ID.nl logo
Bouw je eigen Raspberry Pi-cluster met deze instructies
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Bouw je eigen Raspberry Pi-cluster met deze instructies

Het aantal Raspberry Pi’s in mijn huis begon onhandelbaar te worden en het kluwen van kabels en voedingsadapters was me al even een doorn in het oog. Ik besloot een aantal van deze Raspberry Pi’s op elkaar te stapelen in een clusterbehuizing, aangesloten op één voeding en één netwerkswitch. Lijkt dat je ook wat? Lees hier dan hoe je voor jezelf een Raspberry Pi-cluster maakt.

Zoals elke zichzelf respecterende Raspberry Pi-fan heb ik door de jaren heen heel wat modellen van het minicomputertje bij elkaar verzameld. Er staan diverse exemplaren in heel mijn huis en zelfs in mijn kippenhok. De Pi’s hebben uiteenlopende doeleinden zoals een ip-camera, domoticacontroller, om sensorgegevens via bluetooth uit te lezen enzovoort.

Een groot deel van die Raspberry Pi’s staat op mijn bureau. Dat levert een kluwen van netwerk- en voedingskabels op, met allerlei bordjes met en zonder behuizing op mijn bureau, en verspreid in en op mijn boekenkasten. Ik vond het tijd om daar een wat nettere oplossing voor te vinden.

Bovendien zetten al die voedingsadapters elk individueel de netspanning om naar een 5V-gelijkspanning voor het computerbordje. Het zou efficiënter zijn als dat één keer gebeurt en dat ik alle Raspberry Pi’s op die ene voeding kan aansluiten. Het zou me ook weer wat extra vrije stopcontacten opleveren.

Al vrij snel realiseerde ik me dat de oplossing was om een computercluster te bouwen van de Raspberry Pi’s. Er zijn diverse projecten online te vinden die dat doen. Zelfs al gebruik ik de Pi’s voorlopig niet als computercluster (enkele computers die als één computer berekeningen uitvoeren), de hardware die ik nodig heb om de voorgaande problemen op te lossen, is exact hetzelfde.

De oplossing ziet er dan ook als volgt uit: de Raspberry Pi’s stapel je in een clusterbehuizing op elkaar. Daardoor nemen ze samen maar weinig plaats in. Elke Pi voed je via een laadstation met meerdere usb-poorten, en sluit je via een platte ethernetkabel aan op een ethernetswitch. De switch en het laadstation plaats je gewoon naast de stapel Pi’s. Als je de kabels kort genoeg houdt, ziet het geheel er heel netjes uit en blijft het vrij compact.

Raspberry Pi-cluster benodigdheden

Bovenstaande uitleg lijkt eenvoudig, maar bij de keuze van de componenten komt heel wat kijken en de juiste keuze hangt ook af van wat je exact met je Raspberry Pi’s wilt doen. In deze DIY leg ik uit welke keuzes ik gemaakt heb voor mijn situatie. Het is één configuratievoorstel, waarop je kunt variëren als je andere vereisten hebt.

De belangrijkste keuze die je eerst dient te maken, is hoeveel Raspberry Pi’s je in je cluster wilt opnemen en welke modellen. Wil je een krachtige rekencluster maken, dan kies je wellicht voor Raspberry Pi 4B’s met 4 GB ram. In mijn geval ging het vooral om het netjes bij elkaar brengen van enkele Raspberry Pi’s die ik al had: een Raspberry Pi 2B, een Raspberry Pi 3B, een Raspberry Pi 3B+ en drie Raspberry Pi 4B’s (van elk model één: met 1 GB, 2 GB en 4 GB ram). Zo kwam ik dus op een systeem met zes Raspberry Pi’s.

Ik heb in het boodschappenlijstje geen ventilatoren voorzien, maar voor de beste prestaties heb je die wel nodig, zeker bij de Raspberry Pi 4. In plaats van een afzonderlijke HAT met ventilator voor elke Raspberry Pi zou je ook een tafelventilator op je cluster kunnen richten.

Elk van die Raspberry Pi’s heeft een micro-sd-kaart nodig voor het besturingssysteem. Strikt gezien kun je ze ook zonder lokale opslag laten opstarten. Dan downloaden ze via het netwerk hun besturingssysteem. Maar ik raad aan om eerst de hele opstelling toch eens te testen op de normale manier met een micro-sd-kaart in elke Raspberry Pi.

Dat gezegd hebbende, is dit het lijstje dat ik hanteerde:

Clusterbenodigdheden

  • ILS acrylclusterbehuizing met 6 lagen (€ 20,-)
  • TP-Link LS108G 8-poorts gitabit-ethernetswitch (€ 25,-)
  • set van 7 platte Cat7-ethernetkabels 25 cm (€ 3,81)
  • Anker PowerPort 12 A 60 W laadstation met 6 poorten (€ 29,-)
  • 2x set van 4 usb-c-laadkabels 25 cm (2x € 9,-)
  • 6x Open-Smart 10-Segment Mini Battery Display (6x € 1,30)
  • 40x m/f-jumperwires 20 cm (€ 4,95)
  • 830-punts breadboard (€ 6,95) Cluster van 6 Raspberry Pi 4’s
  • 6x Raspberry Pi 4 Model B 1 GB ram (6x € 39,95)
  • 6x 8 GB micro-sd-kaart (6x € 8,99)

Totale kostprijs: ca. € 409,-

Clusterbehuizing in elkaar schroeven

Als je op internet zoekt naar ‘raspberry pi cluster case’ vind je al snel talloze mogelijkheden om meerdere Raspberry Pi’s in één behuizing te steken, voor elk budget. Op Amazon vond ik voor 20 euro een acrylclusterbehuizing voor zes Raspberry Pi’s. Dit soort stapelbare behuizingen is een populaire en niet al te dure oplossing, en nog leuk om te zien ook omdat ze transparant zijn.

De Raspberry Pi’s zijn niet volledig beschermd, want er zit alleen boven en onder elk processorbordje een plaatje. Maar een voordeel van deze opstelling is dat ze gemakkelijk uit te breiden is: als je later nog Raspberry Pi’s aan je cluster wilt toevoegen, hoef je alleen maar enkele plaatjes en bijbehorende afstandshouders bij te kopen (op voorwaarde dat je voeding en netwerk de uitbreiding aankunnen uiteraard).

©PXimport

Als je de foto’s van de behuizing bekijkt, is de verleiding groot om eerst de hele toren op te bouwen en dan de Raspberry Pi’s erin te monteren. Maar het is eenvoudiger om elke Pi laag voor laag direct op zijn bodemplaatje te monteren. Let daarbij op: plaats de micro-sd-kaart boven de uitsparing aan de zijkant en plaats de ELPIDA-chip aan de onderkant van de oudere Pi-modellen (de Pi 4 heeft deze niet) boven de uitsparing net naast het midden van het plaatje.

Gebruik de langere schroefjes om de Raspberry Pi vast te zetten op het plaatje, met de meegeleverde plastic moeren tussen de bodemplaat en de Raspberry Pi, en de kleinere metalen moeren bovenaan de Raspberry Pi. De grotere moeren zijn om de afstandshouders helemaal onderaan vast te zetten aan het onderste bodemplaatje en de grotere schroeven zijn om de afstandshouders helemaal bovenaan vast te zetten aan het afdekplaatje met het logo van de Raspberry Pi erop. Draai alles niet muurvast. Dat is niet nodig voor de stabiliteit en het maakt het alleen maar moeilijker om de behuizing later weer te demonteren.

Op het eerste gezicht lijken alle plaatsen uitwisselbaar en denk je dat het niet uitmaakt waar je elke Pi plaatst. Toch denk je hier maar beter goed over na voordat je de hele stapel monteert. Hangt er aan een van je Pi’s namelijk een extra kabel, bijvoorbeeld voor een externe harde schijf, of heb je er een usb-transceiver voor Z-Wave of iets anders dat uitsteekt aan hangen, plaats die Pi dan bij voorkeur onderaan, zodat je geen kabels of uitsteeksels al te hoog hebt waarachter je per ongeluk kunt blijven hangen.

Heb je een HAT met display op een Pi staan, plaats die dan bovenaan. En steek je een Pi in de clusterbehuizing die je zo nu en dan er uit wilt halen om hem op een andere plaats te gebruiken, plaats die dan onderaan of bovenaan, zodat hij gemakkelijk te demonteren is. De nieuwere modellen, zeker de Raspberry Pi 4, plaats je (in geval van een mix van oude en nieuwe modellen) ook het best bovenaan: deze genereren meer warmte en warmte stijgt, dus bovenaan kan die het snelste weg.

©PXimport

Over de voeding

Al die Raspberry Pi’s met een eigen voeding van stroom voorzien is geen nette oplossing. Gelukkig bestaan er laadstations die meerdere apparaten tegelijk via usb van stroom kunnen voorzien. Populaire laadstations voor Raspberry Pi-clusters zijn die van Anker, vooral de versies met zes poorten en tien poorten.

Uiteraard kies je voor een laadstation met voldoende poorten voor je cluster. In mijn geval kwam de versie met zes poorten goed uit voor mijn cluster met zes Raspberry Pi’s. Wil je de volledige opstelling via het laadstation voeden, dan dien je een extra poort te voorzien en naar een ethernetswitch te zoeken die via usb te voeden is. In mijn geval vond ik de meerkosten van een laadstation met meer poorten en een duurdere switch niet opwegen tegen die ene voeding minder die ik dan nodig zou hebben.

De aansluiting is eenvoudig. Je koopt gewoon een setje usb-laadkabels en sluit elke Pi zo op het laadstation aan. In het boodschappenlijstje heb ik voor de configuratie met zes Raspberry Pi 4’s allemaal usb-c-laadkabels opgenomen, maar in mijn geval gaat het om drie micro-usb-laadkabels en drie usb-c-laadkabels. Het laadstation steek je dan in het stopcontact, waardoor je zes voedingsadapters en bijbehorende stekkers door één stekker hebt vervangen. Laadkabels van 25 cm zijn net lang genoeg om zes Raspberry Pi’s in een verticale opstelling te voeden met de Anker PowerPort. Je plaatst die laatste het best aan de kant van de voedingspoorten van de Pi’s.

©PXimport

Maar het belangrijkste aan je keuze voor een laadstation is dat het voldoende vermogen moet kunnen leveren aan je Raspberry Pi’s. Ga daarbij uit van het meest extreme scenario. Ik ging daarom uit van het vermogensverbruik van zes Raspberry Pi 4’s op volle kracht. Uit een benchmark van MagPi blijkt dat dit model in een stresstest tot 7 W verbruikt. Ik heb dus zes keer 7 W ofwel 42 W nodig om een veiligheidsmarge te hebben.

De Anker PowerPort levert 60 W, dus dat is ruim voldoende. Maar let op: veel laadstations adverteren niet alleen met hun maximaal vermogen, maar ook met maximale stroomsterktes per poort. Zo levert de Anker PowerPort tot 2,4 A stroom per poort, waaruit je kunt afleiden dat die maximaal 12 W (2,4 A maal 5 V) vermogen per poort levert. Maar als je daadwerkelijk 2,4 A op elke poort zou nodig hebben (wat hier niet het geval is), is dat niet mogelijk, want de totale stroom die het laadstation aan de zes poorten kan leveren is 12 A. Je dient dus na te kijken of het laadstation zowel per poort als in totaal voldoende vermogen kan leveren voor je cluster.

Over het netwerk

Alle moderne Raspberry Pi’s zijn voorzien van wifi, dus de verleiding is groot om daar voor je cluster gebruik van te maken om zo extra kabels uit te sparen, maar een ethernetswitch maakt je netwerkverbindingen toch heel wat betrouwbaarder en sneller. Dat hoeft geen duur model te zijn: voor twee tientjes heb je al een degelijke gigabit-ethernetswitch. Overigens haal je alleen op de Raspberry Pi 4 gigabitsnelheden (de oude modellen hebben een langzamere chip).

Let op dat je switch minstens één poort meer heeft dan het aantal Raspberry Pi’s in je cluster. De Pi’s sluit je elk met een kabel op de switch aan en met één extra kabel sluit je de switch op de rest van je netwerk aan.

Voor de netwerkkabels van je Pi’s kies je het best platte kabels; de klassieke netwerkkabels zijn niet gemaakt om sterk te buigen en nemen dan ook meer plaats in.

©PXimport

Daarna is het een kwestie van de switch en het laadstation in het stopcontact te steken en je Raspberry Pi’s op te starten. De eenvoudigste manier om dat te doen, is om elke Raspberry Pi van een micro-sd-kaart te voorzien met een besturingssysteem zoals Raspbian. Dat kan met een programma als balenaEtcher.

Als je niet al je Raspberry Pi’s continu wilt ingeschakeld hebben, zul je de stroom van individuele Pi’s moeten uitschakelen door de usb-laadkabel uit het laadstation of uit de Raspberry Pi te trekken. Heb je dit om een of andere reden vaak nodig, koop dan een of meerdere usb-laadkabels met ingebouwd knopje om de stroomtoevoer eenvoudig in- en uit te schakelen.

Statusleds

Ik heb lang overwogen om op elke Raspberry Pi een rij ledjes of een klein lcd-schermpje aan te sluiten om zo de status van het cluster te tonen, maar dat verhoogt de prijs significant. Voor de LED SHIM van Pimoroni betaal je bijvoorbeeld al bijna een tientje. Doe dat maal zes en je komt aan bijna zestig euro voor gewoon wat statusleds. Voor die prijs kun je een extra Raspberry Pi 4 kopen, het model met het meeste geheugen zelfs.

Ik vond een leuke lowtech-oplossing in het Mini Battery Display van Open-Smart. Voor 1,30 euro per stuk vind je dit kleine printplaatje met leds op AliExpress. Het bevat een ledbalk met tien segmenten, die je kunt aansturen om bijvoorbeeld de processorbelasting of cpu-temperatuur aan te duiden. Er bestaan versies in allerlei kleuren en met allerlei aantallen segmenten. Let op: de tiensegment-versie heeft eigenlijk maar zeven onafhankelijk werkende segmenten: de eerste twee, de zesde en de zevende en de achtste en de negende worden samen aangestuurd.

©PXimport

Het ledbordje bevat een TM1651-chip en heeft vier pinnen: GND, VCC (5 V), DIO en CLK. Die twee laatste zijn de pinnen waarop je data doorstuurt aan de chip om te kiezen welke segmenten je wilt doen oplichten. Bij de aankoop ontving ik een datasheet (in het Chinees) en een spaarzaam (in het Engels) becommentarieerde C++-bibliotheek en Arduino-code.

Sluit eerst het bordje aan op de gpio-pinnen van je Raspberry Pi en wel als volgt: VCC sluit je op 5 V aan (pin 4), GND op GND (pin 6), DIO op BCM23 (pin 16) en CLK op BCM24 (pin 18). Zie https://pinout.xyz voor de pinnummers van de Raspberry Pi.

Ik heb gezocht naar code om het ledbalkje aan te sturen op de Raspberry Pi, maar blijkbaar bestond die niet. Omdat mijn (al dan niet passieve) kennis van programmeertalen iets vlotter is dan van het Chinees, heb ik de code van de C++-bibliotheek gelezen. Die bleek heel verstaanbaar, maar ze werkte niet eens. Door de C++-code van een ander vergelijkbaar ledbalkje te bekijken dat wel werkte en wat concepten uit beide projecten te combineren, slaagde ik er na wat experimenteren in om Python-code te schrijven om het ledbalkje aan te sturen.

Je installeert het Python-programma als volgt op Raspbian:

sudo pip3 install rpi-mini-battery-display

Daarna kun je naar believen het ledbalkje aansturen om de processorbelasting van je Raspberry Pi aan te geven:

rpi-mini-battery-display --processor

Zie de projectpagina op PyPI voor verdere instructies en extra mogelijkheden.

Zes van deze ledbalkjes passen precies op een breadboard, dus dat kun je voor of op de clusterbehuizing van je zes Raspberry Pi’s plaatsen. En zo heb je een goedkoop statusschermpje voor je cluster.

©PXimport

Wat kan beter?

Ik heb heel veel tijd in de voorbereiding en het uitzoeken van de juiste componenten gestoken, waardoor het cluster eigenlijk onmiddellijk bruikbaar was. Maar zoals altijd maak je een eerste keer toch verkeerde keuzes. In mijn drang om mijn Pi-cluster zo compact mogelijk te houden, heb ik de kabellengtes eigenlijk iets te krap genomen, wat mijn opties voor de opstelling beperkt.

Voor een verticale opstelling zijn de netwerkkabels van 25 cm echt te kort, waardoor ik de switch verticaal tegen de clusterbehuizing moet vastsnoeren of ze half zwevend op de ondergrond moet laten rusten. Het eerste is niet optimaal voor de warmteontwikkeling, het tweede niet netjes. Ook had ik redelijk dikke platte kabels gekocht, met een hoge stijfheid; dunnere flexibele kabels waren beter geweest. Hetzelfde probleem had ik met de laadkabels: omdat die zo stijf zijn, moet het laadstation half zwevend op zijn kant liggen.

Als ik de behuizing horizontaal opstel, met alle Pi’s op hun kant met de gpio-header onderaan, zijn de netwerkkabels niet het probleem (ze zijn dan zelfs eigenlijk te lang), maar de voedingskabels zijn dan iets te kort, waardoor het laadstation volledig in de lucht zweeft of op een verhoging gestabiliseerd moet worden. De horizontale opstelling met laadstation op een verhoging is voorlopig mijn voorkeursopstelling van dit cluster.

Conclusie

Op de kabels na ben ik eigenlijk heel tevreden met dit cluster. Maar ik wil nog enkele zaken verder uitwerken. Allereerst wil ik er een écht cluster van maken, met Kubernetes. Vorig jaar heb ik stuk voor stuk allerlei diensten die thuis draaien gemigreerd naar Docker-containers, verspreid over mijn nas en enkele Raspberry Pi’s. Met Kubernetes kan ik die automatisch over mijn Raspberry Pi-cluster verdelen zodat de Pi’s allemaal gelijkmatig belast zijn.

Een systeem als dit schreeuwt ook om een meer netwerkgebaseerde implementatie. Momenteel heeft elke Pi in het cluster zijn eigen micro-sd-kaartje waarvan het zijn besturingssysteem opstart en waarop het zijn gegevens opslaat. Maar als je een nas hebt, is het maar een kleine stap om van gedeelde opslag op je nas gebruik te maken voor je Pi’s.

Als je dan ook nog de images voor de besturingssystemen van de Pi’s op een nfs-server plaatst en de Pi’s via een netboot-server van deze images laat opstarten op het netwerk, heb je zelfs geen micro-sd-kaartjes meer nodig.

Maar hoewel ik nog heel wat aan dit cluster wil uitbreiden, doet hij zijn werk al goed. Ik probeer nu sneller nieuwe zaken op mijn Raspberry Pi’s uit omdat ik er geen werkloze Raspberry Pi’s meer voor uit een doos hoef te halen. En mijn bureau ziet er heel wat netter uit

▼ Volgende artikel
Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad
© diy13 - stock.adobe.com
Huis

Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad

Bij de een is het bureaublad een leeg vlak, bij de ander een bende. Dat kan anders. Met een doordachte indeling, slimme mappen, goede snelkoppelingen en gratis tools. Daarmee verander je die onbenutte ruimte achter je vensters in een krachtig instrument. Zo combineer je de eigen Windows-functies met lichte hulpprogramma's om bijvoorbeeld sneller te werken en beter te focussen.

In dit artikel

In dit artikel lees je hoe je van een rommelig Windows-bureaublad een rustig startpunt maakt voor al je werk. Je ontdekt hoe je pictogrammen en mappen logisch indeelt, snelkoppelingen slimmer inzet en vensters netjes rangschikt met Snap en PowerToys FancyZones. Ook komen virtuele bureaubladen, tools als Rainmeter, Nimi Places en SideSlide voorbij, plus manieren om meldingen en geluid in toom te houden, zodat je geconcentreerd kunt blijven werken.

Lees ook: Slimme tips en handige trucs om alles uit Windows te halen

Voor je iets opbouwt, maak je het bureaublad eerst voorspelbaar en rustig. Controleer hiervoor de zichtbaarheid van symbolen door met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en Beeld / Bureaubladpictogrammen weergeven in of uit te schakelen. Pas meteen de pictogramgrootte aan via Beeld / Grote pictogrammen, Normale pictogrammen of Kleine pictogrammen, zodat de schaal overeenkomt met je monitor. Zet nu de systeemiconen goed door Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen te openen en alleen essentiële items als Deze pc en Prullenbak te tonen.

Wil je tijdens een presentatie of schermdeling snel een leeg bureaublad, gebruik dan de eerder genoemde schakelaar, of roep het bureaublad op met de toetscombinatie Windows-toets+D.

Kies tot slot een rustige achtergrond in Instellingen / Persoonlijke instellingen / Achtergrond en voorkom ruis door geen drukke diavoorstelling te gebruiken. Zo leg je een stabiele basis waarop je straks doelgericht verder bouwt en voorkom je dat de vorm boven de functie gaat.

Via de Windows-instellingen kun je kiezen welke hoofdpictogrammen standaard op je bureaublad worden getoond.

Mappen slim groeperen

De kern van een productief bureaublad is een logische groepering. Maak daarom eens drie hoofdmappen die je werkstroom dekken. Je hoeft dan alleen nog maar met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en te kiezen voor Nieuw / Map. Noem ze bijvoorbeeld 0_Inbox, 1_Projecten en 9_Archief. De cijfers zorgen dat ze alfabetisch bovenaan blijven.

De inboxmap is je tijdelijke parkeerplaats voor downloads en screenshots die je nog moet verwerken. In de projectenmap komen submappen per project of dossier. De archiefmap is de plek waar afgeronde zaken heengaan, zodat je werkveld schoon blijft. Sleep bestaande snelkoppelingen en losse bestanden het liefst naar de juiste map in plaats van ze overal neer te zetten.

Wil je de mapstructuur ook vanuit verkenner gelijk houden, zet 1_Projecten dan vast aan de zijbalk. Dat doe je door de map te selecteren en te kiezen voor Vastmaken aan Snelle toegang. Zo ontstaat een vaste routine: neerzetten in de inboxmap, ordenen naar de projectenmap en afsluiten in de archiefmap.

Een beter bureaublad begint bij jezelf.

Snelkoppelingen die werken

Goede snelkoppelingen besparen tientallen muisklikken per dag. Maak er één via een klik met rechts op je bureaublad en Nieuw / Snelkoppeling. Kies het doel en geef een beschrijvende naam. Voor documenten en mappen gaat het nog sneller via een klik met rechts en Meer opties weergeven / Kopiëren naar / Bureaublad (snelkoppeling maken).

Open daarna de eigenschappen met een rechtermuisklik en Eigenschappen en stel bij Doel zo nodig parameters in, bijvoorbeeld een specifieke profielmap voor je browser. Gebruik Ander pictogram... om ze visueel goed te kunnen onderscheiden. Kies wel voor rustige pictogrammen die niet schreeuwen om je aandacht.

Sleep apps die je vaak nodig hebt liever naar de taakbalk en kies Aan taakbalk vastmaken, of naar Start met Aan Start vastmaken. Op die manier loopt je bureaublad zelf niet vol. Denk tot slot aan Beginnen in bij Eigenschappen / Snelkoppeling als een tool in de juiste werkmap moet starten. Zo worden snelkoppelingen betrouwbaar gereedschap en geen willekeurige sprongen.

Een snelkoppeling maken van een bestand of map doe je via een rechtermuisklik.

Aanbevolen indeling

Een kenniswerker heeft veel aan een minimalistisch bureaublad met drie hoofdstructuren en een lichte signalering. Kies een effen achtergrond, laat alleen Deze pc en Prullenbak zien via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen. Plaats ook één Rainmeter-skin met cpu en kalender aan de rechterkant (zie Informatie op achtergrond). Gebruik Snap voor twee vensters naast elkaar en PowerToys Run voor alles wat je start.

Een ontwikkelaar heeft baat bij duidelijke zones en contextscheiding. Maak in FancyZones een breed codevlak en twee smalle vensters voor terminal en documentatie. Koppel terminals aan zones en laat een aparte virtuele desktop bestaan voor logging en monitoring met Rainmeter-meters langs de rand.

Een contentmaker combineert visuele assets en taken. Gebruik Nimi Places of SideSlide om containers te tonen voor de actuele projectmap en assets, zet een grote schrijf- of montagezone centraal en plaats notities of to-do als discrete skins. In alle gevallen geldt: beperk wat permanent zichtbaar is en automatiseer de rest, zodat je aandacht naar het werk gaat en niet naar het decor.

Vensters indelen

Een rustig bureaublad helpt pas echt als vensters snel in de juiste positie vallen. Schakel eerst Snap in via Instellingen / Systeem / Multitasking en zet Uitgelijnde vensters aan. Sleep nu een venster naar een schermrand, zodat je twee of meer apps direct naast elkaar krijgt.

Wil je nog preciezer werken? Installeer dan Microsoft PowerToys via de Microsoft Store en schakel Vensters en indelingen / FancyZones in. Start de zone-editor met de knop Lay-outeditor openen, kies een basisindeling en pas desgewenst tegels aan door ze te splitsen.

Tijdens het slepen houd je de Shift-toets ingedrukt om een venster in een zone te leggen. FancyZones onthoudt je indeling per monitor. Maak bijvoorbeeld een breed schrijfvlak links en twee smalle vensters rechts voor research en chat. Sla profielen op voor verschillende taken en wissel ze in de editor wanneer je context verandert. Door Snap te gebruiken voor het snelle werk en zones voor vaste patronen, minimaliseer je handwerk en maximaliseer je focus.

FancyZones zijn vaste plekken waar je vensters en apps op kunt vastzetten.

Virtuele bureaubladen

Als je vaak tussen werk en privé wisselt, zorgen virtuele bureaubladen voor mentale scheiding. Open de taakindeling via het pictogram op de taakbalk of de toetscombinatie Windows-toets+Tab. Kies Nieuw bureaublad, en geef elk bureaublad een naam door op de miniatuur te rechtsklikken en Naam wijzigen te kiezen.

Plaats apps per thema: schrijven en research bij elkaar, communicatie op een ander, testen en metingen weer apart. Klik in de taakweergave met rechts op de miniatuur en kies Achtergrond kiezen om per desktop een andere achtergrond te zetten. Een subtiele kleurcode werkt verrassend goed als geheugensteuntje.

Verplaats apps tussen desktops door in de taakweergave een venster te slepen, of houd de context netjes door een app opnieuw te openen op het gewenste bureaublad. Wisselen gaat vloeiend via de toetscombinatie Windows-toets+Ctrl+Pijl.

Werk je met meerdere beeldschermen? Geef in dat geval elk scherm een vaste rol per desktop en laat die rol gelijk blijven als je van desktop wisselt. Zo krijg je rust zonder dat je productiviteit inzakt door contextwissels.

Werken met meerdere bureaubladen kan je een hoop extra productiviteit opleveren.

Informatie op achtergrond

Wil je live-informatie zonder vensterdrukte, gebruik dan Rainmeter. Start het programma en open de beheerder door met rechts te klikken op het Rainmeter-pictogram in het systeemvak rechtsonder. Klik vervolgens op Beheren. Laad een basisskin, bijvoorbeeld illustro, door in het tabblad Skins de gewenste module te selecteren en op Laden te klikken.

Positioneer cpu-, geheugen- of netwerkmeters langs een schermrand en zet ze op de achtergrond door met de rechtermuisknop op een van de onderdelen Instellingen / Positie / Op bureaublad te klikken. Met Lay-outs sla je je indeling op, handig als je je laptop vaak ergens mee naartoe neemt. Houd skins minimalistisch en beperk het aantal fonts en kleuren; het is een werkinstrument, geen poster. Door functionele, lichte skins te combineren met een rustige achtergrond krijg je een dashboard dat informeert zonder af te leiden, precies waar het bureaublad in uitblinkt.

Rainmeter is een kleine, portable app die je live informatie over je pc geeft zonder dat het in de weg staat.

Gratis alternatieven voor Fences

Fences is populair, maar je betaalt er wel voor. Je kunt hetzelfde principe ook gratis benaderen. Zo projecteert Nimi Places een map als container op je bureaublad. Je maakt per project een 'place' die live meebeweegt met de onderliggende mapstructuur, inclusief thumbnails en sortering. Het voordeel is direct contextzicht zonder verkenner te hoeven openen. Het nadeel is dat je discipline nodig hebt om het aantal containers klein te houden.

SideSlide werkt omgekeerd: er is één werkvenster dat inklapt aan een schermrand. Je vult het venster met snelkoppelingen, notities en zelfs rss en laat het pas verschijnen als je het nodig hebt. Het voordeel is maximale rust terwijl alles één veeg weg is. Het nadeel is dat je een extra laag moet bedienen.

Kies Nimi Places als je mapinhoud visueel wilt zien en SideSlide als je een schone desktop wilt met een krachtige lade. Beide zijn gratis, licht en portable te gebruiken.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl!

Mappen als 'vensters'

Wil je mappen als 'vensters' op het bureaublad tonen zonder te betalen voor Fences, dan bieden Nimi Places en SideSlide gratis alternatieven. Installeer Nimi Places, zorg dat je het exe-bestand als administrator uitvoert. Kies voor Create place om een container te maken die live de inhoud van een map toont. Sleep de container naar de gewenste plek, zet Always on bottom aan zodat vensters eroverheen kunnen, en kies een sober thema.

Met SideSlide maak je een inklapbaar werkvenster. Open de workspace, sleep mappen en bestanden erin en zet het venster vast aan een schermrand. Klik op het pictogram rechtsboven zodat het pas verschijnt wanneer je de rand aanraakt. Gebruik containers voor projecthotspots, zoals 1_Projecten\KlantA\Assets. Je ziet daarmee direct wat er speelt zonder de verkenner te hoeven openen. Houd het aantal containers laag en kies duidelijke namen in de kopbalk, anders creëer je nieuwe ruis. Door containers te reserveren voor dynamische projectmappen en vaste snelkoppelingen elders te houden, ontstaat een overzichtelijke mix van context en snelheid.

Met SideSlide maak je een soort mini-bureaublad dat verdwijnt en tevoorschijn komt wanneer jij dat wilt.

Meldingen onder controle

Afleiding kost focus, dus demp meldingen en matig het geluidsvolume. Zet meldingsrust aan via Instellingen / Systeem / Meldingen en activeer Niet storen als je geconcentreerd moet blijven. Combineer dit met een focussessie via Instellingen / Systeem / Focus om gedurende een vaste tijd badges en knipperende taakbalk-apps te verbergen.

Voor geluid per app is EarTrumpet een uitstekende gratis aanvulling op de eigen mixer van Windows. Installeer de app via de Microsoft Store en open de mixer via het EarTrumpet-pictogram in het systeemvak. Je ziet en bestuurt het volumeniveau per toepassing en kunt snel van uitvoerapparaat wisselen.

Zet tot slot je taakbalk strak via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Taakbalk / Gedrag van taakbalk door automatisch verbergen aan te zetten en de uitlijning te kiezen die het beste bij je werkzaamheden past. Minder visueel lawaai en direct de juiste volumebalans zorgen ervoor dat audio en notificaties ondersteunen in plaats van storen, precies wat je van een productiviteitsbureaublad verwacht.

Focus is de manier om minder snel afgeleid te worden door meldingen van apps.

PowerToys: tijd besparen

In PowerToys zet je met weinig moeite veel winst neer. Open PowerToys Settings / FancyZones en maak per monitor één indeling met een dominante zone en twee secundaire. Zet Hold Shift key to activate zones while dragging aan, zodat je de standaard-Snap behoudt en zones bewust gebruikt.

Open vervolgens PowerToys / Systeemhulpprogramma's / PowerToys Run en activeer hem. Schakel plug-ins in die passen bij je werk, zoals Calculator, Windows Settings en de Everything-integratie, en verplaats veelgebruikte plug-ins hoger in de prioriteit. In Algemeen zet je Run at startup aan en exporteer je instellingen naar een veilige plek via Back-up. Gebruik Always On Top en Awake alleen als ze je echt helpen, want elk extra hulpprogramma voegt mogelijk visuele signalen toe. Door FancyZones en Run strak in te stellen, krijg je direct voorspelbare vensterplaatsing en razendsnelle toegang tot bestanden en commando's, zonder je bureaublad te belasten met extra pictogrammen.

Klein onderhoud

Wissel je tussen laptop en monitor, dan verspringen bureaubladpictogrammen soms. Maak daarom regelmatig een snapshot van je pictogrammen en herstel die bij nood. Bewaar je Rainmeter-layout via Lay-outs en exporteer je PowerToys-instellingen vanuit PowerToys Instellingen / Algemeen / Back-up maken en herstellen.

Controleer eens per maand dode snelkoppelingen door ze te openen. Vervang netwerkpaden door betrouwbare, gesynchroniseerde padnamen. Herzie je drie hoofdmappen en archiveer oude projectsubmappen, zodat je containers en snelkoppelingen alleen actuele inhoud tonen.

Houd ook je Snap- en FancyZones-profielen bij de tijd als je workflow wijzigt. Door klein, periodiek onderhoud blijft je bureaublad voorspelbaar gedrag vertonen, ook wanneer hardware verandert of je tijdelijk in een andere opstelling werkt.

Maak regelmatig een back-up van je productiviteitstools, zodat je de instellingen niet kwijtraakt als er iets fout gaat.

Bureaublad als startblok

Een productief bureaublad is geen nutteloos onderdeel, maar een werkinstrument. Door eerst orde te scheppen, mappen slim te groeperen en snelkoppelingen bewust in te zetten, kun je het prima inzetten voor je dagelijkse taken. Met Snap en FancyZones vallen vensters direct op hun plek. Virtuele desktops en kalme Rainmeter-skins geven context zonder ruis. Containers vervangen volle vensters wanneer je mapinhoud in één oogopslag wilt zien, terwijl PowerToys Run en Everything pictogrammen overbodig maken. Door meldingen uit te schakelen en het geluidsvolume te dempen, behoud je focus. En met klein onderhoud blijft alles stabiel, ook bij wisselende opstellingen.

Je echte bureaublad ook opgeruimd?

Organizen is het toverwoord
▼ Volgende artikel
CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV
© Samsung
Huis

CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV

Samsung heeft op CES 2026 een nieuwe topklasse televisie gepresenteerd: een 130-inch Micro RGB-tv met modelnaam R95H. Het is volgens de fabrikant het grootste Micro RGB-scherm tot nu toe en tegelijk het eerste in dit formaat.

View post on TikTok

De 130 inch tv valt in de eerste plaats op door zijn formaat. Met een schermdiagonaal van ruim drie meter is het toestel bedoeld voor grote woonruimtes en echte thuisbioscopen. Samsung kiest daarbij voor een ontwerp dat minder nadruk legt op de televisie als apparaat en meer op het scherm als onderdeel van de ruimte. Het frame is dikker dan bij reguliere tv's en bevat ook de luidsprekers, waardoor losse speakers niet per se nodig zijn.

Het ontwerp heet Timeless Frame en is een doorontwikkeling van Samsungs Gallery-concept uit 2013. De tv oogt daardoor meer als een groot raam of wandobject dan als een traditioneel scherm. Volgens Samsung is het idee dat het beeld 'zwevend' binnen het frame wordt gepresenteerd, met geluid dat direct uit de rand van het scherm komt en is afgestemd op het formaat.

Technisch gezien draait de R95H om Micro RGB. In plaats van een klassiek kleurenfilter werkt het scherm met afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. Samsung combineert dit met een nieuwe beeldprocessor en diverse AI-functies die kleur, contrast en details aanpassen per scène. Het resultaat moet vooral zichtbaar zijn in subtiele kleurovergangen en in donkere delen van het beeld, waar bij grote schermen snel detailverlies optreedt.

Het paneel dekt volgens Samsung het volledige BT.2020-kleurenspectrum en is gecertificeerd door de Duitse keuringsinstantie VDE voor kleurnauwkeurigheid. Daarnaast is een nieuwe versie van Samsungs Glare Free-technologie aanwezig, bedoeld om reflecties te beperken in ruimtes met veel omgevingslicht. Ondersteuning voor HDR10+ Advanced is standaard, net als Eclipsa Audio voor ruimtelijk geluid.

De 130-inch Micro RGB-tv ondersteunt Samsungs Vision AI Companion, met functies zoals spraakgestuurd zoeken, aanbevelingen en toegang tot diverse AI-apps, afhankelijk van regio en instellingen. Ook apps en functies zoals Live Translate, generatieve achtergronden en integraties met Microsoft Copilot en Perplexity worden ondersteund, afhankelijk van regio en instellingen.

Samsung heeft nog geen informatie gedeeld over prijs, beschikbaarheid of specifieke uitvoeringen voor consumentenmarkten.

Wat is Micro RGB?

Bij Micro RGB bestaat elke pixel uit afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. In tegenstelling tot lcd-tv’s is er geen wit backlight met kleurfilters nodig. Daardoor gaat minder licht verloren en kunnen kleuren nauwkeuriger worden aangestuurd. Vooral bij zeer grote schermen zorgt dat voor een groter kleurbereik, gelijkmatigere kleuren en subtielere overgangen tussen tinten.

©Samsung