kunt dus niet enkel apparaten met een Lightning- maar ook met een micro-usb-aansluiting opladen zonder een extra kabeltje te moeten meenemen. Dat kan zelfs tegelijkertijd. Sterker nog, dankzij de usb-poort zou je zelfs drie toestellen tegelijkertijd van extra energie kunnen voorzien. Het led-schermpje is eveneens een troef. Hierdoor kun je altijd perfect aflezen hoeveel energie er nog resteert. De iWalk UBO 10.000 mAh is verkrijgbaar in verschillende kleurtjes.

www.iwalkusa.com (onder meer verkrijgbaar via CoolBlue)

©PXimport

Xtorm AL440 Power Bank Elegant 5.000

Straatprijs: € 59,-

Het oog wilt natuurlijk ook wat. Op zoek naar een stijlvolle powerbank? Deze AL440 Power Bank Elegant 5.000 van Xtorm is amper 9 millimeter dik en weegt zo'n 130 gram. Ideaal voor dagelijks gebruik en makkelijk mee te nemen in je broekzak, rugzak of handtas. Onder de champagnekleurige aluminium behuizing zit een Lithium-Polymeer-batterij met een capaciteit van 5.000 mAh. Bij de AL440 Power Bank Elegant 5.000 zit ook nog een leren opberghoesje om het apparaat tegen krassen te beschermen. Door de stroomsterkte van 1 A is deze powerbank echter niet geschikt om tablets op te laden.

www.xtorm.eu

©PXimport

Mophie power reserve

Straatprijs: € 35,-

Zoals eerder gezegd bestaan er ook piepkleine powerbanks. Deze mophie power reserve is er eentje in sleutelhangerformaat. De compacte powerbank is voorzien van een geïntegreerde micro-usb- of Lightning-kabel en heeft een capaciteit van 1.350 mAh. Dankzij de vier ledlampjes kun je op elk ogenblik aflezen hoeveel energie er nog overblijft. Het lichtgewicht weegt amper 56 gram en is beschikbaar in zwart, wit en rood.

www.mophie.com

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.