ID.nl logo
Microsoft Surface Laptop Go – Geen echte instapper
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Microsoft Surface Laptop Go – Geen echte instapper

Microsoft heeft inmiddels een breed scala aan Surface-apparaten. De Surface Laptop Go is de meest recente toevoeging aan de lijn en is bedoeld als een instapper die te koop is vanaf 629 euro. Hoe bevalt de goedkoopste laptop die Microsoft aanbiedt?

De Microsoft Surface Laptop Go is dus vanaf 629 euro verkrijgbaar. Over die prijs later meer, want de laptop is al snel een stuk duurder. Aan de laptop zelf zie je niet per se dat het een instapper is. Sterker nog, dit is een compacte en lichte laptop in een formaatje dat je niet vaak ziet. Met een gewicht van 1,1 kilogram is het een laptop die je altijd bij je kunt hebben Ten opzichte van duurdere Surface-laptops valt op dat niet het hele apparaat van metaal gemaakt is. De schermdeksel en het gedeelte rondom het toetsenbord zijn van aluminium, de behuizing zelf is van een met glasvezel versterkte kunststof. Wat mij betreft geen nadeel, het gebruikte kunststof voelt prettig aan en is stevig. Voor een laptop van zo’n 600 euro is de bouwkwaliteit echt uitstekend. Kortom, qua formaat en bouwkwaliteit is dit een fijn apparaat.

©PXimport

©PXimport

Wat betreft de aansluitingen valt op dat je alleen het hoognodige krijgt. De laptop bevat één keer usb-a, één keer usb-c en een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. Die twee usb-poorten zitten beide aan de linkerkant. Opladen gaat via een aparte Surface-laadaansluiting, maar opladen via usb-c wordt ook ondersteund. Ik had liever een extra usb-c-poort in de plaats van de Surface-aansluiting gezien. De usb-c-poort is behalve voor laden ook geschikt voor video-uitvoer.

Windows draait op deze laptop standaard in de S-modus waarbij alleen software vanuit de ingebouwde appstore kan worden geïnstalleerd. Met een paar klikken activeer je echter de normale variant van Windows 10 waarna je geen beperkingen meer hebt.

©CIDimport

©CIDimport

Uitstekende touchpad

De touchpad is simpelweg uitstekend en werkt opvallend soepel. Uiteraard gaat het om een precisie-touchpad die alle multitouch-mogelijkheden van Windows 10 ondersteunt. Maar zelfs vergeleken met andere preciesie-touchpads is dit een uitzonderlijk goed exemplaar. Het toetsenbord lijkt in eerste instantie ook prima. De toetsen tikken lekker en het geheel voelt degelijk aan. Ik kon alleen geen instellingen voor toetsverlichting vinden. Niet zo gek: de Surface Laptop Go blijkt geen toetsverlichting te hebben. Dat is niet zo erg voor een absolute instaplaptop, maar dat is de Surface Laptop Go wat mij betreft niet.

In de aan/uit-schakelaar heeft Microsoft een vingerafdrukscanner verwerkt waarmee je kunt inloggen op Windows. Die vingerafdrukscanner is aanwezig op het testmodel, maar ontbreekt op de goedkoopste uitvoering. Inloggen met gezichtsherkenning ontbreekt overigens altijd.

©CIDimport

Opvallend scherm

Microsoft heeft in meerdere opzichten gekozen voor een opvallend scherm in de Surface Laptop Go. Het eerste dat opvalt is de beeldverhouding van 3:2, een beeldverhouding die Microsoft ook op andere Surface-producten gebruikt. Op zich niet verkeerd, want er past in de hoogte daardoor meer informatie op het scherm als in de gebruikelijke 16:9-verhouding. In het geval van de Surface Go is dat echter niet helemaal het geval, want de schermresolutie is slechts 1536 x 1024 pixels, oftewel een stuk lager dan Full HD dat tegenwoordig toch wel het minimale is dat je zou verwachten. Ter vergelijking: Microsofts eigen goedkopere Surface Go 2 die voorzien is van een fysiek kleiner scherm heeft een schermresolutie van 1920 x 1280 pixels. Dat had wat mij betreft ook de resolutie voor dit scherm moeten zijn. Het kan wat mij betreft qua scherpte net op dit 12,4inch-formaat, maar het is wel zichtbaar dat het geen Full HD is. Dat wordt door Microsoft ook nog eens extra benadrukt, want er is vreemd genoeg gekozen voor afgeronde beeldhoeken.

De afgeronde hoeken laten de relatief lage resolutie van het scherm ook extra duidelijk zien. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom Microsoft dit gedaan heeft. Andere Surface-producten hebben dit niet en Windows 10 heeft verder vooral een rechthoekige vormgeving. Qua beeldeigenschappen is het op de resolutie na wel een goed scherm. Het scherm is glanzend afgewerkt omdat het om een aanraakscherm gaat. Dat aanraken werkt prima, er is in tegenstelling tot andere Surface-apparaten echter geen ondersteuning voor een actieve stylus.

Boven het scherm heeft Microsoft een webcam geplaatst. Die ondersteunt zoals gezegd geen gezichtsherkenning en is qua beeldkwaliteit ook niet veel bijzonders.

©CIDimport

Prestaties

Alle uitvoeringen van de Surface Laptop Go bevatten dezelfde Intel Core i5-1035G1, een quadcore chip met ondersteuning voor acht threads. Hoewel er inmiddels snellere processors op de markt zijn, voldoet deze chip prima voor doorsnee kantoortaken. In PCMark 10 scoort de laptop 3356 punten, een heel vlotte laptop is het dan weer niet. Die score is bovendien in combinatie met een echte ssd, vermoedelijk scoort de instapvariant met eMMC-opslag nog wat minder. De ssd in de testuitvoering is een nvme-exemplaar van SK Hynix met een lees- en schrijfsnelheid van 1801,05 en 730,80 MB/s.

De accu heeft een capaciteit van 39 Wh die volgens Microsoft zo’n 13 uur meegaat. Dat is wel erg optimistisch. In de PCMark 10 Modern Office accutest zet deze laptop een werktijd van 10 uur en 13 minuten neer. Bij gebruik in de praktijk met typische kantoortaken en surfen is de accuduur ongeveer acht uur.

Al snel te duur

Zoals je kon lezen heeft de Surface Laptop Go wat puntjes die je alleen bij een echte instaplaptop verwacht zoals het ontbreken van toetsverlichting en een relatief lage schermresolutie. De Surface Laptop is dan ook te koop vanaf 629 euro, maar dat is een configuratie met slechts 4 gigabyte RAM en 64 GB eMMC-opslag. Een dergelijk lage opslagcapaciteit houdt niet over voor Windows 10. Omdat ik het 64GB-model niet getest heb, kan ik niet met zekerheid zeggen hoeveel opslagruimte er op dat model vrij is. Op de geteste uitvoering neemt de standaardinstallatie van Windows 10 in ieder geval al 41 GB in. Voor een configuratie met 8 GB RAM en een echte ssd van 128 GB betaal je minimaal 799 euro. De uitvoering die ik getest heb, is de duurste consumentenuitvoering met 8 GB RAM en een 256 GB ssd waar Microsoft 999 euro voor vraagt. En dat is niet eens de duurste Surface Laptop Go, want er is bijvoorbeeld ook een zakelijk model met 16 GB ram en een 256 GB ssd voor 1349 euro.

Deze configuraties verschillen enkel in de hoeveelheid werkgeheugen en opslag. Daarnaast ontbreekt zoals gezegd de vingerafdrukscanner in de goedkoopste uitvoering. Het ontbreken van toetsverlichting en de relatief lage schermresolutie geldt echter ook voor de duurste uitvoering van 1349 euro of de door mij geteste uitvoering van 999 euro. In die gevallen kun je moeilijk nog van een instaplaptop spreken.

De goedkoopste configuratie van de Surface Latpop Go kun je nog net een instapper noemen. Dat instapmodel lijkt gezien de geringe hoeveelheid werkgeheugen en opslag vooral geschikt voor heel simpele taken en het voornamelijk gebruiken van clouddienten. Die goedkoopste versie zou je als een tegenhanger van een luxere Chromebook kunnen beschouwen. Voor die toepassing is 629 euro al best prijzig, maar op zich nog te verdedigen als je echt op zoek bent naar een stevige en lichte laptop. De andere uitvoeringen zijn wat mij betreft echter te duur voor de eigenschappen die je in handen krijgt. Het zou realistischer zijn als alle uitvoeringen zo’n 150 euro minder zouden kosten.

Conclusie

De Surface Laptop Go is een laptop met twee gezichten. De Go heeft een hoop eigenschappen die het een erg prettig apparaat maken in het dagelijks gebruik. De laptop is licht, compact en stevig vormgegeven. Het toetsenbord tikt prettig en de touchpad is zelfs uitstekend. Gezien de toevoeging Go lijkt Microsoft deze Surface Laptop als een echte instapper ontworpen te hebben, iets waar ook bijvoorbeeld het ontbreken van toetsverlichting op wijst. Als instapper die je als een wat prijzig alternatief voor de wat betere Chromebook kunt beschouwen krijg je met de goedkoopste configuratie wellicht een leuk apparaat in handen als je hem op dezelfde manier als een Chromebook gebruikt.

Ben je echter een wat serieuzere gebruiker en dat ben je eigenlijk al best snel als je een paar programma’s wil installeren, dan heb je alleen al om de hoeveelheid opslag al snel behoefte aan één van de duurdere varianten. Dan wordt het een wat lastiger verhaal. Voor de prijs die Microsoft dan vraagt, verwacht ik meer dan wat ik in handen kreeg. Een schermresolutie lager dan Full HD verwacht ik bijvoorbeeld niet en ook het ontbreken van toetsverlichting valt op. Voor een budgetlaptop is de Surface Laptop Go kortom al snel te duur. Jammer, want slecht is het zeker niet en de goede eigenschappen zoals de compacte en stevige vormgeving maken het wel een heel leuke laptop.

Oké
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 629,- zoals getest € 999,- **Processor** Intel Core i5-1035G1 **RAM** 4 of 8 GB (getest) **Opslag** 64 GB eMMC, 128 GB ssd of 256 GB ssd (getest) **Scherm** 12,4 inch (1536 x 1024 pixels) **OS** Windows 10 in S-modus **Aansluitingen** Usb-a, Usb-c, 3,5mm-headsetaansluiting **Webcam** 720p-webcam **Draadloos** Wifi 6, bluetooth 5.0 **Afmetingen** 27,8 x 20,6 x 1,6 cm **Gewicht** 1.110 gram **Accu** 39 Wh **Website** [www.microsoft.com](https://www.microsoft.com/nl-nl/surface)

Plus- en minpunten
  • Compact en licht
  • Bouwkwaliteit
  • Comfort touchpad en toetsenbord
  • Aanraakscherm
  • Te lage schermresolutie
  • Afgeronde schermhoeken
  • Geen toetsverlichting
  • Te hoge prijs
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.