ID.nl logo
Nest Thermostat - Installatie en eerste indruk
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Nest Thermostat - Installatie en eerste indruk

Ik ontving de langverwachte Nest Thermostat begin deze week en heb hem uiteraard direct geïnstalleerd. In dit artikel laat ik je zien hoe de installatie verliep en geef ik je mijn eerste indrukken.

Ik ontving de Nest Thermostat begin deze week en kan je daarom nog geen uitgebreide review geven. Wel kan ik je alvast mijn eerste indrukken geven die ik heb opgedaan tijdens de installatie.

Lees ook: Review Nest Thermostat - Warmte op maat

De verpakking bevat naast de thermostaat een aantal andere elementen die je nodig hebt tijdens de installatie. De belangrijkste hiervan zijn de ronde grondplaat die je op de muur schroeft en waar je de Nest opklikt en de zogenoemde Heat Link. Daarnaast vind je nog een usb-adapter en micro-usb-kabel in de verpakking die je nodig hebt als je besluit om de Nest niet aan te sluiten op de plek van een bestaande thermostaat.

De grote vierkante plaat heb je alleen nodig als de muur rondom de plek waar je de Nest wilt ophangen lelijk is door bijvoorbeeld gaten van een vorige thermostaat.

©PXimport

De verpakking bevat onder andere de Nest, een grondplaat en de Heat Link.

Aan/uit of Opentherm?

Ik heb thuis, net zoals veel mensen in Nederland, een combiketel die zorgt voor verwarming en warm water. De thermostaat die ik in gebruik had was met een draad direct aan de combiketel verbonden. Wat je eerst moet uitzoeken, is of je huidige thermostaat een aan/uit-model of een OpenTherm-model is. Dat is belangrijk omdat de Nest een aan/uit-model is, terwijl veel moderne ketels standaard juist gebruik maken van OpenTherm.

In de praktijk zal iedere OpenTherm-ketel ook kunnen omgaan met een aan/uit-thermostaat, maar meestal moet je de thermostaatdraad daarvoor aansluiten op twee andere contacten in de ketel. Je zult hiervoor je combiketel moeten openmaken. Hoe dat moet, kun je terugvinden in de handleiding van je combiketel. Uiteraard schakel je hiervoor de ketel eerst uit en haal je de stekker uit het stopcontact.

Wat doet de Heat Link?

Bij de meeste thermostaten loopt de thermostaatdraad direct vanuit de ketel naar de thermostaat in de woonkamer. Ook bij mij thuis was dit het geval. Bij de Nest is het echter noodzakelijk dat de Heat Link wordt geïnstalleerd tussen de verwarmingsketel en de thermostaat.

De Heat Link fungeert zowel als oplader voor de Nest als wel relais voor de verwarmingsvraag. De thermostaatdraad die van je woonkamer naar de verwarmingsketel loopt moet worden aangesloten op de oplaadcontacten van de Heat Link. Vervolgens moet er een verwarmingskabel lopen van de relaiscontacten van de Heat Link naar de aan/uit-contacten van de verwarmingsketel.

Je zou ervoor kunnen kiezen om de bestaande thermostaatdraad door te knippen en vervolgens aan te sluiten. Ik heb ervoor gekozen om dit niet te doen, omdat de draad dan wel heel erg krap wordt en ik de bestaande situatie in de toekomst waarschijnlijk moet herstellen als ik bijvoorbeeld wil verhuizen. Ik heb mijn ketel opengemaakt en een nieuwe draad (koop bijvoorbeeld signaal- of beldraad in de bouwmarkt) aangesloten op de aan/uit-contacten. Deze verwarmingsdraad heb ik aangesloten op de Heat Link.

Vervolgens heb ik de originele thermostaatdraad losgemaakt en eveneens aangesloten op de Heat Link. Ik geef je eerst een overzichtsfoto van de situatie na installatie zodat je begrijpt waar de Heat Link geplaatst wordt en zal je daarna in detail laten zien hoe je de kabels aansluit in de Heat Link.

©PXimport

De Heat Link is aangesloten op de Nest in de woonkamer via de thermostaatdraad die uit het pijpje komt. De thermostaat draad van de Heat Link naar de verwarmingsketel zorgt voor de verwarmingsvraag, terwijl de stekker voor netspanning zorgt.

Heat Link in meer detail

Schakel voordat je begint de verwarmingsketel uit en trek de stekker uit het stopcontact. De Heat Link is een vierkant doosje dat je op ongeveer dertig centimeter van je ketel aan de muur moet monteren. Je kunt de Heat Link openmaken door de deksel te verwijderen, vervolgens schroef je hem aan de muur. De thermostaatdraden die afkomstig zijn uit de woonkamer sluit je aan op de twee contacten helemaal rechts. De polariteit is niet van belang.

Aan de linkerkant van de Heat Link zie je vijf schroefcontacten. De thermostaatdraad die afkomstig is uit je verwarmingsketel sluit je aan op de twee meest rechtse schroefcontacten, de polariteit is niet van belang. Deze draden schakelen de verwarmingsvraag. Tot slot heeft de Heat Link ook netspanning nodig. Veel verwarmingsketels hebben ingebouwde netspanningscontacten die je kunt gebruiken voor externe apparaten als de Heat Link, dit vind je terug in de handleiding van de verwarmingsketel. Je kunt de Heat Link dan via een elektriciteitskabel aansluiten op deze contacten. Ik heb er echter voor gekozen om een stekker te monteren op de stroomaansluitingen. De Heat Link bevat heel netjes trekontlastingen, zodat je een netsnoer veilig kunt monteren.

©PXimport

In de Heat Link sluit je thermostaatdraad vanaf de Nest Thermostat aan (rechts), de thermostaatdraad vanaf de verwarmingsketel (links) en de elektriciteitskabel (helemaal links)

Nest Thermostat installeren

Nadat de Heat Link was geïnstalleerd heb ik in de woonkamer de bestaande thermostaat van de muur gehaald. Ik heb vervolgens de grondplaat op de muur geschroefd. Handig is dat de grondplaat is voorzien van een ingebouwde waterpas zodat je zeker weet dat je de thermostaat recht ophangt. Je sluit vervolgens de thermostaatdraad aan op de twee schroefcontactjes. Hoewel dit vermoedelijk gelijkspanning is, is de polariteit toch niet van belang.

©PXimport

De grondplaat bevat een waterpasje, handig!

Nadat je de grondplaat hebt geïnstalleerd pak je de Nest thermostaat en klik je die eenvoudig op de grondplaat. Ga nu naar je verwarmingsketel en schakel deze weer in. Eventueel steek je ook de stekker van de Heat link in het stopcontact als je er net als ik een stekker aan hebt gemonteerd. Ga terug naar je woonkamer en je zult zien dat de Nest aanstaat.

©PXimport

De Nest Thermostat is klaar voor gebruik.

Afronden

Nu de Nest Thermostat werkt, moet je een korte setup doorlopen waarin je de thermostaat verbindt met je wifi-netwerk, aangeeft waar je woont en hoe je verwarmingsinstallatie is opgebouwd. Je moet kiezen wat de verwarmingsbron is (in mijn geval gas) en hoe je huis wordt opgewarmd (in mijn geval radiatoren). Vervolgens heb ik op mijn Android-smartphone de app gedownload en via de app een Nest-account aangemaakt. Deze kun je koppelen aan je Nest Thermostat door op de Nest een code op te vragen en deze in de app in te voeren.

©PXimport

De Nest Thermostat koppel je aan je Nest-account waarna je hem met de app kunt bedienen.

Eerste indruk

Ik heb je in het kort verteld hoe je de Nest Thermostat installeert. Ik zal je nu nog iets vertellen over mijn eerste indruk. De Nest Thermostat zelf voelt erg degelijk. De ring is gemaakt van roestvrij staal en draait soepel rond. Je bedient de thermostaat, net als bij de bekende Honeywell Round, door de ring te draaien. Via de draaibeweging stel je de temperatuur in.

Je kunt de Nest echter ook indrukken. Als je dit doet verschijnt een menu, je kunt vervolgens door te draaien het juiste item selecteren en dit uitvoeren door de Nest in te drukken. Dit lijkt op de bediening van de iPod Classic. Daarnaast kun je de Nest bedienen met de app of de website. Je kunt zo vanaf overal de temperatuur instellen.

Mijn eerste indruk is dat de Nest Thermostat en de app eenvoudig werken. Ik zal later in een review dieper ingaan op de mogelijkheden. Je kunt de Nest bijvoorbeeld programmeren, maar interessanter is dat de thermostaat ook zichzelf kan programmeren.

Inmiddels heb ik ook een review van de Nest Thermostat geplaatst.

©PXimport

De bediening is erg eenvoudig; draaien en klikken.

Kun je de installatie zelf?

Zoals je in dit artikel kunt zien is de installatie van de Nest Thermostat en de Heat Link qua bedrading niet heel moeilijk. Ik ben tijdens de installatie geen problemen tegengekomen, maar ik moet je uiteraard wel eerlijk vertellen dat ik al vaker thermostaten heb aangesloten en vertrouwd ben met het openmaken van mijn verwarmingsketel. Het openmaken van de verwarmingsketel is namelijk de moeilijkste stap en je moet zeker weten dat je de Heat Link op aan/uit-contacten aansluit. Vind je dit eng of denk je dat je dit niet kan, dan kun je beter een monteur regelen die de Nest Thermostat installeert.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.