ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Raspberry Pi - Een knutselcomputer op zakformaat

Met het formaat van een pinpas is de Raspberry Pi een van de meest handzame computers die er bestaan. De toepassingen zijn eindeloos, van het besturen van je huis tot het bouwen van een mediacenter. En met de behuizing kun je ook nog écht ouderwets knutselen. Kortom: een apparaatje om blij van te worden.

Raspberry Pi voor beginners

Laten we bij het begin beginnen. De Raspberry Pi is een ideaal apparaat om te leren hoe computers werken. Eigenlijk is 'computer' al een groot woord: de Pi is een compact printplaatje dat probleemloos in een behuizing ter grootte van een pakje sigaretten past, maar wel praktisch de functionaliteit van een complete computer herbergt.

Als je je computer openschroeft, vind je ongeveer alle aansluitingen en verbindingen terug die je ook op de Raspberry Pi ziet, met als grote verschil dat de Pi verder niets nodig heeft om te werken. Er is wat interne opslagruimte waarop een besturingssysteem (meestal een Linux-variant, maar er is tegenwoordig ook een speciale Windows-versie) staat. Zet hem aan en je hebt een werkend computertje, zonder dat je daar die oude pc voor hoeft open te schroeven.

Ook voor minder gevorderden is de Pi heerlijk om mee te spelen. In dit artikel laten we je zien wat de eerste stappen zijn die je moet nemen op weg naar de bijna eindeloze mogelijkheden van de Raspberry Pi.

Besturingsysteem: Raspbian, Ubuntu of toch Windows?

Die eindeloze mogelijkheden beginnen bij het besturingssysteem. Daar wordt de keuze al behoorlijk lastig, want je moet al tot op zekere hoogte bepalen wat je met je Pi gaat doen. Zo kun je bijvoorbeeld voor RaspBMC kiezen als je van plan bent een mediacenter te bouwen, of voor RISC OS als je van minimalistisch en snel houdt. Als je op safe wil spelen, kun je het beste Raspbian installeren. Ook Microsoft heeft een speciale versie voor Windows 10 uitgegeven, speciaal voor de Raspberry Pi. Je kunt ook prima kiezen voor meerdere besturingssystemen naast elkaar. Vijf van onze favoriete besturingssystemen vind je in dit artikel.

Het veilige Raspbian, of toch een gespecialiseerde variant? Het kan allemaal, zelfs tegelijkertijd.

Hardware

Knutselen met code is leuk, maar ouderwets knutselen is dat zeker ook. Met de Raspberry Pi kan dat prima. Een nieuw koellichaampje is bijvoorbeeld geen overbodige luxe als je van plan bent de Pi echt op z'n staart te trappen. Ook een stroomadapter kan een goede investering zijn, omdat je Pi - anders dan bijvoorbeeld je smartphone - direct uitvalt als er de elektriciteitstoevoer instabiel is.

Gelukkig zijn er voldoende oplossingen om dat te voorkomen, en zijn er andere manieren om je hardware te verbeteren, te upgraden of met een slim trucje toch te laten werken. Hier lees je er meer over, en leer je ook hoe je voor de zekerheid een back-up maakt.

©PXimport

De hardware in de Pi is prima, maar er zijn wat dingen die je kunt verbeteren.

Behuizing

Omdat de Raspberry Pi alleen maar een naakt printplaatje is, is hij nogal gevoelig voor stof en aanrakingen. Daarom is het raadzaam om een behuizing aan te schaffen. Je kunt kiezen voor de officiële Raspberry Pi Case, die met amper 10 euro nog lang niet zo prijzig is als veel smartphonehoesjes van de bekende merken. Maar er zijn veel meer mogelijkheden, zoals een vogelhuisje of een oude SNES-cartridge.

Of je nu zelf aan de slag gaat of er eentje koopt, een gave Pi-behuizing heb je zo gevonden. In dit artikel hebben wij er vast een paar voor je op een rij gezet.

©PXimport

Een oude Nintento-cartridge kan ook prima dienst doen als behuizing voor je Raspberry Pi.

Toepassingen

Als je Pi eenmaal draait, kun je los. Softwarematig kun je de Pi inzetten voor zo ongeveer alles wat je kunt bedenken: een Netflix- of Spotify-machine, beveiligingsmodule, gebruik je creativiteit. Onze collega's van Computer!Totaal hebben een flink aantal ideeën voor je uitgewerkt, bijvoorbeeld een eigen cloud of VPN-server, een weerstation of zelfs een heuse gameconsole.

Maar zelfs daar houdt het niet op. Door de lage prijs van de Pi, zeker de wat oudere versies, en de relatief simpele manier van besturen en programmeren kun je de Pi met een beetje fantasie voor werkelijk overal inbouwen. Een koplamp annex snelheidsmeter voor je fiets bijvoorbeeld, of een replica van R2D2. Hier vind je acht briljante Pi-creaties op een rijtje.

Welke Pi moet je kopen?

De Raspberry Pi 3 model B is de nieuwste Pi-variant. Anders dan zijn voorgangers heeft deze Pi wifi-ondersteuning, dus heb je weer een kabeltje minder nodig. Maar de Pi 3 is ook sneller en krachtiger dan zijn voorgangers - en dus ook iets duurder. PCM heeft de Pi natuurlijk aan een test onderworpen. De volledige review van de Raspberry Pi 3 vind je hier.

Als je geen problemen hebt met ietwat verouderde en minder krachtige hardware, zijn er meer Pi's waaruit je kunt kiezen. Op de website van de makers vind je vijf modellen nu je nu kunt bestellen. Daaronder is ook de Raspberry Pi Zero, een nog meer gestripte versie die echt alleen de basistaken kan uitvoeren, maar daardoor wel uitermate geschikt is om te proberen of het iets voor jou is. Ook die hebben we getest, die review kun je hier lezen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.