ID.nl logo
Zo fix je onderbelichte foto's op Android en iOS
Huis

Zo fix je onderbelichte foto's op Android en iOS

Zodra je met je smartphone foto's neemt terwijl de lichtcondities niet optimaal zijn, dan kan het zijn dat ze ze onderbelicht zijn. Ideaal is het niet, maar gelukkig kun je de standaard foto-app op je Android- of iOS-smartphone gebruiken om dat probleem op te lossen. Zo ga je dan te werk.

In dit artikel gaan we in op drie belangrijke elementen waarmee je een foto achteraf bewerkt wanneer er te sprake was van te weinig licht. 📸 Via de belichtingsinstellingen breng je wat meer helderheid naar je werk toe. 📸 Het kan zijn dat je dan nog wat contrast mist, maar ook dat kunnen we fixen. 📸 Contrast geeft diepte, terwijl helderheid voor een zichtbaar beeld zorgt.

Lees ook: Weet dít en je maakt verbluffende foto's met je smartphone

Voor het bewerken van foto’s op Android en iOS, kun je allerlei verschillende apps downloaden. Maar omdat daar zoveel variatie in bestaat, houden we ons in dit artikel bij twee apps die je standaard op je smartphone aantreft: de Google Foto’s-app op Android en de Foto’s-app op iPhone. In beide gevallen kun je kunstmatige intelligentie gebruiken die het werk voor je uit handen neemt, maar deze automatische verbetering levert wellicht niet het resultaat op dat je voor ogen hebt. Daarom leggen we hieronder uit hoe je te werk gaat wanneer je echt handmatig aan je foto's wilt sleutelen.

Mooie foto? Afdrukken en ...

... in een lijstje!

Foto’s bewerken op Android

Voordat we een afbeelding kunnen bewerken, moeten we er eerst eentje uitkiezen. Op Android open je daarvoor Google Foto’s en selecteer je de foto die aan bewerken toe is. Je kunt dit ook direct doen nadat je een foto gemaakt hebt. Onder in in beeld staat nu de optie Bewerken (met drie schuifregelaars als icoon). De foto wordt nu iets kleiner gemaakt, zodat er onderop ruimte ontstaat voor een menu van twee lagen. Op de tweede laag kun je horizontaal scrollen; ga daar op zoek naar de optie Aanpassen. Tik daarop en selecteer Helderheid.

We gaan er even vanuit dat de afbeelding goed donker is, maar dat je nog wel een beetje kunt zien wat er vastgelegd is. Door de schuifregelaar helemaal naar rechts te bewegen, geef je de maximale helderheid mee. Zo kun je goed zien wat je precies bewerkt met de overige opties. Vervolgens ga je – binnen hetzelfde menu – naar Contrast. Verschuif de regelaar van links naar rechts totdat je een mooie verhouding van donker en licht hebt. Dat kunnen we verder afstellen met de opties Accenten en Schaduwen. Dit zijn twee opties die wat finesse vergen.

©Wesley Akkerman

Door onder Schaduwen naar links te vegen (terwijl je de regelaar vasthoudt), haal je de wat donkere elementen van zo’n foto weg. En met Accenten kun je het beeld verder verhelderen, maar wellicht is dat niet eens nodig. Je hebt sowieso nog de helderheid voluit staan; daarom is het misschien een beter idee de fijnere details verder in te stellen wanneer je weer met de Helderheid stoeit. Een andere belangrijke optie is Zwartpunt. Is een foto te donker, dan kun je dat met deze optie terugschalen. Mis je wat contrast? Dan kun je hem wat ophogen.

Mocht je het idee hebben dat de foto nu goed is, dan kun je teruggaan naar Helderheid. Pak die regelaar erbij en schuif net zo lang naar rechts totdat de foto goed is. Zo niet, dan kun je nog altijd terugkeren naar de genoemde opties in de bovenstaande alinea.

Foto’s bewerken op iOS

Heb je een iPhone? Dan kun je ongeveer op dezelfde manier te werk gaan. Toch werkt de app net even anders, waardoor we hieronder uitleggen wat je precies kunt doen en waar je de opties vindt. Open de Foto’s-app en zoek de foto op die je wilt bewerken. Rechts bovenin zie je de optie Wijzig staan. Zodra je daarop tikt, wordt de foto kleiner en zie je onderin allerlei mogelijkheden staan. Tik op Pas aan (als het goed is, staat deze optie al standaard geselecteerd) en daarna op Helderheid. Je moet daarvoor een stukje naar rechts scrollen, naar het icoontje van yin en yang (☯).

©Wesley Akkerman

Om de foto in kwestie goed te kunnen zien, schuif je de regelaar voor nu even helemaal naar links (zodat je rechts op +100 uitkomt). Met het onderdeel Belichting oefen je de meeste invloed uit op het beeld. Als je daar even snel mee heen en weer beweegt, zie je precies wat we bedoelen. Dit is dus een functie die je voorzichtig gebruikt. Zoek daarna Contrast op, zodat je de foto wat meer diepte kunt geven en de lichte en donkere delen meer in balans zijn. Daarna kun je verdergaan met de opties Licht en Donker, die vergelijkbaar zijn met Accenten en Schaduwen.

Tot slot is het nog goed om even naar Zwartpunt te kijken. Is het beeld nog wat donker, geef het dan wat helderheid mee. Mis je daarna het contrast, dan is het een goed idee om de slider weer terug te schuiven. Keer nu terug naar Helderheid en verschuif de regelaar totdat je een aangenaam beeld ziet staan. Het kan zijn dat je tussendoor even moet wisselen tussen de verschillende mogelijkheden, maar dat is nou net het plezier van foto’s bewerken: je kunt je foto’s echt meer flair of een eigen stijl meegeven.

Op een rijtje

Dit zijn de populairste iPhones

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.