ID.nl logo
Maak je eigen fiets- en wandelroutes met Google Maps
© Reshift Digital
Mobiliteit

Maak je eigen fiets- en wandelroutes met Google Maps

Ben je een fervent wandelaar of fietser, dan kun je eigenlijk niet zonder je telefoon. Er zijn namelijk diverse apps die je helpen met het uitstippelen van een interessante route, denk aan Google Maps. Hoe maak je eigen fiets- en wandelroutes in de app? Wij leggen het uit.

Tip 01: Google Maps

Zin in een heerlijke wandeling of fietstocht? Je maakt tegenwoordig eenvoudig je eigen wandel- of fietsroute aan in Google Maps op je computer. Om dit te doen, meld je je met je Google-account aan op de website https://maps.google.nl. Klik rechtsboven in het browserscherm op Inloggen en voer jouw gebruikersgegevens in. Of selecteer hier een Google-account als je al eerder aangemeld bent geweest. Vervolgens klik je links bovenin op het menupictogram. Dat zijn drie liggende streepjes boven elkaar. Kies de optie Mijn plaatsen en ga naar het tabblad Kaarten. Op dit tabblad zie je straks alle kaarten die je aanmaakt, oftewel jouw eigen wandel- en fietsroutes. Om de eerste route aan te maken, klik je onder in het tabblad op Kaart maken.

©PXimport

Tip 02: Fietsen of wandelen

Om een route uit te zetten zoek je eerst het startpunt op via het zoekvak boven in het scherm of door met de muis het juiste kaartdeel op te zoeken. Klik daarna onder het zoekvak op Een lijn tekenen en kies Fietsroute toevoegen of Looproute toevoegen. Die keuze is belangrijk, want zo weet Google Maps over welke wegen en paden jouw route mag lopen. Nu is het een kwestie van je favoriete route intekenen. Dat kan op twee manieren. Klik je eerst op het beginpunt en daarna twee keer op het eindpunt? Dan kiest Google Maps automatisch een snelle en efficiënte route. Heb je zelf een mooiere route in gedachten? Dan kun je enkele tussenpunten aanwijzen om de route hierlangs te leiden. In de volgende tip laten wij zien hoe je dat doet. Ook als jouw route weer bij het beginpunt uitkomt, zul je tussenpunten moeten gebruiken. Want anders denkt Google Maps dat je al op je bestemming bent.

©PXimport

Tip 03: Klik ‘m in elkaar

Om de route in goede banen te leiden, zet je weer eerst het startpunt op de kaart. Daarna beweeg je de muis geleidelijk in de gewenste richting. Google Maps tekent weer automatisch een efficiënte route over wegen en paden. Ga daarom niet meteen naar het eindpunt, maar naar een plek waar je graag langs wilt komen. Klik daar één keer om een tussenpunt te plaatsen. Al doende loop je stukje bij beetje de gewenste route af naar de eindbestemming. Daar aangekomen klik je twee keer om de route af te sluiten. De route die je hebt uitgezet wordt toegevoegd aan het kader links op het scherm. Zijn er weinig keuzemomenten tot aan de eindbestemming? Dan heb je maar een paar tussenpunten nodig. Zijn er juist veel wegen en splitsingen, dan zul je meer tussenpunten moeten plaatsen. Wil je een saai stuk snel doorkruisen? Dan laat je Google Maps lekker zelf de kortste route bepalen.

©PXimport

Tip 04: Interessante punten

Zijn er onderweg leuke of bijzondere bezienswaardigheden, is er een restaurant waar je graag een tussenstop maakt, of wil je tijdens een langere tocht overnachten op jouw favoriete adres? Dan kun je daar alvast een markering plaatsen, zodat je er niet per ongeluk voorbijloopt of -fietst en het hele eind weer terug moet. Maak in het kader links eerst Naamloze laag actief door ergens in het wit ervan te klikken. Er verschijnt een blauwe balk voor. Klik daarna onder de zoekbalk op het pictogram Markering toevoegen en klik op de kaart waar je een markering wilt hebben. Kies een verhelderende naam, tik eventueel een toelichting in voor deze markering en klik op Opslaan. Alle markeringen komen netjes bij elkaar in het kader te staan.

©PXimport

Heb je een mooiere route in gedachten, wijs dan tussenpunten aan

-

Tip 05: Er dwars doorheen

Ga je naar een gebied waar je vrij door het terrein mag dwalen of met paadjes die niet op de kaart staan? Dan heeft het geen zin Google Maps netjes de paden te laten volgen, als die er al zijn. Kies in dat geval onder het zoekvak voor Een lijn tekenen en kies Lijn of vorm toevoegen. Klik je nu op de kaart om punten aan te geven, dan worden er alleen rechte lijnen tussen getrokken. Of er een weg is of niet, daar trekt Google Maps zich niets van aan. Klik één keer voor het beginpunt en voor elk tussenpunt, dubbelklik weer op het laatste punt. Als er geen wegen zijn, toont de standaardkaart meestal te weinig herkenningspunten. Activeer in het kader links dan tijdelijk Satelliet in plaats van Basiskaart. Dan zie je een stuk beter hoe je wilt lopen of fietsen.

©PXimport

Tip 06: Kaartlagen

Wat je in Google Maps maakt zijn kaartlagen waarmee je extra informatie toevoegt. Die lagen worden vervolgens boven op de standaardkaart getoond. In het kader links op het scherm zie je alle lagen die je hebt aangemaakt. Bijvoorbeeld de markeringen voor interessante punten die je onderweg tegenkomt, maar ook de route die je uitstippelt. Lagen kun je een andere naam geven door erop te klikken, zodat je ook later nog weet wat je ermee bedoelt. Van markeringen kun je niet alleen de naam veranderen, je mag ze ook een handige kleur geven en van een toepasselijk pictogram voorzien. Zo zie je meteen of het bijvoorbeeld een restaurant, overnachtingsadres of fotohotspot is.

©PXimport

Tip 07: Mijn kaarten

Route klaar? Klik links in het kader nog even op Naamloze kaart om jouw route een duidelijke titel en beschrijving te geven. Alles wordt automatisch opgeslagen. Dus zodra je in Google Maps teruggaat naar het kaartentabblad (zie tip 1), is jouw zelfgemaakte kaart daar nu ook zichtbaar. Klik erop en je krijgt de route als een extra laag boven op de standaardkaart te zien. Nu zal je deze route vast niet met een laptop in de hand willen wandelen of fietsen. Dat hoeft natuurlijk ook niet, want Google Maps draait ook op jouw smartphone (en tablet). Start daar dus de app op, tik in het menu (drie liggende streepjes) op Mijn plaatsen en blader in de kopregel naar het tabblad Kaarten. Prompt zie je al je zelfgemaakte wandel- en fietsroutes en kun je aan een tocht beginnen. Zorg wel dat je in de app met hetzelfde Google-account aangemeld bent.

Smartphone nodig voor je wandel- of fietsroute? Bekijk het aanbod op Bol.com

Tip 08: Route exporteren

Een zelfgemaakte route kun je bewaren als een KMZ-bestand, zodat je hem ook in andere programma’s of apps kunt gebruiken. Om dit te doen ga je eerst even terug naar Google Maps in de browser. Ga via Mijn plaatsen in het menu naar het tabblad Kaarten. Klik op een route en kies Openen in My Maps. Je bent nu terug bij het scherm waar je daarnet jouw route in elkaar hebt gezet. Je kunt de route hier onder andere aanpassen of uitbreiden, maar dus ook exporteren. Klik in het kader achter de naam van jouw kaart op de drie puntjes, kies Exporteren naar KML/KMZ en klik op de knop Downloaden. Als je het bestand bij een clouddienst zoals Dropbox bewaart, kun je de route makkelijk oppakken op je telefoon. Je kunt hem natuurlijk ook lokaal op je computer opslaan en daarna via bijvoorbeeld e-mail naar jezelf sturen.

©PXimport

Tip 09: Maps.me

Op zowel Android- als Apple-telefoons is het gratis Maps.me een leuke app als je van wandelen of fietsen houdt. De kaarten van deze app bevatten namelijk aanzienlijk meer terreininformatie dan Google Maps. Kaarten van een gebied of complete landen kun je vooraf gratis op je toestel downloaden, zodat je in het veld geen data hoeft te verstoken. Ideaal is dat je een route die je in Google Maps in elkaar hebt gezet, ook in Maps.me kunt gebruiken. Als voorbeeld doen we dat via Dropbox. Het KMZ-bestand dat je in tip 8 hebt gedownload, sla je dus eerst op in je Dropbox. Vervolgens start je de Dropbox-app op je telefoon en zoekt daar het bestand weer op. Tik op de drie puntjes bij de naam. Op een Android-telefoon kies je Openen met en tikt op Maps.me in de lijst met apps die je te zien krijgt. Op een iPhone kies je Exporteren, Openen in en daarna Kopieer naar maps.me.

Tip 10: De pret kan beginnen

In Maps.me tik je vervolgens onder in het scherm op het pictogram van twee sterretjes met drie streepjes ernaast. Je ziet hier groepen met zogenaamde bladwijzers. Dat kunnen de uit Google Maps geïmporteerde markeringen en routes zijn, maar ook locaties die je in de app zelf markeert. Tik op de naam van jouw kaart. Er verschijnt een lijst met zowel de route als de markeringen. Tik ergens op en je springt er meteen naartoe op de kaart. Vervolgens kan het fiets- en wandelplezier beginnen. Je hoeft alleen de routelijn maar te volgen en ziet tegelijkertijd gedetailleerde terreininformatie.

©PXimport

Tip 11: Fietsplanner

Als fietser heb je vast een voorkeur voor mooie routes waarbij je lekker kunt doortrappen, vooral als je lange afstanden aflegt. In dat geval is het handig de routeplanner van de Fietsersbond te gebruiken. Je kunt dan eventueel gebruik maken van de zogenaamde fietsknooppunten: een bewegwijzerd netwerk van knooppunten in Nederland, speciaal bedoeld voor fietsers. In de meest eenvoudige vorm geef je op de website alleen het beginpunt en het eindpunt op en laat je met een klik op Plan route je route automatisch plannen. Klik je op meer opties, dan kun je aangeven welk type route jouw voorkeur heeft, zoals Makkelijk doorfietsen, Racefietsroute of Natuurroute. Dat geeft je veel meer grip op het bepalen van de route. Ook kun je via de voorkeuren aangeven of je zaken als onverharde wegen en veerpontjes wilt vermijden.

©PXimport

Tip 12: Punten klikken

Zolang de extra opties uit de vorige tip getoond worden, ben je ook in de gelegenheid om tussenpunten aan je route toe te voegen. Er is nu namelijk een extra veld genaamd Via te zien, direct onder de twee standaardvelden Van en Naar. Via de knop Voeg extra via punten toe voeg je er zoveel toe als je nodig hebt. Klaar? Klik op Plan route om een route via alle opgegeven tussenpunten te bepalen. Als alternatief mag je de punten ook rechtstreeks op de kaart zetten. Klik in dat geval eerst op het beginpunt, zodat daar een witte vlag met een tekstballon verschijnt. Klik bij Stel in op het type van. Plaats daarna één voor één de tussenpunten en kies in de tekstballonnen telkens voor via. Als laatste plaats je het eindpunt en dat geef je het type naar. Klik weer op de knop Plan route en je fietsroute wordt bepaald.

©PXimport

Tip 13: Naar je telefoon

Zodra je op Plan route hebt geklikt zie je links op het scherm gedetailleerde informatie over jouw fietsroute. Via de knop print kun je dit uitprinten, maar wij slaan de route natuurlijk liever op in een bestand, zodat we tijdens het fietsen eenvoudig op onze telefoon kunnen meekijken. Klik daarom op de knop GPS, geef de route een herkenbare naam en klik op de knop KML bestand. Sla dit bestand bij voorkeur net als eerder bij Google Maps meteen op in je Dropbox (zie tip 8). Je pakt de route dan makkelijk op in de app Maps.me, zoals beschreven in tip 9.

©PXimport

Tip 14: Kant-en-klare routes

Een keertje geen zin om je eigen route te bedenken? Dat hoeft ook niet, want er bestaan veel kant-en-klare routes. Bij de routeplanner van de Fietsersbond klik je op het beginscherm rechts bovenin op voorgeplande fietsroutes. Je geeft de minimale en maximale lengte op, een provincie of je woonplaats en klikt op Zoek routes. Vervolgens zie je een overzicht van fietsroutes die aan deze criteria voldoen. Let erop dat je ook weer terug moet fietsen, tenzij je zojuist Fietsrondje hebt aangeklikt bij de routevoorkeuren. Klik op een fietsroute die jou wel wat lijkt om de details ervan te bekijken. Je bewaart de fietsroute net als daarnet via de knop GPS (zie vorige tip) en kunt hem daarna naar je telefoon overzetten.

©PXimport

Geen zin om je eigen route te bedenken? Er bestaan veel kant-en-klare routes

-

Tip 15: Wandelnet

Als fervent wandelaar kun je terecht bij Wandelnet om je routes te plannen of bestaande wandelingen op te vragen. Het is wel nodig om je gratis te registreren als je een route wilt downloaden. Via Eigen route plannen krijg je een kaart te zien waarmee je de wandeling plant. Belangrijk is dat je bij Routevoorkeur eerst aangeeft hoe dat moet gebeuren. Zo kun je bijvoorbeeld voor de kortste wandelroute kiezen, maar ook voor lange-afstandswandelpaden (het zogenaamde LAW-netwerk) en streekpaden zoals het Pieterpad. Vervolgens geef je het beginpunt op, eventuele tussenpunten en het eindpunt. Dat kan door op de kaart te klikken of een adres op te geven. Klik twee keer op Volgende stap en geef de route een naam en beschrijving. Om hem te downloaden kies je onder de plattegrond bij GPS voor het ietwat cryptische otn_download_googleearth voor een KMZ-bestand en klikt op Download. Daarmee is de route klaar voor gebruik in Maps.me op je telefoon.

©PXimport

Tip 16: Wandelroutes zoeken

Om bestaande wandelroutes te bekijken kies je op de startpagina van Wandelnet voor Wandelroute zoeken. Vervolgens geef je de gewenste routekenmerken aan, zoals Bosrijk, Kust en duinen, Rondwandeling of Stedelijk. Klik vooral even op Toon alle kenmerken om alle keuzes te zien. Vergeet niet om ook de minimale en maximale afstand in te stellen via de dubbele schuifregelaar. Bij Type wandelroute kun je eventueel aangeven dat je geïnteresseerd bent in een streekpad of een LAW. Klik vervolgens op Zoeken en alle wandelingen die aan jouw zoekcriteria voldoen verschijnen in een lijst en op een plattegrond. Zodra je een wandeling uitkiest, krijg je een korte beschrijving te zien. Onder het kaartje vind je weer de mogelijkheid om deze route als KMZ-bestand te downloaden. Hiervoor dien je wel aangemeld te zijn met je account.

©PXimport

De paden op ...

Wandelschoenen nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl
â–¼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

â–¼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.