ID.nl logo
Samsung 870 QVO review - De eerste mainstream 8 TB SSD
© Reshift Digital
Huis

Samsung 870 QVO review - De eerste mainstream 8 TB SSD

In 2018 bracht Samsung hun eerste QVO SSD uit, een betaalbaarder alternatief voor hun uitstekende EVO-series. Met de nieuwe Samsung 870 QVO bouwen ze verder op hetzelfde concept: een nieuwe controller voor betere prestaties, maar voorzien van een nog hogere datadichtheid waardoor het ze is gelukt de eerste 2,5 inch 8 TB ssd voor consumenten te maken. We testten deze drive op zoek naar de voor- en nadelen.

De 870 QVO is een betaalbare ssd, dus Samsung moest iets doen om het product ook daadwerkelijk betaalbaar te houden. De meeste ssd's slaan 3 bits aan data op in één geheugencel, maar net als zijn voorganger maakt de 870 QVO daar 4 bits van, een zogeheten 4-bit mlc-ssd dus. Dat heeft positieve consequenties voor zowel de prijs als de opslagcapaciteit, het gebrek aan zowel 8- als 4TB-ssd's op de markt is een doorn in het oog van echte opslag liefhebber. 4TB-ssd's zijn zeldzaam, en 8TB-ssd's vereiste tot deze lancering dat je een RAID of zakelijke oplossing zocht.

©PXimport

Maar die keuze om meer data in dezelfde hoeveelheid geheugen op te slaan kent ook zijn negatieve keerzijde wat betreft de prestaties en de duurzaamheid. De lagere duurzaamheid is vooral een theoretisch probleem, zelfs de 2TB-variant die wij testten heeft een geclaimde levensduur van 720 TBW, wat wil zeggen dat hij totaal minimaal 720 terabytes weg kan schrijven. Je moet echt van goeden huize komen om 720 terabytes aan data te schrijven in een paar jaar tijd, al is 3 jaar garantie wel tastbaar minder dan de 5 jaar op praktisch alle middenklasse ssd's tegenwoordig.

Slim presteren

De consequenties voor de prestaties weet Samsung dankzij een nieuwere, slimmere controller echter uitstekend aan te pakken. Dankzij die controller en slim gebruik van de vrije ruimte op de schijf weet deze ssd in de meeste taken zich uitstekend te meten met mainstream en zelfs high-end sata-ssd's. Zolang je lichte taken uitvoert, zoals foto-mappen of games laden, of lichte productiviteitstaken, doet de 870 QVO niet onder voor de duurdere 860 EVO, sterker nog hij is dan vaak zelfs nog sneller dan de 860 EVO. Schrijfsnelheden van 534 MB/s en leessnelheden van 563 MB/s zijn praktisch het maximaal haalbare op de sata-poort waar deze ssd gebruik van maakt, maar de random read en write prestaties behoren ook tot de beste die je in een sata-drive kunt vinden.

Er zit echter één duidelijke maar aan, en dat is zodra je schijf helemaal vol zit, of je echt in één keer grote datasets naar deze ssd gaat schrijven, denk daarbij aan minimaal 78 gigabyte, dan storten de schrijfprestaties volledig in naar slechts 160 MB/s. Prestaties die bij een mechanische harde schijf passen. Het is dus cruciaal dat je geen gigantische datasets verplaatst, noch taken overweegt waarbij de ssd constant belast wordt waarbij de cache niet efficiënt ingezet kan worden.

©PXimport

Alles draait om die prijs

Het maakt de 870 QVO nadrukkelijk een consumenten-ssd, een ssd voor fotomappen, grote game libraries, of video archief. En absoluut geen ssd voor servers, databases of professionele werkstations. Maar voor de meeste consumenten zijn dus zowel de prestaties als de duurzaamheid geen negatief element van dit product.

Geen negatief element betekent echter ook niet per direct een uitzonderlijke prestatie, wat de focus van de 870 QVO bijna volledig op de prijs legt. Samsung moet simpelweg zorgen dat deze ssd's goedkoper zijn dan goede 3-bit MLC alternatieven zoals de Crucial MX500. Die ssd bestaat niet in 4 TB of grotere varianten, dus Samsung pakt daar de default winst, maar om de 1 en 2 TB 870 QVO aan te raden is het belangrijk dat ze tot de goedkoopste opties op de markt behoren. Dat is volledig aan Samsung zodra deze producten de komende dagen in de schappen belanden, maar dus wel iets om in de gaten te houden.

Conclusie

Met slim beheer maakt Samsung van hun budget drive toch een uitstekende all-rounder. Zolang je geen giga datasets overzet of de ssd wil inzetten voor extreem intensieve taken zijn de prestaties goed. Samsung moet wel zorgen dat de 870 QVO tot de goedkoopste opties op de markt behoort. Of je moet op zoek zijn naar een 4- of 8TB-ssd, in die capaciteiten heeft Samsung vooralsnog gewoon geen concurrentie en is de 870 QVO een aantrekkelijk en relatief betaalbare high capacity ssd.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 129 euro (1TB), € 269 euro (2TB) € 539 euro (4TB), € 969 euro (8TB) **Capaciteiten** 1TB, 2TB, 4TB, 8TB **Form Factor** 2,5 inch **Protocol** Sata 6 Gbit/s **Maximum snelheid** 534 MB/s schrijven, 563 MB/s lezen

Plus- en minpunten
  • Presteert precies waar het telt
  • Prima levensduur ondanks QLC
  • De eerste mainstream 8TB-ssd
  • Slechts 3 jaar garantie
  • QLC-ssd's ongeschikt voor zwaar werk
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.