ID.nl logo
Zo los je al je Arduino-problemen op
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo los je al je Arduino-problemen op

Het is erg leuk om met een Arduino te experimenteren. Helaas zal een project dat je maakt soms niet werken, en de kans bestaat ook dat je Arduino zelfs helemaal niet functioneert. Wij geven je een aantal tips waarmee je fouten kunt opsporen en Arduino-problemen kunt oplossen, zodat je snel weer aan de slag kunt.

Knutselen met een Arduino blijft altijd een beetje magisch. Met behulp van een breadboard en wat componenten zoals leds en weerstanden bouw je snel een projectje dat dankzij code tot leven wordt gewekt. Helaas gaat dit ook weleens mis en blijkt je Arduino na het uploaden van je code niet te werken. Het kan ook een stap eerder al verkeerd gaan, door problemen bij het overbrengen van je code naar je Arduino. Misschien ziet de Arduino-ontwikkelomgeving je Arduino niet of krijg je een foutmelding bij het uploaden van je code. In dit artikel geven we tips en aanknopingspunten waarmee je problemen bij het knutselen en programmeren van je Arduino kunt oplossen. Hopelijk zijn je problemen hiermee snel voorbij. Lees ook: Wat is Arduino en waarom is het zo leuk?

01 Een schakeling nalopen

Begin met goed na te lopen of alle onderdelen in je schakeling goed zijn aangesloten. Bij een luidsprekertje is bijvoorbeeld lastig te zien op welke rijen de pinnen zijn aangesloten, en ook bij een potmeter met drie pootjes is een vergissing snel gemaakt. Controleer ook of al je onderdelen wel goed in het breadboard zijn geprikt. Vooral schakelaars verdienen daarbij extra aandacht. Vervolgens zijn er onderdelen die alleen werken als je de polariteit goed hebt aangesloten. Controleer daarom als eerste of je leds wel goed zijn aangesloten. Als je ze andersom aansluit, zullen ze simpelweg niet werken. Let extra goed op bij elektrolytische condensatoren (elco’s); ook deze werken alleen maar goed als de polariteit goed is aangesloten. Bovendien kunnen ze ontploffen als ze andersom zijn geïnstalleerd. Tot slot kan een component natuurlijk defect zijn. Kun je echt geen fouten ontdekken, probeer dan eens of je project met een andere component wel werkt.

©PXimport

02 Troubleshooten met een emulator

Op de website Autodesk Circuits vind je een emulator die je gratis kunt gebruiken na het aanmaken van een account. Nadat je een account hebt aangemaakt en bent ingelogd klik je op Create en vervolgens op Open Electronics Lab Hub om de emulator te openen.

Maak een nieuw project door op New Electronic Lab te klikken. De emulator start met een groot breadboard zoals we dat elders in dit nummer ook in de workshop gebruiken. Door op Components te klikken, kun je onderdelen aan het breadboard toevoegen. Uiteraard begin je met een Arduino-bordje. Niet alle Arduino-bordjes zijn in de emulator verwerkt. Zo zit de door ons gebruikte Nano niet in de emulator. De Arduino Uno R3 is wel aanwezig, en deze is volledig compatibel met de Nano. Je kunt hem naast of boven het breadboard plaatsen.

Je plaatst jumperdraden door eerst op de juiste aansluiting te klikken, en daarna op een aansluiting op het breadboard. Vervolgens kun je componenten zoals leds en weerstanden toevoegen. Code kun je toevoegen door op Code Editor te klikken en de code te vervangen door je eigen code. Door op Start Simulation te klikken, kun je de code uitvoeren. Als je de simulatie draait, kun je een potmeter verstellen of virtueel het licht op een lichtgevoelige weerstand verminderen. Zo kun je de projecten die je elders in dit nummer vindt prima nabouwen.

Je kunt de emulator gebruiken om een schakeling te bouwen en je code te testen zonder dat je daarvoor een echte Arduino nodig hebt. Je kunt op deze manier ook alvast werken met componenten die je nog niet hebt en uitproberen of wat jij wilt maken mogelijk is. Ook kun je de emulator gebruiken om te troubleshooten. Doet je project niet wat jij wilt, dan kun je in de emulator je schakeling nabouwen en controleren of je code wel echt doet wat hij moet doen. Vertoont de emulator hetzelfde onverwachte gedrag als je echte Arduino, dan is de kans groot dat het probleem in de code zit, en niet in de schakeling.

©PXimport

Controleren of een led werkt

Veel projecten die je als beginner met een Arduino uitvoert, draaien om leds die je met behulp van een geprogrammeerde schakeling laat branden. Gaat een led niet aan terwijl je dat wel verwacht en heb je zowel de schakeling als je code goed gecontroleerd? Dan is je led misschien defect. Je kunt een led eenvoudig testen zonder dat je hiervoor code hoeft te schrijven. Dit doe je door de led te verbinden met de 5volt-aansluiting en de GND-aansluiting. Bij de Arduino Nano op het breadboard die we in het workshopartikel in dit nummer gebruiken, sluit je hiervoor jumperdraden aan op aansluitingen 12a en 13a van het breadboard. Uiteraard gebruik je wel een weerstand, bijvoorbeeld van 220 ohm, tussen de led en je Arduino. Het maakt overigens niet uit of je deze weerstand tussen de led en de GND-aansluitingen of tussen de led en de 5volt-aansluiting plaatst. De weerstand zal op dezelfde manier de stroom beperken.

03 Weerstanden en leds

Een belangrijke basisregel bij het werken met je Arduino en leds is dat je een weerstand gebruikt bij het aansluiten van een led. Zo voorkom je dat de led doorbrandt. In veel gevallen wordt een weerstand van zo’n 220 ohm aangeraden, deze waarde is eigenlijk altijd veilig. Maar wat als je deze waarde niet hebt? Besluit in ieder geval niet om de weerstand dan maar helemaal weg te laten. Je led zal even heel fel branden, om vervolgens nooit meer aan te gaan. Zeker bij leds kun je ervan uitgaan dat je altijd een hogere weerstand kunt gebruiken. Het is dus geen probleem om bijvoorbeeld een weerstand van 330 ohm te gebruiken.

Je kunt rustig weerstanden tot 1K ohm gebruiken in combinatie met leds, en nog hogere weerstanden zullen vaak ook nog werken. Het enige gevolg is dat je led minder fel brandt. Dat is overigens direct een trucje: heb je een project gemaakt met een naar jouw smaak te felle led, plaats dan een hogere weerstand om de led minder fel te maken. Kortom, in combinatie met een led kun je met een andere weerstand niet veel fout doen. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij je zeker geen andere weerstand moet gebruiken dan de bedenker van je project aanraadt. Gebruik in combinatie met een potmeter bijvoorbeeld altijd de aangeraden weerstand; een te hoge weerstand kan in combinatie met een potmeter juist tot schade leiden. Ook in combinatie met een transistor kun je het beste de weerstand gebruiken die door de bedenker van het project wordt aangeraden.

©PXimport

04 Uploadproblemen

Krijg je een foutmelding bij het uploaden van je code naar je Arduino? Controleer dan of de juiste Arduino is geselecteerd. Als je verschillende Arduino’s hebt, heeft iedere Arduino waarschijnlijk een eigen virtuele seriële poort. Controleer in het menu onder Hulpmiddelen of het juiste bord, de juiste microcontroller, en het belangrijkste: de juiste poort is geselecteerd. Een ander probleem kan zijn dat je een schakeling hebt gebouwd waarbij je componenten hebt aangesloten op pinnen 0 en 1. Hoewel dit prima kan, worden deze pinnen gebruikt door de seriële verbinding tijdens het flashen van je Arduino. Het is op zich niet nodig om componenten te verwijderen als je een programma naar je Arduino flasht, zeker niet als je de code voor het project waar je aan werkt aan het tweaken bent. Er mogen tijdens het flashen alleen geen zaken zijn verbonden met de pinnen 0 en 1. Zorg er voordat je gaat flashen dus voor dat je de verbindingen met de pinnen 0 en 1 tijdelijk verbreekt. Ga je overigens code voor een voor een nieuw project flashen, dan kun je beter helemaal niets op je Arduino aansluiten. Zo voorkom je bijvoorbeeld dat elco’s onbedoeld verkeerd worden aangesloten.

05 Arduino onvindbaar in de software

Het zal niet vaak voorkomen, maar soms worden verbindingsproblemen veroorzaakt doordat Windows de virtuele seriële poort COM10 of hoger heeft toegekend aan je Arduino. Meestal werkt dit, maar soms gaat dit niet goed en kun je de Arduino niet in de Arduino-software vinden. Windows zal altijd een zo laag mogelijk poortnummer toekennen, dus het probleem speelt alleen als je al andere apparatuur (hebt) gebruikt waaraan een virtuele seriële poort is toegewezen.

Heb je problemen met je Arduino en is COM10 of hoger toegewezen, dan kun je proberen of een lagere COM-poort de problemen oplost. Ga hiervoor naar Apparaatbeheer en open het onderdeel Poorten. Dubbelklik op je Arduino, open het tabblad Poortinstellingen en klik op Geavanceerd. Bij COM-poortnummer kun je nu een ander nummer kiezen. De kans is echter groot dat naast de lagere poortnummers de aanduiding (in gebruik) staat. Dan zijn ze al gekoppeld aan een ander apparaat. Je kunt beter geen dubbele COM-poorten toekennen. Om te achterhalen waar die virtuele COM-poorten aan gekoppeld zijn, klik je in het menu van Apparaatbeheer op Beeld en vink je Verborgen apparaten weergeven aan. Op ons systeem werd zo bijvoorbeeld zichtbaar dat er ooit een COM-poort is gekoppeld aan een LG-smartphone, en vier COM-poorten aan verschillende Arduino-bordjes. Omdat de verborgen apparaten nu zichtbaar zijn, kun je de geclaimde COM-poorten vrij maken.

Je verwijdert een apparaat door met rechts te klikken op een niet-verbonden apparaat en te kiezen voor Installatie ongedaan maken. Je kunt het apparaat echter ook geïnstalleerd laten en het COM-nummer ervan wijzigen. Zo maak je een lagere COM-poort vrij die je kunt toekennen aan je Arduino. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat ook het apparaat waar je nu een hogere COM-poort aan toewijst net als de Arduino niet overweg kan met een hogere COM-poort dan COM9. In dat geval zul je bij het verbinden van dat apparaat weer een lagere COM-poort moeten toekennen.

©PXimport

06 Aanpassen lettertype

De letters van de code in de Arduino-ontwikkelomgeving hebben een beperkte puntgrootte, en misschien vind je het lettertype zelf ook niet prettig. Je kunt de lettergrootte aanpassen via de voorkeuren. Klik in het menu op Bestand en kies Voorkeuren. Nu kun je bij Editor lettertypegrootte een andere puntgrootte invoeren. Het lettertype kun je niet veranderen via de instellingen, maar wel via een omweg. In het venster Voorkeuren klik je hiervoor onderaan op het pad naar preferences.txt, waarna de map in Verkenner wordt geopend.

Sluit vervolgens de Arduino-software en open preferences.txt in Kladblok door erop te dubbelklikken. Je kunt nu het lettertype veranderen door naast editor.font de naam Monospaced te vervangen door de naam van een ander lettertype. Je moet de hele naam van het lettertype intikken zoals hij bijvoorbeeld in Word wordt getoond. Je kunt hierbij het beste een zogenoemd monospaced lettertype gebruiken, waarbij alle tekens dezelfde ruimte innemen. Voorbeelden die waarschijnlijk op je computer geïnstalleerd zijn, zijn Courier, Lucida Console of Consolas. Je kunt monospaced lettertypes ook zelf toevoegen aan Windows. Via Google kun je diverse varianten vinden.

©PXimport

Sneller werken met sneltoetsen

Een beetje programmeur heeft de muis niet nodig en voert commando’s razendsnel met het toetsenbord in. Uiteraard heeft de Arduino-ontwikkelomgeving daarom sneltoetsen voor alle belangrijke functies ingebouwd. We zetten enkele sneltoetsen die je zeker moet kennen op een rij. Ctrl+R Verifiëren en compileren Ctrl+U Uploaden Ctrl+Shift+M Seriële monitor Ctrl+T Automatische opmaak van je code Ctrl+, Voorkeuren openen

▼ Volgende artikel
Google Pixel 10a-smartphone kost 549 euro
Huis

Google Pixel 10a-smartphone kost 549 euro

Google heeft de Pixel 10a volledig uit de doeken gedaan, een nieuwe smartphone voor de prijs van 549 euro.

De nieuwe smartphone werd eerder deze maand al getoond, maar nu zijn alle details bekendgemaakt. De Pixel 10a is nagenoeg gelijk aan de Pixel 9a, al wordt hij sneller draadloos opgeladen en is hij ook iets kleiner. Dat laatste komt door de dunnere schermbezels, want het formaat van het scherm blijft wel 6,3".

Het scherm zal ook iets feller worden, met een maximale helderheid van 3000cd/m², ten opzichte van de Pixel 9a die een maximale helderheid van 2700cd/m² aan. De Pixel 10a wordt daarnaast beschermd door Gorilla Glass 7i.

View post on X

Zoals gezegd kan de Pixel 10a sneller draadloos opladen met een maximaal vermogen van 10W (in plaats van 7,5W). De accucapaciteit blijft met 5100mAh gelijk. Verder draait de Pixel 10a op Android 16.

De Pixel 10a oogt verder nagenoeg hetzelfde als de Pixel 9a. Het frame is daarbij gemaakt van 100 procent gerecycled aluminium, 81 procent gerecycled plastic en gerecycled koper, goud, kobalt en wolfraam.

De Pixel 10a is vanaf 5 maart beschikbaar, al kan hij nu al besteld worden. Zoals gezegd luidt de adviesprijs 549 euro - althans, voor de variant met 128 GB aan opslagruimte. Er is ook een model met 256 GB die 649 euro kost. Meer informatie is op de website van Google te vinden.

▼ Volgende artikel
Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving
© MG | ID.nl
Huis

Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving

Windows biedt uitgebreide mogelijkheden voor accountbeheer, zodat elke gebruiker zijn eigen omgeving heeft en de juiste toegangsrechten krijgt. In dit artikel bespreken we de belangrijkste scenario’s voor thuisgebruik, zoals verschillende accounttypes en aangepaste gebruikersrechten.

In Windows is het onmogelijk om zonder account te werken. Het besturingssysteem heeft namelijk altijd een gebruikerscontext nodig om onderdelen als bureaublad, processen en rechten te laden. Zelfs bij automatische aanmelding of een wachtwoordloos account is er op de achtergrond minstens één account actief. Er bestaan wel verschillende accounttypes, en voor goed accountbeheer is het belangrijk de praktische verschillen te kennen, want elk type heeft eigen mogelijkheden, voordelen en beperkingen. We bekijken daarom grondiger Microsoft- en lokale accounts en het verschil tussen administrator- en standaardaccounts. Daarnaast gaan we in op gast- en familieaccounts. We tonen hoe je op je pc de juiste machtigingen instelt zodat data enkel toegankelijk zijn voor de gewenste gebruikers. We gaan hier uit van Windows 11, maar de meeste technieken werken ook in Windows 10.

Microsoft-account

Microsoft maakt het tijdens de installatie van Windows steeds moeilijker om een lokaal account in plaats van een Microsoft-account te kiezen. Dat is niet verrassend, want zodra je je aanmeldt met een Microsoft-account, koppel je je Windows-profiel aan de Microsoft-cloud. Daarmee kun je instellingen, thema’s, wachtwoorden, bureaubladachtergronden en data synchroniseren tussen apparaten. Je logt ook automatisch in bij diensten als de Microsoft Store, OneDrive, Microsoft 365, Mail en Agenda, Edge en andere. Daarnaast kun je met zo’n account BitLocker-versleuteling activeren voor je systeemschijf en gebruikmaken van ouderlijk toezicht (Microsoft Family Safety). Ben je je wachtwoord vergeten, dan herstel je dit eenvoudig via www.kwikr.nl/passreset. Je ontvangt dan een beveiligingscode waarmee je opnieuw toegang krijgt tot je account.

Het wachtwoord van een Microsoft-account resetten is eenvoudig.
Liever lokaal?

Microsoft moedigt het niet aan om tijdens de installatie een lokaal account aan te maken, en het valt af te wachten of ze deze omwegen in de toekomst zullen blokkeren. Het kan nu nog op de volgende manieren. Start de installatie zonder internetverbinding. Krijg je hierover een melding, druk dan op Shift+F10 en typ het commando oobe\bypassnro. Na de automatische herstart verschijnt de optie Doorgaan met beperkte installatie. Vul vervolgens een lokale gebruikersnaam en wachtwoord in, samen met de antwoorden op drie beveiligingsvragen, zodat de installatie met een lokaal account verloopt. Je kunt na Shift+F10 ook het commando start ms-cxh:localonly uitvoeren om een venster te openen waarmee je een lokale gebruiker aanmaakt. Een andere optie is de gratis tool Rufus (https://rufus.ie/nl), waarmee je een installatie-usb maakt die de verplichte Microsoft-account overslaat. Verwijs naar een Windows-schijfkopiebestand (iso), stel de gewenste opties in, plaats een lege usb-stick en klik op Starten. In het pop-upvenster vink je Verwijder de vereiste voor een online Microsoft-account aan evenals Lokale account met gebruikersnaam aanmaken en vul je de gewenste gebruikersnaam in.

Er zijn nog wel een paar achterdeurtjes om Windows met een lokaal account te installeren, zoals met Rufus.

Lokaal account

Een lokaal account bestaat enkel op je pc, met een combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord die alleen daar geldig zijn. Het is niet gekoppeld aan de Microsoft-cloud, zodat geen internet nodig is om je aan te melden. Instellingen en data blijven beperkt tot dat ene toestel en worden niet gesynchroniseerd met andere apparaten. Dit houdt wel in dat bepaalde diensten, zoals het downloaden van apps uit de Microsoft Store of het gebruik van OneDrive, niet beschikbaar zijn. Daar staat tegenover dat een lokaal account je meer privacy en onafhankelijkheid geeft. Het is handig als je bijvoorbeeld geen Microsoft-diensten wilt gebruiken of de pc bewust wilt loskoppelen van online accounts. Bovendien verkleint het risico dat malware je Microsoft-accountgegevens buitmaakt.

Je kunt altijd nog overschakelen naar (of van) een lokaal account.

Lokaal: instellingen

Standaard vraagt Microsoft je tijdens de installatie van Windows om een Microsoft-account te gebruiken. In het kader ‘Liever lokaal?’ vind je tips om dit te omzeilen, maar ook na de installatie kun je nog een lokaal account aanmaken en daarmee inloggen. Open Instellingen, kies Accounts en klik op Andere gebruikers en vervolgens op Account toevoegen. Selecteer Ik beschik niet over de aanmeldgegevens van deze persoon en daarna Gebruiker zonder Microsoft-account toevoegen. Vul de gewenste gebruikersnaam en het wachtwoord (twee keer) in, kies drie beveiligingsvragen met bijbehorende antwoorden of eventueel een wachtwoordhint, en bevestig met Volgende om het lokale account toe te voegen.

Om zo’n gebruikersaccount te wissen, selecteer je dit bij Andere gebruikers en kies je Verwijderen / Account en gegevens verwijderen.

Je kunt ook altijd zelf een lokaal account aanmaken voor jezelf of anderen.

Lokaal: opdrachtprompt

Je kunt accounts ook aanmaken en beheren via de opdrachtprompt, met extra mogelijkheden die niet in Instellingen beschikbaar zijn. Klik met rechts op Opdrachtprompt in het startmenu en kies Als administrator uitvoeren. Om een lokaal account aan te maken gebruik je het commando net user <accountnaam> /add of net user <accountnaam> <wachtwoord> /add om meteen een wachtwoord toe te voegen, bijvoorbeeld net user Toon 654Win!321 /add. Met net user <accountnaam> vraag je de eigenschappen van het account op.

Je kunt ook bepalen dat een standaardgebruiker zijn verplichte wachtwoord niet mag wijzigen en enkel op specifieke tijden kan inloggen, bijvoorbeeld met

net user <accountnaam> /passwordreq:yes /passwordchg:no /times:ma-vr,16:00-21:00;za-zo,9:00-19:00

Vergeet in deze commando’s de schuine strepen (/) niet! De dagafkortingen gaan hier dus wel uit van een Nederlandstalige Windows-omgeving. Om de tijdslimieten te verwijderen gebruik je de parameter /times:all. Een gebruiker verwijderen kan eenvoudig met net user <accountnaam> /delete. De persoonlijke bestanden in de gebruikersmap blijven dan wel staan en kun je eventueel handmatig verwijderen.

Ook vanuit de opdrachtprompt kun je accounts creëren, beheren en verwijderen. 

Administrator-account

We haalden al aan dat er een verschil is tussen een administratoraccount en een standaardaccount, en het is belangrijk dat je dit onderscheid goed kent. Een account met administratorrechten (ook wel adminrechten genoemd) heeft namelijk volledige controle over de pc. Zo’n gebruiker mag software installeren of verwijderen, systeeminstellingen wijzigen, nieuwe gebruikers toevoegen en beveiligingsopties aanpassen. Een administrator kan dus ingrijpende veranderingen aanbrengen die het hele systeem beïnvloeden. Hij heeft in principe ook toegang tot alle lokaal opgeslagen data, zelfs zonder expliciete rechten (zie ook vanaf paragraaf 10). In Windows krijgt het eerste account dat tijdens de installatie wordt aangemaakt automatisch administratorrechten. Dit is logisch, want er moet minstens één gebruiker zijn die het systeem kan beheren, maar dit houdt zeker niet in dat je altijd met administratorrechten moet werken (zie verderop).

Om snel het accounttype te zien van een aangemelde gebruiker ga je naar Instellingen van Windows, kies je Accounts en klik je op Uw info. Gaat het om een administratoraccount dan zie je bovenin, bij je hier aanpasbare profielfoto, de vermelding ‘Administrator’. Voor andere accounts zie je deze melding bij Accounts / Andere gebruikers.

Geen twijfel mogelijk: dit is een administratoraccount.

Standaardaccount 

Een standaardgebruikersaccount heeft beperktere rechten. Zo’n gebruiker kan programma’s draaien en eigen instellingen wijzigen, maar niet zomaar software installeren of kritische systeemwijzigingen uitvoeren. Zodra een standaardgebruiker iets doet dat hogere rechten vereist, zoals een applicatie installeren, verschijnt een venster van het gebruikersaccountbeheer (User Account Control, kortweg UAC) waarin een administrator zijn naam en wachtwoord moet invoeren. Meld je je zelf als administrator aan, dan volstaat doorgaans enkel een bevestiging. Dit mechanisme voorkomt dat een standaardaccount per ongeluk of via malware schadelijke ingrepen uitvoert. Daarom is het veiliger voor dagelijkse taken een standaardaccount te gebruiken en het administratoraccount alleen wanneer dit echt nodig is.

Als administrator kun je instellen hoe vaak dit UAC-venster verschijnt. Typ gebruikersaccountbeheer in de Windows-zoekbalk en start Instellingen voor gebruikersaccountbeheer wijzigen. Standaard staat de schuifknop ingesteld op Alleen een melding geven wanneer apps proberen wijzigingen aan te brengen, wat meestal prima voldoet.

De standaardinstelling van de UAC voldoet normaliter prima.

Accounttype wijzigen

Tijdens de installatie van Windows wordt normaal één account aangemaakt dat automatisch administratorrechten krijgt. Wanneer je met dit account bent aangemeld, kun je het niet zomaar omzetten naar een standaardaccount, tenzij er intussen een ander administratoraccount bestaat.

Je kunt wel een nieuw account aanmaken, ofwel een Microsoft-account of een lokaal account. Zo’n nieuw account is standaard een gewoon gebruikersaccount, maar je kunt het type van andere accounts altijd wijzigen zolang je bent aangemeld als administrator. Open Instellingen, kies Accounts / Andere gebruikers, selecteer het gewenste account en klik op Accounttype wijzigen. Kies vervolgens Administrator of Standaardgebruiker en bevestig met OK.

Dit kan ook via de opdrachtprompt. Gebruikers die je daar hebt toegevoegd zijn standaard gewone gebruikers. Wil je er een administrator van maken, gebruik dan:

net localgroup administrators <accountnaam> /add

om meer rechten te geven. Om er alsnog weer een standaardgebruiker van te maken vervang je hier /add door /delete. Er is altijd minstens één administratoraccount vereist, maar houd het aantal accounts met zulke rechten zo beperkt mogelijk. Heeft een standaardgebruiker tijdelijk beheerdersrechten nodig, dan regel je dit makkelijk zelf even vanuit een UAC-venster.

Aangemeld als administrator kun je het accounttype (van andere gebruikers) altijd nog aanpassen.
Ingebouwde accounts

Windows zelf beschikt over een aantal ingebouwde accounts. Je krijgt deze te zien wanneer je bijvoorbeeld het commando net user op de Opdrachtprompt uitvoert, met net user <accountnaam> krijg je meer details over een specifiek account.

Je merkt hier onder meer de ingebouwde accounts Administrator en Gast op, die standaard beide niet geactiveerd zijn. Je kunt ze zelf actief maken met het commando:

net user <accountnaam> /active:yes (met /active:no

maak je een account weer non-actief), maar daar is doorgaans geen reden voor. Het wordt zelfs een stuk onveiliger als je het beheerdersaccount Administrator zomaar activeert, zeker omdat dit zonder sterk wachtwoord een extra risico vormt. Ook het ingebouwde gast-account activeren is weinig zinvol. Je maakt dan beter zelf een lokaal standaardaccount aan voor tijdelijke gebruikers.

Wil je absoluut het ingebouwde Administrator-account activeren, beveilig het dan met een wachtwoord.

Gastaccount

Het kan gebeuren dat een bezoeker je computer even wil gebruiken. Aanmelden met je eigen account is dan geen goed idee. Je maakt dan beter een apart lokaal standaardaccount aan, zoals hierboven beschreven. Zo’n account heeft standaard geen beheerdersrechten en de bezoeker kan enkel werken in zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) en eventueel in mappen die expliciet met hem zijn gedeeld via gedeelde mappen of aangepaste machtigingen.

Je kunt ditzelfde gastaccount door meerdere bezoekers laten gebruiken, maar houd er rekening mee dat hun gegevens telkens in dezelfde profielmap terechtkomen, wat privacygewijs niet ideaal is. Je kunt deze bestanden als administrator handmatig verwijderen of eenmalig het PowerShell-script bezoekersprofiel.ps1 uitvoeren. Dit script regelt alles en kun je downloaden via www.kwikr.nl/bprof. Start PowerShell als administrator en voer het volgende commando uit:

powershell -ExecutionPolicy Bypass -File <"volledig_pad_naar_script">

Hiermee maak of activeer je het lokale standaardaccount ‘Bezoeker’ en voeg je in Taakplanner een taak toe die bij elke opstart eventueel de profielmap van dit account verwijdert. Op regel 7 van dit script (bij $Password =) kun je het standaardwachtwoord ‘Bezoeker’ vooraf naar wens aanpassen.

Dit script regelt volautomatisch het aanmaken van een gastaccount en het opschonen van eerdere profielgegevens. 

Familie-account

Wil je een pc in een gezin delen en tegelijk meer controle houden over kinderen of minder ervaren gezinsleden, dan kun je accounts in een familiegroep gebruiken. Log hiervoor in met een Microsoft-account (niet met een lokaal account): dit wordt de beheerder van de groep. Open Instellingen in Windows en kies Accounts / Familie. Klik bij Uw familie op Iemand toevoegen en voer het e-mailadres van het Microsoft-account van je kind in. Heeft het kind nog geen account, kies dan Een account voor een onderliggend item maken en vul e-mailadres, wachtwoord, naam en geboortedatum in. Na een wat omslachtige verificatie wordt het account aan ‘Uw familie’ toegevoegd en kan het kind hiermee inloggen in Windows. Ouderlijk toezicht regel je online op www.kwikr.nl/famaccounts, waar je je met je eigen account aanmeldt. Klik hier op het gewenste kind-account, waarna je onder meer kunt instellen welke websites, apps en games toegankelijk zijn, de schermtijd kunt bepalen en (via Besteding) kunt vastleggen of aankopen in de Microsoft Store mogen gebeuren. Schakel Activiteitenoverzicht in om na te kunnen kijken welke apps of games je kind eerder heeft gebruikt.

Het ‘kind-account’ is toegevoegd en je kunt nu ook ouderlijk toezicht instellen.

Machtigingenbeheer

We schreven al dat een standaardaccount bij het aanmaken enkel binnen zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) kan werken. Dat komt doordat Windows standaard alleen schrijfrechten toekent op die map (via de zogeheten ACL; Access Control List). Een standaardgebruiker heeft dus geen toegang tot gegevens in andere mappen, zoals profielmappen van andere gebruikers. Er is een uitzondering, want als iemand de pc opstart via een bootstick met een alternatief besturingssysteem als Linux, gelden de NTFS-machtigingen van Windows niet.

Log je in met een administratoraccount, dan kun je wel toegang forceren tot profielmappen van andere gebruikers. Klik even met rechts op zo’n map, kies Eigenschappen en open het tabblad Beveiliging: normaliter verschijnt nu een melding dat je onvoldoende machtigingen hebt. In dit geval hoef je maar te dubbelklikken op die map en met Doorgaan te bevestigen om toch toegang te krijgen. Open je vervolgens nogmaals het tabblad Beveiliging, dan zie je dat, behalve het account van de betreffende gebruiker, ook je eigen account is toegevoegd en dat alle machtigingen in de kolom Toestaan zijn aangevinkt.

Op dezelfde manier maak je een willekeurige andere map toegankelijk voor een ander gebruikersaccount. Klik met rechts op de map, kies Eigenschappen en open Beveiliging. Klik op Bewerken en vervolgens op Toevoegen, typ de gewenste accountnaam, check met Namen controleren en bevestig met OK. Standaard krijgt dit account lees- en uitvoerrechten, maar je kunt in de kolom Toestaan ook Wijzigen en Schrijven aanvinken. Laat de kolom Weigeren ongewijzigd en bevestig met OK.

Quick User Manager

Windows beschikt wel over eigen functies om accounts te beheren, maar de gratis portable tool Quick User Manager (www.kwikr.nl/qum) maakt dit overzichtelijker en biedt extra functies.

Na de start zie je links een overzicht van alle gedetecteerde accounts, inclusief ingebouwde, lokale en Microsoft-accounts, en zowel standaard- als administratoraccounts. Selecteer een account om rechts de beschikbare opties te zien. De meeste instellingen pas je aan met een vinkje, bijvoorbeeld om een account te activeren of deactiveren, een wachtwoord te vereisen of een profielfoto te wijzigen. Bevestig wijzigingen met Save Changes en Yes. Sommige opties vragen iets meer interactie, zoals het aanpassen van een wachtwoord of het verplaatsen van een profielmap. De functie Auto-logon this user laat Windows automatisch opstarten met het gekozen account, en Launch Account Profile Fixer tracht hardnekkige aanmeldproblemen met een specifiek account te verhelpen.

Een handige en overzichtelijke tool voor meer doorgedreven accountbeheer.