ID.nl logo
Microsoft Surface Laptop Go – Geen echte instapper
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Microsoft Surface Laptop Go – Geen echte instapper

Microsoft heeft inmiddels een breed scala aan Surface-apparaten. De Surface Laptop Go is de meest recente toevoeging aan de lijn en is bedoeld als een instapper die te koop is vanaf 629 euro. Hoe bevalt de goedkoopste laptop die Microsoft aanbiedt?

De Microsoft Surface Laptop Go is dus vanaf 629 euro verkrijgbaar. Over die prijs later meer, want de laptop is al snel een stuk duurder. Aan de laptop zelf zie je niet per se dat het een instapper is. Sterker nog, dit is een compacte en lichte laptop in een formaatje dat je niet vaak ziet. Met een gewicht van 1,1 kilogram is het een laptop die je altijd bij je kunt hebben Ten opzichte van duurdere Surface-laptops valt op dat niet het hele apparaat van metaal gemaakt is. De schermdeksel en het gedeelte rondom het toetsenbord zijn van aluminium, de behuizing zelf is van een met glasvezel versterkte kunststof. Wat mij betreft geen nadeel, het gebruikte kunststof voelt prettig aan en is stevig. Voor een laptop van zo’n 600 euro is de bouwkwaliteit echt uitstekend. Kortom, qua formaat en bouwkwaliteit is dit een fijn apparaat.

©PXimport

©PXimport

Wat betreft de aansluitingen valt op dat je alleen het hoognodige krijgt. De laptop bevat één keer usb-a, één keer usb-c en een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. Die twee usb-poorten zitten beide aan de linkerkant. Opladen gaat via een aparte Surface-laadaansluiting, maar opladen via usb-c wordt ook ondersteund. Ik had liever een extra usb-c-poort in de plaats van de Surface-aansluiting gezien. De usb-c-poort is behalve voor laden ook geschikt voor video-uitvoer.

Windows draait op deze laptop standaard in de S-modus waarbij alleen software vanuit de ingebouwde appstore kan worden geïnstalleerd. Met een paar klikken activeer je echter de normale variant van Windows 10 waarna je geen beperkingen meer hebt.

©CIDimport

©CIDimport

Uitstekende touchpad

De touchpad is simpelweg uitstekend en werkt opvallend soepel. Uiteraard gaat het om een precisie-touchpad die alle multitouch-mogelijkheden van Windows 10 ondersteunt. Maar zelfs vergeleken met andere preciesie-touchpads is dit een uitzonderlijk goed exemplaar. Het toetsenbord lijkt in eerste instantie ook prima. De toetsen tikken lekker en het geheel voelt degelijk aan. Ik kon alleen geen instellingen voor toetsverlichting vinden. Niet zo gek: de Surface Laptop Go blijkt geen toetsverlichting te hebben. Dat is niet zo erg voor een absolute instaplaptop, maar dat is de Surface Laptop Go wat mij betreft niet.

In de aan/uit-schakelaar heeft Microsoft een vingerafdrukscanner verwerkt waarmee je kunt inloggen op Windows. Die vingerafdrukscanner is aanwezig op het testmodel, maar ontbreekt op de goedkoopste uitvoering. Inloggen met gezichtsherkenning ontbreekt overigens altijd.

©CIDimport

Opvallend scherm

Microsoft heeft in meerdere opzichten gekozen voor een opvallend scherm in de Surface Laptop Go. Het eerste dat opvalt is de beeldverhouding van 3:2, een beeldverhouding die Microsoft ook op andere Surface-producten gebruikt. Op zich niet verkeerd, want er past in de hoogte daardoor meer informatie op het scherm als in de gebruikelijke 16:9-verhouding. In het geval van de Surface Go is dat echter niet helemaal het geval, want de schermresolutie is slechts 1536 x 1024 pixels, oftewel een stuk lager dan Full HD dat tegenwoordig toch wel het minimale is dat je zou verwachten. Ter vergelijking: Microsofts eigen goedkopere Surface Go 2 die voorzien is van een fysiek kleiner scherm heeft een schermresolutie van 1920 x 1280 pixels. Dat had wat mij betreft ook de resolutie voor dit scherm moeten zijn. Het kan wat mij betreft qua scherpte net op dit 12,4inch-formaat, maar het is wel zichtbaar dat het geen Full HD is. Dat wordt door Microsoft ook nog eens extra benadrukt, want er is vreemd genoeg gekozen voor afgeronde beeldhoeken.

De afgeronde hoeken laten de relatief lage resolutie van het scherm ook extra duidelijk zien. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom Microsoft dit gedaan heeft. Andere Surface-producten hebben dit niet en Windows 10 heeft verder vooral een rechthoekige vormgeving. Qua beeldeigenschappen is het op de resolutie na wel een goed scherm. Het scherm is glanzend afgewerkt omdat het om een aanraakscherm gaat. Dat aanraken werkt prima, er is in tegenstelling tot andere Surface-apparaten echter geen ondersteuning voor een actieve stylus.

Boven het scherm heeft Microsoft een webcam geplaatst. Die ondersteunt zoals gezegd geen gezichtsherkenning en is qua beeldkwaliteit ook niet veel bijzonders.

©CIDimport

Prestaties

Alle uitvoeringen van de Surface Laptop Go bevatten dezelfde Intel Core i5-1035G1, een quadcore chip met ondersteuning voor acht threads. Hoewel er inmiddels snellere processors op de markt zijn, voldoet deze chip prima voor doorsnee kantoortaken. In PCMark 10 scoort de laptop 3356 punten, een heel vlotte laptop is het dan weer niet. Die score is bovendien in combinatie met een echte ssd, vermoedelijk scoort de instapvariant met eMMC-opslag nog wat minder. De ssd in de testuitvoering is een nvme-exemplaar van SK Hynix met een lees- en schrijfsnelheid van 1801,05 en 730,80 MB/s.

De accu heeft een capaciteit van 39 Wh die volgens Microsoft zo’n 13 uur meegaat. Dat is wel erg optimistisch. In de PCMark 10 Modern Office accutest zet deze laptop een werktijd van 10 uur en 13 minuten neer. Bij gebruik in de praktijk met typische kantoortaken en surfen is de accuduur ongeveer acht uur.

Al snel te duur

Zoals je kon lezen heeft de Surface Laptop Go wat puntjes die je alleen bij een echte instaplaptop verwacht zoals het ontbreken van toetsverlichting en een relatief lage schermresolutie. De Surface Laptop is dan ook te koop vanaf 629 euro, maar dat is een configuratie met slechts 4 gigabyte RAM en 64 GB eMMC-opslag. Een dergelijk lage opslagcapaciteit houdt niet over voor Windows 10. Omdat ik het 64GB-model niet getest heb, kan ik niet met zekerheid zeggen hoeveel opslagruimte er op dat model vrij is. Op de geteste uitvoering neemt de standaardinstallatie van Windows 10 in ieder geval al 41 GB in. Voor een configuratie met 8 GB RAM en een echte ssd van 128 GB betaal je minimaal 799 euro. De uitvoering die ik getest heb, is de duurste consumentenuitvoering met 8 GB RAM en een 256 GB ssd waar Microsoft 999 euro voor vraagt. En dat is niet eens de duurste Surface Laptop Go, want er is bijvoorbeeld ook een zakelijk model met 16 GB ram en een 256 GB ssd voor 1349 euro.

Deze configuraties verschillen enkel in de hoeveelheid werkgeheugen en opslag. Daarnaast ontbreekt zoals gezegd de vingerafdrukscanner in de goedkoopste uitvoering. Het ontbreken van toetsverlichting en de relatief lage schermresolutie geldt echter ook voor de duurste uitvoering van 1349 euro of de door mij geteste uitvoering van 999 euro. In die gevallen kun je moeilijk nog van een instaplaptop spreken.

De goedkoopste configuratie van de Surface Latpop Go kun je nog net een instapper noemen. Dat instapmodel lijkt gezien de geringe hoeveelheid werkgeheugen en opslag vooral geschikt voor heel simpele taken en het voornamelijk gebruiken van clouddienten. Die goedkoopste versie zou je als een tegenhanger van een luxere Chromebook kunnen beschouwen. Voor die toepassing is 629 euro al best prijzig, maar op zich nog te verdedigen als je echt op zoek bent naar een stevige en lichte laptop. De andere uitvoeringen zijn wat mij betreft echter te duur voor de eigenschappen die je in handen krijgt. Het zou realistischer zijn als alle uitvoeringen zo’n 150 euro minder zouden kosten.

Conclusie

De Surface Laptop Go is een laptop met twee gezichten. De Go heeft een hoop eigenschappen die het een erg prettig apparaat maken in het dagelijks gebruik. De laptop is licht, compact en stevig vormgegeven. Het toetsenbord tikt prettig en de touchpad is zelfs uitstekend. Gezien de toevoeging Go lijkt Microsoft deze Surface Laptop als een echte instapper ontworpen te hebben, iets waar ook bijvoorbeeld het ontbreken van toetsverlichting op wijst. Als instapper die je als een wat prijzig alternatief voor de wat betere Chromebook kunt beschouwen krijg je met de goedkoopste configuratie wellicht een leuk apparaat in handen als je hem op dezelfde manier als een Chromebook gebruikt.

Ben je echter een wat serieuzere gebruiker en dat ben je eigenlijk al best snel als je een paar programma’s wil installeren, dan heb je alleen al om de hoeveelheid opslag al snel behoefte aan één van de duurdere varianten. Dan wordt het een wat lastiger verhaal. Voor de prijs die Microsoft dan vraagt, verwacht ik meer dan wat ik in handen kreeg. Een schermresolutie lager dan Full HD verwacht ik bijvoorbeeld niet en ook het ontbreken van toetsverlichting valt op. Voor een budgetlaptop is de Surface Laptop Go kortom al snel te duur. Jammer, want slecht is het zeker niet en de goede eigenschappen zoals de compacte en stevige vormgeving maken het wel een heel leuke laptop.

Oké
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 629,- zoals getest € 999,- **Processor** Intel Core i5-1035G1 **RAM** 4 of 8 GB (getest) **Opslag** 64 GB eMMC, 128 GB ssd of 256 GB ssd (getest) **Scherm** 12,4 inch (1536 x 1024 pixels) **OS** Windows 10 in S-modus **Aansluitingen** Usb-a, Usb-c, 3,5mm-headsetaansluiting **Webcam** 720p-webcam **Draadloos** Wifi 6, bluetooth 5.0 **Afmetingen** 27,8 x 20,6 x 1,6 cm **Gewicht** 1.110 gram **Accu** 39 Wh **Website** [www.microsoft.com](https://www.microsoft.com/nl-nl/surface)

Plus- en minpunten
  • Compact en licht
  • Bouwkwaliteit
  • Comfort touchpad en toetsenbord
  • Aanraakscherm
  • Te lage schermresolutie
  • Afgeronde schermhoeken
  • Geen toetsverlichting
  • Te hoge prijs
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.