ID.nl logo
Surface Pro - Eigenzinnig werkpaard zonder lef
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Surface Pro - Eigenzinnig werkpaard zonder lef

Geen Surface Pro 5, maar gewoon Surface Pro. Microsoft laat voor de onduidelijkheid de versienummers maar vallen voor z’n eigenzinnige werktablet. Op wat verbeteringen in Windows 10 en de specificaties is er weinig veranderd, is het genoeg om de hoge prijs van de Surface te rechtvaardigen?

De marketingafdeling van Microsoft positioneert de Surface steevast als een tablet die je laptop vervangt. Daar doe je het apparaat zwaar tekort mee, want als tablet is hij ongeschikt omdat hij simpelweg te zwaar is om langere tijd vast te houden en Windows 10 niet zo touchvriendelijk is als iOS en Android, bovendien is het aanbod touch-geoptimaliseerde apps in de Store ondermaats. Als laptop komt de Surface ook niet lekker uit de verf. Het toetsenbord tikt niet zo comfortabel weg en het apparaat staat door zijn standaardje aan de achterkant niet zo stabiel op iedere ondergrond als een laptop. Zelf ben ik bijvoorbeeld geneigd altijd de laptop op m’n schoot te zetten, wat helaas toch een beetje als koorddansen voelt met de Surface op z’n standaardje. Wat dat betreft biedt de Surface Book wat mij betreft een betere combinatie van beide werelden.

Eigen categorie

Toch is de Surface Pro een uniek apparaat, dat je gewoonweg niet als laptop of tablet moet zien. Vooral als flexibel werkpaardje is het apparaat uitermate geschikt. Ieder vlak oppervlak kan in feite als werkplek dienen. Door gewoon mijn dagelijkse werkzaamheden erop uit te voeren heb ik de Surface Pro echt kunnen ervaren voor deze review. En dat beviel me, na wat gewenning (en getweak) uitstekend.

Maar om meteen maar met de deur in huis te vallen, ondanks dat ik de Surface Pro na z’n testperiode ga missen, overweeg ik absoluut niet om ‘m aan te schaffen. Simpelweg door zijn prijs. De goedkoopste variant met 128GB SSD, energiezuinige Core M3-processor en 4GB werkgeheugen kost je al 949 euro. De variant die ik te testen kreeg heeft specificaties om je vingers bij af te likken: 512GB SSD, Core i7-processor en 16GB werkgeheugen. Het prijskaartje van 2500 euro liet me echter verslikken in m’n koffie. Vooral omdat het toetsenbord er niet bij inbegrepen is, de Type Cover die Microsoft heeft ontwikkeld voor bij de Surface Pro kost 180 euro. Laat dat even bezinken. 180 euro. Voor een simpel toetsenbordje van een soort kunstsuede, dat je magnetisch aan de Surface klikt. Vanwege het gebruikte materiaal voelde Microsoft blijkbaar de noodzaak om de (al waanzinnig hoge) prijs verder op te krikken.

Het is iets persoonlijks en als je de kosten Surface Pro zakelijk kunt aftrekken, dan houd je wellicht minder rekening met de prijs. Maar zelf zou ik dit bedrag bij lange na niet overhebben voor zowel de Surface als z’n accessoires.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Mooi van binnen én buiten

Voor dat geld krijg je natuurlijk wel wat. De bouwkwaliteit van de Surface is een verhaal op zich. Geen metaal, zoals de iPad, maar een magnesium-behuizing, dat hoogwaardig aanvoelt en wat lichter is. Dat mag ook wel, want ten opzichte van de Apple-tablet zitten er serieuze, krachtige componenten in. Hiervoor is koeling nodig, die subtiel langs de boven- en zijkant blaast. Deze krachtige componenten kunnen best warm worden wanneer je ze zwaar belast. De keuze voor magnesium, en geen metaal, is daarom de juiste.

Het 12,3-inch scherm (30,5 cm) heeft een prachtige kleurweergave en helder scherm, waardoor je overal kunt werk kunt doen, zelfs in fel zonlicht. Ook de messcherpe resolutie van 2764 bij 1824 maken de beeldkwaliteit om je vingers bij af te likken. Zelf heb ik er vooral van genoten met het kijken van een filmpje op Netflix en met gamen. Want alhoewel de Surface Pro natuurlijk niet in de eerste plaats ontwikkeld is voor games, kan het aardig wat nieuwere games prima aan.

Weinig vernieuwing

De verschillen met de Surface Pro 4 zijn echter minimaal. De processor in het apparaat zijn van de nieuwste Intel Kaby Lake-generatie. In praktijk moet je dat aan de prestaties en de accuduur merken, maar heel veel verschil maakt het niet. De accuduur is natuurlijk afhankelijk van de energiemodus in Windows, maar zelfs als je behoorlijk veeleisend bezig bent kun je rustig een werkdag door. Ga je op de zuinige tour, dan lukte het me een uurtje of elf.

De ontwikkelaars hebben verder veel tijd gestoken in de stylus, die uiteraard ook als veel te dure losse accessoire gekocht kan worden. En het mag gezegd worden, de pen is een stukje geavanceerde techniek, die heel nauwkeurig werkt. Maar hoewel touchscreen bijvoorbeeld een mooie aanvulling is op toetsenbord en muis/touchpad in Windows 10, moest ik mezelf er echt toe aanzetten de stylus te gebruiken. Tekenen en schrijven op een tablet, om eerlijk te zijn vind ik het een beetje een gimmick. Ongeacht welke zeer geavanceerde techniek er ook in het pennetje zit en ongeacht je nu een Surface, Galaxy Note of iPad Pro gebruikt. Naar mijn mening kun je jezelf de meerprijs van 110 euro beter besparen, of kiezen voor een Surface Dial.

Gebrek aan lef

Van een bedrijf als Microsoft mag je een iets innovatievere houding verwachten met de Surface-lijn. Niet alleen omdat deze Surface Pro maar weinig vernieuwing kent ten opzichte van de Surface Pro 4, maar ook omdat een usb-c-poort ontbreekt. Volgens een woordvoerder omdat er ‘nog geen standaarden zijn’ voor deze nieuwe usb-aansluiting. Hier zou Microsoft dan juist het voortouw in moeten nemen, vooral omdat je bij de aanschaf van zo’n dure Surface Pro een apparaat wil dat klaar is voor de toekomst. De mini-displayport of de oplaadpoort hadden bijvoorbeeld prima plaats kunnen maken voor een usb-c-poort, omdat deze aansluiting (onder andere) de functionaliteit van beide poorten vervangt. Sterker nog, dat gedoe met opladers die alleen met specifieke tablets en laptops werken is niet meer van deze tijd en buitengewoon onpraktisch.

Verder is de Surface Pro gewoon uitgerust met een usb 3.0-poort (in het adapterblok zit overigens ook een usb-poort waar je je oplaadkabeltje voor je telefoon in kunt prikken. Handig!) en een micro-sd-kaartlezer achter de standaard.

©CIDimport

Windows 10

Omdat Microsoft Windows nu continue doorontwikkelt, zit daar natuurlijk wel veel vernieuwing in. Onlangs nog, met de Creators Update bijvoorbeeld. Deze hardwarecombinatie met Windows 10 werkt natuurlijk uitstekend, alhoewel ik nog altijd wel ClassicShell en Chrome nodig heb om Windows 10 'af' te maken. In praktijk merkte ik dat ik het prettigste werkte met het toetsenbordje en een (bedrade) muis aangesloten, het touchscreen is een fijne aanvulling daarop. In de tabletmodus, waarbij je alleen touchscreen gebruikt, is het allemaal een stuk minder efficiënt en priegelig. De applicatiewinkel schiet ook nog ernstig tekort in apps die geschikt zijn voor touchscreen. Maar wie zijn apparaat graag inzet voor werkdoeleinden of grote games, komt goed uit bij Windows 10 - en de mobiliteit van de Surface.

De frontcamera van de Surface werkt ook met Windows Hello, de gezichtsherkenningsfunctionaliteit die Microsoft in Windows 10 heeft ingebouwd. Deze kun je gebruiken om bijvoorbeeld aan te melden, of (veiliger) de gebruiker te herkennen die vervolgens alleen een pincode of wachtwoord hoeft in te voeren om aan te melden.

Voor dit geld wil je op z’n minst een toekomstbestendig apparaat, het gebrek aan usb-c-poort spreekt dit echter wel een beetje tegen.

-

Conclusie

De Surface Pro moet je niet zien als laptop of tablet, maar echt een uniek apparaat dat in feite je werkplek extreem draagbaar maakt. Maar daarbij boet je wel een beetje in qua werkcomfort, alhoewel het standaardje behoorlijk stevig en verstelbaar is. Het apparaat is krachtig en de bouwkwaliteit indrukwekkend. De prijs van het apparaat is echter alle perken te buiten en het is niet alleen suf dat de accessoires los gekocht moeten worden, ook deze prijzen zijn buitensporig hoog. Voor dit geld wil je op z’n minst een apparaat dat toekomstbestendig is, het gebrek aan usb-c-poort spreekt dit echter wel een beetje tegen.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 2499,- (vanaf € 949,- , exclusief accessoires) **Processor** Intel Core i7 (7e generatie) **RAM** 16 GB **Opslag** 512 GB **Grafisch** Intel Iris Plus Graphics 640 (i7) **Scherm** 12,3 inch (2736 x 1824) **OS** Windows 10 Pro **Aansluitingen** 1x Usb 3.0, Micro-SD-kaartlezer, 3,5mm-headsetaansluiting, Mini-DisplayPort **Webcam** 8 megapixel (achter), 5 megapixel (voor) **Draadloos** 802.11ac, bluetooth 4.1 **Afmetingen** 29,2 x 20,1 x 0,9 cm **Gewicht** 786 gram **Accu** 44 Wh **Website** [www.microsoft.nl](https://www.microsoft.com/nl-nl/surface/devices/surface-pro/overview)

Plus- en minpunten
  • Bouwkwaliteit
  • Krachtig
  • Draagbaar
  • Scherm
  • Accuduur
  • Prijs
  • Dure accessoires niet inbegrepen
  • Geen usb-c
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.