ID.nl logo
Zo los je al je Arduino-problemen op
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo los je al je Arduino-problemen op

Het is erg leuk om met een Arduino te experimenteren. Helaas zal een project dat je maakt soms niet werken, en de kans bestaat ook dat je Arduino zelfs helemaal niet functioneert. Wij geven je een aantal tips waarmee je fouten kunt opsporen en Arduino-problemen kunt oplossen, zodat je snel weer aan de slag kunt.

Knutselen met een Arduino blijft altijd een beetje magisch. Met behulp van een breadboard en wat componenten zoals leds en weerstanden bouw je snel een projectje dat dankzij code tot leven wordt gewekt. Helaas gaat dit ook weleens mis en blijkt je Arduino na het uploaden van je code niet te werken. Het kan ook een stap eerder al verkeerd gaan, door problemen bij het overbrengen van je code naar je Arduino. Misschien ziet de Arduino-ontwikkelomgeving je Arduino niet of krijg je een foutmelding bij het uploaden van je code. In dit artikel geven we tips en aanknopingspunten waarmee je problemen bij het knutselen en programmeren van je Arduino kunt oplossen. Hopelijk zijn je problemen hiermee snel voorbij. Lees ook: Wat is Arduino en waarom is het zo leuk?

01 Een schakeling nalopen

Begin met goed na te lopen of alle onderdelen in je schakeling goed zijn aangesloten. Bij een luidsprekertje is bijvoorbeeld lastig te zien op welke rijen de pinnen zijn aangesloten, en ook bij een potmeter met drie pootjes is een vergissing snel gemaakt. Controleer ook of al je onderdelen wel goed in het breadboard zijn geprikt. Vooral schakelaars verdienen daarbij extra aandacht. Vervolgens zijn er onderdelen die alleen werken als je de polariteit goed hebt aangesloten. Controleer daarom als eerste of je leds wel goed zijn aangesloten. Als je ze andersom aansluit, zullen ze simpelweg niet werken. Let extra goed op bij elektrolytische condensatoren (elco’s); ook deze werken alleen maar goed als de polariteit goed is aangesloten. Bovendien kunnen ze ontploffen als ze andersom zijn geïnstalleerd. Tot slot kan een component natuurlijk defect zijn. Kun je echt geen fouten ontdekken, probeer dan eens of je project met een andere component wel werkt.

©PXimport

02 Troubleshooten met een emulator

Op de website Autodesk Circuits vind je een emulator die je gratis kunt gebruiken na het aanmaken van een account. Nadat je een account hebt aangemaakt en bent ingelogd klik je op Create en vervolgens op Open Electronics Lab Hub om de emulator te openen.

Maak een nieuw project door op New Electronic Lab te klikken. De emulator start met een groot breadboard zoals we dat elders in dit nummer ook in de workshop gebruiken. Door op Components te klikken, kun je onderdelen aan het breadboard toevoegen. Uiteraard begin je met een Arduino-bordje. Niet alle Arduino-bordjes zijn in de emulator verwerkt. Zo zit de door ons gebruikte Nano niet in de emulator. De Arduino Uno R3 is wel aanwezig, en deze is volledig compatibel met de Nano. Je kunt hem naast of boven het breadboard plaatsen.

Je plaatst jumperdraden door eerst op de juiste aansluiting te klikken, en daarna op een aansluiting op het breadboard. Vervolgens kun je componenten zoals leds en weerstanden toevoegen. Code kun je toevoegen door op Code Editor te klikken en de code te vervangen door je eigen code. Door op Start Simulation te klikken, kun je de code uitvoeren. Als je de simulatie draait, kun je een potmeter verstellen of virtueel het licht op een lichtgevoelige weerstand verminderen. Zo kun je de projecten die je elders in dit nummer vindt prima nabouwen.

Je kunt de emulator gebruiken om een schakeling te bouwen en je code te testen zonder dat je daarvoor een echte Arduino nodig hebt. Je kunt op deze manier ook alvast werken met componenten die je nog niet hebt en uitproberen of wat jij wilt maken mogelijk is. Ook kun je de emulator gebruiken om te troubleshooten. Doet je project niet wat jij wilt, dan kun je in de emulator je schakeling nabouwen en controleren of je code wel echt doet wat hij moet doen. Vertoont de emulator hetzelfde onverwachte gedrag als je echte Arduino, dan is de kans groot dat het probleem in de code zit, en niet in de schakeling.

©PXimport

Controleren of een led werkt

Veel projecten die je als beginner met een Arduino uitvoert, draaien om leds die je met behulp van een geprogrammeerde schakeling laat branden. Gaat een led niet aan terwijl je dat wel verwacht en heb je zowel de schakeling als je code goed gecontroleerd? Dan is je led misschien defect. Je kunt een led eenvoudig testen zonder dat je hiervoor code hoeft te schrijven. Dit doe je door de led te verbinden met de 5volt-aansluiting en de GND-aansluiting. Bij de Arduino Nano op het breadboard die we in het workshopartikel in dit nummer gebruiken, sluit je hiervoor jumperdraden aan op aansluitingen 12a en 13a van het breadboard. Uiteraard gebruik je wel een weerstand, bijvoorbeeld van 220 ohm, tussen de led en je Arduino. Het maakt overigens niet uit of je deze weerstand tussen de led en de GND-aansluitingen of tussen de led en de 5volt-aansluiting plaatst. De weerstand zal op dezelfde manier de stroom beperken.

03 Weerstanden en leds

Een belangrijke basisregel bij het werken met je Arduino en leds is dat je een weerstand gebruikt bij het aansluiten van een led. Zo voorkom je dat de led doorbrandt. In veel gevallen wordt een weerstand van zo’n 220 ohm aangeraden, deze waarde is eigenlijk altijd veilig. Maar wat als je deze waarde niet hebt? Besluit in ieder geval niet om de weerstand dan maar helemaal weg te laten. Je led zal even heel fel branden, om vervolgens nooit meer aan te gaan. Zeker bij leds kun je ervan uitgaan dat je altijd een hogere weerstand kunt gebruiken. Het is dus geen probleem om bijvoorbeeld een weerstand van 330 ohm te gebruiken.

Je kunt rustig weerstanden tot 1K ohm gebruiken in combinatie met leds, en nog hogere weerstanden zullen vaak ook nog werken. Het enige gevolg is dat je led minder fel brandt. Dat is overigens direct een trucje: heb je een project gemaakt met een naar jouw smaak te felle led, plaats dan een hogere weerstand om de led minder fel te maken. Kortom, in combinatie met een led kun je met een andere weerstand niet veel fout doen. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij je zeker geen andere weerstand moet gebruiken dan de bedenker van je project aanraadt. Gebruik in combinatie met een potmeter bijvoorbeeld altijd de aangeraden weerstand; een te hoge weerstand kan in combinatie met een potmeter juist tot schade leiden. Ook in combinatie met een transistor kun je het beste de weerstand gebruiken die door de bedenker van het project wordt aangeraden.

©PXimport

04 Uploadproblemen

Krijg je een foutmelding bij het uploaden van je code naar je Arduino? Controleer dan of de juiste Arduino is geselecteerd. Als je verschillende Arduino’s hebt, heeft iedere Arduino waarschijnlijk een eigen virtuele seriële poort. Controleer in het menu onder Hulpmiddelen of het juiste bord, de juiste microcontroller, en het belangrijkste: de juiste poort is geselecteerd. Een ander probleem kan zijn dat je een schakeling hebt gebouwd waarbij je componenten hebt aangesloten op pinnen 0 en 1. Hoewel dit prima kan, worden deze pinnen gebruikt door de seriële verbinding tijdens het flashen van je Arduino. Het is op zich niet nodig om componenten te verwijderen als je een programma naar je Arduino flasht, zeker niet als je de code voor het project waar je aan werkt aan het tweaken bent. Er mogen tijdens het flashen alleen geen zaken zijn verbonden met de pinnen 0 en 1. Zorg er voordat je gaat flashen dus voor dat je de verbindingen met de pinnen 0 en 1 tijdelijk verbreekt. Ga je overigens code voor een voor een nieuw project flashen, dan kun je beter helemaal niets op je Arduino aansluiten. Zo voorkom je bijvoorbeeld dat elco’s onbedoeld verkeerd worden aangesloten.

05 Arduino onvindbaar in de software

Het zal niet vaak voorkomen, maar soms worden verbindingsproblemen veroorzaakt doordat Windows de virtuele seriële poort COM10 of hoger heeft toegekend aan je Arduino. Meestal werkt dit, maar soms gaat dit niet goed en kun je de Arduino niet in de Arduino-software vinden. Windows zal altijd een zo laag mogelijk poortnummer toekennen, dus het probleem speelt alleen als je al andere apparatuur (hebt) gebruikt waaraan een virtuele seriële poort is toegewezen.

Heb je problemen met je Arduino en is COM10 of hoger toegewezen, dan kun je proberen of een lagere COM-poort de problemen oplost. Ga hiervoor naar Apparaatbeheer en open het onderdeel Poorten. Dubbelklik op je Arduino, open het tabblad Poortinstellingen en klik op Geavanceerd. Bij COM-poortnummer kun je nu een ander nummer kiezen. De kans is echter groot dat naast de lagere poortnummers de aanduiding (in gebruik) staat. Dan zijn ze al gekoppeld aan een ander apparaat. Je kunt beter geen dubbele COM-poorten toekennen. Om te achterhalen waar die virtuele COM-poorten aan gekoppeld zijn, klik je in het menu van Apparaatbeheer op Beeld en vink je Verborgen apparaten weergeven aan. Op ons systeem werd zo bijvoorbeeld zichtbaar dat er ooit een COM-poort is gekoppeld aan een LG-smartphone, en vier COM-poorten aan verschillende Arduino-bordjes. Omdat de verborgen apparaten nu zichtbaar zijn, kun je de geclaimde COM-poorten vrij maken.

Je verwijdert een apparaat door met rechts te klikken op een niet-verbonden apparaat en te kiezen voor Installatie ongedaan maken. Je kunt het apparaat echter ook geïnstalleerd laten en het COM-nummer ervan wijzigen. Zo maak je een lagere COM-poort vrij die je kunt toekennen aan je Arduino. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat ook het apparaat waar je nu een hogere COM-poort aan toewijst net als de Arduino niet overweg kan met een hogere COM-poort dan COM9. In dat geval zul je bij het verbinden van dat apparaat weer een lagere COM-poort moeten toekennen.

©PXimport

06 Aanpassen lettertype

De letters van de code in de Arduino-ontwikkelomgeving hebben een beperkte puntgrootte, en misschien vind je het lettertype zelf ook niet prettig. Je kunt de lettergrootte aanpassen via de voorkeuren. Klik in het menu op Bestand en kies Voorkeuren. Nu kun je bij Editor lettertypegrootte een andere puntgrootte invoeren. Het lettertype kun je niet veranderen via de instellingen, maar wel via een omweg. In het venster Voorkeuren klik je hiervoor onderaan op het pad naar preferences.txt, waarna de map in Verkenner wordt geopend.

Sluit vervolgens de Arduino-software en open preferences.txt in Kladblok door erop te dubbelklikken. Je kunt nu het lettertype veranderen door naast editor.font de naam Monospaced te vervangen door de naam van een ander lettertype. Je moet de hele naam van het lettertype intikken zoals hij bijvoorbeeld in Word wordt getoond. Je kunt hierbij het beste een zogenoemd monospaced lettertype gebruiken, waarbij alle tekens dezelfde ruimte innemen. Voorbeelden die waarschijnlijk op je computer geïnstalleerd zijn, zijn Courier, Lucida Console of Consolas. Je kunt monospaced lettertypes ook zelf toevoegen aan Windows. Via Google kun je diverse varianten vinden.

©PXimport

Sneller werken met sneltoetsen

Een beetje programmeur heeft de muis niet nodig en voert commando’s razendsnel met het toetsenbord in. Uiteraard heeft de Arduino-ontwikkelomgeving daarom sneltoetsen voor alle belangrijke functies ingebouwd. We zetten enkele sneltoetsen die je zeker moet kennen op een rij. Ctrl+R Verifiëren en compileren Ctrl+U Uploaden Ctrl+Shift+M Seriële monitor Ctrl+T Automatische opmaak van je code Ctrl+, Voorkeuren openen

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.

▼ Volgende artikel
AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot
© ID.nl
Huis

AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

Misschien heb je wel eens een vraag gesteld aan een AI-chatbot als ChatGPT, Microsoft Copilot of Perplexity. Maar hoe ontwerp je zelf nu zo'n chatbot? Met de juiste tools is daar zelfs weinig tot geen programmeerwerk voor vereist. We bekijken twee uiteenlopende oplossingen.

Een AI-chatbot is een digitale gesprekspartner die wordt aangedreven door kunstmatige intelligentie. Meestal is de intelligentie gebaseerd op een taalmodel dat is getraind om mensachtige gesprekken te voeren. In tegenstelling tot traditionele op regels gebaseerde chatbots, die alleen vooraf ingestelde antwoorden geven, kan een AI-chatbot vrije tekst begrijpen en ‘natuurlijke’ reacties geven.

In dit artikel kijken we naar het bouwen van een eigen chatbot die je op je desktop of mobiel kunt gebruiken en zelfs op een eigen website kunt plaatsen. We bespreken twee manieren. De eenvoudigste is een no-code chatbotplatform dat het AI-gedeelte achter de schermen afhandelt en je via een gebruiksvriendelijke interface laat bepalen hoe de gespreksflow verloopt. Typische voorbeelden zijn Chatfuel en Chatbot voor zakelijke toepassingen. Daarnaast zijn er de meer toegankelijke Poe en Coze, die we hier behandelen. Onze tweede oplossing is technischer, maar flexibeler. Daarbij gebruik je de Application Programming Interface (API) van een AI-taalmodel om de AI-functionaliteit in je eigen omgeving te integreren. Hiervoor werken we graag met de online omgeving Google Colab.

Poe

Laten we starten met een gebruiksvriendelijke optie: het no-code chatbotplatform Poe (www.poe.com). Je kunt hier ook de app voor desktop of mobiel downloaden en installeren, met vrijwel dezelfde interface en functies als in de browser. De eerste keer maak je een account aan of meld je je aan met je Google- of Apple-account. Via Bots and apps kun je met allerlei AI-chatbots praten, maar in dit geval willen we vooral een eigen chatbot maken. Concreet gaat het om het creëren van een eigen ‘persona’ binnen een gekozen AI-model. Zo’n persona kun je zien als het perspectief, de rol of identiteit die je een AI-bot meegeeft.

Klik hiervoor op Create +. Je krijgt nu verschillende opties, zoals Image generation bot, Video generation bot en Prompt bot. Wij kiezen dit laatste.

Poe bestaat ook als desktop-app en biedt toegang tot vele tientallen AI-modellen.

Creatie

Je hoeft nu eigenlijk alleen maar een onlineformulier in te vullen. We doorlopen kort de belangrijkste onderdelen. Naast het gekozen bottype moet je een naam verzinnen. Omdat deze deel uitmaakt van de url, kies je bij voorkeur een originele, korte naam in kleine letters. Voeg ook een beschrijving toe, die zichtbaar is voor gebruikers van je bot.

Bij Base bot selecteer je een geschikt AI-model, bijvoorbeeld Claude-Haiku-3, GPT-4o-mini, GPT-5 of Grok-4. Afhankelijk van het model gelden er soms beperkingen. Poe-abonnees krijgen doorgaans uitgebreidere toegang tot de duurdere modellen.

Bij Prompt beschrijf je nauwkeurig en uitgebreid hoe de bot moet reageren. De optie Optimize prompt for Previews kun je uitgeschakeld laten. Vul bij Greeting message een welkomstwoord in dat de bot bij elke start toont. Het onderdeel Advanced kun je eigenlijk ongemoeid laten, maar interessant is wel dat je bij Custom temperature het ‘creativiteitsgehalte’ van de bot kunt instellen: hoe hoger de waarde, hoe creatiever en onvoorspelbaarder.

Bij Access kies je de zichtbaarheid van je bot. Wellicht is Only people with the access link de handigste optie, waarna de url zichtbaar wordt en je deze kunt verspreiden. Klik bovenin op Edit picture en kies of ontwerp een passend pictogram. Is alles ingevuld, klik dan onderin op Publish. Je bot is nu klaar voor gebruik. Om je bot te bewerken, hoef je deze maar bij Bots and apps te selecteren en via het knopje met de drie puntjes op Edit te klikken. Ook de optie Delete is beschikbaar.

Geef duidelijk aan wat je bot precies moet doen.
GPT's van OpenAI

Binnen de omgeving van OpenAI (https://chat.openai.com) kun je ook je eigen AI-chatbots maken, de zogeheten GPT’s. Hiervoor heb je wel een plusabonnement nodig (23 euro per maand). Je bent daarbij ook beperkt tot de GPT-modellen van OpenAI, maar je kunt je creaties wel delen via een link of in de GPT-store.

In het kort werkt dit als volgt. Meld je aan en klik links op GPT’s. Klik rechtsboven op + Maken. Via Configureren stel je alles handmatig in, maar via Maken kan het ook ‘al converserend’. Beschrijf kort wat je GPT moet doen en voor wie. Laat de tool een naam en profielfoto voorstellen en beantwoord de vragen om toon en werking af te stemmen. Test je GPT in de preview en ga daarna naar Configureren, waar je naam, beschrijving, instructies en gespreksopeningen ziet. Bij Kennis kun je bestanden uploaden zodat je GPT ook informatie uit je eigen documenten haalt. Via Nieuwe handeling maken koppel je eventueel acties aan externe API’s, gebruik alleen API’s die je vertrouwt. Bevestig met Maken en bepaal hoe je je GPT deelt: Alleen ik, Iedereen met de link of GPT-winkel (in een zelfgekozen categorie). Rond af met Opslaan. Je kunt de link (https://chatgpt.com/g/<code><naam>) daarna kopiëren en verspreiden. Via GPT’s / Mijn GPT’s kun je eerder gemaakte GPT’s bewerken of verwijderen.

Je kunt ook je ook eigen ‘chatbots’ (GPT’s) ontwerpen, gebruiken en met anderen delen.

Poe biedt ook geavanceerdere mogelijkheden als een Server bot-type (waarmee je ook andere API’s kunt aanroepen). Via Knowledge base kun je verder eigen informatiebronnen toevoegen waaruit de bot kan putten. Voor complexere bots gebruiken we toch liever het no-code platform Coze (www.coze.com) dat veel extra opties kent. Meld je aan met je Google-account, klik op + Create in de linkerkolom en daarna op + Create bij Create agent.

Coze

Coze gebruikt de term agent in plaats van bot om duidelijk te maken dat je er een digitale assistent mee kunt maken die niet alleen met een AI-model antwoorden geeft, maar ook geheugen of context kan gebruiken en meerdere kanalen kan bedienen, zoals een website of een Discord-server, maar zover gaan we hier niet.

Vul een passende naam voor je bot of agent in en schrijf een korte maar duidelijke omschrijving, bijvoorbeeld “Deze bot haalt allerlei informatie uit onze eigen documenten rond computerbeveiliging.” Laat Personal geselecteerd bij Workspace en klik linksonder op het knopje om een geschikt pictogram te uploaden of klik op het sterretje om er een te laten genereren. Klik daarna op Confirm.

De start van je eigen AI-chatbot (of agent) in Coze.

Uitwerking

Je komt nu in je dashboard waar je de bot verder vorm kunt geven. Ontwerp de persona door in het linkerdeelvenster een uitvoerige omschrijving van de bot in te vullen. Optimaliseer deze omschrijving snel met het blauwe knopje Auto Optimize prompt rechtsboven. Na bevestiging met Auto-optimize werkt Coze meteen een geoptimaliseerde prompt uit voor de persona. Klik op Replace om deze te gebruiken. In het rechterdeelvenster kun je je bot direct testen. De antwoorden komen uit de kennisdatabank van het geselecteerde model (zoals GPT-4o).



Wil je dat de bot ook uit eigen bronnen put, dan moet je deze eerst uploaden. Dit doe je in het middelste deelvenster, bij

Knowledge, waar je uit Text, Table en Images kunt kiezen. Klik op het plusknopje bij bijvoorbeeld Text en daarna op Create knowledge. Selecteer Text format en geef een naam aan je informatiebundel. Je kunt data ophalen uit bronnen als Notion of Google Doc, maar wij kiezen voor Local documents om eigen bestanden te uploaden. Klik op Create and import en versleep de gewenste documenten naar het venster. Klik daarna op Next (3x) en wat later zijn je documenten verwerkt. Rond af met Confirm en met Add to Agent rechtsboven. Je vindt je informatiebundel nu terug bij Knowledge en de bot put voortaan (ook) uit deze gegevens.

Om je bot beschikbaar te maken, klik je rechtsboven op Publish en daarna op Confirm. Je kunt hem op diverse platformen publiceren, onder meer in de Coze Agent Store. Selecteer een passende categorie en bevestig met Publish.

Laat AI je helpen bij het ontwerpen van een optimale persona.

Extra's

Daarnaast biedt Coze nog diverse andere nuttige opties, zoals talrijke plug-ins. Klik hiervoor op het plusknopje bij Plugins of gebruik het A-knopje om automatisch geschikte plug-ins te laden op basis van je persona-beschrijving. Deze kun je meteen inzetten, eventueel na optimale afstelling via het tandwielpictogram.

Je kunt de functionaliteit van je bot eenvoudig uitbreiden met talrijke plug-ins.

API-sleutels

No code-platformen als Poe en Coze zijn handig, maar wil je meer flexibiliteit en schrik je niet terug voor enige basiscodering, dan werk je beter met de API van een AI-model. Deze fungeert als tussenpersoon die je script en de AI-dienst laat communiceren via een set regels en commando’s. We gaan uit van de API van OpenAI (GPT) en maken eerst een sleutel aan om de API-interface te gebruiken. Ga naar https://platform.openai.com/api-keys, meld je aan met je account (zoals Google) en klik op +Create new secret key. Geef de sleutel een naam, bijvoorbeeld aibot, en klik op Create secret key. Klik daarna op Copy en bewaar de sleutel op een veilige plek. Rond af met Done: de sleutel is nu toegevoegd. Je kunt deze hier op elk moment ook weer intrekken.

Je hebt een sleutel nodig om de API te kunnen gebruiken.

Interactie

Een snelle manier om een script te maken dat deze API aanroept, is via het gratis Google Colab (https://colab.research.google.com), een online notitieboek voor Python. Meld je aan met je Google-account, klik op + Nieuw notebook of ga naar Bestand en kies Nieuw notebook in Drive, en geef het ipynb-bestand (Interactive PYthon NoteBook) een zinvolle naam. Het notebook wordt automatisch in je Google Drive bewaard en is bereikbaar via het pictogram met de oranje cirkels.

Klik nu op + Code voor je eerste codecel, waarmee je de OpenAI-bibliotheek installeert:

!pip install openai

Voer dit uit met het pijlknopje en klik vervolgens op + Code voor de tweede cel met de volgende code:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

response = client.chat.completions.create(

    model="gpt-3.5-turbo",

    messages=[{"role": "user", "content": "Wat weet je over Haarlem( Nederlands)?"}]

)

print(response.choices[0].message.content)


Je laadt hierbij eerst de geïnstalleerde Python-bibliotheek en zet je geheime sleutel in de clientconfiguratie. Vervolgens stuur je een chataanvraag naar OpenAI en bewaar je het antwoord in de variabele ‘response’. Vervolgens haal je de tekst van het (eerste) antwoord op en druk je dit af in de uitvoer van de code-cel.

Een eenvoudige interactie tussen je script en GPT via de API.

Eigen chatbot

 We gaan nu een stap verder en maken er een heuse chatbot van die via een while-lus een doorlopend gesprek kan voeren:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

messages=[

    {"role":"system","content":"Je beantwoordt elke prompt leuk, maar correct, met een rijmschema zoals ABAB of ABBA"}]

while True:

  user_input=input("Jij:")

  if user_input.lower() in ["stop","exit","quit"]:

    break

  messages.append({"role":"user","content":user_input})

  response=client.chat.completions.create(

      model="gpt-4o",messages=messages)

  bot_reply=response.choices[0].message.content

  print("Bot:",bot_reply)

  messages.append({"role":"assistant","content":bot_reply})


Zolang de gebruiker geen stopwoord invoert, blijft de lus actief. De bot antwoordt in de stijl en taal die je zelf hebt vastgelegd in de systeemrol (zie coderegel 3). Met de methode-aanroep messages.append voeg je telkens een nieuw bericht van zowel de gebruiker (user) als de bot (assistant) toe aan de gespreksgeschiedenis.

Mocht je ergens een fout hebben gemaakt in je script, dan is de kans groot dat je via de knop Fout uitleggen nuttige feedback krijgt en met de knop Accepteren (en uitvoeren) de fout zelfs automatisch kunt laten verbeteren.

In het kader ‘Mooi gepresenteerd’ lichten we kort toe hoe je dit script bijvoorbeeld ook op een eigen webpagina kunt laten draaien.

Onze rijmende chatbot wordt wakker geschud vanuit Colab.
Mooi gepresenteerd

Je Colab-script werkt, maar het oogt niet fraai en je wilt het natuurlijk mooi gepresenteerd met anderen delen. Dit doe je het makkelijkst met Gradio, een opensource-Python-bibliotheek waarmee je snel een webinterface rond je script bouwt. Installeer en importeer daarvoor eerst Gradio in je Colab-omgeving:

!pip install -q gradio

import gradio

Via www.kwikr.nl/colabcode vind je de code (als py-bestand) waarmee je rond het Colab-script met Gradio een eenvoudige webinterface genereert. Deze verschijnt in je Colab-omgeving, maar je krijgt ook een publieke url te zien waar je de interface rechtstreeks kunt openen (https://<code>.gradio.live).

Dankzij de volgende aanroep in de laatste coderegel kunnen bezoekers van deze webpagina je chatbot-script ook als PWA-app op hun pc bewaren en starten:

demo.launch(share=True,pwa=True)

Een alternatief is deze webpagina via een <iframe>-instructie in de html-code van je eigen site op te nemen:

<iframe src=https://<code>.gradio.live></iframe>

Gradio heeft een eenvoudige webinterface gecreëerd voor ons chatbotscript.