ID.nl logo
Devolo Home Control - Slim huishouden in de stijgers
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Devolo Home Control - Slim huishouden in de stijgers

Een slim huishouden moet ergens beginnen en devolo Home Control helpt je wat dat betreft op weg. Hoe presteert dit systeem? Wij hebben Home Control voor je getest.

Het samenstellen van je slimme huishouden is misschien nog wel leuker dan het uiteindelijk in gebruik nemen ervan; het alsmaar uitbreiden en er nieuwe toepassingen bij verzinnen is de helft van de pret. Het kan verslavend werken en zodoende ook een dure hobby blijken. Veel fabrikanten helpen je inmiddels een handje op weg met startpakketten. Waaronder devolo met devolo Home Control. Het systeem is inmiddels al een tijdje te koop en door devolo sindsdien uitgebreid met allerlei componenten waardoor je een uitgebreid systeem kan samenstellen. De devolo Home Control Starter Kit bestaat uit drie onderdelen, waarvan de Centrale de spil vormt rond alle andere apparatuur.

©PXimport

Eenvoudige installatie

De installatie van de bridge is kinderlijk eenvoudig en is te vergelijken met het plaatsen van een wifi-versterker. De Centrale wordt in een stopcontact geprikt en met een ethernetkabel op de router aangesloten. Let dus wel: de bridge ondersteunt geen wifi. Daarna volg je de installatie-stappen in de Home Control-app of via de webinterface. Binnen enkele minuten is de klus geklaard en kun je andere apparaten gaan koppelen. Verder bestaat de Starter Kit uit een slim stopcontact en een raam/deur-sensor. De eerste is een logische keuze voor een starterset, aangezien je hiermee ieder 'dom' apparaat in je huis slim kunt maken. De deur- en raamsensor valt wat uit de toon, omdat je daar op zichzelf niet zoveel aan hebt. Deze werkt bijvoorbeeld goed samen met de thermostaat van devolo, maar die zit er niet bij. De bewegingssensor van het bedrijf had wat dat betreft beter in het pakket gepast.

©PXimport

Als dit, dan dat

Desondanks typeren alle onderdelen zich door hun simpele installatie. Technische know-how is totaal niet vereist. Het toevoegen van een apparaat wordt bijgestaan door korte YouTube-video's, die je stap voor stap door het installatieproces leiden. Vaak is dat niet meer dan simpelweg een plakstrip aanbrengen en op een knop drukken. De nieuwe sensors maken vervolgens contact met de Centrale en zijn meteen klaar voor gebruik.

Vervolgens is het zaak om de apparaten met elkaar te laten samenwerken. Dit werkt volgens het 'als dit, dan dat'-principe. Op de verpakkingen staan enkele simpele gebruikstoepassingen, maar voor wat complexere taken ben je veelal op je eigen creativiteit aangewezen. Met de onderdelen uit de starterset kun je in elk geval al leuke dingen doen. Je kunt bijvoorbeeld een mail ontvangen zodra de sensor merkt dat de deur wordt geopend. En door een 'domme' lamp aan te sluiten op een slim stopcontact, kun je deze via je smartphone bedienen of op gezette tijden laten in- en uitschakelen. De app is verkrijgbaar voor zowel iOS als Android.

©PXimport

Uitbreiden met extra sensors

Haal je de bewegingssensor in huis, dan neemt je geautomatiseerde huis al wat serieuzere vormen aan. Dan kies je er onder andere voor om lampen automatisch aan te laten springen zodra je een kamer binnenstapt, door een combinatie van de motion-sensor en het slimme stopcontact. Koppel je er daarna ook nog de Home Control-alarmsirene aan, dan laat je de lampen aanspringen, het alarm afgaan én ontvang je een melding op je telefoon zodra je op vakantie bent en thuis ineens beweging wordt waargenomen. Devolo heeft inmiddels verschillende producten binnen zijn smart home-familie, waaronder een rookmelder, thermostaat en een watersensor. Die laatste komt goed tot zijn recht naast de wasmachine of onder de afvoer in de keuken. Komt de sensor in contact met water, dan krijg je daar een melding van (of je laat desgewenst het alarm afgaan) en kun je hopelijk op tijd ingrijpen - voordat je halve woning blank staat.

©PXimport

Integratie met andere producten

Alles goed en wel dus zolang je binnen het ecosysteem van devolo blijft, maar de kans is groot dat je ook slimme apparaten van andere merken in huis hebt of wilt halen. Dat blijft toch een beetje tricky, gezien de verschillende protocollen binnen dit segment. Devolo maakt als draadloos protocol gebruik van Z-Wave en je kunt dus Z-Wave-producten koppelen. De bridge is echter ook met je thuisnetwerk verbonden. Slimme producten die eveneens met je thuisnetwerk zijn verbonden kunnen in potentie dus ook geïntegreerd worden.

Er is bijvoorbeeld een koppeling met Philips Hue-lampen mogelijk. Ook de Echo-speaker van Amazon wordt, hoewel die nog niet in Nederland te koop is. Anderzijds is er geen verbinding tot stand te brengen met camera's en thermostaten van Nest, HomeKit-apparatuur of de nieuwe slimme verlichting van IKEA. Nu ligt de schuld niet per se bij devolo en de keuze voor Z-Wave is in elk geval beter dan een zelf ontwikkeld protocol. Toch moeten fabrikanten hier de komende tijd samen uitkomen. Tot er zoiets is als een universele standaard, blijft het voor de consument goed opletten of hun nieuwste aankopen wel compatibel zijn met elkaar.

Conclusie

Wil je alle mogelijkheden uit het devolo-systeem halen, dan wordt het wel een dure grap. Het had gescheeld als de deur/raam-sensor in de starter kit plaats had gemaakt voor de bewegingssensor, omdat die logischer te integreren is met het slimme stopcontact. Desondanks is de Smart Home Control Starter Kit van devolo een prima instapproduct voor wie aan een slim huishouden wil beginnen. Het gemak van de installatie is een groot pluspunt en er zijn veel toepassingen mogelijk, hoewel je daarvoor vaak wel weer in de buidel moet tasten.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** Ca. € 219,- **Aansluitingen** Ethernet, Powerline **Draadloos protocol** Z-Wave **In de doos** Centrale, raam/deur-sensor, slim stopcontact **Uitbreidingen** Bewegingssensor, thermostaat, watersensor, vochtigheidsmelder, rookdetector, alarmsirene, schakelaar, afstandsbediening **Apps** [iOS](https://itunes.apple.com/nl/app/devolo-home-control/id1134922364?mt=8) / [Android](https://play.google.com/store/apps/details?id=com.devolo.homecontrol) **Website** [www.devolo.nl]( http://www.devolo.nl/producten/devolo-home-control-starter-kit/)

Plus- en minpunten
  • Eenvoudige installatie
  • Stabiele en vlotte verbinding
  • Veel mogelijkheden
  • Geen bewegingssensor in starterkit
  • Weinig hulp bij verzinnen van toepassingen
  • Kan snel duur worden
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.